Het beste taleninstituut in Arnhem
Wij kunnen snel schakelen -
binnen een week
beginnen is mogelijk
Start nog vandaag met uw reis naar taalbeheersing
Taalcursussen op locatie
Wij geven taalcursussen 1-op-1 en in groepen in heel Nederland.
Meer informatieONZE CERTIFICERINGEN EN KEURMERKEN
Daarom Dagnall!
Wij leveren een actieve bijdrage aan een wereld waarin we elkaar beter begrijpen.


Taalkennis verbindt u met de wereld en zijn een communicatiebasis die deuren voor u opent – vooral in de professionele wereld. Organisaties die in de taalkennis en taalopleiding van hun medewerkers investeren, hebben daarom een duidelijk voordeel en een voorsprong. Dagnall Taleninstituut biedt u precies wat u zoekt: effectieve taaltrainingen op het hoogste niveau voor professionals en leidinggevenden in en in de buurt van Arnhem. Taaltraining op maat, omdat uw bedrijf of organisatie welbespraakte werknemers verdient.
Wij zijn supertevreden en konden al binnen 1 week starten!
Naam Achternaam | Bedrijf
WIJ ZIJN NIET ZOMAAR EEN TALENINSTITUUT
Al meer dan 40 jaar verzorgen wij kwalitatieve taalcursussen, vertaal- en tolkdiensten

Al meer dan 40 jaar de expert
Lorem ipsum dolor sit consectetur adipiscing elitsro eiusmod tempor incididunt ut.

In bezit van diverse certificeringen
Lorem ipsum dolor sit consectetur adipiscing elitsro eiusmod tempor incididunt ut.

Maatwerk altijd mogelijk
Lorem ipsum dolor sit consectetur adipiscing elitsro eiusmod tempor incididunt ut.

Ervaren taalprofessionals op verschillende vakgebieden
Lorem ipsum dolor sit consectetur adipiscing elitsro eiusmod tempor incididunt ut.
TEVREDEN OPDRACHTGEVERS










Begin vandaag nog aan uw reis naar taalbeheersing
Taaltrainingen in Heerenveen van topniveau
Talen verbinden u met de wereld en zijn een communicatiebasis die deuren voor u opent - vooral op het professionele vlak. Bedrijven en organisaties die in de taalopleiding van de werknemers investeren, hebben daarom ook een duidelijk voordeel en een voorsprong.Dagnall Taleninstituut is een een taalaanbieder die u als scholingszoeker precies dat levert: Effectieve taalcursussen op het hoogste niveau voor medewerkers, leidinggevenden en andere professionals in Heerenveen en omstreken.
Taaltraining op maat, omdat uw bedrijf of organisatie welbespraakte medewerkers verdient.
Vakgebieden
Zakelijk, medisch of technisch - Dagnall kent elke bedrijfstaal.Elke bedrijfstak heeft zijn eigen taal en gebruikt zijn eigen terminologie. Geef uw medewerkers een zelfverzekerde uitstraling alsook duidelijke concurrentievoordelen, door branchespecifieke taalkennis op het hoogste niveau.
Dagnall Talen biedt opleidingzoekers taaltrainingen in Heerenveen aan in een grote verscheidenheid aan gespecialiseerde vakgebieden.

Goed op weg met Dagnall Talen
De organisatie van uw taaltrainingen in goede handen
Werkgerelateerd & doelgericht
Wij bieden taaltrainingen op maat in Heerenveen aan als individuele lessen, als groepscursussen met collega’s, als (intensieve) workshops en als langdurige, regelmatige trainingen - met face-to-face-lessen alsook online cursussen. Iedereen kan bij Taleninstituut Dagnall vreemde talen leren op precies de manier die het meest geschikt is voor hem of haar. Naast de algemene taaltaaltrainingen zijn organisaties vooral in werkgerelateerde taaltrainingen geïnteresseerd zoals Zakelijk Engels of Duits of Technisch Engels of Duits. De taalcursussen worden afgestemd op de individuele behoeften van de scholingszoekers. Taleninstituut Dagnall is een taalaanbieder die de mogelijkheid biedt om middels gecertificeerde taaltrainers met zeer goede recensies en beoordelingen onbegrensd talen te leren in Heerenveen. Dagnall Talen leidt u snel en doelgericht naar de door u beoogde resultaten.Filosofie van Dagnall Taleninstituut
Het is onze filosofie om talen te leren zonder schroom en met plezier en gemak. Wij gaan daarom tot het uiterste om ervoor te zorgen dat u de taal van uw keuze moeiteloos en zonder remmingen kunt kunnen leren.Een taal leren moet leuk zijn en daarom werkt Dagnall Taleninstituut met methodes die het leerproces voor de cursist prettiger en gemakkelijker maakt.
Met onze methodes wordt uw nieuwsgierigheid opgewekt en uw bereidheid om te leren, ondersteund. Door vijftien minuten dagelijks te oefenen, brengen we de cursist met grote stappen naar het gewenste niveau.
Dagnall Taleninstituut is een partner voor iedereen die een taal wil leren in Heerenveen.
Daarom Dagnall!
Plan van aanpak Dagnall Taleninstituut
Nadat u akkoord op de offerte hebt gegeven, stemmen wij de planning af op uw agenda en situatie.
Na de laatste les ontvangt u een eindrapport met een beschrijving van de resultaten die door de cursisten zijn behaald. De deelnemers ontvangen tevens een certificaat van het instituut.
Betaalbaar taleninstituut in Heerenveen sinds 1982
Taal op de werkvloer
Medewerkers zonder of met weinig kennis van de Nederlandse taal of een andere voertaal ervaren een belemmering in hun werkomgeving en willen sneller en/of beter kunnen communiceren op de werkvloer.
Vele wegen naar een betere talenkennis in Heerenveen
Behoeftes en leermethode
Een goede taaltraining is niet alleen toegespitst op de vraag van de klant, cursist, organisatie of werkgever, zoals het verbeteren van spreek- of schrijfvaardigheid.Een goede taaltraining is tevens afgestemd op de beste, meest geschikte, leermethode voor de individuele cursist.
Een taaltraining (bij een taleninstituut in Heerenveen) die het beste bij de taalleerder past.
Hoe behaalt Dagnall een hoog rendement?
De vakkundige taaltrainers van ons taleninstituut zijn zeer bedreven in het zo snel en zo prettig mogelijk aanleren van kennis en vaardigheden om deze direct in realistische praktijksituaties te kunnen gebruiken. Dat werkt wel zo fijn en het zorgt ervoor dat u veel waar voor uw geld krijgt.Het inmiddels alom bekende hoge rendement behaalt Dagnall Taleninstituut met een blend van deze beproefde leermethode in combinatie met de focus op de cursist(en) en een onderzoek of de cursist(en) auditief, visueel of kinesthetisch is/zijn ingesteld. Bij Dagnall Taleninstituut kunt u terecht voor taalcursussen die gebaseerd zijn op maatwerktrainingen.
De taaltrainers van ons instituut gebruiken veel eigen lesmateriaal dat zij in de loop der jaren hebben verzameld en gecreëerd en de taaltrainers spelen voortdurend op actuele thema’s en ontwikkelingen in.
Een prettige manier van leren
Een bijkomend voordeel is dat dit uitgekiende maatwerk als een zeer plezierige manier van werken wordt ervaren door zowel onze cursisten alsook de taaldocenten van Dagnall in Heerenveen. Deze, door de jaren heen verder verfijnde en ontwikkelde werkwijze is het bijzonder gewaardeerde handelsmerk geworden van Dagnall Taleninstituut.De cursus is dus niet alleen functiegericht en/of werkgericht, maar tevens afgestemd op de leermethode die zeer geschikt is voor de cursist.
Individuele cursussen en groepscursussen
Individuele cursussen & groepscursussen
Ons taleninstituut verzorgt cursussen op maat voor individuen en groepen, waarbij u als opleidingszoeker met een gerust hart de gehele organisatie kunt overlaten aan ons.Dagnall taleninstituut verzorgt deze individuele cursussen en groepscursussen voor zowel beginners, als voor halfgevorderden en gevorderden.
Voor de individuele-, duocursussen en
groepscursussen gebruikt Dagnall Taleninstituut gevarieerde en moderne onderwijsmethoden om doelgericht te trainen en het leersucces te verzekeren. Vanzelfsprekend kunnen deze individuele-, duo- en groepscursussen zowel op locatie als op één van deze trainingslocaties in of bij Heerenveen worden gegeven.
Maatwerkcursussen
Dagnall taleninstituut biedt individuele cursussen voor bedrijven, (semi-)overheidsinstellingen alsook particulieren in Heerenveen en omgeving.Een individuele taalcursus noemt men ook wel één-op- één-taalcursus of privéles.
De individuele taalcursussen van Dagnall Taleninstituut zijn al vele jaren bekend voor de persoonlijke aandacht, het maatwerk en het hoogste rendement.
Alle individuele cursussen van taleninstituut Dagnall zijn maatwerktrainingen en de trainingen worden afgestemd op, en specifiek samengesteld voor, de branche, het taalniveau, de praktijksituatie en de leerstijl.
De trainingen worden zo opgesteld dat de persoonlijke of bedrijfsdoelstellingen worden behaald.
Ons taleninstituut biedt groepscursussen van 3 tot 10 personen, alsook zogenaamde duocursussen (2 cursisten) aan het bedrijfsleven, (semi-)overheidsorganisaties en particulieren.
De groepen worden bij voorkeur zo klein mogelijk gehouden de deelnemers maximale ondersteuning te geven en om de leereffectiviteit te maximaliseren.
Ook de groepscursussen van Dagnall Taleninstituut zijn maatwerkcursussen en worden afgestemd op, en speciaal samengesteld voor, de branche, het taalniveau, de praktijksituatie en de leerstijl en de trainingen worden opgesteld om de doelstellingen te behalen.
Pluspunten individuele cursus
Het grootste voordeel van individuele taalcursussen is het hoge rendement doordat veel informatie wordt opgenomen in een korte periode.Er wordt meer vooruitgang geboekt doordat de cursus vrij intensief is en het leertraject is zo kort mogelijk.
Flexibiliteit is een ander groot voordeel van individuele taalcursussen. De taalcursus kan beter worden afgestemd op de leerstijl van de deelnemer en de inhoud van de cursus kan optimaal aangepast aan de doelstellingen, het niveau en de specifieke aandachtsgebieden van de deelnemer.
Doordat eventuele begripsproblemen individueel behandeld kunnen worden, is de leervordering optimaal.
Een individuele is eveneens cursus goed af te stemmen op de agenda van de cursist zodat het leerschema en het tijdmanagement optimaal zijn.
Pluspunten groepscursus
Vooral de interactie met de andere cursisten is het belangrijkste voordeel van groepscursussen; het actieve gebruik van de doeltaal in de groep, bijvoorbeeld door middel van rollenspellen en discussies.Een ander groot pluspunt is de zogenaamde groepsdynamiek; van elkaars fouten leren en in de doeltaal communiceren met de groep. Cursisten kunnen deze afwisseling als prettiger ervaren.
Doordat meerdere medewerkers tegelijktijd getraind worden en de groep op vrijwel hetzelfde kennisniveau komt, zijn groepscursussen daarnaast efficiënt .
Ook zijn voor de lerenden groepscursussen wat minder intensief (minder zwaar) dan individuele cursussen.
Minpunten individuele cursus
Bij een individuele cursus kunnen discussies en rollenspellen alleen met de docent worden gevoerd en gedaan.Het geleerde kan niet geoefend worden in groepsverband omdat er geen interactie is met andere cursisten.
Omdat groepsdynamiek ontbreekt, is het ook niet mogelijk om van de foutjes van andere cursisten te leren.
De intensievere leerbenadering van individuele taalcursussen is ook vrij intensief (zwaarder) voor de deelnemer.
Minpunten groepscursus
In groepscursussen is minder aandacht voor de individu en kunnen de deelnemers wat sneller worden afgeleid. Het rendement ligt hierdoor wat lager. Door de groepen wat kleiner te maken (bijvoorbeeld minigroepen), kan dit gedeeltelijk worden ondervangen.Een groepscursus kan eveneens minder goed op individuele leerstijlen worden afgestemd.
Dat de planning minder goed afgestemd kan worden op de agenda van de individuele cursist, is een ander minpunt van een groepscursus.
Pluspunten
Individuele cursus in één oogopslag
hoogste rendement & flexibiliteit, kortste traject
afgestemd op individuele leerstijl
inhoud perfect afgestemd op individuele behoefte
afgestemd op niveau & aandachtsgebieden cursist
afgestemd op agenda cursist
Minpunten
Individuele cursus in één oogopslag
geen interactie met andere cursisten
vrij intensief voor de cursist
geen groepsdynamiek
Pluspunten
Groepscursus in één oogopslag
interactie met andere cursisten
groepsdynamiek wordt als prettiger ervaren
groep komt op hetzelfde kennisniveau
efficiënt meerdere medewerkers tegelijk trainen
minder intensief dan individuele cursus
Minpunten
Groepscursus in één oogopslag
iets minder aandacht voor individuele cursist
minder afgestemd op individuele leerstijlen
minder afgestemd op agenda cursisten
Verschillende soorten cursussen voor elk niveau
Niet iedereen heeft de mogelijkheid om een talencentrum te bezoeken. Dagnall Talen verzorgt daarom onze taalcursussen ook incompany en online. Bij Taleninstituut Dagnall kiest u als taalleerder
Dagnall Talen staat voor (betaalbaar) maatwerk!


Kennen en kunnen
Algemene leermethodes
Audio-Lingual Method (ALM) (Army Method/New Key)
Bedacht door wie en wanneer
De audiolinguale methode was reeds in de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw in Amerika en Engeland ontwikkeld, onder meer door de Amerikaanse taalkundige Leonard Bloomfield. Doordat de Tweede Wereldoorlog uitbrak, werd het noodzakelijk om de (Amerikaanse) soldaten elementaire verbale communicatieve vaardigheden te leren. Door de invloed van het leger werd de audiolinguale methode ook bekend als de ‘legermethode’.Kenmerken van de Audio-Lingual Method (ALM)
De audiolinguale methode kan gezien worden als antwoord op de grammatica-vertaalmethode. Het was nieuw dat de taallessen volledig in de doeltaal plaatsvonden. De belangrijkste vaardigheden zijn spreken en luisteren en grammaticale structuren worden geleerd met behulp van mondelinge structuuroefeningen. De bedoeling is foutloos kunnen verstaan en spreken, wat begint met leren naspreken. Herhaling is het middel hiervoor; er wordt met drills gewerkt om zinnen alsook structuren te leren beheersen, zodat reacties spontaan en als het ware automatisch worden. De taaldocenten kunnen bijvoorbeeld een zin tien keer herhalen en vervolgens een extra woord hieraan toevoegen. Bij de audiolinguale methode wordt veel gewerkt in de zogenaamde talenpractica, waarbij studenten een hoofdtelefoon op hebben en zinnen beluisteren en deze zinnen nazeggen. De geschreven taal wordt pas behandeld als de mondelinge taal inmiddels vertrouwd is. Er worden wel afbeeldingen gebruikt om nieuwe woorden te introduceren.Populariteit
De methode werd in Nederland pas geïntroduceerd rond het jaar 1970 toen de Mammoetwet van kracht werd. Er kwamen al snel bezwaren tegen deze inhoudsloze drills. De techniek wilde wel eens haperen. Hierdoor raakten de talenpractica vrij gauw in onbruik. In plaats van de talenpractica werden de voor mondeling gebruik bedoelde structuuroefeningen schriftelijk gemaakt. Leerboekenschrijvers namen de markt weer over en boden weer expliciete grammaticaregels aan. Toch liet de audiolinguale methode wel sporen na. Het was nu alom geaccepteerd dat het bij het leren van een taal niet gaat om het memoriseren van de regels van de grammatica, maar om het gebruik. De luistervaardigheid, die vóór de jaren zeventig voor veel docenten niet bestond, was ontdekt.Voor- en nadelen van de Audio-Lingual Method
De audiolinguale methode is effectief voor studenten die beginnen. Direct van het begin wordt de correcte uitspraak aangeleerd. De audiolinguale methode is docentgestuurd en daardoor kan deze methode een snelle en efficiënte overdracht van kennis bieden. Deze audiolinguale methode kan ook bij grote(re) groepen worden toegepast.Dit docentgestuurde aspect heeft tegelijkertijd een keerzijde; eigen inbreng wordt niet van de studenten verlangd. Hierdoor ligt het risico op passiviteit en onvoldoende motivatie en betrokkenheid op de loer. Een bijkomend bezwaar van de methode is dat de geoefende drills niet zo eenvoudig zijn om te zetten in levend taalgebruik.
GoldList Method (GLM)
Bedacht door wie en wanneer
De GoldList Method (‘gouden lijst-methode’) is ontwikkeld door polyglot David J. James, alias Viktor Dmitrievitch Huliganov of Uncle Davey.Kenmerken van de GoldList Method (GLM)
Deze GoldList Method is een leermethode om woorden of zinnen te leren op een zodanige manier dat deze plaatsnemen in het langetermijngeheugen. Deze methode werkt middels zelfgeschreven woordenlijsten die herhaald worden na verloop van tijd. De opgeschreven woorden en zinnen worden hardop gelezen door de student. Deze woorden en zinnen uit het hoofd te leren, is niet de bedoeling, maar dit gaat vanzelf door de blootstelling. Deze woordenlijst wordt telkens bijgewerkt; woorden die aangeleerd zijn, worden van de lijst gehaald. De woorden die nog altijd problemen opleveren, blijven op de lijst op de woordenlijst staan.Populariteit
Aanhangers van de GoldList-methode claimen dat deze zinnen en woorden spontaan in het langetermijngeheugen van de student worden opgeslagen, iets dat door geheugenwetenschappers bestreden wordt. Volgens deze geheugenwetenschappers wordt kennis in het algemeen opgeslagen wanneer deze relevant en van betekenis is. De GoldList-methode kan dus alleen functioneren voor woorden die betekenisvol en relevant zijn voor de lerende.Voor- en nadelen van de GoldList Method
Voor studenten die het prettig vinden om bijvoorbeeld Post-its® als geheugensteun te gebruiken, kan deze GoldList-methode functioneren. Met de hand schrijven werkt effectiever dan typen of, redelijk zinloos: een foto maken, doordat het fysieke deel van het geheugen door het schrijven meewerkt en wordt aangesproken. Een keerzijde is het gebrek aan context. Talen zijn veel meer dan een serie losse woorden en/of zinnen. De GoldList-methode is daarnaast bijzonder tijdrovend omdat steeds met de hand geschreven lijsten moeten worden aangemaakt.De Natural Method
Bedacht door wie en wanneer
De Natural Method, ook wel de Natural Approach (de ‘natuurlijke aanpak’) genaamd, is ontwikkeld in 1983 door Tracy Terrell en Stephen D. Krashen.Kenmerken van de Natural Method
De Natural Method is gericht op een natuurlijke wijze van taalverwerving. De methode probeert de vreemde taal aan te leren op de manier waarop mensen als kind hun moedertaal leerden. Op die wijze leert men onbewust ook de taalregels van de te leren taal. Alleen de doeltaal met een aantal visuele hulpmiddelen wordt hiervoor gebruikt. Een stressvrije leeromgeving is het streven van de leermethode. Een aanzienlijke hoeveelheid begrijpelijke input wordt aan de studenten blootgesteld. Bij de deze methode wordt de taalproductie niet geforceerd, maar mag spontaan ontstaan. De methode legt de nadruk op communicatie en niet zo zeer op expliciete grammatica en het corrigeren van vormfouten.Als de lerende wordt ondergedompeld in de vreemde taal, is de leermethode het meest effectief. Om ervoor te zorgen dat de studenten van de ervaringen kunnen genieten, moeten de leeractiviteiten in de te leren taal stimulerend zijn.
De Natural Method heeft vrij veel overeenkomsten met de Directe Methode. Het idee van natuurlijke taalverwerving is het uitgangspunt van beide methoden; het verschil tussen deze twee leermethoden is dat de Directe Methode meer de focus legt op de praktijk en de Natural Method meer op de blootstelling aan taalinput en het verminderen van spreekangst.
Populariteit
Het feit dat onderdompeling erg effectief is, is al vaak bewezen. Doordat de natuurlijke aanpak betrekkelijk eenvoudig is om te begrijpen, is de methode een populaire wijze van lesgeven onder taaltrainers. Maar er is ook kritiek op de natuurlijke aanpak. De leermethode richt zich vooral op het impliciet leren van de grammatica. Studenten zouden inderdaad leren in de vreemde taal te communiceren, maar door onvoldoende kennis van de grammatica in een wat gebrekkige, vereenvoudigde versie van de taal blijven steken.Voor- en nadelen van de Natural Method
Het wordt als prettig ervaren om op een natuurlijke manier een taal aan te leren. Lerenden krijgen de kans voor het opbouwen van een persoonlijke band met de taal. Doordat de studenten niet ‘uit het hoofd hoeven te leren’, beklijft het geleerde voor een langere tijd.Omdat er bijna geen druk ligt op de taalproductie, kan het nadeel zijn dat het langer duurt voor er resultaten geboekt worden. De methode bereidt lerenden eveneens niet per se voor op een bepaald examen.
Structurele Aanpak
Bedacht door wie en wanneer
De Structural Approach (afgekort SA) ofwel de ‘Structurele Aanpak’ is door de Amerikaanse taaldocent Charles en Robert Lado ontwikkeld in de jaren 50.Kenmerken van de Structurele Aanpak (SA)
Deze Structurele Aanpak is een manier van taalverwerving met als doel de lerende vertrouwd te maken met de grammaticale en fonologische structuren van de taal. Volgens de Structurele Aanpak levert het beheersen van deze structuren meer op dan het verwerven van woordenschat. Bij de methode draait het om het herkennen en kunnen toepassen van bepaalde woordcombinaties en groepen woorden in de juiste woordvolgorde. De vaste combinaties worden in betekenisvolle situaties met gebruik van visualisatie, dramatisering, handelingen en gezichtsuitdrukking gepresenteerd aan de studenten. De structuren die in de praktijk het meest in de doeltaal gebruikt worden, worden als eerste aangeboden. Mondelinge vaardigheid (luisteren en spreken) wordt hierbij in eerste instantie gebruikt; hieruit volgen lezen en schrijven. Bij het aanleren en verbeteren van de productieve vaardigheid (spreekvaardigheid en schrijfvaardigheid), krijgt de grammatica een belangrijke plek. Andere benamingen voor de Structurele Aanpak zijn de Structural-Situational Approach (structurele-situationele benadering) en de Structural-Oral-Situational Approach (structurele-mondeling-situationele benadering).Populariteit
De Structurele Aanpak werd in de jaren vóór 1970 gebruikt op vrij grote schaal voor het geven van Engelse les in Engelssprekende landen, voormalige Britse koloniën alsook in Maleisië.Voor- en nadelen van de Structurele Aanpak
Een structurele aanpak heeft als voordeel dat de studenten de taal op een accurate manier wordt geleerd. De studenten krijgen inzicht in de grammatica van de taal en leren eveneens in welke situatie woorden of woordcombinaties wel of niet passend zijn. De methode van de Structurele Aanpak gebruikt alledaagse taal. De Structurele Aanpak heeft eveneens nadelen. De methodiek is tamelijk tijdverslindend en biedt niet direct een succeservaring. De eigen inbreng van lerenden is behoorlijk beperkt; de methode is niet echt creatief.Communicatief taalonderwijs (Engels: Communicative Language Teaching; CLT)
Bedacht door wie en wanneer
Het communicatief Taalonderwijs (In het Engels: Communicative Language Teaching; CLT), ook wel ‘De Communicatieve benadering’ (In het Engels: Communicative Approach; CA) genoemd, is ontstaan in de jaren 60 van de vorige eeuw onder invloed van ideeën van Noam Chomsky, die de nadruk op competenties bij het leren van een taal legde. Taalkundige Dell Hymes was in het jaar 1966 de grondlegger van het concept communicatieve vaardigheden.Kenmerken van Communicatief taalonderwijs (CLT)
Communicatief talenonderwijs gaat uit van de gedachte dat interactie het uiteindelijke streven is bij het leren van een taal.De studenten leren met gebruik van de CLT-technieken de te leren taal in de praktijk te brengen door de interactie met elkaar en de taaldocent. Authentieke teksten in de te leren taal of ander materiaal uit het dagelijks leven en/of de werkomgeving worden gebruikt. Zowel tijdens als buiten de les wordt de doeltaal gebruikt.
Studenten praten met medestudenten over persoonlijke gebeurtenissen en taaltrainers dragen onderwerpen aan buiten het domein van de traditionele grammatica, om de taalvaardigheid in allerlei soorten realistische situaties te oefenen. De grammatica wordt inductief onderwezen, dat wil zeggen aan de hand van de praktijk, van waaruit de regel volgt.
Bij communicatief taalonderwijs zijn docenten echt trainers, die studenten helpen in de vreemde taal te communiceren.
Populariteit
In de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw werd communicatief taalonderwijs heel populair, gedeeltelijk omdat de traditionele taalonderwijsmethodes niet heel succesvol waren gebleken. Binnen een verenigd Europa kwam meer vraag om een taal te leren middels een methode die direct toepasbaar was.Voor- en nadelen van Communicatief taalonderwijs
CLT (communicatief taalonderwijs) kent veel sterke aspecten. Lerenden ‘kunnen’ al snel ‘iets’ in de doeltaal; de methode is studentgericht en functioneel. Door het gebruik van authentieke materialen, leren de studenten de woorden die zij moeten weten. CLT is een efficiënte methode. Deze methode is stimulerend voor de lerenden, omdat zij gauw succeservaringen hebben. Foutjes mogen worden gemaakt; al doende wordt de vaardigheid geleerd en daarna geperfectioneerd. Een nadeel van deze communicatieve benadering is dat voor grammatica, vocabulaire dat niet direct toepasbaar is en uitspraak minder aandacht wordt geschonken. De voorbereiding en de planning vereist veel meer tijd van de trainer en vraagt een actieve deelname van studenten. Deze manier van een vreemde taal leren, is voor sommige lerenden lastig of afwijkend, afhankelijk van welke achtergrond zij hebben. De methode Communicatief taalonderwijs traint de taalvaardigheden; hierbij gaat het vooral om de functie en niet zo zeer om de vorm en CLT biedt als zodanig geen samenhangend geheel.Grammatica-/vertaalmethode (GVM) (Engels: Grammar-Translation Method; GTM)
Bedacht door wie en wanneer
In de 18de en de 19de eeuw richtte taalonderwijs vooral op praktisch taalgebruik. Er word geleerd om gebruiksklare zinnetjes, dialogen, idiomatische uitdrukkingen, woordenlijsten etcetera na te spreken, uit het hoofd te leren en vervolgens op te zeggen. Dit werd op een andere wijze gedaan door Johann Valentin Meidinger; docent Frans en Italiaans uit Duitsland. Rond het jaar 1783 ontwikkelde hij een methode waarin de grammatica in het middelpunt stond. Meidinger wordt als grondlegger van de grammatica-vertaalmethode (Grammar-Translation Method; GTM) beschouwd.Kenmerken van de Grammatica-/vertaalmethode (GVM)
Deze methode was gestoeld op het onderwijs in het Latijn, wat de taal van de wetenschap, de cultuur en de religie was. Onderwijs in Latijn was vanzelfsprekend op geschreven teksten van klassieke schrijvers gericht en was geheel op vertalen en grammatica gericht. Dat werd destijds als een degelijke en wetenschappelijke aanpak gezien. De Grammatica-/vertaalmethode gaat van de analyse van taalvormen en taalstructuren uit waarbij studenten zelf inzicht ontwikkelen. De lees- en schrijfvaardigheid dus belangrijk bij de Grammatica-vertaalmethode. De nadruk ligt op literatuur, vertalen en uit het hoofd leren van woordenlijsten in de vreemde taal. De taaldocent draagt de kennis over, de lerenden memoriseren.Populariteit
Hoewel al sinds halverwege de negentiende eeuw ook tegengeluiden te horen waren, heeft de grammatica-/vertaalmethode tot recente datum een grote invloed op het talenonderwijs gehad.Voor- en nadelen van de Grammatica-/vertaalmethode
Aan mensen die het een uitdaging vinden om dingen uit het hoofd te leren, vormt deze grammatica-/vertaalmethode vormt een aardige mentale training. De methode biedt eveneens inzicht in de structuur, doordat de nadruk op de grammatica gelegd wordt.De grammatica-/vertaalmethode heeft echter meer minpunten dan pluspunten. Het grootste pluspunt is dat de spreekvaardigheid en luistervaardigheid bij de methode ver achterblijft, waardoor de taal zelfs na jaren studie nauwelijks mondeling toegepast kan worden. Deze methode staat ver af van het dagelijks gebruik van de taal, ook in de context die aangeboden wordt, omdat het meestal om literair taalgebruik gaat. Bij het werken in groepsverband geeft de methode niet de mogelijkheid tot differentiatie of tot een eigen creatief leerproces bij de lerende. Lerenden fungeren alleen als toehoorders en uitvoerders.
Onderdompeling (Engels: immersion)
Bedacht door wie en wanneer
Sinds de jaren 70 wordt de leermethode ‘onderdompeling’ (Engelse naam: language immersion) over de hele wereld gebruikt, voornamelijk op middelbare scholen waarbij een schoolvak (zoals het vak wiskunde) in de vreemde taal wordt gegeven. In Nederland is ‘onderdompeling’ ook wel bekend als de methode die wordt toegepast bij Taleninstituut Regina Coeli, ‘de nonnen van Vught’. De methode is daar in 1963 ontstaan met Franse nonnen die Franse taalles aan rijke dames uit Vught onderwezen.Kenmerken van onderdompeling
Onderdompeling houdt in dat degene die de taal leert, vanaf het begin door de nieuwe taal omgeven wordt. De instructies worden gegeven in de doeltaal; eerst langzaam en met veel herhaling en later op een natuurlijkere manier. Vanaf het begin wordt de student ook uitgedaagd om in de nieuwe taal te spreken. De methode werkt met rollenspellen en simulaties. Op onderwijsinstellingen die werken met onderdompeling, wordt veelal de omgeving in de stijl van de doeltaal ingericht om een situatie te creëren alsof de lerenden in het land zijn waar de te leren taal wordt gesproken. De studenten oefenen één-op-één of in kleine groepjes met spreken. Een andere manier om een taal te leren door middel van onderdompeling, is naar het land van de te leren taal reizen en daar in een gastgezin verblijven.Populariteit
De methode van onderdompeling wordt beschouwd als een heel goede leermethode voor vreemde talen. Voornamelijk de mondelinge taalbeheersing kan op deze manier uitstekend worden aangeleerd.Voor- en nadelen van onderdompeling
Het grote voordeel is dat met deze methode snel resultaten wordt bereikt, omdat de methode zo intensief is. Omdat de student wordt erdoor omgeven, is de leermethode een kwestie van ‘sink or swim’; hij of zij moet wel in de te leren taal gaan communiceren. De lerenden zijn feitelijk 24 uur per dag aan het leren. Het samen oefenen in groepen versterkt de sociale interactie. Dit wordt door de studenten als motiverend ervaren.Dat het bereikte resultaat niet altijd wordt vastgehouden, is een keerzijde. Als iemand in een korte tijd een nieuwe taal leert, door in het land te zijn of door in een kunstmatig gecreëerde omgeving te zijn ondergedompeld, maar vervolgens weer tot de orde van de dag overgaat, is de kans groot dat het nieuw geleerde relatief snel wegzakt. Een ander nadeel kan zijn dat een dergelijke taaltraining nogal intensief is. Niet elke lerende heeft genoeg conditie om deze wijze van leren vol te houden.
Suggestopedie (Suggestopedia)
Bedacht door wie en wanneer
Suggestopedia is een (taal)leermethode uit de zeventig jaren van de vorige eeuw. Deze leermethode is ontwikkeld door de Bulgaarse psychotherapeut Georgi Lozanov.Kenmerken van Suggestopedie
Suggestopedie is gebaseerd op het principe van de suggestie. Lozanov was van mening dat positieve suggestie een voorwaarde is om (een taal) te kunnen leren. Een ontspannen sfeer en wederzijds vertrouwen tussen de docent en de student zijn daarvoor essentieel. Hiervoor is de voorwaarde dat de student zich ontspannen en veilig voelt. Leslokalen met rijopstellingen waren uit den boze om dit te kunnen bewerkstelligen. Studenten zaten in comfortabele stoelen tijdens de lessen die werden geplaatst in een halve cirkel en er werd altijd muziek in de les gespeeld. De methode die Lozanov voorstond, bestond uit verschillende teksten voorlezen, terwijl op de achtergrond klassieke muziek werd gespeeld of natuurgeluiden te horen waren. Er bestonden woordenlijsten bij deze teksten en opmerkingen met betrekking tot de grammatica. Het voorlezen werd gedaan met veel expressies in stem en gebaren. De studenten werden op deze manier uitgenodigd om te luisteren en de woorden die nieuw waren voor ze, konden gemakkelijk worden begrepen en opgenomen. Voor de cultuur en kennis over het land van de doeltaal was veel aandacht tijdens de lessen. Er werd met rollenspellen gewerkt en ook streekgerechten werden in de klas bereid en geproefd.Populariteit
De methodiek van Georgi Lozanov was omstreden en is niet zo bekend meer. Een aantal elementen van Suggestopedia wordt nog steeds toegepast, zoals het gebruikmaken van stemexpressies en gebaren bij het lezen van teksten in de vreemde taal.Voor- en nadelen van Suggestopedie
De methode van Suggestopedie zorgt voor een ontspannen en veilige sfeer, waardoor de student geen last zal hebben van frustratie of faalangst. Deze gemoedelijke sfeer kan voor een immigrant aan een positieve associatie met het nieuwe thuisland bijdragen. Vaak werkt muziek motiverend en draagt aan betere leerprestaties bij. Dat de student gestimuleerd wordt om actief mee te doen en zich in te leven in de situaties, wat voor een aantal mensen een nieuwe ervaring is, is een ander pluspunt van de methode. Tegelijkertijd is dit voor bepaalde studenten een keerzijde, want niet elke student is hiertoe in staat. Muziek kan bij sommigen ook afleiden en verstorend werken en niet ontspannend of stimulerend. Dat de relatie tussen de docent en de lerende niet echt gelijkwaardig is, is een ander zwak punt; alle input komt van de docent en de lerende is altijd de ontvangende partij.Community Language Learning (CLL)
Bedacht door wie en wanneer
De Amerikaanse priester en psycholoog Charles Curran en professor Paul La Forge ontwikkelde Community Language Learning, ook wel Counseling Language Learning of afgekort CLL genoemd, in 1976.Kenmerken van Community Language Learning (CLL)
Community Language Learning is een methode om een taal te leren waarbij de studenten samenwerken om te bepalen welke aspecten van de vreemde taal zij willen leren. Deze methode is gestoeld op de counseling-benadering waarbij de taaltrainer optreedt als een counselor die de zinnen van de lerende omschrijft. De studenten starten het gesprek. Zij spreken in hun moedertaal als de lerenden de te leren taal nog niet machtig genoeg zijn. De docent geeft uitleg en vertaalt. Hierna herhalen de lerenden de uitingen van de docent zo goed mogelijk. Het gesprek wordt opgenomen om opnieuw te kunnen beluisteren.Community Language Learning stimuleert het gemeenschapsgevoel in de leergroep en de methode beschouwt de interactie tussen de studenten als middel om de taal te leren. Er wordt geen lesboek gevolgd; het zijn de studenten zelf die het lesmateriaal bepalen met behulp van zinvolle gesprekken.
Populariteit
Of CLL succesvol is, is in hoge mate afhankelijk van de expertise van de docent-counselor. Bij deze methode dient de taaltrainer naast sociaal-cultureel kundig eveneens taalkundig onderlegd te zijn. Deze trainer dient zowel de doeltaal als de moedertaal van de lerenden zeer goed te beheersen om in staat te zijn om de taaluitingen van de lerenden te vertalen. CLL kan prima werken als deze op de juiste wijze gebruikt wordt. Community Language Learning is niet geschikt voor grote klassen.Voor- en nadelen van Community Language Learning
De methode biedt voor studenten veel autonomie. Het analyseren van hun eigen gesprekken vinden studenten vaak nuttig. De leergroep wordt vaak heel hecht, niet alleen tijdens de lessen, maar ook buiten de lessen. Met deze methode worden studenten zich veel bewuster van anderen in hun groep, hun sterke en minder sterke punten en ze leren om te werken als team. Van het bespreken van de fouten en het evalueren van de les leren studenten vaak veel. Deze correcties blijven vaak in het geheugen gegrift en worden deel van de actieve woordenschat van lerenden.Dat de docent niet sturend is, terwijl een aantal studenten wel sturing nodig heeft, kan een keerzijde zijn. Er wordt geen lesboek gebruikt en er worden eveneens geen toetsen gehouden. Het succes van de les is daardoor lastig meetbaar. Een aantal studenten wordt belemmerd in hun spreken wanneer zij opgenomen worden.
Lexicografische benadering (Engels: Dynamic Lexicographic Approach; DLA)
Bedacht door wie en wanneer
De Lexicografische benadering (In het Engels: Lexical Approach; LA) is een methode om vreemde talen te leren die door Michael Lewis in het begin van de jaren 90 van de vorige eeuw is ontwikkeld.Kenmerken van de Lexicografische benadering (DLA)
De benadering gaat uit van het idee dat een belangrijk gedeelte van het leren van een vreemde taal bestaat uit het begrijpen en produceren van zogenaamde ‘lexicale eenheden’. Dit zijn brokjes taal die bestaan uit woorden, woordcombinaties alsook uitdrukkingen. Studenten verwerven al doende inzicht in patronen van de taal (de grammatica) en betekenisvolle groepen met woorden. Zo leren ze de taal ‘in het echt’ wordt gebruikt. De woordenschat neemt bij deze benadering een grotere plaats in dan de grammatica. Instructies zijn op situaties en uitdrukkingen die vaak voorkomen in dialoog gericht. Voor interactie is aandacht maar ook voor exposure; voor de zogenaamde receptieve vaardigheden van de lerende (luisteren/begrijpen, lezen/begrijpen). Er bestaat veel mogelijkheid voor de studenten om zelfstandig de taal te ontdekken.Het is de taak van de docent om voor genoeg input te zorgen en het faciliteren van het leerproces van de student.
Populariteit
De lesboeken zijn aanmerkelijk veranderd in de afgelopen dertig jaar door (onder andere) de ideeën over taal van Michael Lewis. Veel meer aandacht wordt aan woordenschat geschonken die in zogenaamde chunks wordt aangeboden, in betekenisvolle brokjes. Een drastische verandering in de manier waarop taal wordt onderwezen, iets waarnaar Michael Lewis streefde, is er echter niet van gekomen.Voor- en nadelen van de Lexicografische benadering
Door het werken met ‘chunks’ (brokjes van de vreemde taal); met ‘echte’ taal, leren studenten de vreemde taal op een natuurlijke manier te gebruiken. Dit zorgt voor souplesse in het taalgebruik.Het nadeel van de leermethode is dat de werkelijkheid altijd weer anders is dan de aangeleerde taalsituaties. Met het zelf leren herkennen van de taalpatronen heeft een aantal studenten moeite en deze studenten hebben meer aan een taaltrainer die hen de weg wijst, dan aan een docent-facilitator.
Series Method
Bedacht door wie en wanneer
De Series method, ofwel ‘seriemethode van taalverwerving’ (Frans: La Méthode naturelle) is ontwikkeld door de Franse leraar François Gouin in 1880.Kenmerken van de Series Method
Een serie verbonden zinnen die gemakkelijk te begrijpen zijn en weinig kennis van de grammatica vereisen, is het uitgangspunt van de seriemethode (The Series Method of language acquisition) van Gouin. Studenten leren zinnen op basis van een handeling, bijvoorbeeld het verlaten van een huis in de volgorde waarin deze handeling zou worden uitgevoerd. Deze series of reeksen gingen over onderwerpen als mens in de samenleving, leven in de natuur, wetenschap en beroep, vanuit het onderscheid tussen objectief, subjectief en figuurlijk taalgebruik ontwikkeld. In de François Gouin-serie wordt geen moedertaal gebruikt. Het betreft een soort eentalige manier van taalverwerving, die niet van ‘vertalen’ en ‘uitleggen’ uitgaat maar van ‘demonstreren’ en ‘handelen’, waardoor studenten al gauw denken in de doeltaal.Populariteit
De seriemethode van François Gouin was zijn tijd ver vooruit. De seriemethode van Gouin kon gedurende een bepaalde periode een succes worden genoemd, ondanks de vrij ongebruikelijke aanpak. Maximilian Berlitz’ Directe Methode overschaduwde deze methode van Gouin echter.Voor- en nadelen van de Series Method
De Seriemethode van François Gouin ontwikkelt sterk de mondelinge vaardigheden en zorgt voor een sfeer die harmonieus, natuurlijk en gelijkwaardig is.De leermethode biedt levendig taalonderwijs. Dit type taalonderwijs wekt het enthousiasme op bij de studenten door gebruik te maken van visuele leermiddelen, bijvoorbeeld afbeeldingen, grafieken, enzovoort. Leren werd tastbaar; dit was iets geheel nieuws. De lerenden worden nieuwsgierig, dit werkt goed om het leergeheugen te helpen ontwikkelen, de prestatiedruk te verminderen en het zelfvertrouwen te verbeteren. De communicatieve taalvaardigheid van de student wordt met de methode sterk gestimuleerd.
De methode van Gouin heeft als nadeel dat taal die wat abstracter of subjectiever is, wat moeilijk met bewegingen en expressies in één concrete ervaring te vangen is. Een bijkomend minpunt is de bewerkelijkheid voor de docent, die immers een hele reeks aan series dient voor te bereiden. Als derde punt richt de Gouin-seriemethode zich vooral op het mondelinge taalgebruik, terwijl het onderwijssysteem nog meestal draait om examens die de lees- en schrijfvaardigheden toetsen.
Task-Based Language Teaching (TBLT)
Bedacht door wie en wanneer
Taakgericht taalonderwijs (Engelse naam: Task-Based Language Teaching; TBLT) is in de jaren tachtig van de vorige eeuw ontwikkeld. De grondleggers zijn de Indiase taalkundige professor N.S. Prabhu, de Amerikaanse hoogleraar Teresa P. Pica en de Britse hoogleraren Michael H. Long en Graham V. Crookes.Kenmerken van de Task-Based Language Teaching (TBLT)
Taakgericht taalonderwijs past binnen het Communicatief Taalonderwijs/een Communicatieve Benadering. Het principe erachter is dat het verwerven van de taal geen doel op zich is, maar een middel om specifieke taken uit te voeren. Lerenden krijgen verschillende motiverende taken aangeboden. Hiervoor is taalkennis nodig. Voor het goed uitvoeren van deze taken, dienen zij over regels van de taal en woordenschat te beschikken. De taken zijn zaken uit het dagelijks leven, bijvoorbeeld het schrijven van e-mails, boodschappen doen, bellen met de klantenservice, een krant lezen of iets te drinken bestellen. De taak wordt in drie fasen opgesplitst: vóór, tijdens en na de taak, waarbij de studenten zich eerst op de taak voorbereiden, de taak daarna uitvoeren en tot slot erop terugblikken. De studenten dienen samen te werken om de taken uit te kunnen voeren. De opdrachten moeten net boven het niveau van de student liggen om leereffect te hebben.Populariteit
Vanaf de vroege jaren negentig is taakgericht onderwijs zeer populair geworden, zeker in het taalonderwijs. Het lijkt de meest praktisch bruikbare vorm te zijn voor het verhogen van de taalvaardigheden bij de lerenden (vooral de lerenden met een achterstand) in het lager en secundair onderwijs.Voor- en nadelen van Task-Based Language Teaching
Taakgericht taalonderwijs biedt duidelijke voordelen. Het taakgericht taalonderwijs is een activerende manier van werken, waarbij lerenden uitgedaagd worden om hun vaardigheid te gebruiken. Zolang de opdracht goed aansluit bij de student, is Task-Based Language Teaching een op de persoon gerichte, relevante en efficiënte aanpak. De student komt op een natuurlijke, dagelijkse wijze in contact met de taal en leert op deze manier authentieke woorden, woordcombinaties en uitdrukkingen. Bovendien leren studenten om met elkaar samen te werken. Taakgericht taalonderwijs wordt door studenten als prettig en motiverend ervaren .Als nadeel kan gezien worden dat de communicatie het belangrijkst is en niet de correcte vorm, waardoor studenten die niet zeer nauwkeurig leren.
De Dogme benadering (Engels: Dogme Language Teaching; Dogme ELT)
Bedacht door wie en wanneer
Scott Thornbury; een Nieuw-Zeelandse linguïst en docententrainer op het gebied van taalonderwijs Engels ontwikkelde Dogme Language Teaching/Dogme ELT in 2000. Deze methode wordt ook wel de ‘Dogmabenadering’ genoemd.Kenmerken van de Dogme benadering (ELT)
‘Dogme 95’ was een beweging van een groep van filmmakers uit Denemarken waaronder filmregisseur Lars von Trier uit 1995 was de inspiratie voor Dogme Language Teaching. De deelnemers confirmeren zich aan 10 strenge regels (10 dogma’s) voor het maken van films die samen ‘de eed van zuiverheid’ (Deens: kyskhedsløfter; Engels: Vows of Chastity) behelzen. Het Dogme-taalonderwijs werkt op een vergelijkbare manier. De aanhangers van de Dogme Language Teaching streven naar een vorm van communicatief taalonderwijs die onbelast is door enig voorgedrukt materiaal. Het beginnen van inhoudelijke gesprekken die over praktische items gaan, is het doeleinde van de Dogme-benadering, waarbij het om communicatie draait als inspirator van het leren. Deze leermethode is daarom een communicatieve werkwijze voor onderwijs, die taalonderwijs biedt zonder het gebruik van leerboeken of overige lesmaterialen en zich in plaats daarvan op communicatie tussen de studenten en de taaldocent focust. Het Dogme-taalonderwijs kent, net zoals de Dogme-beweging in de film, tien uitgangspunten (dogma’s).Populariteit
Ondanks dat onderzoek naar het succes van Dogme beperkt is, stelt Thornbury dat de overeenkomsten met taakgericht leren van een taal erop wijzen dat Dogme waarschijnlijk leidt tot vergelijkbare resultaten.Voor- en nadelen van de Dogme benadering
Een pluspunt voor trainers is dat voorbereiding vrijwel niet is vereist. Dat de lerende de verantwoording draagt voor zijn of haar eigen leerproces, kan erg motiverend werken. Zo zijn de lessen nooit voorspelbaar. Dat zorgt voor spontane communicatie en zorgt ervoor dat verveling geen kans krijgt. Tijdens een Dogme-les is zo goed als elk onderwerp bespreekbaar. Zo blijven lerenden alert en betrokken.De studenten kunnen zich echter wel iets ongemakkelijk voelen als ze zo weinig bij de hand worden genomen door de trainer. Ook zijn niet alle taaldocenten in voldoende mate flexibel voor dit type onderwijs. Een ander keerzijde kan zijn dat lerenden zich vaak dienen voor te bereiden op een bepaald examen, terwijl het niet zeker is dat de lesstof daarvoor wordt behandeld tijdens de les.
Growing Participator Approach (GPA)
Bedacht door wie en wanneer
The Growing Participator Approach (GPA) is in het jaar 2007 door Language consultants Greg en Angela Thomson ontwikkeld.Kenmerken van de Growing Participator Approach (GPA)
De GPA-benadering geldt als een alternatieve visie om een vreemde taal te leren. Dat taal en cultuur onlosmakelijk zijn, is de primaire aanname van de GPA. Het gaat bij GPA om veel meer dan alleen het verwerven van de taal; het uiteindelijke doel om tot een volwaardige deelnemer aan het leven in de gastcultuur uit te groeien. GPA hanteert daarom de termen ‘groeiende deelnemer’ in plaats van ‘taallerende’ en ‘verzorger’ in plaats van ‘docent’. De GPA-benadering heeft overeenkomsten met, en is ook gedeeltelijk gebaseerd op, de Natural Approach (natuurlijke aanpak) van Stephen Krashen en Tracy Terrell.De GPA-benadering bestaat uit zes fasen van activiteiten. De activiteiten worden uitgevoerd door de lerende met een verzorger uit de gastcultuur. Begrijpen gaat voor produceren. De nadruk ligt op woordenschat alsook cultuur. Fase 1 van de methode is de zogenaamde hier-en-nu-fase. Deze duurt ruwweg 100 uur. De ‘groeiende deelnemer’ concentreert zich in fase 1 op het luisteren en het non-verbale feedback geven.
Fase 2 van de zogenaamde leermethode is de zogenaamde verhaalopbouwfase. Deze fase duurt om en nabij 150 uur en nu begint de deelnemer de vreemde taal ook te produceren. In fase 3 van de methode ligt de nadruk op ‘gedeelde verhalen’. Dit zijn verhalen die over dagelijkse gebeurtenissen gaan, verhalen die tussen culturen gedeeld worden alsook verhalen die over gedeelde ervaringen gaan. Fase 4 is de fase van het zogenaamde ‘diepe delen’. De deelnemer en de verzorger beginnen nu diepere gesprekken over het leven in de ontvangende cultuur te voeren. In fase 5 van de leermethode beginnen deelnemers zich te richten op taalgebruik van moedertaalsprekers aan de hand van televisie, films of nieuws en literatuur. Ook de taal die vereist is voor het werk wordt geleerd. Fase 6 van de leermethode is de ‘zelfvoorzienende groeifase’. Deze fase kent geen eindpunt. Hierbij gaat het om groei naast de formele taalsessies.
Populariteit
Er is nog vrij weinig bekend over het succes omdat de leermethode van Greg en Angela Thomson nog redelijk nieuw is. Deelnemende studenten zijn vrij enthousiast over de leermethode.Voor- en nadelen van de Growing Participator Approach
Met GPA wordt een duidelijk inzicht op het proces van de taalverwerving geboden. De zes afzonderlijke fasen van de methode bieden realistische doelstellingen en een duidelijk tijdsschema. De lerenden verwerven niet alleen kennis van de taal, maar eveneens van de omgeving en de lerenden verwerven daarnaast een nieuw sociaal netwerk.Het feit dat voor elke deelnemer of minimaal elke groepje deelnemers een ‘verzorger’ moet worden gezocht die bereid is om veel tijd te investeren, is een nadeel van deze leermethode.
Shadowing Technique
Bedacht door wie en wanneer
De Shadowing technique of kortweg Shadowing (‘schaduwen’) is bedacht in de vroege jaren 2000 door Alexander Argüelles; een Amerikaanse polyglot en taalkundige. Kenmerken van de Shadowing Technique
Shadowing is een methode die studenten zelfstandig kunnen toepassen om de uitspraak en intonatie te verbeteren en vloeiendheid in het spreken te verwerven. Het is een relatief eenvoudige techniek van Shadowing: de student luistert naar een audio-opname, bij voorkeur een dialoog en herhaalt wat hij of zij hoort. Het is niet belangrijk om de tekst in de vreemde taal ook te begrijpen; in de eerste plaats gaat het om de klanken. Luisteren en herhalen wordt geoefend tot dit heel soepel gaat en de student simultaan met de opname kan spreken. Na enige tijd zullen de lerenden een transcript gebruiken om te kunnen lezen (en begrijpen) wat zij hebben uitgesproken. Zolang er maar dialogen in staan of stukken samenhangende teksten, zijn diverse lesboeken geschikt voor deze techniek. Het niveau van de audio-opname dient ideaal bezien iets boven het niveau van de lerenden te liggen. De ideale lengte is ruwweg één pagina, op een natuurlijke snelheid en zonder kunstmatige pauzes. Doordat lichamelijke beweging de opname van de te leren taal in het zenuwstelsel versterkt, doet Alexander Argüelles de aanbeveling om te gaan lopen tijdens het spreken, het liefst buiten, en niet te gaan zitten. Een andere reden is dat de studenten minder gauw afgeleid worden als zij bewegen, waardoor het leren van de taal aanzienlijk effectiever wordt.Shadowing heeft veel overeenkomsten met de audiolinguale methode uit de twintigste eeuw, maar het verschil is dat de audiolinguale methode gebruikmaakte van grammaticale driloefeningen in plaats van dialogen of samenhangende teksten. Bij Shadowing is ook simultaan spreken anders.
Populariteit
Er is veel onderzoek gedaan in de afgelopen jaren naar de techniek van Shadowing waaruit blijkt dat de leermethodiek naast de uitspraak ook de luistervaardigheid sterk verbetert. Het algemene begrip van de te leren taal wordt ook vergroot. Voor- en nadelen van de Shadowing Technique
Het praktische pluspunt van Shadowing dat het in een groep van studenten kan worden toegepast, waarbij alle deelnemers actief leren. De methode heeft een hoog rendement.De techniek heeft als nadeel is dat de lerende het soms wat saai kan kunnen vinden om dezelfde tekst te blijven herhalen. De keuze van de teksten is dus erg belangrijk.
Total Physical Response (TPR®)
Bedacht door wie en wanneer
De Amerikaanse psycholoog James J. Asher ontwikkelde de taalverwervingsmethode Total Physical Response, ook wel TPR® genoemd, in de jaren 60 van de vorige eeuw.Kenmerken van Total Physical Response (TPR®)
TPR® is een methode om een vreemde taal te leren die uitgaat van het idee dat mensen met behulp van handelingen en beweging leren. Men leert door te doen, en wel op de manier zoals kinderen hun moedertaal leren. Ouders geven voortdurend taken aan hun jonge kinderen en belonen hen als ze die taken uitvoeren (“kijk naar mama”, “goed zo”). “Pak de lepel”, “Mooi!”, “Trek je schoenen maar aan”, enz.). Het is in de eerste plaats de bedoeling dat het kind begrijpt wat de ouder zegt, het kind gaat verbaal reageren in een later stadium. De luistervaardigheden vormen dus de basis, de spreekvaardigheden komen later.De methode van TPR® past deze principes van de moedertaalverwerving bij het leren van een vreemde taal versneld toe. De trainer geeft op een vriendelijke en begrijpelijke manier taken, bijvoorbeeld: “pak het boek” en doet de taken zelf voor; de studenten doen deze taken na. In het begin wordt nog niet van de lerenden verwacht dat ze spreken; in een later stadium geven de lerenden de taken. Bekende opdrachten worden verder uitgebreid of deels gewijzigd.
TPR® appelleert aan beide hersenhelften door de combinatie van bewegingen en spraak. Het kost hierdoor minder moeite om dingen te leren en het geleerde beklijft ook beter.
Populariteit
De methode van TPR® wordt met name binnen het NT2-onderwijs gebruikt (Nederlands als tweede taal), zeker bij beginnende studenten en ook wel op de basisschool bij Engelse les. Maar middelbare scholieren en volwassenen werken eveneens met plezier met TPR® en behalen goede resultaten.Voor- en nadelen van Total Physical Response
Total Physical Response biedt veel voordelen. Doordat de student veel begrijpelijke inbreng krijgt aangeboden in ‘chunks’ (woorden die bij elkaar horen), krijgt hij of zij snel begrip van de doeltaal. De leermethodiek van Total Physical Response levert vlotte succeservaringen op, wat het plezier in leren bevordert. Dit zorgt voor stressvrij leren. In principe is de methode van TPR® voor alle doelgroepen bruikbaar, ongeacht de achtergrond en deze leeftijd en kan de leermethode ook in wat grotere klassen worden ingezet. De taal wordt direct opgeslagen in het langetermijngeheugen.Dat niet elke taaluiting in TPR®-taken kan worden uitgedrukt, is de keerzijde van TPR®. Hierdoor werkt het tot op een bepaald taalniveau en is daarbij een andere leermethode nodig. Ook is de leermethodiek niet erg creatief. Studenten leren niet om meningen, gevoelens en ideeën uit te drukken.
De Directe Methode (Engels: Direct Method; DM)
Bedacht door wie en wanneer
Eind jaren 80 van de negentiende eeuw bedacht de Duits-Amerikaanse taalkundige Maximilian Delphinius Berlitz (geboren als David Berlizheimer) de Directe Methode. Deze methode wordt ook wel ‘de natuurlijke benadering’ genoemd. Deze Directe Methode is als tegenreactie op de dominante grammatica-vertaalmethode ontwikkeld.Kenmerken van de Directe Methode (DM)
Er was een Reformbeweging rond 1900 met nieuwe visies over leren dat inductief en zelfontdekkend diende te zijn. Deze Reformbeweging betrof overigens niet alleen het leren van een vreemde taal, maar eveneens voeding, natuurgeneeskunde, kleding en naturisme. Men streefde, net zoals in de jaren zestig van de vorige eeuw, rond 1900 naar meer natuurlijke leefwijzen en een bevrijding van keurslijven. Binnen het taalonderwijs kwam veel aandacht voor gesproken, ‘levende’ taal. Hierbij werd de grammatica vooral inductief aangeboden, met voorbeeldzinnen. De taalregels moesten de lerenden hieruit afleiden. Veel mondelinge oefeningen en met meer aandacht kwamen er voor de uitspraak van de taal. Het werd aangemoedigd om de lerenden veel te laten praten. Nieuw was ook dat de taalles in de vreemde taal werd gegeven. Tijdens de les werd nadrukkelijk niet vertaald. Met behulp van afbeeldingen en voorbeelden werd de woordenschat van de vreemde taal aangeleerd. Lerenden boden zelf abstracte vocabulaire aan om ideeën te laten associëren.Populariteit
Mede door invloed van de oorlogen en crises verdween de golf van vernieuwing van begin twintigste eeuw langzaam, om in de jaren 60 weer een andere vorm te krijgen.Taleninstituten als Berlitz en Interlingua werken nog altijd met (een moderne vorm van) de Directe Methode.
Voor- en nadelen van de Directe Methode
Dat het een vrij natuurlijke manier van leren is, is het grote pluspunt van de Directe Methode. Bij de Directe Methode wordt veel aandacht besteed aan spreken en luisteren, waardoor de lerenden vloeiendheid en zelfvertrouwen kunnen krijgen. Keerzijden kent deze methode echter ook. De Directe Methode schenkt nauwelijks aandacht aan de schrijfvaardigheid en ook relatief minder aandacht aan lezen in de doeltaal. De methode biedt te weinig uitdagingen voor lerenden die al wat meer meer gevorderd zijn. De Directe Methode is eveneens niet heel bruikbaar voor minder snel lerende studenten, doordat deze methode is gebaseerd op een dynamische inzet vanuit de student.De Manesca-methode (Engels: Manesca Method)
Bedacht door wie en wanneer
Jean Manesca publiceerde in 1835 An Oral System of Teaching Living Languages Illustrated by a Practical Course of Lessons in the French through the Medium of the English (“Een mondelinge methode voor het onderwijzen van levende talen, aan de hand van een praktische cursus Frans door middel van het Engels”). In januari 2015 ging An oral system of teaching living languages in herdruk.Kenmerken van de Manesca-methode
De Manesca-methode gaat van hetzelfde principe uit als waar de Natural Approach (‘natuurlijke aanpak’) voor staat: de beste manier om vreemde talen te leren, is de manier waarop een kind de moedertaal leert. Het leren van een taal moet gemakkelijk en veilig zijn. Manesca wil daarom niet met abstracte lijstjes of regels met woorden werken die uit het hoofd geleerd moeten worden.De Manesca-methode staat bekend als de eerst bekende, volledige taalcursus. De methode is op het werken met een groep van lerenden en een taaldocent gebaseerd, die steeds één nieuw woord tegelijk introduceert. Bij elk woord hoort een bepaalde beweging. De studenten herhalen vervolgens na elkaar het woord en deze beweging. Deze herhaling helpt de studenten de woorden te onthouden, zonder dat uit het hoofd geleerd hoeft te worden. Stap voor stap vormen de woorden zinnen en vervolgens variaties op deze zinnen. De spelling wordt aangeboden in een later stadium met leesteksten.
De Manesca-methode is al enkele jaren later door grammaticaschrijver en taaldocent de Duitse grammaticaschrijver en taaldocent Heinrich Gottfried Ollendorff overgenomen en aangepast en staat dan ook wel bekend als de Ollendorff-methode.
Populariteit
Manesca is twee jaar na de publicatie van zijn methode overleden. Het werk van Jean Manesca is door anderen opgepakt en aangepast, onder wie Ollendorff. Veel van de ideeën van Jean Manesca zijn nog actueel en worden nog steeds toegepast in het moderne vreemdetalenonderwijs.Voor- en nadelen van de Manesca-methode
De sterke kant van de Manesca of Ollendorff-leermethode is het combineren van spreken en bewegingen maken, waardoor het fysieke geheugen wordt aangesproken en het geleerde gemakkelijker en langer door de lerenden wordt onthouden. Wat daar eveneens aan bijdraagt, is het vele herhalen. Het feit dat dit wat saai wordt om steeds dezelfde woordjes en zinnen te blijven herhalen, kan een keerzijde zijn.Silent Way
Bedacht door wie en wanneer
The Silent way (‘de stille manier’) is ontwikkeld in het jaar 1963 door de Egyptenaar Caleb Gattegno.Kenmerken van de Silent Way
De stille manier is een taalleermethode die stilte gebruikt als instructiemiddel. Caleb Gattegno’s methode gaat uit van de autonomie van de student en diens actieve deelname.Een combinatie van stilte en gebaren wordt gebruikt door de trainer om de aandacht te trekken van de lerenden, reacties uit te lokken en de lerenden aan te moedigen om fouten te corrigeren. Er wordt veel tijd aan de uitspraak besteed.
Caleb Gattegno, die van oorsprong wiskundige was, vond het van belang om taalles te geven op een manier die efficiënt voor de energievoorraad van zijn studenten was. Gattegno ontdekte dat het in verhouding weinig energie kost om een auditief of visueel beeld te onthouden, veel minder energie dan als we proberen iets uit het hoofd te leren. Het betoog van hem was dat de trainers niet zozeer dienen te streven naar kennisoverdracht, maar bewustzijn aan dienen te boren, omdat alleen het bewustzijn het mogelijk maakt om iets te kunnen leren.
Eén van de hulpmiddelen waar The Silent Way gebruik van maakt, zijn gekleurde staven (zogenaamde cuisenaire-staven) die kunnen worden gebruikt voor allerlei dingen. De methodiek gebruikt ook Words in Colour; een kleurenkaart voor klanken waarbij elke kleur een specifieke klank van de taal vertegenwoordigt, gekleurde woordgrafieken voor het werken aan zinnen en gekleurde grafieken die worden gebruikt voor het leren van de spelling.
Populariteit
Caleb Gattegno’s ideeën zijn wel van betekenis geweest, met name bij het leren van de uitspraak van de doeltaal, alhoewel de Stille Methode in de oorspronkelijke vorm niet veel wordt gebruikt.Voor- en nadelen van de Silent Way
De sterke kant van de methodiek van Gattegno is dat zijn benadering niet-bedreigend is voor lerenden, die per slot van rekening worden beschouwd als autonoom. De trainer is in feite dienstbaar aan de studenten, niet andersom. Met The Silent Way wordt het leren van een vreemde taal op een natuurlijke wijze gestimuleerd. Het geleerde wordt vaak goed verwerkt en onthouden door lerenden uit te dagen nieuwe dingen te ontdekken. De lerende ‘mag’ fouten maken, wat helpt bij het leerproces.Het kan een minpunt zijn dat een aantal studenten intensievere begeleiding nodig heeft dan de methode voorstaat. Door de afwezigheid van inbreng van de trainer zouden studenten gefrustreerd kunnen raken. De limiterende factor van het werken met kleuren en grafieken is dat ‘het nieuwe’ er vrij snel af is. Hierdoor verdwijnt het effect.
TPR Storytelling
Bedacht door wie en wanneer
TPR Storytelling of ‘TPRS’ houdt in Teaching Proficiency through Reading and Storytelling. Deze methode is in 1990 door Blaine Ray ontwikkeld, een Amerikaanse docent Spaans, en komt voort uit de TPR-methode (Total Physical Response).Kenmerken van TPR Storytelling
TPR Storytelling is een taalverwervingsmethode die gebruikmaakt van verhalen om een taal te leren. Het principe van TPRS is natuurlijke taalverwerving: een vreemeen taal leren zoals kinderen de moedertaal leren. Om dit te bereiken, worden studenten aan een grote hoeveelheid begrijpelijke input blootgesteld. De taaltrainer vertelt een verhaal, waarin nieuw te leren woorden meerdere keren voorkomen. Deze verhalen zijn interessant of humoristisch en niet te lang. De verhalen zijn eenvoudig te begrijpen, hierdoor ontspannen lerenden zich. Zo worden woorden en structuren vrijwel ongemerkt in het langetermijngeheugen opgeslagen. De trainer wijst de student op grammaticale fenomenen, zonder dat studenten regels uit hun hoofd hoeven te leren.De studenten zullen na een poosje ‘vanzelf’ beginnen te spreken en de grammaticale structuur imiteren. Dit is een natuurlijk proces. Een variant hierop is om met een groep lerenden een verhaal op te bouwen. De trainer schrijft hierbij eerst nieuwe woorden en structuren op het schoolbord, met de vertalingen erbij, om daarna hiervan een verhaal te maken met de studenten. Tot slot wordt het verhaal door de lerenden naverteld. Een belangrijk onderdeel van TPR Storytelling is lezen, omdat dit voor input zorgt. Schrijven volgt in een later stadium.
Populariteit
Er zijn veel onderzoeken gedaan die uitwijzen dat TPR Storytelling een succesvolle manier is om een vreemde taal te verwerven. Er zijn wel randvoorwaarden: de setting moet geschikt zijn en de taaltrainer moet ervoor getraind zijn.Voor- en nadelen van TPR Storytelling
Het is een laagdrempelige wijze van taalverwerving en het geleerde wordt grondig verworven. TPRS spreekt eveneens de creatieve intelligentie aan; TPR Storytelling is een breinvriendelijke leermethode. TPR Storytelling is prettig voor de lerende en het is niet moeilijk om de aandacht erbij te houden. Voor de studenten werkt de methode heel motiverend om zelf verhalen te maken.Een nadeel is dat TPR Storytelling veel voorbereiding van de taaldocent vraagt.
Commerciële methodes voor zelfstudie
De Rosetta Stone methode
Bedacht door wie en wanneer
De Rosetta Stone-leermethode is vernoemd naar de Steen van Rosetta, een steen die in Egypte werd gevonden met tweetalige teksten, waarmee uiteindelijk de hiërogliefen worden konden ontcijferd. Het is eveneens de naam van het softwarebedrijf dat de taalcursussen verkoopt. De eerste versie van deze leermethode is in het jaar 1996 uitgebracht.Kenmerken van de Rosetta Stone methode
De Rosetta Stone methode is een wijze om een vreemde taal te leren achter een computer. Deze taalcursussen zijn in meer dan dertig verschillende talen beschikbaar en ze zijn te volgen vanuit elk van deze talen.De Rosetta Stone-methode is een communicatieve methode, die de manier imiteert waarop een kind de moedertaal leert. Dat houdt in ‘leren door middel van onderdompeling’, door veel te luisteren en na te spreken. Het programma gebruikt hier stemmen van moedertaalsprekers en foto’s voor voor het overbrengen van de betekenis van nieuwe woorden in de doeltaal. Er is een spraakherkenningsprogramma dat de uitspraak registreert en een schematische weergave hiervan maakt. Dit maakt het mogelijk voor de lerende om de uitspraak te vergelijken met die van een moedertaalspreker (native speaker). Door de voorbeeldspreker langzamer te laten spreken en de studenten vervolgens veel na te laten zeggen, kan uitspraakverbetering worden bereikt.
Er zijn dictee-oefeningen voor de schrijfvaardigheden van de studenten. De software controleert de grammatica en spelling en wijst op fouten, waarbij de mogelijkheid bestaat om deze fouten van de studenten te verbeteren.
Het programma van Rosetta Stone biedt eveneens leesteksten. De teksten gaan over dagelijkse onderwerpen, ideeën en activiteiten.
Populariteit
Wereldwijd wordt de methode van Rosetta Stone veelvuldig toegepast en niet door de minsten. Onder andere het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse zaken en de NASA maken er gebruik van. Rosetta Stone wordt in ons land gebruikt door enkele ministeries en diverse hogescholen en universiteiten en ook door een aantal internationale organisaties.Voor- en nadelen van de Rosetta Stone methode
Rosetta Stone is zeer eenvoudig in gebruik en de methode kan op ieder moment door de lerende gebruikt worden. De student bepaalt zelf welke onderdelen van de methode meer of wellicht minder aandacht kunnen gebruiken. Veel lerenden ervaren het als prettig om met de Rosetta Stone-methode te werken. Bij een gebrek aan taaldocenten kan Rosetta Stone een oplossing bieden voor scholen. Een minpunt kan zijn dat er geen trainer is om de studenten te motiveren of wat extra’s te kunnen bieden.De Pimsleur methode
Bedacht door wie en wanneer
De taalcursussen van Pimsleur zijn ontwikkeld door Amerikaans taalkundige Dr. Paul M. Pimsleur. Zijn eerste taalcursus was een cursus Grieks, die hij introduceerde in 1963.Kenmerken van de Pimsleur methode
De methode van Pimsleur is een Amerikaans computerprogramma om nieuwe talen te leren.De taalcursussen bestaan uit zinnetjes/dialoog in de doeltaal die door de student worden nagesproken en herhaald. De zinnetjes zijn ingesproken door native speakers (moedertaalsprekers). De cursussen zijn gebaseerd op herhaling, anticiperen, woordenschat en wederom herhaling. De les omvat een audio-opname van dertig minuten met nieuwe vocabulaire en taalstructuren. De grammaticale structuur wordt niet apart uitgelegd maar aangeboden via uitbreiding van, en variaties op, de zinnetjes.
Dr. Pimsleur deed onderzoek naar het meest optimale interval waarmee geleerde informatie van het kortetermijngeheugen overgaat naar het langetermijngeheugen. Dit (gemiddelde) interval is in de Pimsleur taalcursussen geïntegreerd.
Populariteit
Onder andere Amerikanen volgen de taalcursussen van Pimsleur en de ervaringen met Pimsleur lopen uiteen. De lerenden zijn in het algemeen tevreden over de aangeleerde uitspraak van de vreemde taal.Voor- en nadelen van de Pimsleur methode
Omdat de insprekers van de zinnen moedertaalsprekers (native speakers) zijn en op een natuurlijke wijze in een normaal tempo spreken, werkt de Pimsleur-methode heel goed om de uitspraak van de doeltaal te verbeteren.Het feit dat er niets wordt uitgelegd, is een nadeel van de methode. Gebruikers leren geen bouwstenen van de taal om zelf een zin te maken, maar moeten het doen met duizenden voorbeeldzinnen die uit het hoofd worden geleerd.
De Michel Thomas methode
Bedacht door wie en wanneer
De Michel-Thomas-methode is bedacht, niet geheel verwonderlijk, door Michel Thomas (geboren als Moniek Kroskof); een genaturaliseerde Amerikaandie oorspronkelijk in Polen is geboren. Kort na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde hij zijn leermethode in een eigen taleninstituut in Beverly Hills, Los Angeles, die beroemdheden zoals Barbra Streisand, Diana Ross, Mel Gibson, Emma Thompson, Pierce Brosnan en Bob Dylan tot zijn klantenkring kan rekenen.Kenmerken van de Micheal Thomas methode
Michel Thomas’ uitgangspunt was dat iemand alleen kan leren leren als hij of zij stressvrij is. Hij begon met de studenten duidelijk te maken dat ze zich geen zorgen hoefden te maken dat ze iets zouden vergeten.De taalcursussen zijn audiolessen die zijn ingesproken door twee acteurs; een mannelijke en een vrouwelijke. De setting is bij Michel Thomas een virtueel klaslokaal, waarin de student als de derde student fungeert. De student luistert mee met de les van de stemacteurs. Als een vraag aan de acteurs gesteld wordt, is het de bedoeling dat de cursisten op de pauzeknop drukken en eerst zelf de vraag beantwoorden. Er wordt geen huiswerk gegeven en er hoeft niet uit-het-hoofd te worden geleerd. Bij de methode worden de lessen opgebouwd in kleine stapjes en nieuwe stof wordt afgewisseld met reeds bekende stof. De uitleg wordt in de Engelse taal gegeven. Er wordt bijvoorbeeld op eventuele verbanden gewezen tussen de Engelse taal en de doeltaal. Er wordt ook grammaticale uitleg gegeven. Bij de methodiek van Michel-Thomas wordt makkelijke lesstof eerst aangeleerd, moeilijkere lesstof volgt pas nadat de makkelijke stof door de lerende begrepen en verworven is. Behalve woorden en zinnen worden ook bouwstenen geleerd waarmee de lerenden zelf zinnen kunnen bouwen. Ook maakt de methodiek gebruik van flashcards zodat lerenden zelf hun vocabulaire kunnen toetsen en online oefeningen kunnen maken om hun eigen vooruitgang te meten.
Populariteit
Veel mensen ze zijn tevreden over de uitleg van de structuren van de doeltaal en vinden de cursus plezierig werken. De studenten die wat verder gevorderd zijn, vinden de cursussen wat minder nuttig.Voor- en nadelen van de Micheal Thomas methode
De methode van Michel Thomas is zeer toegankelijk en traint de uitspraak en de luistervaardigheid van de vreemde taal op efficiënte wijze. Het feit dat de cursus niet in schrijfvaardigheid voorziet, is een nadeel. Van daadwerkelijke interactie is ook geen sprake, omdat de leermethode uit een audiocursus bestaat.De Assimil methode
Bedacht door wie en wanneer
Assimil is een Frans bedrijf, dat in 1929 door schrijver en polyglot Alphonse Chérel is opgericht. Het bedrijf Assimil maakt en publiceert cursussen voor vreemde talen. Dit begon met hun eerste boek Anglais sans Peine.Kenmerken van de Assimil methode
‘Assimileren’ betekent ‘opgaan in de andere groep, mengen met’, wat voor taalcursussen wel een hooggegrepen streven is. De Assimil-taalcursussen zijn zelfstudielessen die bestaan uit een leerboek en audio-CD’s alsook een USB-stick. De cursist werkt idealiter ongeveer twintig minuten per dag.De lessen bestaan uit dialogen die beluisterd, nagesproken en gelezen worden. De vertaling staat naast de dialoog, samen met grammaticale uitleg. Om de uitspraak van de vreemde taal te trainen, maakt Assimil gebruik van zinnetjes die door native (moedertaal) speakers zijn ingesproken en die de gebruiker dient te herhalen. De opbouw verloopt van receptief naar productief: in de eerste lessen wordt nog geen taalproductie van de gebruikers verwacht; dit komt pas na ongeveer 50 taallessen.
Populariteit
De Assimil-cursussen zijn vrij populair. Ze zijn relatief voordelig en er is een ruim aanbod aan talen.Voor- en nadelen van Assimil
Dat de cursist in zijn of haar eigen tempo kan leren wanneer dit het beste uitkomt, is het pluspunt van de Assimil-methode. De keerzijde hierbij is, wat voor alle computertaalcursussen geldt, dat de student is overgeleverd aan zichzelf. Er is geen taaltrainer om de cursist te motiveren of te begeleiden.ALGEMENE LEERMETHODES
Audio-Lingual Method (ALM) (Army Method/New Key)
Bedacht door wie en wanneer
De audiolinguale methode was reeds in de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw in Amerika en Engeland ontwikkeld, onder meer door de Amerikaanse taalkundige Leonard Bloomfield. Doordat de Tweede Wereldoorlog uitbrak, werd het noodzakelijk om de (Amerikaanse) soldaten elementaire verbale communicatieve vaardigheden te leren. Door de invloed van het leger werd de audiolinguale methode ook bekend als de ‘legermethode’.Kenmerken van de Audio-Lingual Method (ALM)
De audiolinguale methode kan gezien worden als antwoord op de grammatica-vertaalmethode. Het was nieuw dat de taallessen volledig in de doeltaal plaatsvonden. De belangrijkste vaardigheden zijn spreken en luisteren en grammaticale structuren worden geleerd met behulp van mondelinge structuuroefeningen. De bedoeling is foutloos kunnen verstaan en spreken, wat begint met leren naspreken. Herhaling is het middel hiervoor; er wordt met drills gewerkt om zinnen alsook structuren te leren beheersen, zodat reacties spontaan en als het ware automatisch worden. De taaldocenten kunnen bijvoorbeeld een zin tien keer herhalen en vervolgens een extra woord hieraan toevoegen. Bij de audiolinguale methode wordt veel gewerkt in de zogenaamde talenpractica, waarbij studenten een hoofdtelefoon op hebben en zinnen beluisteren en deze zinnen nazeggen. De geschreven taal wordt pas behandeld als de mondelinge taal inmiddels vertrouwd is. Er worden wel afbeeldingen gebruikt om nieuwe woorden te introduceren.Populariteit
De methode werd in Nederland pas geïntroduceerd rond het jaar 1970 toen de Mammoetwet van kracht werd. Er kwamen al snel bezwaren tegen deze inhoudsloze drills. De techniek wilde wel eens haperen. Hierdoor raakten de talenpractica vrij gauw in onbruik. In plaats van de talenpractica werden de voor mondeling gebruik bedoelde structuuroefeningen schriftelijk gemaakt. Leerboekenschrijvers namen de markt weer over en boden weer expliciete grammaticaregels aan. Toch liet de audiolinguale methode wel sporen na. Het was nu alom geaccepteerd dat het bij het leren van een taal niet gaat om het memoriseren van de regels van de grammatica, maar om het gebruik. De luistervaardigheid, die vóór de jaren zeventig voor veel docenten niet bestond, was ontdekt.Voor- en nadelen van de Audio-Lingual Method
De audiolinguale methode is effectief voor studenten die beginnen. Direct van het begin wordt de correcte uitspraak aangeleerd. De audiolinguale methode is docentgestuurd en daardoor kan deze methode een snelle en efficiënte overdracht van kennis bieden. Deze audiolinguale methode kan ook bij grote(re) groepen worden toegepast.Dit docentgestuurde aspect heeft tegelijkertijd een keerzijde; eigen inbreng wordt niet van de studenten verlangd. Hierdoor ligt het risico op passiviteit en onvoldoende motivatie en betrokkenheid op de loer. Een bijkomend bezwaar van de methode is dat de geoefende drills niet zo eenvoudig zijn om te zetten in levend taalgebruik.
GoldList Method (GLM)
Bedacht door wie en wanneer
De GoldList Method (‘gouden lijst-methode’) is ontwikkeld door polyglot David J. James, alias Viktor Dmitrievitch Huliganov of Uncle Davey.Kenmerken van de GoldList Method (GLM)
Deze GoldList Method is een leermethode om woorden of zinnen te leren op een zodanige manier dat deze plaatsnemen in het langetermijngeheugen. Deze methode werkt middels zelfgeschreven woordenlijsten die herhaald worden na verloop van tijd. De opgeschreven woorden en zinnen worden hardop gelezen door de student. Deze woorden en zinnen uit het hoofd te leren, is niet de bedoeling, maar dit gaat vanzelf door de blootstelling. Deze woordenlijst wordt telkens bijgewerkt; woorden die aangeleerd zijn, worden van de lijst gehaald. De woorden die nog altijd problemen opleveren, blijven op de lijst op de woordenlijst staan.Populariteit
Aanhangers van de GoldList-methode claimen dat deze zinnen en woorden spontaan in het langetermijngeheugen van de student worden opgeslagen, iets dat door geheugenwetenschappers bestreden wordt. Volgens deze geheugenwetenschappers wordt kennis in het algemeen opgeslagen wanneer deze relevant en van betekenis is. De GoldList-methode kan dus alleen functioneren voor woorden die betekenisvol en relevant zijn voor de lerende.Voor- en nadelen van de GoldList Method
Voor studenten die het prettig vinden om bijvoorbeeld Post-its® als geheugensteun te gebruiken, kan deze GoldList-methode functioneren. Met de hand schrijven werkt effectiever dan typen of, redelijk zinloos: een foto maken, doordat het fysieke deel van het geheugen door het schrijven meewerkt en wordt aangesproken. Een keerzijde is het gebrek aan context. Talen zijn veel meer dan een serie losse woorden en/of zinnen. De GoldList-methode is daarnaast bijzonder tijdrovend omdat steeds met de hand geschreven lijsten moeten worden aangemaakt.De Natural Method
Bedacht door wie en wanneer
De Natural Method, ook wel de Natural Approach (de ‘natuurlijke aanpak’) genaamd, is ontwikkeld in 1983 door Tracy Terrell en Stephen D. Krashen.Kenmerken van de Natural Method
De Natural Method is gericht op een natuurlijke wijze van taalverwerving. De methode probeert de vreemde taal aan te leren op de manier waarop mensen als kind hun moedertaal leerden. Op die wijze leert men onbewust ook de taalregels van de te leren taal. Alleen de doeltaal met een aantal visuele hulpmiddelen wordt hiervoor gebruikt. Een stressvrije leeromgeving is het streven van de leermethode. Een aanzienlijke hoeveelheid begrijpelijke input wordt aan de studenten blootgesteld. Bij de deze methode wordt de taalproductie niet geforceerd, maar mag spontaan ontstaan. De methode legt de nadruk op communicatie en niet zo zeer op expliciete grammatica en het corrigeren van vormfouten.Als de lerende wordt ondergedompeld in de vreemde taal, is de leermethode het meest effectief. Om ervoor te zorgen dat de studenten van de ervaringen kunnen genieten, moeten de leeractiviteiten in de te leren taal stimulerend zijn.
De Natural Method heeft vrij veel overeenkomsten met de Directe Methode. Het idee van natuurlijke taalverwerving is het uitgangspunt van beide methoden; het verschil tussen deze twee leermethoden is dat de Directe Methode meer de focus legt op de praktijk en de Natural Method meer op de blootstelling aan taalinput en het verminderen van spreekangst.
Populariteit
Het feit dat onderdompeling erg effectief is, is al vaak bewezen. Doordat de natuurlijke aanpak betrekkelijk eenvoudig is om te begrijpen, is de methode een populaire wijze van lesgeven onder taaltrainers. Maar er is ook kritiek op de natuurlijke aanpak. De leermethode richt zich vooral op het impliciet leren van de grammatica. Studenten zouden inderdaad leren in de vreemde taal te communiceren, maar door onvoldoende kennis van de grammatica in een wat gebrekkige, vereenvoudigde versie van de taal blijven steken.Voor- en nadelen van de Natural Method
Het wordt als prettig ervaren om op een natuurlijke manier een taal aan te leren. Lerenden krijgen de kans voor het opbouwen van een persoonlijke band met de taal. Doordat de studenten niet ‘uit het hoofd hoeven te leren’, beklijft het geleerde voor een langere tijd.Omdat er bijna geen druk ligt op de taalproductie, kan het nadeel zijn dat het langer duurt voor er resultaten geboekt worden. De methode bereidt lerenden eveneens niet per se voor op een bepaald examen.
Structurele Aanpak
Bedacht door wie en wanneer
De Structural Approach (afgekort SA) ofwel de ‘Structurele Aanpak’ is door de Amerikaanse taaldocent Charles en Robert Lado ontwikkeld in de jaren 50.Kenmerken van de Structurele Aanpak (SA)
Deze Structurele Aanpak is een manier van taalverwerving met als doel de lerende vertrouwd te maken met de grammaticale en fonologische structuren van de taal. Volgens de Structurele Aanpak levert het beheersen van deze structuren meer op dan het verwerven van woordenschat. Bij de methode draait het om het herkennen en kunnen toepassen van bepaalde woordcombinaties en groepen woorden in de juiste woordvolgorde. De vaste combinaties worden in betekenisvolle situaties met gebruik van visualisatie, dramatisering, handelingen en gezichtsuitdrukking gepresenteerd aan de studenten. De structuren die in de praktijk het meest in de doeltaal gebruikt worden, worden als eerste aangeboden. Mondelinge vaardigheid (luisteren en spreken) wordt hierbij in eerste instantie gebruikt; hieruit volgen lezen en schrijven. Bij het aanleren en verbeteren van de productieve vaardigheid (spreekvaardigheid en schrijfvaardigheid), krijgt de grammatica een belangrijke plek. Andere benamingen voor de Structurele Aanpak zijn de Structural-Situational Approach (structurele-situationele benadering) en de Structural-Oral-Situational Approach (structurele-mondeling-situationele benadering).Populariteit
De Structurele Aanpak werd in de jaren vóór 1970 gebruikt op vrij grote schaal voor het geven van Engelse les in Engelssprekende landen, voormalige Britse koloniën alsook in Maleisië.Voor- en nadelen van de Structurele Aanpak
Een structurele aanpak heeft als voordeel dat de studenten de taal op een accurate manier wordt geleerd. De studenten krijgen inzicht in de grammatica van de taal en leren eveneens in welke situatie woorden of woordcombinaties wel of niet passend zijn. De methode van de Structurele Aanpak gebruikt alledaagse taal. De Structurele Aanpak heeft eveneens nadelen. De methodiek is tamelijk tijdverslindend en biedt niet direct een succeservaring. De eigen inbreng van lerenden is behoorlijk beperkt; de methode is niet echt creatief.Communicatief taalonderwijs (Engels: Communicative Language Teaching; CLT)
Bedacht door wie en wanneer
Het communicatief Taalonderwijs (In het Engels: Communicative Language Teaching; CLT), ook wel ‘De Communicatieve benadering’ (In het Engels: Communicative Approach; CA) genoemd, is ontstaan in de jaren 60 van de vorige eeuw onder invloed van ideeën van Noam Chomsky, die de nadruk op competenties bij het leren van een taal legde. Taalkundige Dell Hymes was in het jaar 1966 de grondlegger van het concept communicatieve vaardigheden.Kenmerken van Communicatief taalonderwijs (CLT)
Communicatief talenonderwijs gaat uit van de gedachte dat interactie het uiteindelijke streven is bij het leren van een taal.De studenten leren met gebruik van de CLT-technieken de te leren taal in de praktijk te brengen door de interactie met elkaar en de taaldocent. Authentieke teksten in de te leren taal of ander materiaal uit het dagelijks leven en/of de werkomgeving worden gebruikt. Zowel tijdens als buiten de les wordt de doeltaal gebruikt.
Studenten praten met medestudenten over persoonlijke gebeurtenissen en taaltrainers dragen onderwerpen aan buiten het domein van de traditionele grammatica, om de taalvaardigheid in allerlei soorten realistische situaties te oefenen. De grammatica wordt inductief onderwezen, dat wil zeggen aan de hand van de praktijk, van waaruit de regel volgt.
Bij communicatief taalonderwijs zijn docenten echt trainers, die studenten helpen in de vreemde taal te communiceren.
Populariteit
In de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw werd communicatief taalonderwijs heel populair, gedeeltelijk omdat de traditionele taalonderwijsmethodes niet heel succesvol waren gebleken. Binnen een verenigd Europa kwam meer vraag om een taal te leren middels een methode die direct toepasbaar was.Voor- en nadelen van Communicatief taalonderwijs
CLT (communicatief taalonderwijs) kent veel sterke aspecten. Lerenden ‘kunnen’ al snel ‘iets’ in de doeltaal; de methode is studentgericht en functioneel. Door het gebruik van authentieke materialen, leren de studenten de woorden die zij moeten weten. CLT is een efficiënte methode. Deze methode is stimulerend voor de lerenden, omdat zij gauw succeservaringen hebben. Foutjes mogen worden gemaakt; al doende wordt de vaardigheid geleerd en daarna geperfectioneerd. Een nadeel van deze communicatieve benadering is dat voor grammatica, vocabulaire dat niet direct toepasbaar is en uitspraak minder aandacht wordt geschonken. De voorbereiding en de planning vereist veel meer tijd van de trainer en vraagt een actieve deelname van studenten. Deze manier van een vreemde taal leren, is voor sommige lerenden lastig of afwijkend, afhankelijk van welke achtergrond zij hebben. De methode Communicatief taalonderwijs traint de taalvaardigheden; hierbij gaat het vooral om de functie en niet zo zeer om de vorm en CLT biedt als zodanig geen samenhangend geheel.Grammatica-/vertaalmethode (GVM) (Engels: Grammar-Translation Method; GTM)
Bedacht door wie en wanneer
In de 18de en de 19de eeuw richtte taalonderwijs vooral op praktisch taalgebruik. Er word geleerd om gebruiksklare zinnetjes, dialogen, idiomatische uitdrukkingen, woordenlijsten etcetera na te spreken, uit het hoofd te leren en vervolgens op te zeggen. Dit werd op een andere wijze gedaan door Johann Valentin Meidinger; docent Frans en Italiaans uit Duitsland. Rond het jaar 1783 ontwikkelde hij een methode waarin de grammatica in het middelpunt stond. Meidinger wordt als grondlegger van de grammatica-vertaalmethode (Grammar-Translation Method; GTM) beschouwd.Kenmerken van de Grammatica-/vertaalmethode (GVM)
Deze methode was gestoeld op het onderwijs in het Latijn, wat de taal van de wetenschap, de cultuur en de religie was. Onderwijs in Latijn was vanzelfsprekend op geschreven teksten van klassieke schrijvers gericht en was geheel op vertalen en grammatica gericht. Dat werd destijds als een degelijke en wetenschappelijke aanpak gezien. De Grammatica-/vertaalmethode gaat van de analyse van taalvormen en taalstructuren uit waarbij studenten zelf inzicht ontwikkelen. De lees- en schrijfvaardigheid dus belangrijk bij de Grammatica-vertaalmethode. De nadruk ligt op literatuur, vertalen en uit het hoofd leren van woordenlijsten in de vreemde taal. De taaldocent draagt de kennis over, de lerenden memoriseren.Populariteit
Hoewel al sinds halverwege de negentiende eeuw ook tegengeluiden te horen waren, heeft de grammatica-/vertaalmethode tot recente datum een grote invloed op het talenonderwijs gehad.Voor- en nadelen van de Grammatica-/vertaalmethode
Aan mensen die het een uitdaging vinden om dingen uit het hoofd te leren, vormt deze grammatica-/vertaalmethode vormt een aardige mentale training. De methode biedt eveneens inzicht in de structuur, doordat de nadruk op de grammatica gelegd wordt.De grammatica-/vertaalmethode heeft echter meer minpunten dan pluspunten. Het grootste pluspunt is dat de spreekvaardigheid en luistervaardigheid bij de methode ver achterblijft, waardoor de taal zelfs na jaren studie nauwelijks mondeling toegepast kan worden. Deze methode staat ver af van het dagelijks gebruik van de taal, ook in de context die aangeboden wordt, omdat het meestal om literair taalgebruik gaat. Bij het werken in groepsverband geeft de methode niet de mogelijkheid tot differentiatie of tot een eigen creatief leerproces bij de lerende. Lerenden fungeren alleen als toehoorders en uitvoerders.
Onderdompeling (Engels: immersion)
Bedacht door wie en wanneer
Sinds de jaren 70 wordt de leermethode ‘onderdompeling’ (Engelse naam: language immersion) over de hele wereld gebruikt, voornamelijk op middelbare scholen waarbij een schoolvak (zoals het vak wiskunde) in de vreemde taal wordt gegeven. In Nederland is ‘onderdompeling’ ook wel bekend als de methode die wordt toegepast bij Taleninstituut Regina Coeli, ‘de nonnen van Vught’. De methode is daar in 1963 ontstaan met Franse nonnen die Franse taalles aan rijke dames uit Vught onderwezen.Kenmerken van onderdompeling
Onderdompeling houdt in dat degene die de taal leert, vanaf het begin door de nieuwe taal omgeven wordt. De instructies worden gegeven in de doeltaal; eerst langzaam en met veel herhaling en later op een natuurlijkere manier. Vanaf het begin wordt de student ook uitgedaagd om in de nieuwe taal te spreken. De methode werkt met rollenspellen en simulaties. Op onderwijsinstellingen die werken met onderdompeling, wordt veelal de omgeving in de stijl van de doeltaal ingericht om een situatie te creëren alsof de lerenden in het land zijn waar de te leren taal wordt gesproken. De studenten oefenen één-op-één of in kleine groepjes met spreken. Een andere manier om een taal te leren door middel van onderdompeling, is naar het land van de te leren taal reizen en daar in een gastgezin verblijven.Populariteit
De methode van onderdompeling wordt beschouwd als een heel goede leermethode voor vreemde talen. Voornamelijk de mondelinge taalbeheersing kan op deze manier uitstekend worden aangeleerd.Voor- en nadelen van onderdompeling
Het grote voordeel is dat met deze methode snel resultaten wordt bereikt, omdat de methode zo intensief is. Omdat de student wordt erdoor omgeven, is de leermethode een kwestie van ‘sink or swim’; hij of zij moet wel in de te leren taal gaan communiceren. De lerenden zijn feitelijk 24 uur per dag aan het leren. Het samen oefenen in groepen versterkt de sociale interactie. Dit wordt door de studenten als motiverend ervaren.Dat het bereikte resultaat niet altijd wordt vastgehouden, is een keerzijde. Als iemand in een korte tijd een nieuwe taal leert, door in het land te zijn of door in een kunstmatig gecreëerde omgeving te zijn ondergedompeld, maar vervolgens weer tot de orde van de dag overgaat, is de kans groot dat het nieuw geleerde relatief snel wegzakt. Een ander nadeel kan zijn dat een dergelijke taaltraining nogal intensief is. Niet elke lerende heeft genoeg conditie om deze wijze van leren vol te houden.
Suggestopedie (Suggestopedia)
Bedacht door wie en wanneer
Suggestopedia is een (taal)leermethode uit de zeventig jaren van de vorige eeuw. Deze leermethode is ontwikkeld door de Bulgaarse psychotherapeut Georgi Lozanov.Kenmerken van Suggestopedie
Suggestopedie is gebaseerd op het principe van de suggestie. Lozanov was van mening dat positieve suggestie een voorwaarde is om (een taal) te kunnen leren. Een ontspannen sfeer en wederzijds vertrouwen tussen de docent en de student zijn daarvoor essentieel. Hiervoor is de voorwaarde dat de student zich ontspannen en veilig voelt. Leslokalen met rijopstellingen waren uit den boze om dit te kunnen bewerkstelligen. Studenten zaten in comfortabele stoelen tijdens de lessen die werden geplaatst in een halve cirkel en er werd altijd muziek in de les gespeeld. De methode die Lozanov voorstond, bestond uit verschillende teksten voorlezen, terwijl op de achtergrond klassieke muziek werd gespeeld of natuurgeluiden te horen waren. Er bestonden woordenlijsten bij deze teksten en opmerkingen met betrekking tot de grammatica. Het voorlezen werd gedaan met veel expressies in stem en gebaren. De studenten werden op deze manier uitgenodigd om te luisteren en de woorden die nieuw waren voor ze, konden gemakkelijk worden begrepen en opgenomen. Voor de cultuur en kennis over het land van de doeltaal was veel aandacht tijdens de lessen. Er werd met rollenspellen gewerkt en ook streekgerechten werden in de klas bereid en geproefd.Populariteit
De methodiek van Georgi Lozanov was omstreden en is niet zo bekend meer. Een aantal elementen van Suggestopedia wordt nog steeds toegepast, zoals het gebruikmaken van stemexpressies en gebaren bij het lezen van teksten in de vreemde taal.Voor- en nadelen van Suggestopedie
De methode van Suggestopedie zorgt voor een ontspannen en veilige sfeer, waardoor de student geen last zal hebben van frustratie of faalangst. Deze gemoedelijke sfeer kan voor een immigrant aan een positieve associatie met het nieuwe thuisland bijdragen. Vaak werkt muziek motiverend en draagt aan betere leerprestaties bij. Dat de student gestimuleerd wordt om actief mee te doen en zich in te leven in de situaties, wat voor een aantal mensen een nieuwe ervaring is, is een ander pluspunt van de methode. Tegelijkertijd is dit voor bepaalde studenten een keerzijde, want niet elke student is hiertoe in staat. Muziek kan bij sommigen ook afleiden en verstorend werken en niet ontspannend of stimulerend. Dat de relatie tussen de docent en de lerende niet echt gelijkwaardig is, is een ander zwak punt; alle input komt van de docent en de lerende is altijd de ontvangende partij.Community Language Learning (CLL)
Bedacht door wie en wanneer
De Amerikaanse priester en psycholoog Charles Curran en professor Paul La Forge ontwikkelde Community Language Learning, ook wel Counseling Language Learning of afgekort CLL genoemd, in 1976.Kenmerken van Community Language Learning (CLL)
Community Language Learning is een methode om een taal te leren waarbij de studenten samenwerken om te bepalen welke aspecten van de vreemde taal zij willen leren. Deze methode is gestoeld op de counseling-benadering waarbij de taaltrainer optreedt als een counselor die de zinnen van de lerende omschrijft. De studenten starten het gesprek. Zij spreken in hun moedertaal als de lerenden de te leren taal nog niet machtig genoeg zijn. De docent geeft uitleg en vertaalt. Hierna herhalen de lerenden de uitingen van de docent zo goed mogelijk. Het gesprek wordt opgenomen om opnieuw te kunnen beluisteren.Community Language Learning stimuleert het gemeenschapsgevoel in de leergroep en de methode beschouwt de interactie tussen de studenten als middel om de taal te leren. Er wordt geen lesboek gevolgd; het zijn de studenten zelf die het lesmateriaal bepalen met behulp van zinvolle gesprekken.
Populariteit
Of CLL succesvol is, is in hoge mate afhankelijk van de expertise van de docent-counselor. Bij deze methode dient de taaltrainer naast sociaal-cultureel kundig eveneens taalkundig onderlegd te zijn. Deze trainer dient zowel de doeltaal als de moedertaal van de lerenden zeer goed te beheersen om in staat te zijn om de taaluitingen van de lerenden te vertalen. CLL kan prima werken als deze op de juiste wijze gebruikt wordt. Community Language Learning is niet geschikt voor grote klassen.Voor- en nadelen van Community Language Learning
De methode biedt voor studenten veel autonomie. Het analyseren van hun eigen gesprekken vinden studenten vaak nuttig. De leergroep wordt vaak heel hecht, niet alleen tijdens de lessen, maar ook buiten de lessen. Met deze methode worden studenten zich veel bewuster van anderen in hun groep, hun sterke en minder sterke punten en ze leren om te werken als team. Van het bespreken van de fouten en het evalueren van de les leren studenten vaak veel. Deze correcties blijven vaak in het geheugen gegrift en worden deel van de actieve woordenschat van lerenden.Dat de docent niet sturend is, terwijl een aantal studenten wel sturing nodig heeft, kan een keerzijde zijn. Er wordt geen lesboek gebruikt en er worden eveneens geen toetsen gehouden. Het succes van de les is daardoor lastig meetbaar. Een aantal studenten wordt belemmerd in hun spreken wanneer zij opgenomen worden.
Lexicografische benadering (Engels: Dynamic Lexicographic Approach; DLA)
Bedacht door wie en wanneer
De Lexicografische benadering (In het Engels: Lexical Approach; LA) is een methode om vreemde talen te leren die door Michael Lewis in het begin van de jaren 90 van de vorige eeuw is ontwikkeld.Kenmerken van de Lexicografische benadering (DLA)
De benadering gaat uit van het idee dat een belangrijk gedeelte van het leren van een vreemde taal bestaat uit het begrijpen en produceren van zogenaamde ‘lexicale eenheden’. Dit zijn brokjes taal die bestaan uit woorden, woordcombinaties alsook uitdrukkingen. Studenten verwerven al doende inzicht in patronen van de taal (de grammatica) en betekenisvolle groepen met woorden. Zo leren ze de taal ‘in het echt’ wordt gebruikt. De woordenschat neemt bij deze benadering een grotere plaats in dan de grammatica. Instructies zijn op situaties en uitdrukkingen die vaak voorkomen in dialoog gericht. Voor interactie is aandacht maar ook voor exposure; voor de zogenaamde receptieve vaardigheden van de lerende (luisteren/begrijpen, lezen/begrijpen). Er bestaat veel mogelijkheid voor de studenten om zelfstandig de taal te ontdekken.Het is de taak van de docent om voor genoeg input te zorgen en het faciliteren van het leerproces van de student.
Populariteit
De lesboeken zijn aanmerkelijk veranderd in de afgelopen dertig jaar door (onder andere) de ideeën over taal van Michael Lewis. Veel meer aandacht wordt aan woordenschat geschonken die in zogenaamde chunks wordt aangeboden, in betekenisvolle brokjes. Een drastische verandering in de manier waarop taal wordt onderwezen, iets waarnaar Michael Lewis streefde, is er echter niet van gekomen.Voor- en nadelen van de Lexicografische benadering
Door het werken met ‘chunks’ (brokjes van de vreemde taal); met ‘echte’ taal, leren studenten de vreemde taal op een natuurlijke manier te gebruiken. Dit zorgt voor souplesse in het taalgebruik.Het nadeel van de leermethode is dat de werkelijkheid altijd weer anders is dan de aangeleerde taalsituaties. Met het zelf leren herkennen van de taalpatronen heeft een aantal studenten moeite en deze studenten hebben meer aan een taaltrainer die hen de weg wijst, dan aan een docent-facilitator.
Series Method
Bedacht door wie en wanneer
De Series method, ofwel ‘seriemethode van taalverwerving’ (Frans: La Méthode naturelle) is ontwikkeld door de Franse leraar François Gouin in 1880.Kenmerken van de Series Method
Een serie verbonden zinnen die gemakkelijk te begrijpen zijn en weinig kennis van de grammatica vereisen, is het uitgangspunt van de seriemethode (The Series Method of language acquisition) van Gouin. Studenten leren zinnen op basis van een handeling, bijvoorbeeld het verlaten van een huis in de volgorde waarin deze handeling zou worden uitgevoerd. Deze series of reeksen gingen over onderwerpen als mens in de samenleving, leven in de natuur, wetenschap en beroep, vanuit het onderscheid tussen objectief, subjectief en figuurlijk taalgebruik ontwikkeld. In de François Gouin-serie wordt geen moedertaal gebruikt. Het betreft een soort eentalige manier van taalverwerving, die niet van ‘vertalen’ en ‘uitleggen’ uitgaat maar van ‘demonstreren’ en ‘handelen’, waardoor studenten al gauw denken in de doeltaal.Populariteit
De seriemethode van François Gouin was zijn tijd ver vooruit. De seriemethode van Gouin kon gedurende een bepaalde periode een succes worden genoemd, ondanks de vrij ongebruikelijke aanpak. Maximilian Berlitz’ Directe Methode overschaduwde deze methode van Gouin echter.Voor- en nadelen van de Series Method
De Seriemethode van François Gouin ontwikkelt sterk de mondelinge vaardigheden en zorgt voor een sfeer die harmonieus, natuurlijk en gelijkwaardig is.De leermethode biedt levendig taalonderwijs. Dit type taalonderwijs wekt het enthousiasme op bij de studenten door gebruik te maken van visuele leermiddelen, bijvoorbeeld afbeeldingen, grafieken, enzovoort. Leren werd tastbaar; dit was iets geheel nieuws. De lerenden worden nieuwsgierig, dit werkt goed om het leergeheugen te helpen ontwikkelen, de prestatiedruk te verminderen en het zelfvertrouwen te verbeteren. De communicatieve taalvaardigheid van de student wordt met de methode sterk gestimuleerd.
De methode van Gouin heeft als nadeel dat taal die wat abstracter of subjectiever is, wat moeilijk met bewegingen en expressies in één concrete ervaring te vangen is. Een bijkomend minpunt is de bewerkelijkheid voor de docent, die immers een hele reeks aan series dient voor te bereiden. Als derde punt richt de Gouin-seriemethode zich vooral op het mondelinge taalgebruik, terwijl het onderwijssysteem nog meestal draait om examens die de lees- en schrijfvaardigheden toetsen.
Task-Based Language Teaching (TBLT)
Bedacht door wie en wanneer
Taakgericht taalonderwijs (Engelse naam: Task-Based Language Teaching; TBLT) is in de jaren tachtig van de vorige eeuw ontwikkeld. De grondleggers zijn de Indiase taalkundige professor N.S. Prabhu, de Amerikaanse hoogleraar Teresa P. Pica en de Britse hoogleraren Michael H. Long en Graham V. Crookes.Kenmerken van de Task-Based Language Teaching (TBLT)
Taakgericht taalonderwijs past binnen het Communicatief Taalonderwijs/een Communicatieve Benadering. Het principe erachter is dat het verwerven van de taal geen doel op zich is, maar een middel om specifieke taken uit te voeren. Lerenden krijgen verschillende motiverende taken aangeboden. Hiervoor is taalkennis nodig. Voor het goed uitvoeren van deze taken, dienen zij over regels van de taal en woordenschat te beschikken. De taken zijn zaken uit het dagelijks leven, bijvoorbeeld het schrijven van e-mails, boodschappen doen, bellen met de klantenservice, een krant lezen of iets te drinken bestellen. De taak wordt in drie fasen opgesplitst: vóór, tijdens en na de taak, waarbij de studenten zich eerst op de taak voorbereiden, de taak daarna uitvoeren en tot slot erop terugblikken. De studenten dienen samen te werken om de taken uit te kunnen voeren. De opdrachten moeten net boven het niveau van de student liggen om leereffect te hebben.Populariteit
Vanaf de vroege jaren negentig is taakgericht onderwijs zeer populair geworden, zeker in het taalonderwijs. Het lijkt de meest praktisch bruikbare vorm te zijn voor het verhogen van de taalvaardigheden bij de lerenden (vooral de lerenden met een achterstand) in het lager en secundair onderwijs.Voor- en nadelen van Task-Based Language Teaching
Taakgericht taalonderwijs biedt duidelijke voordelen. Het taakgericht taalonderwijs is een activerende manier van werken, waarbij lerenden uitgedaagd worden om hun vaardigheid te gebruiken. Zolang de opdracht goed aansluit bij de student, is Task-Based Language Teaching een op de persoon gerichte, relevante en efficiënte aanpak. De student komt op een natuurlijke, dagelijkse wijze in contact met de taal en leert op deze manier authentieke woorden, woordcombinaties en uitdrukkingen. Bovendien leren studenten om met elkaar samen te werken. Taakgericht taalonderwijs wordt door studenten als prettig en motiverend ervaren .Als nadeel kan gezien worden dat de communicatie het belangrijkst is en niet de correcte vorm, waardoor studenten die niet zeer nauwkeurig leren.
De Dogme benadering (Engels: Dogme Language Teaching; Dogme ELT)
Bedacht door wie en wanneer
Scott Thornbury; een Nieuw-Zeelandse linguïst en docententrainer op het gebied van taalonderwijs Engels ontwikkelde Dogme Language Teaching/Dogme ELT in 2000. Deze methode wordt ook wel de ‘Dogmabenadering’ genoemd.Kenmerken van de Dogme benadering (ELT)
‘Dogme 95’ was een beweging van een groep van filmmakers uit Denemarken waaronder filmregisseur Lars von Trier uit 1995 was de inspiratie voor Dogme Language Teaching. De deelnemers confirmeren zich aan 10 strenge regels (10 dogma’s) voor het maken van films die samen ‘de eed van zuiverheid’ (Deens: kyskhedsløfter; Engels: Vows of Chastity) behelzen. Het Dogme-taalonderwijs werkt op een vergelijkbare manier. De aanhangers van de Dogme Language Teaching streven naar een vorm van communicatief taalonderwijs die onbelast is door enig voorgedrukt materiaal. Het beginnen van inhoudelijke gesprekken die over praktische items gaan, is het doeleinde van de Dogme-benadering, waarbij het om communicatie draait als inspirator van het leren. Deze leermethode is daarom een communicatieve werkwijze voor onderwijs, die taalonderwijs biedt zonder het gebruik van leerboeken of overige lesmaterialen en zich in plaats daarvan op communicatie tussen de studenten en de taaldocent focust. Het Dogme-taalonderwijs kent, net zoals de Dogme-beweging in de film, tien uitgangspunten (dogma’s).Populariteit
Ondanks dat onderzoek naar het succes van Dogme beperkt is, stelt Thornbury dat de overeenkomsten met taakgericht leren van een taal erop wijzen dat Dogme waarschijnlijk leidt tot vergelijkbare resultaten.Voor- en nadelen van de Dogme benadering
Een pluspunt voor trainers is dat voorbereiding vrijwel niet is vereist. Dat de lerende de verantwoording draagt voor zijn of haar eigen leerproces, kan erg motiverend werken. Zo zijn de lessen nooit voorspelbaar. Dat zorgt voor spontane communicatie en zorgt ervoor dat verveling geen kans krijgt. Tijdens een Dogme-les is zo goed als elk onderwerp bespreekbaar. Zo blijven lerenden alert en betrokken.De studenten kunnen zich echter wel iets ongemakkelijk voelen als ze zo weinig bij de hand worden genomen door de trainer. Ook zijn niet alle taaldocenten in voldoende mate flexibel voor dit type onderwijs. Een ander keerzijde kan zijn dat lerenden zich vaak dienen voor te bereiden op een bepaald examen, terwijl het niet zeker is dat de lesstof daarvoor wordt behandeld tijdens de les.
Growing Participator Approach (GPA)
Bedacht door wie en wanneer
The Growing Participator Approach (GPA) is in het jaar 2007 door Language consultants Greg en Angela Thomson ontwikkeld.Kenmerken van de Growing Participator Approach (GPA)
De GPA-benadering geldt als een alternatieve visie om een vreemde taal te leren. Dat taal en cultuur onlosmakelijk zijn, is de primaire aanname van de GPA. Het gaat bij GPA om veel meer dan alleen het verwerven van de taal; het uiteindelijke doel om tot een volwaardige deelnemer aan het leven in de gastcultuur uit te groeien. GPA hanteert daarom de termen ‘groeiende deelnemer’ in plaats van ‘taallerende’ en ‘verzorger’ in plaats van ‘docent’. De GPA-benadering heeft overeenkomsten met, en is ook gedeeltelijk gebaseerd op, de Natural Approach (natuurlijke aanpak) van Stephen Krashen en Tracy Terrell.De GPA-benadering bestaat uit zes fasen van activiteiten. De activiteiten worden uitgevoerd door de lerende met een verzorger uit de gastcultuur. Begrijpen gaat voor produceren. De nadruk ligt op woordenschat alsook cultuur. Fase 1 van de methode is de zogenaamde hier-en-nu-fase. Deze duurt ruwweg 100 uur. De ‘groeiende deelnemer’ concentreert zich in fase 1 op het luisteren en het non-verbale feedback geven.
Fase 2 van de zogenaamde leermethode is de zogenaamde verhaalopbouwfase. Deze fase duurt om en nabij 150 uur en nu begint de deelnemer de vreemde taal ook te produceren. In fase 3 van de methode ligt de nadruk op ‘gedeelde verhalen’. Dit zijn verhalen die over dagelijkse gebeurtenissen gaan, verhalen die tussen culturen gedeeld worden alsook verhalen die over gedeelde ervaringen gaan. Fase 4 is de fase van het zogenaamde ‘diepe delen’. De deelnemer en de verzorger beginnen nu diepere gesprekken over het leven in de ontvangende cultuur te voeren. In fase 5 van de leermethode beginnen deelnemers zich te richten op taalgebruik van moedertaalsprekers aan de hand van televisie, films of nieuws en literatuur. Ook de taal die vereist is voor het werk wordt geleerd. Fase 6 van de leermethode is de ‘zelfvoorzienende groeifase’. Deze fase kent geen eindpunt. Hierbij gaat het om groei naast de formele taalsessies.
Populariteit
Er is nog vrij weinig bekend over het succes omdat de leermethode van Greg en Angela Thomson nog redelijk nieuw is. Deelnemende studenten zijn vrij enthousiast over de leermethode.Voor- en nadelen van de Growing Participator Approach
Met GPA wordt een duidelijk inzicht op het proces van de taalverwerving geboden. De zes afzonderlijke fasen van de methode bieden realistische doelstellingen en een duidelijk tijdsschema. De lerenden verwerven niet alleen kennis van de taal, maar eveneens van de omgeving en de lerenden verwerven daarnaast een nieuw sociaal netwerk.Het feit dat voor elke deelnemer of minimaal elke groepje deelnemers een ‘verzorger’ moet worden gezocht die bereid is om veel tijd te investeren, is een nadeel van deze leermethode.
Shadowing Technique
Bedacht door wie en wanneer
De Shadowing technique of kortweg Shadowing (‘schaduwen’) is bedacht in de vroege jaren 2000 door Alexander Argüelles; een Amerikaanse polyglot en taalkundige. Kenmerken van de Shadowing Technique
Shadowing is een methode die studenten zelfstandig kunnen toepassen om de uitspraak en intonatie te verbeteren en vloeiendheid in het spreken te verwerven. Het is een relatief eenvoudige techniek van Shadowing: de student luistert naar een audio-opname, bij voorkeur een dialoog en herhaalt wat hij of zij hoort. Het is niet belangrijk om de tekst in de vreemde taal ook te begrijpen; in de eerste plaats gaat het om de klanken. Luisteren en herhalen wordt geoefend tot dit heel soepel gaat en de student simultaan met de opname kan spreken. Na enige tijd zullen de lerenden een transcript gebruiken om te kunnen lezen (en begrijpen) wat zij hebben uitgesproken. Zolang er maar dialogen in staan of stukken samenhangende teksten, zijn diverse lesboeken geschikt voor deze techniek. Het niveau van de audio-opname dient ideaal bezien iets boven het niveau van de lerenden te liggen. De ideale lengte is ruwweg één pagina, op een natuurlijke snelheid en zonder kunstmatige pauzes. Doordat lichamelijke beweging de opname van de te leren taal in het zenuwstelsel versterkt, doet Alexander Argüelles de aanbeveling om te gaan lopen tijdens het spreken, het liefst buiten, en niet te gaan zitten. Een andere reden is dat de studenten minder gauw afgeleid worden als zij bewegen, waardoor het leren van de taal aanzienlijk effectiever wordt.Shadowing heeft veel overeenkomsten met de audiolinguale methode uit de twintigste eeuw, maar het verschil is dat de audiolinguale methode gebruikmaakte van grammaticale driloefeningen in plaats van dialogen of samenhangende teksten. Bij Shadowing is ook simultaan spreken anders.
Populariteit
Er is veel onderzoek gedaan in de afgelopen jaren naar de techniek van Shadowing waaruit blijkt dat de leermethodiek naast de uitspraak ook de luistervaardigheid sterk verbetert. Het algemene begrip van de te leren taal wordt ook vergroot. Voor- en nadelen van de Shadowing Technique
Het praktische pluspunt van Shadowing dat het in een groep van studenten kan worden toegepast, waarbij alle deelnemers actief leren. De methode heeft een hoog rendement.De techniek heeft als nadeel is dat de lerende het soms wat saai kan kunnen vinden om dezelfde tekst te blijven herhalen. De keuze van de teksten is dus erg belangrijk.
Total Physical Response (TPR®)
Bedacht door wie en wanneer
De Amerikaanse psycholoog James J. Asher ontwikkelde de taalverwervingsmethode Total Physical Response, ook wel TPR® genoemd, in de jaren 60 van de vorige eeuw.Kenmerken van Total Physical Response (TPR®)
TPR® is een methode om een vreemde taal te leren die uitgaat van het idee dat mensen met behulp van handelingen en beweging leren. Men leert door te doen, en wel op de manier zoals kinderen hun moedertaal leren. Ouders geven voortdurend taken aan hun jonge kinderen en belonen hen als ze die taken uitvoeren (“kijk naar mama”, “goed zo”). “Pak de lepel”, “Mooi!”, “Trek je schoenen maar aan”, enz.). Het is in de eerste plaats de bedoeling dat het kind begrijpt wat de ouder zegt, het kind gaat verbaal reageren in een later stadium. De luistervaardigheden vormen dus de basis, de spreekvaardigheden komen later.De methode van TPR® past deze principes van de moedertaalverwerving bij het leren van een vreemde taal versneld toe. De trainer geeft op een vriendelijke en begrijpelijke manier taken, bijvoorbeeld: “pak het boek” en doet de taken zelf voor; de studenten doen deze taken na. In het begin wordt nog niet van de lerenden verwacht dat ze spreken; in een later stadium geven de lerenden de taken. Bekende opdrachten worden verder uitgebreid of deels gewijzigd.
TPR® appelleert aan beide hersenhelften door de combinatie van bewegingen en spraak. Het kost hierdoor minder moeite om dingen te leren en het geleerde beklijft ook beter.
Populariteit
De methode van TPR® wordt met name binnen het NT2-onderwijs gebruikt (Nederlands als tweede taal), zeker bij beginnende studenten en ook wel op de basisschool bij Engelse les. Maar middelbare scholieren en volwassenen werken eveneens met plezier met TPR® en behalen goede resultaten.Voor- en nadelen van Total Physical Response
Total Physical Response biedt veel voordelen. Doordat de student veel begrijpelijke inbreng krijgt aangeboden in ‘chunks’ (woorden die bij elkaar horen), krijgt hij of zij snel begrip van de doeltaal. De leermethodiek van Total Physical Response levert vlotte succeservaringen op, wat het plezier in leren bevordert. Dit zorgt voor stressvrij leren. In principe is de methode van TPR® voor alle doelgroepen bruikbaar, ongeacht de achtergrond en deze leeftijd en kan de leermethode ook in wat grotere klassen worden ingezet. De taal wordt direct opgeslagen in het langetermijngeheugen.Dat niet elke taaluiting in TPR®-taken kan worden uitgedrukt, is de keerzijde van TPR®. Hierdoor werkt het tot op een bepaald taalniveau en is daarbij een andere leermethode nodig. Ook is de leermethodiek niet erg creatief. Studenten leren niet om meningen, gevoelens en ideeën uit te drukken.
De Directe Methode (Engels: Direct Method; DM)
Bedacht door wie en wanneer
Eind jaren 80 van de negentiende eeuw bedacht de Duits-Amerikaanse taalkundige Maximilian Delphinius Berlitz (geboren als David Berlizheimer) de Directe Methode. Deze methode wordt ook wel ‘de natuurlijke benadering’ genoemd. Deze Directe Methode is als tegenreactie op de dominante grammatica-vertaalmethode ontwikkeld.Kenmerken van de Directe Methode (DM)
Er was een Reformbeweging rond 1900 met nieuwe visies over leren dat inductief en zelfontdekkend diende te zijn. Deze Reformbeweging betrof overigens niet alleen het leren van een vreemde taal, maar eveneens voeding, natuurgeneeskunde, kleding en naturisme. Men streefde, net zoals in de jaren zestig van de vorige eeuw, rond 1900 naar meer natuurlijke leefwijzen en een bevrijding van keurslijven. Binnen het taalonderwijs kwam veel aandacht voor gesproken, ‘levende’ taal. Hierbij werd de grammatica vooral inductief aangeboden, met voorbeeldzinnen. De taalregels moesten de lerenden hieruit afleiden. Veel mondelinge oefeningen en met meer aandacht kwamen er voor de uitspraak van de taal. Het werd aangemoedigd om de lerenden veel te laten praten. Nieuw was ook dat de taalles in de vreemde taal werd gegeven. Tijdens de les werd nadrukkelijk niet vertaald. Met behulp van afbeeldingen en voorbeelden werd de woordenschat van de vreemde taal aangeleerd. Lerenden boden zelf abstracte vocabulaire aan om ideeën te laten associëren.Populariteit
Mede door invloed van de oorlogen en crises verdween de golf van vernieuwing van begin twintigste eeuw langzaam, om in de jaren 60 weer een andere vorm te krijgen.Taleninstituten als Berlitz en Interlingua werken nog altijd met (een moderne vorm van) de Directe Methode.
Voor- en nadelen van de Directe Methode
Dat het een vrij natuurlijke manier van leren is, is het grote pluspunt van de Directe Methode. Bij de Directe Methode wordt veel aandacht besteed aan spreken en luisteren, waardoor de lerenden vloeiendheid en zelfvertrouwen kunnen krijgen. Keerzijden kent deze methode echter ook. De Directe Methode schenkt nauwelijks aandacht aan de schrijfvaardigheid en ook relatief minder aandacht aan lezen in de doeltaal. De methode biedt te weinig uitdagingen voor lerenden die al wat meer meer gevorderd zijn. De Directe Methode is eveneens niet heel bruikbaar voor minder snel lerende studenten, doordat deze methode is gebaseerd op een dynamische inzet vanuit de student.De Manesca-methode (Engels: Manesca Method)
Bedacht door wie en wanneer
Jean Manesca publiceerde in 1835 An Oral System of Teaching Living Languages Illustrated by a Practical Course of Lessons in the French through the Medium of the English (“Een mondelinge methode voor het onderwijzen van levende talen, aan de hand van een praktische cursus Frans door middel van het Engels”). In januari 2015 ging An oral system of teaching living languages in herdruk.Kenmerken van de Manesca-methode
De Manesca-methode gaat van hetzelfde principe uit als waar de Natural Approach (‘natuurlijke aanpak’) voor staat: de beste manier om vreemde talen te leren, is de manier waarop een kind de moedertaal leert. Het leren van een taal moet gemakkelijk en veilig zijn. Manesca wil daarom niet met abstracte lijstjes of regels met woorden werken die uit het hoofd geleerd moeten worden.De Manesca-methode staat bekend als de eerst bekende, volledige taalcursus. De methode is op het werken met een groep van lerenden en een taaldocent gebaseerd, die steeds één nieuw woord tegelijk introduceert. Bij elk woord hoort een bepaalde beweging. De studenten herhalen vervolgens na elkaar het woord en deze beweging. Deze herhaling helpt de studenten de woorden te onthouden, zonder dat uit het hoofd geleerd hoeft te worden. Stap voor stap vormen de woorden zinnen en vervolgens variaties op deze zinnen. De spelling wordt aangeboden in een later stadium met leesteksten.
De Manesca-methode is al enkele jaren later door grammaticaschrijver en taaldocent de Duitse grammaticaschrijver en taaldocent Heinrich Gottfried Ollendorff overgenomen en aangepast en staat dan ook wel bekend als de Ollendorff-methode.
Populariteit
Manesca is twee jaar na de publicatie van zijn methode overleden. Het werk van Jean Manesca is door anderen opgepakt en aangepast, onder wie Ollendorff. Veel van de ideeën van Jean Manesca zijn nog actueel en worden nog steeds toegepast in het moderne vreemdetalenonderwijs.Voor- en nadelen van de Manesca-methode
De sterke kant van de Manesca of Ollendorff-leermethode is het combineren van spreken en bewegingen maken, waardoor het fysieke geheugen wordt aangesproken en het geleerde gemakkelijker en langer door de lerenden wordt onthouden. Wat daar eveneens aan bijdraagt, is het vele herhalen. Het feit dat dit wat saai wordt om steeds dezelfde woordjes en zinnen te blijven herhalen, kan een keerzijde zijn.Silent Way
Bedacht door wie en wanneer
The Silent way (‘de stille manier’) is ontwikkeld in het jaar 1963 door de Egyptenaar Caleb Gattegno.Kenmerken van de Silent Way
De stille manier is een taalleermethode die stilte gebruikt als instructiemiddel. Caleb Gattegno’s methode gaat uit van de autonomie van de student en diens actieve deelname.Een combinatie van stilte en gebaren wordt gebruikt door de trainer om de aandacht te trekken van de lerenden, reacties uit te lokken en de lerenden aan te moedigen om fouten te corrigeren. Er wordt veel tijd aan de uitspraak besteed.
Caleb Gattegno, die van oorsprong wiskundige was, vond het van belang om taalles te geven op een manier die efficiënt voor de energievoorraad van zijn studenten was. Gattegno ontdekte dat het in verhouding weinig energie kost om een auditief of visueel beeld te onthouden, veel minder energie dan als we proberen iets uit het hoofd te leren. Het betoog van hem was dat de trainers niet zozeer dienen te streven naar kennisoverdracht, maar bewustzijn aan dienen te boren, omdat alleen het bewustzijn het mogelijk maakt om iets te kunnen leren.
Eén van de hulpmiddelen waar The Silent Way gebruik van maakt, zijn gekleurde staven (zogenaamde cuisenaire-staven) die kunnen worden gebruikt voor allerlei dingen. De methodiek gebruikt ook Words in Colour; een kleurenkaart voor klanken waarbij elke kleur een specifieke klank van de taal vertegenwoordigt, gekleurde woordgrafieken voor het werken aan zinnen en gekleurde grafieken die worden gebruikt voor het leren van de spelling.
Populariteit
Caleb Gattegno’s ideeën zijn wel van betekenis geweest, met name bij het leren van de uitspraak van de doeltaal, alhoewel de Stille Methode in de oorspronkelijke vorm niet veel wordt gebruikt.Voor- en nadelen van de Silent Way
De sterke kant van de methodiek van Gattegno is dat zijn benadering niet-bedreigend is voor lerenden, die per slot van rekening worden beschouwd als autonoom. De trainer is in feite dienstbaar aan de studenten, niet andersom. Met The Silent Way wordt het leren van een vreemde taal op een natuurlijke wijze gestimuleerd. Het geleerde wordt vaak goed verwerkt en onthouden door lerenden uit te dagen nieuwe dingen te ontdekken. De lerende ‘mag’ fouten maken, wat helpt bij het leerproces.Het kan een minpunt zijn dat een aantal studenten intensievere begeleiding nodig heeft dan de methode voorstaat. Door de afwezigheid van inbreng van de trainer zouden studenten gefrustreerd kunnen raken. De limiterende factor van het werken met kleuren en grafieken is dat ‘het nieuwe’ er vrij snel af is. Hierdoor verdwijnt het effect.
TPR Storytelling
Bedacht door wie en wanneer
TPR Storytelling of ‘TPRS’ houdt in Teaching Proficiency through Reading and Storytelling. Deze methode is in 1990 door Blaine Ray ontwikkeld, een Amerikaanse docent Spaans, en komt voort uit de TPR-methode (Total Physical Response).Kenmerken van TPR Storytelling
TPR Storytelling is een taalverwervingsmethode die gebruikmaakt van verhalen om een taal te leren. Het principe van TPRS is natuurlijke taalverwerving: een vreemeen taal leren zoals kinderen de moedertaal leren. Om dit te bereiken, worden studenten aan een grote hoeveelheid begrijpelijke input blootgesteld. De taaltrainer vertelt een verhaal, waarin nieuw te leren woorden meerdere keren voorkomen. Deze verhalen zijn interessant of humoristisch en niet te lang. De verhalen zijn eenvoudig te begrijpen, hierdoor ontspannen lerenden zich. Zo worden woorden en structuren vrijwel ongemerkt in het langetermijngeheugen opgeslagen. De trainer wijst de student op grammaticale fenomenen, zonder dat studenten regels uit hun hoofd hoeven te leren.De studenten zullen na een poosje ‘vanzelf’ beginnen te spreken en de grammaticale structuur imiteren. Dit is een natuurlijk proces. Een variant hierop is om met een groep lerenden een verhaal op te bouwen. De trainer schrijft hierbij eerst nieuwe woorden en structuren op het schoolbord, met de vertalingen erbij, om daarna hiervan een verhaal te maken met de studenten. Tot slot wordt het verhaal door de lerenden naverteld. Een belangrijk onderdeel van TPR Storytelling is lezen, omdat dit voor input zorgt. Schrijven volgt in een later stadium.
Populariteit
Er zijn veel onderzoeken gedaan die uitwijzen dat TPR Storytelling een succesvolle manier is om een vreemde taal te verwerven. Er zijn wel randvoorwaarden: de setting moet geschikt zijn en de taaltrainer moet ervoor getraind zijn.Voor- en nadelen van TPR Storytelling
Het is een laagdrempelige wijze van taalverwerving en het geleerde wordt grondig verworven. TPRS spreekt eveneens de creatieve intelligentie aan; TPR Storytelling is een breinvriendelijke leermethode. TPR Storytelling is prettig voor de lerende en het is niet moeilijk om de aandacht erbij te houden. Voor de studenten werkt de methode heel motiverend om zelf verhalen te maken.Een nadeel is dat TPR Storytelling veel voorbereiding van de taaldocent vraagt.


