Begin nog vandaag met uw reis naar taalbeheersing Nederlands
Taalcursussen Nederlands in Utrecht van topniveau
Taalkennis Nederlands verbindt u met Nederland en vormt een communicatiebasis die deuren voor u opent - met name in de professionele wereld. Om deze reden hebben organisaties en bedrijven die investeren in de taalopleiding van de medewerkers, ook een duidelijk voordeel alsook een voorsprong.Dagnall Talen is een taalaanbieder die u als scholingszoeker precies dat aanbiedt: Effectieve taalcursussen Nederlands op het hoogste niveau voor medewerkers en leidinggevenden in Utrecht en omgeving.
Taaltraining Nederlands op maat, omdat uw organisatie of bedrijf welbespraakte werknemers verdient.
Vakgebieden
Van zakelijk en technisch tot medisch - Dagnall kent elke bedrijfstaal.Verschillende bedrijfstakken spreken hun eigen taal en gebruiken hun eigen terminologie. Geef uw medewerkers een zelfverzekerde uitstraling en duidelijke concurrentievoordelen, door middel van branchespecifieke taalkennis Nederlands van het hoogste niveau.
Dagnall Talen biedt opleidingzoekers taaltrainingen Nederlands in Utrecht in een brede waaier van gespecialiseerde vakgebieden.

Goed op weg met Dagnall Talen
De organisatie van uw taaltrainingen Nederlands in goede handen
Werkgerelateerd & doelgericht Nederlands leren
Wij bieden onze taaltrainingen Nederlands op maat aan als individuele lessen, als groepscursussen met collega’s, als intensieve workshops en als doorlopende, regelmatige trainingen - met face-to-face-lessen alsook online/blended cursussen. Bij Dagnall Talen kan iedereen Nederlands leren op precies de manier die voor hem of haar het meest geschikt is. Naast klassieke taaltaaltrainingen Nederlands zijn organisaties vooral in werkgerelateerde taaltrainingen geïnteresseerd zoals schrijfvaardigheid Nederlands of zakelijk Nederlands. Onze taaltrainingen worden afgestemd op de individuele behoeften van scholingszoekers. Dagnall Talen is een taalaanbieder die middels gecertificeerde taaltrainers met uitstekende beoordelingen en recensies de mogelijkheid biedt om in Utrecht onbegrensd Nederlands te leren. Dagnall Talen leidt u vlot en doelgericht naar het door u beoogde resultaat.De filosofie van Dagnall Talen
Onze filosofie is om Nederlands te leren zonder schroom en met plezier en gemak. Wij gaan daarom tot het uiterste om ervoor te zorgen dat u de Nederlandse taal moeiteloos en zonder remmingen leren.Nederlands leren moet leuk zijn en daarom werkt Dagnall met methodes die het leren voor de cursist gemakkelijker en prettiger maken.
Met onze methodes wekken we uw nieuwsgierigheid op en ondersteunen we uw bereidheid om te leren. Door vijftien minuten dagelijks te oefenen, brengt Dagnall Talen de cursist met grote stappen naar het gewenste niveau.
Dagnall Talen is een ideale partner voor iedereen die Nederlands wil leren in Utrecht.
Betaalbare topkwaliteit sinds 1982
Daarom Dagnall!
taaltrainingen - vertalingen - tolken - teksten
Plan van aanpak Dagnall Taleninstituut
In overleg met u als opdrachtgever inventariseert Dagnall Talen uw leerdoelen en wensen. U meldt de deelnemers met hun contactgegevens aan. Dagnall Talen verzorgt een intake op locatie of, indien u dit wenst, online of telefonisch. Nadat het intakegesprek heeft plaatsgevonden, waarin op basis van het Europees Referentiekader het huidige en gewenste taalniveau vastgesteld wordt, ontvangt u een cursusvoorstel op maat met uw offerte.
Nadat u akkoord op uw offerte hebt gegeven, stemmen wij de planning van de cursus af op uw agenda en uw situatie.
Nadat u akkoord op uw offerte hebt gegeven, stemmen wij de planning van de cursus af op uw agenda en uw situatie.
De trainer evalueert na een aantal lessen Nederlands de voortgang alsook de inhoud van de taalcursus. De doelstellingen kunnen, indien noodzakelijk, worden bijgesteld.
Na de laatste les ontvangt u een eindrapport met een beschrijving van de resultaten die door de cursisten behaald zijn. Tevens ontvangen de deelnemers een certificaat van Dagnall Talen.
Na de laatste les ontvangt u een eindrapport met een beschrijving van de resultaten die door de cursisten behaald zijn. Tevens ontvangen de deelnemers een certificaat van Dagnall Talen.
[ Lees meer ]
Intake
Planning
Cursus
Certificaat
Betaalbare maatwerkcursussen Nederlands in Utrecht
Ons bedrijf bestaat sinds 1982 en verzorgt sindsdien maatwerkcursussen Nederlands in Utrecht en wijde omtrek voor het bedrijfsleven en (overheids)instellingen. Onze kundige taaltrainers Nederlands zijn specialisten op het gebied van taal en hebben in de provincie Utrecht veel cursussen Nederlands verzorgd voor verschillende diverse bedrijven en (overheids)organisaties.
Door de werkplekgerichte en functiegerichte werkwijze, leveren wij zeer betaalbare en effectieve taalcursussen Nederlands in Utrecht. Dagnall levert door de maatwerk-aanpak een hoog rendement. Daar kunt u op vertrouwen!
Betaalbaar maatwerk Nederlands in Utrecht sinds 1982
Taal op de werkvloer
Taal op de Werkvloer: draagvlak is nodig! Een cursus (Nederlands) toegespitst op het vergroten van de taalvaardigheid op de werkvloer is inmiddels bij veel organisaties gemeengoed.
Medewerkers zonder of met een beperkte beheersing van het Nederlands of een andere voertaal ervaren een belemmering in hun werkomgeving en zij willen graag en sneller en/of beter kunnen communiceren op de werkplek.
Medewerkers zonder of met een beperkte beheersing van het Nederlands of een andere voertaal ervaren een belemmering in hun werkomgeving en zij willen graag en sneller en/of beter kunnen communiceren op de werkplek.
Zij willen de instructies op de werkplek goed kunnen begrijpen en hier mee om kunnen gaan. Deze medewerkers willen bij voorkeur hun werk kunnen uitvoeren met meer zelfvertrouwen en natuurlijk heel graag hun ambities op hun werkgebied realiseren. Dit vereist een investering in mensen en in de ontwikkeling van het bedrijf.
[ Lees meer ]
Diverse wegen naar een betere taalvaardigheid Nederlands in Utrecht
Behoeftes en leermethode
Een goede cursus Nederlands is niet alleen toegespitst op de behoefte van de klant, cursist, organisatie of werkgever, zoals een betere spreek- of schrijfvaardigheid.Een goede taalcursus (Nederlands) is vanzelfsprekend ook afgestemd op de beste, meest geschikte, leermethode voor de individuele cursist.
Een cursus Nederlands in Utrecht die het beste bij de taalleerder past.
Hoe behaalt Dagnall een hoog rendement?
Onze vakkundige taaldocenten Nederlands zijn erg bedreven in het zo snel en zo plezierig mogelijk aanleren van Nederlandse vaardigheden en kennis om deze direct in realistische praktijksituaties te kunnen inzetten. Dat werkt wel zo fijn en het zorgt ervoor dat u echt waar voor uw geld krijgt.Het ondertussen alom bekende hoge rendement behaalt Dagnall Taleninstituut met een mix van deze bewezen leermethode, gericht op de cursist(en) en een onderzoek of de cursist(en) visueel, auditief of kinesthetisch is/zijn ingesteld. Bij Dagnall kunt u terecht voor cursussen die op een maatwerktraining gebaseerd zijn.
Dagnall Talen biedt individuele taalcursussen, duocursussen (2 cursisten), groepscursussen van 3 tot maximaal 10 cursisten, onlinecursussen, het online leerplatform voor blended learning alsook een de Dagnall App met woordenlijsten en jargon van de specifieke organisatie.
De taaldocenten van Dagnall geven les met veel eigen lesmateriaal dat zij door de jaren heen hebben verzameld en gecreëerd en de taaldocenten spelen voortdurend in op actuele thema’s en ontwikkelingen.
De taaldocenten van Dagnall geven les met veel eigen lesmateriaal dat zij door de jaren heen hebben verzameld en gecreëerd en de taaldocenten spelen voortdurend in op actuele thema’s en ontwikkelingen.
Een prettige manier van leren
Een bijkomend voordeel is dat dit weloverwogen maatwerk als een zeer plezierige methode wordt ervaren door zowel onze cursisten alsook de taaltrainers Nederlands van Dagnall in Utrecht. Deze, door de jaren steeds verder ontwikkelde en verfijnde werkmethode is het zeer gewaardeerde handelsmerk van Dagnall geworden.Onze cursus Nederlands is dus niet alleen functiegericht en/of werkgericht, maar zeer zeker ook afgestemd op de leermethode die het beste bij de cursist zelf past.
Nederlands effectief leren in Utrecht bij Dagnall Taleninstituut
Individuele cursussen en groepscursussen Nederlands
Nederlandse lessen - individueel of in groepsverband
Dagnall Taleninstituut biedt cursussen Nederlands op maat voor individuen en groepen, waarbij u als opleidingszoeker de gehele organisatie met een gerust hart aan ons kunt overlaten.Dagnall Talentaleninstituut biedt deze individuele cursussen en groepstaalcursussen voor zowel beginners, als voor halfgevorderden en gevorderden.
Wij maken voor de individuele-, duocursussen en
groepscursussen gebruik van moderne en gevarieerde leermethoden om doelgericht te trainen en het leersucces te garanderen. Vanzelfsprekend kunnen onze individuele-, duo- en groepscursussen zowel bij u op locatie als op één van onze trainingslocaties in of bij Utrecht gegeven worden.
Maatwerk individuele en groepscursussen Nederlands in Utrecht
Maatwerkcursussen Nederlands
Dagnall Taleninstituut biedt individuele cursussen Nederlands voor bedrijven, (semi-)overheidsorganisaties en particulieren in Utrecht en omgeving.Een individuele cursus wordt ook wel één-op-één-cursus of privéles genoemd.
De individuele taalcursussen van taleninstituut Dagnall zijn al vele jaren bekend voor het maatwerk, de persoonlijke aandacht en het hoogste rendement.
De individuele cursussen Nederlands van Dagnall Talen zijn maatwerkcursussen en worden specifiek samengesteld voor, en afgestemd op, het taalniveau, de branche, de leerstijl en de praktijksituatie.
De cursussen worden opgesteld om de persoonlijke of bedrijfsdoelstellingen te kunnen behalen.
Dagnall Talen biedt groepscursussen Nederlands met 3 tot 10 personen, maar ook duocursussen (met 2 cursisten) aan bedrijven, (semi-)overheidsorganisaties en particulieren.
De leergroep wordt zo klein mogelijk gehouden om de leereffectiviteit te verhogen en de lerenden maximaal te ondersteunen.
Onze groepscursussen zijn maatwerkcursussen en worden samengesteld voor, en specifiek afgestemd op, de branche, het taalniveau, de leerstijl en de praktijksituatie en de trainingen worden opgesteld om de (bedrijfs)doelstellingen te kunnen behalen.
Pluspunten individuele cursus
Het hoge rendement is het grootste voordeel van een individuele taalcursus Nederlands omdat veel informatie wordt opgenomen in een vrij korte periode.Doordat de cursus intensief is, wordt sneller vooruitgang gemaakt en blijft het leertraject zo kort mogelijk.
Een ander belangrijk voordeel van individuele taalcursussen is flexibiliteit. De inhoud kan optimaal aangepast aan het niveau, de doelstellingen en de specifieke aandachtsgebieden van de cursist en de cursus kan beter worden afgestemd op de leerstijl van de cursist.
Doordat eventuele begripsproblemen individueel behandeld kunnen worden, is de leervordering optimaal.
Een individuele is ook cursus ideaal af te stemmen op de planning en de agenda van de cursist waardoor het leerschema en het tijdmanagement optimaal zijn.
Pluspunten groepscursus
Met name de interactie met de andere cursisten Nederlands is het belangrijkste voordeel van groepscursussen; het actieve gebruik van de doeltaal in de groep, bijvoorbeeld door middel van rollenspellen en discussies.Een ander belangrijk voordeel is de zogenaamde groepsdynamiek; van elkaars fouten kunnen leren en met de groep in de doeltaal communiceren. Cursisten kunnen deze afwisseling als leuker ervaren.
Daarnaast zijn groepscursussen efficiënt omdat tegelijktijd meerdere medewerkers getraind worden en de groep bijna hetzelfde kennisniveau bereikt.
Ook zijn voor cursisten groepscursussen iets minder intensief (iets minder zwaar) dan individuele taalcursussen.
Minpunten individuele cursus
Discussies en rollenspellen kunnen bij een individuele taalcursus Nederlands alleen worden gevoerd en gedaan met de trainer.Omdat er geen interactie is met andere deelnemers, kan de geleerde kennis niet in een groep geoefend worden.
Doordat groepsdynamiek ontbreekt, is het eveneens niet mogelijk om te leren van elkaars fouten.
De intensievere leerbenadering van een individuele taalcursus is voor de cursist ook behoorlijk intensief (zwaarder).
Minpunten groepscursus
In groepscursussen is minder aandacht voor de individu en kunnen de cursisten iets sneller afgeleid zijn. Het rendement is daardoor wat lager. Gedeeltelijk kan dit worden ondervangen door de groepen iets kleiner te maken (minigroepen).Groepscursussen Nederlands kunnen ook minder goed op individuele leerstijlen van cursisten afgestemd worden.
Een ander nadeel van groepscursussen is dat de planning minder goed op de agenda van de individuele cursisten afgestemd kan worden.
Pluspunten
Individuele cursus in één oogopslag
hoogste rendement & flexibiliteit, kortste traject
afgestemd op individuele leerstijl
inhoud perfect afgestemd op individuele behoefte
afgestemd op niveau & aandachtsgebieden cursist
afgestemd op agenda cursist
Minpunten
Individuele cursus in één oogopslag
geen interactie met andere cursisten
vrij intensief voor de cursist
geen groepsdynamiek
Pluspunten
Groepscursus in één oogopslag
interactie met andere cursisten
groepsdynamiek wordt als prettiger ervaren
groep komt op hetzelfde kennisniveau
efficiënt meerdere medewerkers tegelijk trainen
minder intensief dan individuele cursus
Minpunten
Groepscursus in één oogopslag
iets minder aandacht voor individuele cursist
minder afgestemd op individuele leerstijlen
minder afgestemd op agenda cursisten
Ontdek onze mogelijkheden voor cursussen Nederlands
Verschillende opties voor Nederlandse les
Dagnall Talen verzorgt taalcursussen (Nederlands) voor beginners, halfgevorderden en gevorderden.
Niet iedereen kan een talencentrum bezoeken.
Wij bieden de taaltrainingen daarom ook incompany en online aan. Bij Dagnall Talen kunt u een intensieve of semi-
Niet iedereen kan een talencentrum bezoeken.
Wij bieden de taaltrainingen daarom ook incompany en online aan. Bij Dagnall Talen kunt u een intensieve of semi-
intensieve cursus, een spoedcursus of een opfriscursus Nederlands volgen. Vanzelfsprekend is een combinatie van deze trainingen ook mogelijk.
Wij staan voor (betaalbaar) maatwerk!
Wij staan voor (betaalbaar) maatwerk!
ALGEMENE LEERMETHODES
Audio-Lingual Method (ALM) (Army Method/New Key)
Bedacht door wie en wanneer
De audiolinguale methode was al in de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw ontwikkeld in Engeland en Amerika, onder andere door de Amerikaanse taalkundige Leonard Bloomfield. Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was het noodzakelijk om de (Amerikaanse) soldaten te voorzien van elementaire verbale communicatieve vaardigheden. Vanwege de invloed van het leger werd deze audiolinguale methode ook de ‘legermethode’ genoemd.Kenmerken van de Audio-Lingual Method (ALM)
De audiolinguale methode kan beschouwd worden als antwoord op de grammatica-vertaalmethode. Het was nieuw dat de les volledig in de doeltaal (bijvoorbeeld Nederlands) plaatsvond. Kunnen spreken en luisteren (in de Nederlandse taal) zijn de belangrijkste vaardigheden en (Nederlandse) grammaticale structuren worden geleerd door middel van mondelinge structuuroefeningen. Het doel is vrijwel zonder fouten Nederlands leren verstaan en spreken; dit begint bij een Nederlandssprekende leren naspreken. Het middel hiertoe is herhaling; er wordt gewerkt met drills om Nederlandse zinnen en structuren goed aan te leren, zodat reacties spontaan en automatisch worden. De taaltrainer Nederlands kan bijvoorbeeld een zin tien maal herhalen en vervolgens een nieuw Nederlands woord of meerdere nieuwe Nederlandse woorden hieraan toevoegen. De audiolinguale methode werkt veel met zogeheten talenpractica, waarbij studenten Nederlands een koptelefoon dragen en naar deze zinnen luisteren en deze nazeggen. Het geschreven Nederlands wordt pas behandeld wanneer het mondelinge Nederlands inmiddels vertrouwd is geworden. Er wordt wel gebruikgemaakt van afbeeldingen voor het introduceren van nieuwe woorden in het Nederlands.Populariteit
In ons land werd de methode pas geïntroduceerd omstreeks het jaar 1970 toen de Mammoetwet inging. Al snel waren er bezwaren tegen deze inhoudsloze driloefeningen. Het kwam wel eens voor dat de techniek haperde, waardoor de talenpractica al snel in onbruik raakten. In plaats van de talenpractica werden de mondelinge structuuroefeningen schriftelijk gemaakt. Schrijvers van leerboeken namen de markt weer over en boden zoals gebruikelijk expliciete grammaticaregels aan. Toch liet de audiolinguale methode sporen na. Het was nu alom aanvaard dat het bij een taal (zoals Nederlands) leren niet gaat om het memoriseren van de regels van de (Nederlandse) grammatica, maar om het te gebruiken. Luistervaardigheid (Nederlands), die vóór 1970 voor de meeste docenten niet bestond, was ontdekt.Voor- en nadelen van de Audio-Lingual Method
De audiolinguale methode is voor mensen die Nederlands beginnen te leren effectief. Vanaf het begin wordt een goede uitspraak Nederlands aangeleerd. Deze methode is een docentgestuurde methode en kan daardoor een efficiënte en snelle kennisoverdracht bieden. Deze methode kan ook bij grotere groepen toegepast worden.De docentgestuurde kant is tegelijkertijd een nadeel; er wordt geen eigen inbreng verlangd van de lerenden. Hierdoor ligt het gevaar van enige passiviteit en onvoldoende betrokkenheid en motivatie op de loer. Een ander bezwaar is dat de geoefende driloefeningen niet zo eenvoudig zijn om te zetten in levend taalgebruik Nederlands.
GoldList Method (GLM)
Bedacht door wie en wanneer
De GoldList Method (‘gouden lijst-methode’) is ontwikkeld door polyglot David J. James, alias Viktor Dmitrievitch Huliganov of Uncle Davey.Kenmerken van de GoldList Method (GLM)
Deze GoldList Method is een leermethode om woorden of zinnen (bijvoorbeeld in het Nederlands) op een zodanige wijze te leren dat ze worden opgeslagen in het langetermijngeheugen van de lerende. De methode werkt middels zelfgeschreven woordenlijsten (Nederlands) die herhaald worden na verloop van tijd. De opgeschreven Nederlandse woorden en zinnen worden door de student hardop gelezen. Al deze woorden of zinnen en zinnen uit het hoofd te leren, is niet de bedoeling, maar door blootstelling gaat dit vanzelf. Deze woordenlijst wordt steeds bijgewerkt; Nederlandse woorden die zijn aangeleerd, verdwijnen van de lijst, Nederlandse woorden die nog problemen opleveren, blijven op de lijst staan.Populariteit
Aanhangers van de GoldList-methode claimen dat deze woorden of zinnen in het Nederlands spontaan opgeslagen worden in het langetermijngeheugen, iets dat door veel geheugenwetenschappers bestreden wordt. In het algemeen wordt kennis onthouden als deze relevant en betekenisvol is voor de lerende. Deze methode kan dus alleen werken voor Nederlandse woorden die betekenisvol en relevant zijn voor de student.Voor- en nadelen van de GoldList Method
Bij lerenden die het fijn vinden om bijvoorbeeld Post-its® als geheugensteun te gebruiken, kan deze methode goed functioneren. Doordat het fysieke deel van het geheugen door het schrijven aangesproken wordt en meewerkt, functioneert het met de hand schrijven effectiever dan typen of, behoorlijk zinloos: een foto maken. Een minpunt van deze leermethode is het ontbreken van context. Taal is veel meer dan alleen een serie losse woorden of zinnen. Deze GoldList-methode is bovendien bijzonder tijdrovend omdat steeds met de hand geschreven lijsten moeten worden aangemaakt.De Natural Method
Bedacht door wie en wanneer
De Natural Method, ook wel de Natural Approach (de ‘natuurlijke aanpak’) genoemd, is door Tracy D. Terrell en Stephen Krashen in 1983 ontwikkeld.Kenmerken van de Natural Method
De Natural Method is gericht op een natuurlijke manier van taalverwerving (van bijvoorbeeld Nederlands). De methode probeert het Nederlands te leren op de manier waarop mensen als kind hun moedertaal leerden. De taalregels van het Nederlands leert de student ook onbewust op deze wijze. Alleen het Nederlands met de nodige visuele hulpmiddelen wordt hiervoor gebruikt. Het streven is een stressvrije leeromgeving voor de studenten. Een grote hoeveelheid begrijpelijke input wordt blootgesteld aan de lerenden. De taalproductie Nederlands mag spontaan ontstaan en wordt niet geforceerd. De nadruk ligt op communicatie en minder op het corrigeren van vormfouten en expliciete Nederlands grammatica.De leermethode werkt het meest effectief als de lerenden in het Nederlands worden ondergedompeld. Om ervoor te zorgen dat de lerende plezier heeft van de ervaringen, moeten de leeractiviteiten die in het Nederlands worden aangeboden, stimulerend zijn.
De Natural Method leermethode heeft veel overeenkomsten met de Directe Methode. De leermethoden gaan beide uit van het idee van natuurlijke taalverwerving; het onderscheid tussen de beide methoden is dat bij de Directe Methode meer nadruk wordt gelegd op de praktijk en bij de Natural Method meer op de blootstelling aan taalinput en het verminderen van spreekangst.
Populariteit
Het feit dat onderdompeling zeer effectief is, is vaak bewezen. De natuurlijke aanpak is een populaire wijze van lesgeven bij taaltrainers Nederlands, omdat de methode betrekkelijk eenvoudig te begrijpen is voor lerenden. Maar er is ook kritiek op de natuurlijke aanpak. De methode richt zich voornamelijk op het impliciet aanleren van de grammatica van het Nederlands. De lerenden zouden weliswaar leren om te communiceren, maar blijven hangen in een wat gebrekkige, versimpelde versie van het Nederlands door ontoereikende kennis van de grammatica.Voor- en nadelen van de Natural Method
Om op een natuurlijke manier een taal te leren, wordt als prettig ervaren. Studenten wordt de mogelijkheid geboden voor het opbouwen van een persoonlijke band met het Nederlands. Omdat de studenten niet ‘uit het hoofd hoeven te leren’, beklijft het geleerde Nederlands langer.Het nadeel kan zijn dat het langer duurt voor er resultaat geboekt wordt, omdat er bijna geen druk ligt op de taalproductie. De methode bereidt lerenden eveneens niet per se voor op een bepaald Nederlands examen.
Structurele Aanpak
Bedacht door wie en wanneer
De Structural Approach (afgekort SA) oftewel de ‘Structurele Aanpak’ is door Charles Carpenter Fries en Robert Lado in de jaren 50 ontwikkeld.Kenmerken van de Structurele Aanpak (SA)
De Structurele Aanpak is een methode van taalverwerving met als doel lerenden vertrouwd te maken met de fonologische en grammaticale structuren van de doeltaal (bijvoorbeeld het Nederlands). De beheersing van deze structuren levert volgens de Structurele Aanpak meer op dan het verwerven van woordenschat van het Nederlands. Bij de Structural Approach gaat het om het kunnen herkennen en toepassen van vaste samenstellingen van Nederlandse woorden en woordgroepen in de juiste woordvolgorde. Deze vaste combinaties van woorden worden aan de lerende aangedragen in reële situaties met behulp van visualisaties, gezichtsuitdrukkingen, dramatiseringen en handelingen. Bij de methode worden de structuren die het vaakst in het Nederlands gebruikt worden, eerst geleerd. De mondelinge vaardigheden Nederlands (luisteren en spreken) worden hier in de eerste instantie bij gebruikt; lezen en schrijven volgen hieruit. Bij het aanleren en verbeteren van de productieve vaardigheden Nederlands (spreken en schrijven), krijgt grammatica een grote plek. Andere benamingen voor de Structurele Aanpak zijn de Structural-Situational Approach (structurele-situationele benadering) en de Structural-Oral-Situational Approach (structurele-mondeling-situationele benadering).Populariteit
De Structurele Aanpak werd in de jaren vóór 1970 op grote schaal gebruikt om in Engelssprekende landen, voormalige Britse koloniën alsook in Maleisië Engelse les te geven.Voor- en nadelen van de Structurele Aanpak
De sterke kant van de Structurele Aanpak is dat de lerenden het Nederlands op een nauwkeurige manier kunnen leren. De studenten krijgen inzicht in de grammatica van het Nederlands en ze leren eveneens in welke situaties bepaalde Nederlandse woorden of woordcombinaties wel of niet passend zijn voor die situaties. De methode van de Structurele Aanpak gebruikt de taal van alle dag. Nadelen heeft de methode van de Structural Approach ook. De werkwijze is behoorlijk tijdrovend en zorgt niet direct voor een succeservaring. De eigen input van de studenten is behoorlijk beperkt; het is weinig creatief.Communicatief taalonderwijs (Engels: Communicative Language Teaching; CLT)
Bedacht door wie en wanneer
Communicatief taalonderwijs (In het Engels: Communicative Language Teaching; CLT), of ook wel ‘De Communicatieve benadering’ (In het Engels: Communicative Approach; CA) genoemd, is in de jaren 60 van de vorige eeuw ontstaan onder invloed van de ideeën van Noam Chomsky, die de nadruk legde op competenties bij het leren van een vreemde taal. Amerikaans taalkundige Dell Hymes was de grondlegger in 1966 van het concept communicatieve vaardigheden.Kenmerken van Communicatief taalonderwijs (CLT)
Communicatief talenonderwijs gaat uit van de gedachte dat interactie de uiteindelijke doelstelling is bij het leren van een vreemde taal (zoals Nederlands).De studenten leren met gebruik van CLT-technieken het Nederlands in de praktijk te brengen door de interactie onderling en de taaldocent Nederlands. Teksten, geschreven in het Nederlands of ander materiaal uit de werkomgeving of het dagelijks leven worden gebruikt. Het Nederlands wordt zowel tijdens en ook buiten de les gebruikt.
Studenten praten over persoonlijke gebeurtenissen met medestudenten en taaldocenten Nederlands dragen onderwerpen aan buiten het domein van de traditionele grammatica, om de taalvaardigheid Nederlands in allerlei soorten situaties uit de praktijk te oefenen. Nederlandse grammatica leren studenten inductief, dit houdt in aan de hand van de praktijk, waaruit de regel volgt.
Bij het communicatief taalonderwijs zijn docenten Nederlands echt trainers, die studenten leren in het Nederlands te communiceren.
Populariteit
In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw werd het communicatief taalonderwijs erg populair, gedeeltelijk doordat de traditionele taalonderwijsmethodes niet zo succesvol bleken. Door de verdere eenwording van Europa kwam meer behoefte om een taal te leren op een wijze die direct kon worden toegepast.Voor- en nadelen van Communicatief taalonderwijs
De CLT (communicatief taalonderwijs) kent veel goede aspecten. Lerenden ‘kunnen’ al snel ‘iets’ in het Nederlands; de methode is studentgericht en functioneel. Omdat authentiek materiaal te gebruiken, leren studenten de Nederlandse woorden die zij moeten weten. CLT is efficiënt. Voor de lerende werkt het stimulerend doordat hij of zij gauw succes ervaart. Foutjes mogen worden gemaakt; de vaardigheden van de lerende wordt al doende geleerd en daarna geperfectioneerd. Een keerzijde van deze communicatieve benadering is dat er veel minder aandacht wordt geschonken voor grammatica, woordenschat die niet direct toepasbaar is en de uitspraak. Het plannen en voorbereiden vraagt veel tijd van de docent en van de student vereist het een actieve deelname. Voor een aantal lerenden kan deze manier van een taal leren afwijkend of lastig zijn, afhankelijk van de achtergrond. De methode CLT draait om het trainen van vaardigheden; hierbij gaat het vooral om de functie en niet zo zeer om de vorm en de methode biedt geen echt samenhangend geheel.Grammatica-/vertaalmethode (GVM) (Engels: Grammar-Translation Method; GTM)
Bedacht door wie en wanneer
Het taalonderwijs was in de 18de en de 19de eeuw vooral gefocust op praktisch taalgebruik. Er word geleerd om gebruiksklare zinnetjes, dialogen, idiomatische uitdrukkingen, woordenlijsten enzovoort na te spreken, uit het hoofd te leren en vervolgens op te zeggen. Een Duitse docent Frans en Italiaans en eveneens schrijver van leerboeken; Johann Valentin Meidinger, deed dit op een andere manier. Meidinger ontwikkelde een methode waarbij de grammatica centraal stond omstreeks het jaar 1783. Meidinger wordt beschouwd als grondlegger van de grammatica-vertaalmethode (Engels: Grammar-Translation Method; GTM).Kenmerken van de Grammatica-/vertaalmethode (GVM)
Deze methode was gestoeld op het onderwijs in het Latijn, wat de taal van de religie, wetenschap en cultuur was. Het onderwijs in het Latijn was vanzelfsprekend op geschreven teksten van de klassieke schrijvers gericht en geheel op het vertalen en de grammatica (van bijvoorbeeld Nederlands) gericht. Deze aanpak werd destijds gezien als degelijk en wetenschappelijk. De Grammatica-/vertaalmethode gaat van de analyse van taalvormen en taalstructuren (van bijvoorbeeld Nederlands) uit waarbij lerenden inzicht ontwikkelen. Bij deze methode zijn de lees- en schrijfvaardigheid Nederlands dus belangrijk. Literatuur, vertalen en uit het hoofd leren van woordenlijsten in het Nederlands hebben de nadruk. De taaldocent draagt kennis Nederlands over, de student memoriseert.Populariteit
Al vanaf halverwege de negentiende eeuw was ook tegengeluid te horen. Desondanks is tot vrij recent de grammatica-/vertaalmethode van grote invloed geweest op het talenonderwijs.Voor- en nadelen van de Grammatica-/vertaalmethode
De methode biedt een aardige mentale training aan personen voor wie het een uitdaging is om dingen uit het hoofd te leren. Ook biedt deze methode inzicht in de structuur van het Nederlands, omdat de nadruk op de grammatica gelegd wordt.Er zijn echter meer nadelen dan voordelen. Het belangrijkste nadeel is dat de spreek- en luistervaardigheid Nederlands bij de methode ver achterblijft, waardoor de taal zelfs na jaren studie zelden mondeling toegepast kan worden. De methode staat ver af van het dagelijks gebruik van het Nederlands, ook in de context die wordt aangeboden, omdat het meestal gaat om literair taalgebruik. De methode biedt geen mogelijkheid tot differentiatie of tot een eigen creatief proces voor de lerenden voor het werken in een groep. De student is slechts toehoorder en uitvoerder.
Onderdompeling (Engels: immersion)
Bedacht door wie en wanneer
Onderdompeling (In het Engels: language immersion of alleen immersion) wordt sinds de jaren 70 over de hele wereld toegepast, hoofdzakelijk op de middelbare school waarbij een vak (bijvoorbeeld het vak wiskunde) wordt gegeven in een vreemde taal. In Nederland is ‘onderdompeling’ bekend als de leermethode die bij onze collega’s van Taleninstituut Regina Coeli, ‘de nonnen van Vught’ toegepast wordt. De methode is daar in 1963 ontstaan met Franse nonnen die Franse les gaven aan welgestelde dames uit Vught.Kenmerken van onderdompeling
Onderdompeling zorgt ervoor dat degene die de taal (zoals het Nederlands) leert, vanaf het begin door de nieuwe taal wordt omgeven. Alle instructies worden in de doeltaal (Nederlands) gegeven; in het begin langzaam en met veel herhaling en later op een meer natuurlijke wijze. De studenten worden ook vanaf het begin uitgedaagd om in het Nederlands te spreken. Er wordt gewerkt met rollenspellen en simulaties. Op scholen die met onderdompeling werken, wordt de omgeving veelal ingericht in de stijl van het land van de Nederlandse taal om een situatie te creëren alsof de studenten in Nederland zijn. De studenten oefenen één-op-één of in kleine groepjes met Nederlands spreken. Een andere manier om een taal te leren door middel van onderdompeling, is daadwerkelijk naar Nederland reizen en daar in een gastgezin verblijven.Populariteit
Onderdompeling wordt beschouwd als een heel goede leermethode voor vreemde talen. Hoofdzakelijk de mondelinge taalbeheersing Nederlands kan op deze wijze uitstekend worden aangeleerd.Voor- en nadelen van onderdompeling
Het grote voordeel is dat deze methode snel resultaat laat zien, omdat de leermethode zo intensief is. Omdat de lerende wordt erdoor omgeven, is de leermethode een kwestie van ‘sink or swim’; hij of zij moet wel in het Nederlands gaan communiceren. In principe is de student 24 uur per dag Nederlands aan het leren. De sociale interactie wordt versterkt door het samen oefenen in groepsverband. Dit wordt door de studenten als motiverend ervaren.Dat de bereikte resultaten niet altijd wordt vastgehouden, is een nadeel van de leermethode. Als iemand in een vrij korte tijd Nederlands leert, door in Nederland te zijn of door in een kunstmatig gecreëerde omgeving te zijn ondergedompeld, maar daarna weer tot de orde van de dag overgaat, is de kans groot dat het nieuw geleerde snel weer wegzakt. Dat een dergelijke taaltraining Nederlands nogal intensief is, kan een ander minpunt zijn. Niet alle studenten hebben de conditie om deze wijze van leren vol te houden.
Suggestopedie (Suggestopedia)
Bedacht door wie en wanneer
Suggestopedia is een methode om taal te leren die uit de jaren 70 van de vorige eeuw stamt. Suggestopedia (Nederlands: Suggestopedie) is door de Bulgaarse wetenschapper en psychotherapeut Georgi Lozanov ontwikkeld.Kenmerken van Suggestopedie
Zoals de naam al doet vermoeden, is De methode van Suggestopedia op het principe van de suggestie gebaseerd. Lozanov was van mening dat positieve suggestie een voorwaarde is om (vreemde talen; bijvoorbeeld Nederlands) te kunnen leren. Een ontspannen sfeer en wederzijds vertrouwen tussen de student en de taaldocent (Nederlands) zijn daarvoor essentieel. De voorwaarde hiervoor is dat lerenden zich veilig en ontspannen voelen. Om dit te bereiken, was een leslokaal met een rijopstelling uit den boze. In de lessen zaten lerenden in comfortabele stoelen die in een halve cirkel waren geplaatst en in de klas was altijd achtergrondmuziek. De methode zoals Lozanov voorstond, bestond uit het voorlezen van verschillende teksten, op de achtergrond werd klassieke muziek gespeeld of waren natuurgeluiden te horen. Er waren woordenlijsten bij de teksten en opmerkingen over de grammatica van de te leren taal (het Nederlands). Er werd met gebaren en veel expressie in stem voorgelezen. Lerenden werden op deze manier verleid om te luisteren en ze konden de (Nederlandse) woorden die nieuw waren, gemakkelijk begrijpen en opnemen. Voor de cultuur en kennis over het land van de doeltaal (Nederland) was veel aandacht tijdens de lessen. In de klas werden rollenspellen gespeeld en ook (Nederlandse) streekgerechten werden in de les gemaakt en geproefd.Populariteit
De leermethode Suggestopedia was omstreden en is niet heel bekend meer. Sommige elementen worden nog steeds toegepast, bijvoorbeeld het gebruikmaken van stemexpressie en gebaren bij het lezen van teksten in de vreemde taal.Voor- en nadelen van Suggestopedie
De methode van Suggestopedia zorgt voor een ontspannen en veilige sfeer, waardoor de studenten minder last zullen hebben van faalangst of frustratie. Deze gemoedelijke sfeer kan voor immigranten aan een positieve associatie met het nieuwe thuisland bijdragen. Vaak werkt muziek motiverend en draagt muziek bij aan betere leerprestaties. Dat de student gestimuleerd wordt om zich in te leven in de situaties en actief mee te doen, wat voor een aantal mensen een nieuwe ervaring is, is een ander voordeel van de methode. Tegelijk is dit voor sommigen een nadeel, omdat niet iedere student hiertoe in staat is. Daarnaast kan muziek bij sommige studenten eerder afleiden en zelfs verstorend zijn in plaats van stimulerend of ontspannend. Dat de relatie trainer-student niet echt gelijkwaardig is, is een andere zwakke kant; alle input komt van de kant van de Nederlandse trainer waarbij de student steeds de ontvangende partij is.Community Language Learning (CLL)
Bedacht door wie en wanneer
De Amerikaanse priester en psycholoog Charles Curran ontwikkelde Community Language Learning, ook wel Counseling Language Learning of CLL geheten in 1976.Kenmerken van Community Language Learning (CLL)
Community Language Learning (CLL) is een methode om een taal te verwerven waarbij studenten samenwerken om te bepalen welke aspecten van de taal zij willen leren. De CLL methode is op de counseling-benadering gebaseerd waarbij de taaldocent als counselor fungeert die de zinnen van de lerenden omschrijft. De lerenden beginnen een gesprek. Zijn de studenten de taal (Nederlands) nog niet voldoende machtig, dan spreken de studenten in hun moedertaal. De docent (Nederlands) vertaalt en legt uit. Hierna herhalen de studenten de uitingen van de docent zo goed mogelijk. Deze gesprekken in het Nederlands worden opgenomen om nadien opnieuw te kunnen beluisteren.De methode stimuleert gemeenschapsgevoel in de leergroep en ziet de wisselwerking tussen de lerenden als middel om het Nederlands te leren. Het zijn de studenten zelf die de lesstof bepalen middels betekenisvolle gesprekken. Er is geen leerboek Nederlands dat gevolgd wordt.
Populariteit
Het succes van de methode is in hoge mate afhankelijk van de expertise van de trainer-counselor. De taaldocent dient naast sociaal-cultureel kundig ook taalkundig onderlegd te zijn. De trainer dient zowel het Nederlands als de moedertaal van de lerenden zeer goed te beheersen om in staat te zijn om de taaluitingen van de lerenden te vertalen. CLL kan prima werken wanneer deze op de juiste wijze wordt gebruikt. Voor grote groepen is Community Language Learning niet geschikt.Voor- en nadelen van Community Language Learning
De methode biedt studenten veel autonomie. Het analyseren van de eigen gesprekken vinden veel studenten zinvol. De groep wordt vaak heel hecht, niet alleen tijdens de les Nederlands, maar ook daarbuiten. Met Community Language Learning worden studenten zich veel meer bewust van hun groepsgenoten, hun sterke en zwakke punten en leren om als team samen te werken. Studenten leren vaak veel van het bespreken van hun foutjes en het evalueren van de les Nederlands. Deze correcties blijven vaak in het geheugen gegrift en worden deel van het actieve vocabulaire van de studenten.Dat de docent niet sturend is, terwijl een aantal lerenden wel sturing nodig heeft, kan een nadeel zijn. Er wordt geen gebruikgemaakt van een lesboek en er worden ook geen toetsen Nederlands afgenomen. Hierdoor is het succes moeilijk te meten. Sommige lerenden worden geremd in hun Nederlands spreken wanneer zij worden opgenomen.
Lexicografische benadering (Engels: Dynamic Lexicographic Approach; DLA)
Bedacht door wie en wanneer
De Lexicografische benadering (Engels: Lexical Approach; LA) is een methode om een vreemde taal te leren die door Michael Lewis in het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw is ontwikkeld.Kenmerken van de Lexicografische benadering (DLA)
Deze lexicografische benadering gaat uit van de visie dat een belangrijk gedeelte van het leren van een taal (zoals het Nederlands) bestaat uit het begrijpen en produceren van zogenaamde ‘lexicale eenheden’. Dit zijn brokjes taal die bestaan uit (Nederlandse) woorden, woordcombinaties alsook uitdrukkingen. De lerenden verwerven al doende inzicht in patronen van het Nederlands (grammatica) en betekenisvolle groepen met woorden. Ze leren hoe het Nederlands ‘in het echt’ wordt gebruikt. Woordenschat Nederlands krijgt in deze benadering meer nadruk dan Nederlandse grammatica. De instructies zijn gericht op situaties en Nederlandse uitdrukkingen die regelmatig voorkomen in dialogen. Er is aandacht voor interactie maar eveneens voor exposure; voor de receptieve vaardigheden van de student (luisteren/begrijpen, lezen/begrijpen). Er is veel ruimte voor studenten om de Nederlandse taal zelf te ontdekken.De rol van de trainer Nederlands is voor genoeg input te zorgen en het faciliteren van het leerproces van de lerenden.
Populariteit
In de afgelopen dertig jaar zijn door de invloed van de ideeën over taal van (onder andere) Michael Lewis lesboeken duidelijk veranderd. Veel meer aandacht wordt aan woordenschat van de te leren taal geschonken die in zogenaamde chunks aangeboden wordt, in betekenisvolle brokjes. De drastische verandering in de manier waarop een vreemde taal wordt onderwezen, waar Michael Lewis streefde, is er echter niet van gekomen.Voor- en nadelen van de Lexicografische benadering
Door het werken met ‘chunks’ (brokjes taal); met ‘echte’ taal, leren de studenten op een natuurlijke manier het Nederlands te gebruiken. Op deze manier ontstaat souplesse in het taalgebruik Nederlands.Het minpunt is dat de werkelijkheid altijd weer afwijkt van de geleerde taalsituaties. Met het zelf leren herkennen van de patronen van het Nederlands hebben sommige lerenden moeite en zij hebben meer aan een trainer Nederlands die hen de weg wijst, dan aan een docent taal-facilitator.
Series Method
Bedacht door wie en wanneer
De Series method, ook wel ‘seriemethode van taalverwerving’ (Frans: La Méthode naturelle) genoemd, is ontwikkeld door de Fransman François Gouin in het jaar 1880.Kenmerken van de Series Method
Een serie van verbonden zinnen die eenvoudig te begrijpen zijn en weinig kennis van de grammatica van de doeltaal vereisen, is het uitgangspunt van de seriemethode (The Series Method of language acquisition) van François Gouin. De studenten leren zinnen op basis van een actie, bijvoorbeeld het huis verlaten in de volgorde waarin deze zou worden uitgevoerd. Deze series of reeksen behandelden onderwerpen als mens in de samenleving, wetenschap en beroep, leven in de natuur, ontwikkeld vanuit het onderscheid tussen objectieve, subjectieve en figuurlijke taal. In de François Gouin-serie wordt geen moedertaal gebruikt. De lerenden gaan vanzelf snel in de te leren taal (bijvoorbeeld het Nederlands) denken omdat een soort eentalige methode is, die niet van ‘vertalen’ en ‘uitleggen’ uitgaat maar van ‘demonstreren’ en ‘handelen’.Populariteit
Gouin’s principes over het leren van een vreemde taal waren erg vooruitstrevend. Ondanks dat het een ongewone aanpak was, was de seriemethode van Gouin toch enige tijd succesvol. De methode werd echter overschaduwd door Berlitz’ Directe Methode.Voor- en nadelen van de Series Method
De Series method van Gouin ontwikkelt sterk de mondelinge vaardigheden Nederlands van de studenten en de leermethode zorgt voor een sfeer die harmonieus, natuurlijk en gelijkwaardig is.Gouin’s methode biedt een levendige manier van lesgeven. Dit soort onderwijs Nederlands wekt het enthousiasme op bij de studenten door gebruik te maken van visuele leermiddelen, zoals afbeeldingen, grafieken, etcetera. Leren wordt tastbaar; dit was iets geheel nieuws. De leermethode maakt studenten Nederlands nieuwsgierig, wat helpt om het leergeheugen te ontwikkelen, prestatiedruk te verlagen en het zelfvertrouwen te verhogen. De communicatieve vaardigheid Nederlands van de student wordt sterk gestimuleerd.
De leermethode heeft echter als nadeel dat taal die iets subjectiever of abstracter wordt, moeilijk in één concrete ervaring te vangen is met beweging en expressie. De bewerkelijkheid voor de taaldocent, die tenslotte een scala aan series voor moet bereiden, is een ander nadeel. Ten derde is de Gouin-seriemethode vooral gericht op mondelinge taalgebruik, terwijl het onderwijssysteem nog vaak draait om examens die de lees- en schrijfvaardigheid toetsen.
Task-Based Language Teaching (TBLT)
Bedacht door wie en wanneer
Task-Based Language Teaching; TBLT (Taakgericht taalonderwijs) is in de jaren tachtig van de vorige eeuw ontwikkeld. De grondleggers van deze methode waren de Indiase taalkundige professor N.S. Prabhu, de Amerikaanse hoogleraar Teresa P. Pica en de Britse hoogleraren Michael H. Long en Graham V. Crookes.Kenmerken van de Task-Based Language Teaching (TBLT)
Het taakgericht taalonderwijs past binnen een Communicatieve Benadering/het Communicatief Taalonderwijs. De gedachte achter deze methode is dat het verwerven van de te leren taal (zoals het Nederlands) geen doel op zich is, maar een methode om bepaalde taken uit te kunnen voeren. De studenten krijgen verschillende motiverende taken aangeboden. Hiervoor is taalkennis (Nederlands) nodig. Voor het goed uitvoeren van deze taken, dienen zij over regels van het Nederlands en woordenschat te beschikken. De taken zijn zaken uit het dagelijks leven, bijvoorbeeld het schrijven van een e-mail, bellen met de klantenservice, boodschappen doen, iets te drinken bestellen of de krant lezen. De opdracht wordt in drie fasen opgesplitst: vóór, tijdens en na de taak, waarbij de student zich eerst voorbereidt op de taak, vervolgens de taak uitvoert en tot slot op de taak terugblikt. De studenten dienen samen te werken om de opdrachten uit te kunnen voeren. De opdrachten dienen iets boven het niveau van de studenten Nederlands te liggen om leereffect te hebben.Populariteit
Het taakgericht onderwijs is vanaf het begin van de jaren 90 erg populair geworden, zeker in het taalonderwijs. De methode lijkt de meest praktisch bruikbare vorm te zijn om de taalvaardigheden van studenten (met name studenten in een achterstandspositie) in het lager en secundair onderwijs te verbeteren.Voor- en nadelen van Task-Based Language Teaching
Taakgericht taalonderwijs (Nederlands) heeft duidelijke voordelen. Het taakgericht taalonderwijs is een activerende werkvorm, waarbij de lerenden worden uitgedaagd om hun taalvaardigheden (Nederlands) te gebruiken. Zolang de taak goed aansluit bij de lerende, is de leermethode een op de persoon gerichte, relevante en efficiënte aanpak. De studenten komen op een natuurlijke, alledaagse wijze in contact met het Nederlands en leren zo authentieke Nederlandse woorden, woordcombinaties en uitdrukkingen in de vreemde taal. Bovendien leren studenten om samen te werken. Lerenden ervaren taakgericht onderwijs als prettig en motiverend.Dat de communicatie het belangrijkst is en niet de correcte vorm van het Nederlands, waardoor de studenten die niet zeer precies leren, kan als nadeel genoemd worden.
De Dogme benadering (Engels: Dogme Language Teaching; Dogme ELT)
Bedacht door wie en wanneer
Scott Thornbury; een Nieuw-Zeelandse linguïst en docententrainer op het gebied van taalonderwijs Engels bedacht Dogme Language Teaching/Dogme ELT (ook wel de ‘Dogmabenadering’ genoemd) in 2000.Kenmerken van de Dogme benadering (ELT)
‘Dogme 95’; de beweging van een groep filmmakers uit Denemarken onder wie de filmregisseur Lars von Trier uit het jaar 1995 was de inspiratie voor Dogme Language Teaching (DLT). De deelnemers confirmeren zich bij het maken van films aan tien strenge regels (dogma’s). Deze dogma’s vormen samen ‘de eed van zuiverheid’ (Deens: kyskhedsløfter; Engels: Vows of Chastity). Bij het Dogme-taalonderwijs is iets soortgelijks aan de hand. De aanhangers van deze methode streven naar een vorm van communicatief taalonderwijs die niet door enig voorgedrukt materiaal is belast. Het oogmerk van de Dogme-methode is het starten van echte inhoudelijke conversaties over praktische onderwerpen. Bij deze methode gaat het om communicatie als drijvende kracht van het leren. Daarom is deze leermethode een communicatieve aanpak van het onderwijs, die taalonderwijs biedt zonder het gebruik van leerboeken of ander lesmateriaal en zich in plaats daarvan op de communicatie tussen de lerende en de trainer richt. Het Dogme-taalonderwijs heeft tien dogma’s (uitgangspunten), net zoals de Dogme-beweging van de filmmakers.Populariteit
Ondanks dat er niet veel onderzoek naar het succes van Dogme is geweest, gaat Scott Thornbury ervan uit dat de parallellen met taakgericht leren van een taal (zoals Nederlands) erop wijzen dat Dogme waarschijnlijk voor vergelijkbare resultaten zorgt.Voor- en nadelen van de Dogme benadering
Dat er zo goed als geen voorbereiding nodig is, is een pluspunt voor de taaldocent Nederlands. Het kan erg motiverend werken dat de studenten de verantwoording dragen voor het eigen leerproces. Op deze manier zijn de taallessen Nederlands nooit voorspelbaar; dat zorgt voor spontane communicatie en verveling krijgt geen kans. Vrijwel alles kan worden besproken in een les volgens de Dogme-methode. Dit zorgt ervoor dat de studenten betrokken en alert blijven.Daartegenover staat dat lerenden zich wat minder op hun gemak kunnen voelen als ze zo weinig door de trainer begeleid worden. Voor dit type taalonderwijs zijn ook niet alle trainers Nederlands in voldoende mate flexibel. Dat studenten zich vaak op een specifiek examen Nederlands dienen voor te bereiden en het niet zeker is dat de hiervoor benodigde stof tijdens de les wordt behandeld, kan een ander minpunt van de methode zijn.
Growing Participator Approach (GPA)
Bedacht door wie en wanneer
The Growing Participator Approach (GPA) is in het jaar 2007 ontwikkeld door Language consultants Greg en Angela Thomson.Kenmerken van de Growing Participator Approach (GPA)
De GPA-benadering geldt als een alternatieve visie op het verwerven van een nieuwe taal (zoals het Nederlands). De primaire aanname van de methode is dat taal en cultuur niet los van elkaar kunnen worden gezien. Het gaat bij GPA om veel meer dan alleen het leren van het Nederlands; het doel is uitgroeien tot een volwaardige deelnemer aan het leven in de gastcultuur (van Nederland). Daarom gebruikt GPA de benamingen ‘groeiende deelnemers’ in plaats van ‘taallerenden’ en ‘verzorger’ in plaats van ‘docenten’. De Growing Participator Approach (GPA) vertoont gelijkenissen met, en is deels gebaseerd op, de Natural Approach (natuurlijke aanpak) van Stephen Krashen en Tracy Terrell.De methode bestaat uit zes fasen van activiteiten. De activiteiten worden uitgevoerd door de lerende met een verzorger uit Nederland. Begrip gaat boven productie. De Nederlandse woordenschat alsook de cultuur krijgen de nadruk. Fase 1 is de zogenaamde hier-en-nu-fase. Deze neemt ongeveer 100 uur in beslag. In fase 1 focussen de ‘groeiende deelnemers’ zich op het luisteren en het non-verbale feedback geven.
Fase 2 is de verhaalopbouwfase. Deze neemt ongeveer 150 uur in beslag en nu beginnen de deelnemers ook Nederlands te produceren. In fase 3 van de leermethode ligt de nadruk op ‘gedeelde verhalen’. Dit zijn verhalen die over dagelijkse gebeurtenissen gaan, verhalen die tussen culturen gedeeld worden en verhalen die over gedeelde ervaringen gaan. Fase 4 is de fase van het zogenaamde ‘diepe delen’. De deelnemers en de verzorgers beginnen nu diepere gesprekken te voeren over het leven in de Nederlandse cultuur. In fase 5 van de leermethode beginnen de deelnemers zich op het taalgebruik van moedertaalsprekers Nederlands te richten door middel van nieuws, televisie, films en literatuur. Het Nederlands dat voor het werk van de deelnemers nodig is, wordt ook geleerd. Fase 6 van de methode is de zogenaamde ‘zelfvoorzienende groeifase’. Deze fase heeft geen eindpunt. Hierbij gaat het om groei buiten de formele taalsessies Nederlands om.
Populariteit
Er is nog vrij weinig bekend over het succes omdat de leermethode van Thomson nog vrij nieuw is. Deelnemers zijn vrij enthousiast over de methode.Voor- en nadelen van de Growing Participator Approach
Met de GPA-benadering wordt een goede doorkijk op het proces van de taalverwerving Nederlands geboden. De zes fasen bieden een duidelijk tijdspad alsook haalbare doelen. Er wordt door de lerende niet alleen kennis van de Nederlandse taal verworven, maar eveneens van de omgeving en de lerenden verwerven daarnaast een nieuw sociaal netwerk.Het feit dat voor iedere deelnemer of minimaal iedere groepje deelnemers een ‘verzorger’ gezocht moet worden die bereid is om behoorlijk veel tijd te investeren, is een minpunt van deze methode.
Shadowing Technique
Bedacht door wie en wanneer
De Shadowing technique, ook wel simpelweg Shadowing (‘schaduwen’) genoemd, is bedacht in de vroege jaren 2000 door de Amerikaanse taalkundige en polyglot Prof. Alexander Argüelles. Kenmerken van de Shadowing Technique
De techniek van Shadowing is een methode die taallerenden zelfstandig kunnen toepassen om de intonatie (Nederlands) en uitspraak te verbeteren en vloeiendheid in het spreken te verwerven. Het werkt een eigenlijk eenvoudige methode: lerenden luisteren naar een audio-opname, bij voorkeur een dialoog en herhalen wat zij horen. Bij de methode is het niet van belang om de Nederlandse tekst te begrijpen; het gaat in de eerste plaats om de klanken van de te leren taal. Het luisteren en herhalen oefent men net zo veel totdat het soepel gaat en de student simultaan Nederlands kan spreken met de audio-opname. Na enige tijd zullen de lerenden een transcript gebruiken om te kunnen lezen (en begrijpen) wat zij gezegd hebben. Zolang de boeken dialogen bevatten of delen met samenhangende tekst, zijn diverse lesboeken voor deze techniek geschikt. Het niveau van de Nederlandse audio-opname dient idealiter iets boven het niveau van de studenten te liggen. De ideale lengte is ongeveer één pagina, zonder kunstmatige pauzes en op een natuurlijke snelheid. Doordat lichamelijke beweging de opname van de te leren taal (het Nederlands) in het zenuwstelsel versterkt, doet Argüelles de aanbeveling lerenden om tijdens het spreken te gaan lopen, het liefst in de buitenlucht, en niet te gaan zitten. Dat de studenten minder snel worden afgeleid als zij bewegen, zodat het werken aan het Nederlands veel effectiever gaat, is een andere grond.De shadowing-techniek heeft veel gemeen met de audiolinguale methode uit de vorige eeuw, maar het onderscheid is dat bij de audiolinguale methode grammaticale drills werden toegepast in plaats van dialogen of samenhangende tekst. Ook het simultaan spreken is verschillend aan Shadowing.
Populariteit
In de afgelopen jaren is veel onderzoek gedaan naar Shadowing waarin is aangetoond dat de techniek naast de uitspraak ook de luistervaardigheid aanzienlijk verbetert. Maar eveneens het algemene begrip van het Nederlands wordt vergroot. Voor- en nadelen van de Shadowing Technique
Het praktische voordeel van Shadowing dat het kan worden gebruikt in een groep studenten, waarbij alle deelnemers actief leren. Het rendement is hoog.Het nadeel van de Shadowing-techniek is dat de lerende het soms een beetje saai kan kunnen vinden om dezelfde Nederlandse tekst te blijven herhalen. De keuze van de teksten is dus van groot belang.
Total Physical Response (TPR®)
Bedacht door wie en wanneer
De Amerikaanse psycholoog James J. Asher ontwikkelde in de jaren zestig van de vorige eeuw de taalverwervingsmethode Total Physical Response, ook wel TPR® genoemd.Kenmerken van Total Physical Response (TPR®)
TPR® is een methode om talen (bijvoorbeeld Nederlands) te leren die op het principe gebaseerd is dat mensen leren door middel van handelingen en beweging. Men leert door te doen, en wel op de manier zoals een kind zijn moedertaal leert. Ouders geven hun jonge kinderen voortdurend opdrachten en belonen hen als ze deze opdrachten uitvoeren (“kijk naar mama”, “goed zo”). “Pak de lepel”, “Mooi!”, “Trek je schoentjes maar aan”, enz.). In de eerste instantie is het de bedoeling dat de kinderen begrijpen wat de ouders zeggen, de kinderen gaan in een later stadium verbaal reageren. De luistervaardigheden Nederlands zijn dus de basis, de spreekvaardigheden komen pas daarna.TPR® past deze principes van de moedertaalverwerving bij het leren van het Nederlands versneld toe. De taaldocent geeft opdrachten op een vriendelijke en begrijpelijke wijze, zoals: “pak het boek” en doet de opdrachten zelf voor; de student doet na. In het begin wordt nog niet van de studenten verwacht dat ze Nederlands praten; de studenten geven de taken in een later stadium. Bekende opdrachten worden uitgebreid of deels veranderd.
TPR® appelleert aan de beide hersenhelften door het combineren van beweging en spraak. Op deze manier kost het minder moeite om dingen te leren en het geleerde Nederlands beklijft ook beter.
Populariteit
TPR® wordt met name binnen het NT2-onderwijs toegepast (Nederlands als tweede taal), zeker bij beginnende studenten en ook wel bij Engels op de basisschool. Maar ook middelbare scholieren of volwassenen werken met veel plezier met de methode van Total Physical Response en behalen hiermee goede resultaten.Voor- en nadelen van Total Physical Response
TPR® heeft veel voordelen. Doordat studenten veel begrijpelijke input in ‘chunks’ krijgen aangeboden (woorden die bij elkaar horen), krijgen zij snel begrip van de nieuwe taal. De leermethode zorgt voor een snelle succeservaring. Dit bevordert het plezier in het leren van het Nederlands. Het zorgt een stressvrij leerproces. TPR® is in principe geschikt voor elke doelgroep, ongeacht welke leeftijd of achtergrond en deze methodiek kan ook in wat grotere klassen worden toegepast. Het Nederlands wordt direct in het langetermijngeheugen opgeslagen.Het minpunt van TPR® is dat niet elke taaluiting in TPR®-opdrachten is uit te drukken. Hierdoor werkt de methodiek tot op een zeker niveau en is een andere methodiek nodig als aanvulling. De leermethode is ook niet erg creatief. Studenten leren niet om hun meningen, gevoelens en ideeën in het Nederlands uit te drukken.
De Directe Methode (Engels: Direct Method; DM)
Bedacht door wie en wanneer
De Directe Methode, ook wel ‘de natuurlijke benadering’ genoemd, is eind jaren tachtig van de negentiende eeuw bedacht door de Duits-Amerikaanse linguïst Maximilian Delphinius Berlitz (geboren als David Berlizheimer). De methode is als reactie op de dominante grammatica-vertaalmethode ontwikkeld.Kenmerken van de Directe Methode (DM)
Er sprake van een Reformbeweging rond het jaar 1900 met nieuwe ideeën over leren dat inductief en zelfontdekkend moest zijn. Die Reformbeweging betrof overigens niet alleen het leren van een taal, maar ook voeding, kleding, naturisme en natuurgeneeskunde. Rond 1900 streefde men, net zoals in de jaren zestig van de vorige eeuw, naar meer natuurlijke leefwijzen en bevrijding van het keurslijf. Er ontstond in het taalonderwijs veel aandacht voor de gesproken, ‘levende’ taal, waarbij grammatica meer inductief werd aangeboden, met voorbeeldzinnen. De taalregels moesten door de lerenden hieruit afgeleid worden. Veel mondelinge oefeningen en met meer aandacht kwamen er voor de uitspraak van de taal (zoals het Nederlands). Het werd aangemoedigd de lerenden veel in het Nederlands te laten praten. Het was ook nieuw dat de taallessen in het Nederlands gegeven werden. Tijdens de lessen werd nadrukkelijk niet vertaald. De (Nederlandse) woordenschat werd aangeleerd aan de hand van plaatjes en voorbeelden. De studenten boden abstracte vocabulaire aan voor het associëren van ideeën.Populariteit
De vernieuwingsgolf van begin twintigste eeuw ebde weg, deels onder invloeden van de crises en oorlogen, om in de jaren 60 weer een andere vorm te krijgen.Taleninstituten als Interlingua en Berlitz werken nog altijd met (een moderne vorm van) de Directe Methode.
Voor- en nadelen van de Directe Methode
Het grote voordeel van de Directe Methode is dat deze methode een vrij natuurlijke manier is om Nederlands te leren. Bij de Directe Methode wordt veel aandacht besteed aan luisteren en spreken. Hierdoor krijgen de lerenden zelfvertrouwen en vloeiendheid in het Nederlands. Minpunten heeft deze Direct Methode echter ook. Voor de schrijfvaardigheid (Nederlands) is bij deze methode zeer weinig aandacht en voor lezen in de doeltaal ook minder. Voor de meer gevorderde lerende Nederlands, heeft deze leermethode te weinig uitdagingen te bieden. Voor de langzaam lerende studenten is de Directe Methode eveneens niet heel bruikbaar, omdat de methode van een actieve inzet door de student uitgaat.De Manesca-methode (Engels: Manesca Method)
Bedacht door wie en wanneer
Jean Manesca publiceerde in 1835 An Oral System of Teaching Living Languages Illustrated by a Practical Course of Lessons in the French through the Medium of the English (“Een mondelinge methode voor het onderwijzen van levende talen, aan de hand van een praktische cursus Frans door middel van het Engels”). In januari 2015 ging An oral system of teaching living languages in herdruk.Kenmerken van de Manesca-methode
Manesca gaat van hetzelfde principe uit als waar de Natural Approach (‘natuurlijke aanpak’) voor staat: de beste manier om vreemde talen te leren, is die kinderen hun moedertaal leren. Een taal (zoals Nederlands) leren dient veilig en gemakkelijk te zijn. Manesca wil om die reden niet werken met abstracte regels of woordenlijstjes met Nederlandse woorden die uit het hoofd geleerd moeten worden.De Manesca-methode staat bekend als de vroegst bekende, volledige taalcursus. De leermethode is gebaseerd op het werken met een groep studenten en een taaltrainer Nederlands, die één Nederlands nieuw woord tegelijk introduceert. Bij elk woord hoort een specifieke beweging. Het Nederlandse woord en de beweging worden daarna door de lerenden één voor één herhaald. De herhaling helpt de lerenden de Nederlandse woorden te onthouden, zonder dat uit het hoofd geleerd hoeft te worden. Stap voor stap worden de woorden zinnen en vervolgens variaties op deze Nederlandse zinnen. Nederlandse spelling wordt aangeboden in een later stadium met leesteksten.
De methode van Jean Manesca is al enkele jaren later overgenomen en aangepast door grammaticaschrijver en taaldocent Heinrich Gottfried Ollendorff en wordt ook wel de Ollendorff-methode genoemd.
Populariteit
Jean Manesca overleed twee jaar na de publicatie van zijn methode. Het werk van Jean Manesca is door anderen opgepakt en aangepast, onder wie Ollendorff. Veel van zijn ideeën zijn nog actueel en worden nog altijd in het moderne vreemdetalenonderwijs gebruikt.Voor- en nadelen van de Manesca-methode
Het pluspunt van de Manesca of Ollendorff-leermethode is de combinatie van spreken en bewegen, waardoor het fysieke geheugen wordt aangesproken en de geleerde stof gemakkelijker en langduriger kan worden onthouden. Wat daar ook aan bijdraagt, is het veelvuldige herhalen. Dat het wat saai kan zijn om steeds dezelfde Nederlandse woorden en zinnetjes te blijven herhalen, kan door lerenden als een keerzijde worden gezien.Silent Way
Bedacht door wie en wanneer
The Silent way (‘de stille manier’) is ontwikkeld in het jaar 1963 door de Egyptenaar Caleb Gattegno.Kenmerken van de Silent Way
The Silent Way is een manier om een vreemde taal (bijvoorbeeld Nederlands) te leren die gebruikmaakt van stilte als instructiemiddel. De autonomie van de lerenden en hun actieve deelname is het uitgangspunt van de methode van Gattegno.De taaltrainers Nederlands gebruiken een combinatie van stilte en gebaren om de aandacht van de lerende te trekken, reacties los te krijgen en hem of haar aan te moedigen om foutjes te corrigeren. De methode besteed veel tijd aan de uitspraak (Nederlands).
Caleb Gattegno, die van oorsprong wiskundige was, vond het essentieel om taalles te geven op een manier die efficiënt voor de energievoorraad van de studenten was. Caleb Gattegno ontdekte dat het in verhouding weinig energie kost om een auditief of visueel beeld te onthouden, veel minder energie dan als mensen proberen iets uit het hoofd te leren. Het betoog van hem was dat taaltrainers niet zozeer dienen te streven naar het overbrengen van kennis, maar bewustzijn dienen aan te spreken, omdat alleen het bewustzijn het mogelijk maakt om iets te kunnen leren.
The Silent Way gebruikt onder andere blokken met verschillende kleuren (zogenaamde cuisenaire-staven), die kunnen worden gebruikt voor verschillende dingen. De ‘de stille manier’ maakt eveneens gebruik van Words in Colour. Words in Colour is een kleurenkaart voor geluiden waarin elke kleur een specifieke klank van het Nederlands vertegenwoordigt, gekleurde woordgrafieken voor het werken aan zinnen en gekleurde grafieken die worden gebruikt voor het leren van de spelling.
Populariteit
Vooral bij het leren van de uitspraak zijn Gattegno’s ideeën wel van betekenis geweest, alhoewel de Stille Methode in de oorspronkelijke vorm niet veel wordt gebruikt.Voor- en nadelen van de Silent Way
De sterke kant van de methodiek van Gattegno is dat zijn benadering voor de lerende niet-bedreigend is, die per slot van rekening wordt beschouwd als autonoom. De trainer Nederlands is in feite aan de lerende dienstbaar, niet andersom. De leermethodiek van The Silent Way stimuleert het leren van het Nederlands op een natuurlijke manier. Door taallerenden uit te dagen nieuwe dingen te ontdekken, wordt het geleerde meestal goed verwerkt en onthouden. De lerende ‘mag’ foutjes maken. Dit draagt bij aan het leerproces.Dat sommige lerenden intensievere begeleiding nodig hebben dan de leermethode voorstaat, kan een minpunt van de leermethode zijn. Een student zou gefrustreerd kunnen raken door het gebrek aan inbreng van de taaltrainer Nederlands. Met kleuren en grafieken werken, heeft als keerzijde dat de nieuwheid er vrij snel af is, waardoor het effect van de leermethode verdwijnt.
TPR Storytelling
Bedacht door wie en wanneer
TPR Storytelling of ‘TPRS’ houdt in Teaching Proficiency through Reading and Storytelling. De TPRS-methode is door Blaine Ray ontwikkeld in 1990, een Amerikaanse docent Spaans, en is afgeleid van de TPR-methode (Total Physical Response).Kenmerken van TPR Storytelling
TPRS is een taalverwervingsmethode die gebruikmaakt van verhalen om een vreemde taal (bijvoorbeeld Nederlands) te leren. Het uitgangspunt van TPRS is natuurlijke taalverwerving: de nieuwe taal leren zoals een kind zijn of haar moedertaal leert. De lerenden worden blootgesteld aan een grote hoeveelheid begrijpelijke input om dit te bereiken. Door de taaldocent Nederlands wordt een verhaal verteld waarin nieuw te leren Nederlandse woorden diverse keren voorkomen. De verhalen zijn interessant of humoristisch en nooit te lang. De lerenden ontspannen zich doordat de verhalen relatief eenvoudig te begrijpen zijn. Op deze manier worden Nederlandse woorden en structuren ongemerkt opgeslagen in het langetermijngeheugen van de student. De trainer wijst de lerende op grammaticale verschijnselen van het Nederlands, zonder dat studenten regels uit hun hoofd leren.De lerenden zullen na enige tijd ‘automatisch’ Nederlands beginnen te spreken en de Nederlandse grammaticale structuren gaan imiteren. Dit is een natuurlijk proces. Een alternatief is om samen met een groep van lerenden een verhaal op te bouwen. Hierbij schrijft de trainer Nederlands eerst nieuwe woorden en structuren op het schoolbord, met de Nederlandse vertalingen erbij en daarna samen met de lerenden hiervan een verhaal te maken. Tot slot wordt het verhaal door de lerenden naverteld. Een belangrijk deel van TPR Storytelling is lezen in het Nederlands, omdat dit voor input zorgt. In een later stadium volgt schrijven in het Nederlands.
Populariteit
Er zijn veel onderzoeken gedaan die uitwijzen dat TPR Storytelling een geslaagde manier is om een taal te verwerven. Er zijn wel randvoorwaarden: de docent moet goed getraind zijn en de setting moet geschikt zijn.Voor- en nadelen van TPR Storytelling
TPRS is een laagdrempelige manier om Nederlands te leren en het geleerde wordt grondig verworven. TPRS spreekt ook de creatieve intelligentie aan; TPRS is een vorm van breinvriendelijk leren. Het is prettig voor studenten en het is relatief gemakkelijk om de aandacht erbij te houden. Zelf verhalen verzinnen, werkt zeer motiverend voor de lerenden.Een nadeel is dat TPRS veel voorbereiding van de taaltrainer vraagt.
COMMERCIËLE METHODES VOOR ZELFSTUDIE
De Rosetta Stone methode
Bedacht door wie en wanneer
De Rosetta Stone-methode is vernoemd naar de zogenaamde de Steen van Rosetta, een steen die is ontdekt in Egypte met een tekst in twee talen, met behulp waarvan de hiërogliefen ontcijferd konden worden. Rosetta Stone is eveneens de naam van het softwarebedrijf dat de taalcursussen aanbiedt. De eerste versie van deze methodiek is uitgebracht in het jaar 1996.Kenmerken van de Rosetta Stone methode
De Rosetta Stone cursus is een manier om vreemde talen (bijvoorbeeld Nederlands) te leren met behulp van een computer. Deze taalcursussen zijn in ruim dertig talen beschikbaar en de cursussen zijn te volgen vanuit elk van deze talen.De Rosetta Stone-methode is een communicatieve methode, die de wijze nabootst waarop een kind zijn of haar moedertaal leert. Dit wil zeggen ‘leren door onderdompeling’, leren door veel te luisteren en na te zeggen. Rosetta Stone gebruikt hiervoor stemmen van moedertaalsprekers Nederlands alsook foto’s om de betekenis over te brengen van nieuwe woorden in de doeltaal (het Nederlands). De methode maakt gebruik van spraakherkenningsprogramma dat de Nederlandse uitspraak registreert en daar een schematische weergave van maakt. Dit maakt het mogelijk voor de student om de uitspraak met die van een native speaker (moedertaalspreker Nederlands) te vergelijken. Door de voorbeeldstem wat langzamer te laten praten en vervolgens veel na te spreken, kan uitspraakverbetering worden behaald.
Voor de schrijfvaardigheid Nederlands van de student biedt de methode dictee-oefeningen. De software controleert de Nederlandse grammatica en spelling en geeft eventuele fouten aan en biedt de mogelijkheid om deze fouten van de studenten te corrigeren.
Het programma van Rosetta Stone omvat eveneens leesteksten. De teksten gaan over dagelijkse onderwerpen, activiteiten en ideeën.
Populariteit
Wereldwijd wordt de methode van Rosetta Stone veelvuldig gebruikt en niet door de minsten. Onder andere de NASA en het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse zaken maken gebruik van Rosetta Stone. In Nederland wordt de Rosetta Stone-methode door enkele ministeries en diverse hogescholen en universiteiten, alsook door sommige internationale bedrijven gebruikt.Voor- en nadelen van de Rosetta Stone methode
Rosetta Stone is zeer makkelijk in gebruik en de student kan de methode op ieder moment gebruiken. Welke onderdelen wat meer of minder aandacht nodig hebben, kan de student zelf bepalen. Veel studenten ervaren het als prettig om de methode van Rosetta Stone te gebruiken. Voor scholen kan de methode van Rosetta Stone een oplossing zijn bij een gebrek aan docenten. Een keerzijde is dat er geen docent is om de studenten te motiveren of iets extra’s te kunnen bieden.De Pimsleur methode
Bedacht door wie en wanneer
De Pimsleur taalcursussen zijn ontwikkeld door Amerikaans taalkundige Dr. Paul M. Pimsleur. Zijn eerste taalcursus was een cursus Grieks, die Paul Pimsleur in het jaar 1963 introduceerde.Kenmerken van de Pimsleur methode
De Pimsleur-methode is een computerprogramma om nieuwe talen (bijvoorbeeld Nederlands) te leren.Deze cursussen bestaan uit zinnetjes en dialogen die door de student worden nagesproken en weer herhaald. Deze Nederlandse zinnetjes zijn door moedertaalsprekers ingesproken. De cursus is gebaseerd op herhaling, anticipatie, woordenschat en wederom herhaling. De les van de cursus omvat een audio-opname van een half uur met nieuwe vocabulaire en taalstructuren in het Nederlands. De methode van Pimsleur legt de grammaticale structuur van het Nederlands niet apart uit maar biedt deze aan door middel van uitbreiding van, en variaties op, de zinnetjes.
Dr. Pimsleur heeft het meest optimale interval onderzocht waarmee informatie overgaat van het kortetermijngeheugen naar het langetermijngeheugen. Dit (gemiddelde) interval is geïntegreerd in de Pimsleur cursussen.
Populariteit
Onder andere Amerikanen gebruiken de Pimsleur cursussen en de ervaringen met de methode lopen uiteen. Over het algemeen zijn lerenden tevreden over de aangeleerde uitspraak van het Nederlands.Voor- en nadelen van de Pimsleur methode
Omdat de insprekers allemaal native speakers (moedertaalsprekers) zijn en op een natuurlijke manier Nederlands spreken in een normaal tempo, werkt de methodiek van Pimsleur zeer goed om de uitspraak te verbeteren.De keerzijde van de leermethodiek van Pimsleur is dat niets wordt uitgelegd. De gebruikers leren geen bouwstenen van de Nederlandse taal om zelf een zin te maken, maar moeten het met duizenden voorbeeldzinnen doen die uit het hoofd worden geleerd.
De Michel Thomas methode
Bedacht door wie en wanneer
De Michel-Thomas-methode is, niet geheel verwonderlijk, bedacht door Michel Thomas (geboren als Moniek Kroskof); een in Polen geboren genaturaliseerde Amerikaan. Michel Thomas ontwikkelde zijn methode in zijn eigen taleninstituut in Beverly Hills, Los Angeles, kort na de Tweede Wereldoorlog. Dit taleninstituut kan beroemdheden zoals Diana Ross, Barbra Streisand, Emma Thompson, Mel Gibson, Pierce Brosnan en Bob Dylan tot zijn klantenkring rekenen.Kenmerken van de Micheal Thomas methode
Michel Thomas’ uitgangspunt was dat iemand alleen kan leren leren als hij of zij stressvrij is. Hij begon met de studenten duidelijk te maken dat ze zich geen zorgen hoefden te maken dat ze dingen zouden vergeten.De taalcursussen zijn audiolessen (Nederlands), door twee acteurs ingesproken; een mannelijke en een vrouwelijke. De setting is bij Michel Thomas een virtueel klaslokaal, waarin de student als de derde student fungeert. De student luistert mee met de les van de stemacteurs. Als een vraag aan de acteurs gesteld wordt, is het de bedoeling dat de cursisten op de pauzeknop klikken en eerst zelf de vraag beantwoorden. Er is geen huiswerk en er hoeft niet uit het hoofd geleerd te worden. De lessen worden in kleine stappen opgebouwd en nieuwe Nederlandse lesstof wordt met reeds bekende Nederlandse lesstof afgewisseld. De uitleg wordt steeds in de Engelse taal gegeven. Er wordt bijvoorbeeld op eventuele verbanden gewezen tussen de Engelse taal en het Nederlands. Bij de Michel Thomas-methode wordt ook grammaticale uitleg gegeven. Eerst wordt makkelijke stof aangeleerd, moeilijkere stof volgt pas nadat de studenten Nederlands het voorgaande begrepen en geleerd hebben. Behalve Nederlandse woorden en zinnetjes worden eveneens bouwstenen aangeleerd. Hiermee kunnen de studenten zelf zinnetjes bouwen. De methodiek maakt ook gebruik van flashcards zodat lerenden zelf hun vocabulaire Nederlands kunnen toetsen en online oefeningen kunnen maken om hun eigen voortgang te meten.
Populariteit
Veel studenten vinden de methode van Michel Thomas fijn om mee te werken en ze zijn tevreden over de uitleg van de structuren van het Nederlands. Mensen die al wat verder gevorderd zijn, ervaren de methode van Michel Thomas als wat minder nuttig.Voor- en nadelen van de Micheal Thomas methode
De taalcursus is zeer toegankelijk en traint de uitspraak alsook de luistervaardigheid Nederlands op een efficiënte wijze. Een minpunt is dat de cursus Nederlands geen schrijfvaardigheid biedt. Er is ook geen werkelijke interactie, omdat het een audiocursus betreft.De Assimil methode
Bedacht door wie en wanneer
Assimil is een Frans bedrijf, opgericht door schrijver en polyglot Alphonse Chérel in 1929. Het bedrijf Assimil maakt en publiceert cursussen voor vreemde talen. Dit begon met het eerste boek Anglais sans Peine.Kenmerken van de Assimil methode
‘Assimileren’ betekent ‘opgaan in de groep, mengen met’, wat voor taalcursussen (zoals Nederlands) wel een hooggegrepen uitgangspunt is. De Assimil-taalcursussen zijn zelfstudielessen die bestaan uit een lesboek Nederlands, audio-CD’s alsook een USB-stick. De lerende werkt idealiter ongeveer twintig minuten per dag.De lessen bestaan uit verschillende Nederlandse dialogen die beluisterd, nagesproken en gelezen worden. De Nederlandse vertaling staat naast de dialoog, samen met uitleg van de grammatica. Om de uitspraak Nederlands te oefenen, maakt de methode gebruik van zinnetjes die zijn ingesproken door native speakers en die de cursist daarna herhaalt. De opbouw is van receptief naar productief: tijdens de eerste les wordt nog geen taalproductie verwacht van de gebruiker; dit komt pas na ruwweg vijftig lessen.
Populariteit
De cursussen van Assimil zijn populair. De cursussen zijn niet duur en er is een ruim aanbod aan talen.Voor- en nadelen van Assimil
Dat de lerenden in hun eigen tempo kunnen leren op het moment dat dit het beste uitkomt, is het voordeel van de Assimil-methode. Het nadeel hierbij is, geldt wat voor alle computertaalcursussen, dat de cursisten aan zichzelf zijn overgeleverd. Er is geen taaltrainer Nederlands om de cursist te motiveren of te begeleiden.ALGEMENE LEERMETHODES
Audio-Lingual Method (ALM) (Army Method/New Key)
Bedacht door wie en wanneer
De audiolinguale methode was al in de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw ontwikkeld in Engeland en Amerika, onder andere door de Amerikaanse taalkundige Leonard Bloomfield. Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was het noodzakelijk om de (Amerikaanse) soldaten te voorzien van elementaire verbale communicatieve vaardigheden. Vanwege de invloed van het leger werd deze audiolinguale methode ook de ‘legermethode’ genoemd.Kenmerken van de Audio-Lingual Method (ALM)
De audiolinguale methode kan beschouwd worden als antwoord op de grammatica-vertaalmethode. Het was nieuw dat de les volledig in de doeltaal (bijvoorbeeld Nederlands) plaatsvond. Kunnen spreken en luisteren (in de Nederlandse taal) zijn de belangrijkste vaardigheden en (Nederlandse) grammaticale structuren worden geleerd door middel van mondelinge structuuroefeningen. Het doel is vrijwel zonder fouten Nederlands leren verstaan en spreken; dit begint bij een Nederlandssprekende leren naspreken. Het middel hiertoe is herhaling; er wordt gewerkt met drills om Nederlandse zinnen en structuren goed aan te leren, zodat reacties spontaan en automatisch worden. De taaltrainer Nederlands kan bijvoorbeeld een zin tien maal herhalen en vervolgens een nieuw Nederlands woord of meerdere nieuwe Nederlandse woorden hieraan toevoegen. De audiolinguale methode werkt veel met zogeheten talenpractica, waarbij studenten Nederlands een koptelefoon dragen en naar deze zinnen luisteren en deze nazeggen. Het geschreven Nederlands wordt pas behandeld wanneer het mondelinge Nederlands inmiddels vertrouwd is geworden. Er wordt wel gebruikgemaakt van afbeeldingen voor het introduceren van nieuwe woorden in het Nederlands.Populariteit
In ons land werd de methode pas geïntroduceerd omstreeks het jaar 1970 toen de Mammoetwet inging. Al snel waren er bezwaren tegen deze inhoudsloze driloefeningen. Het kwam wel eens voor dat de techniek haperde, waardoor de talenpractica al snel in onbruik raakten. In plaats van de talenpractica werden de mondelinge structuuroefeningen schriftelijk gemaakt. Schrijvers van leerboeken namen de markt weer over en boden zoals gebruikelijk expliciete grammaticaregels aan. Toch liet de audiolinguale methode sporen na. Het was nu alom aanvaard dat het bij een taal (zoals Nederlands) leren niet gaat om het memoriseren van de regels van de (Nederlandse) grammatica, maar om het te gebruiken. Luistervaardigheid (Nederlands), die vóór 1970 voor de meeste docenten niet bestond, was ontdekt.Voor- en nadelen van de Audio-Lingual Method
De audiolinguale methode is voor mensen die Nederlands beginnen te leren effectief. Vanaf het begin wordt een goede uitspraak Nederlands aangeleerd. Deze methode is een docentgestuurde methode en kan daardoor een efficiënte en snelle kennisoverdracht bieden. Deze methode kan ook bij grotere groepen toegepast worden.De docentgestuurde kant is tegelijkertijd een nadeel; er wordt geen eigen inbreng verlangd van de lerenden. Hierdoor ligt het gevaar van enige passiviteit en onvoldoende betrokkenheid en motivatie op de loer. Een ander bezwaar is dat de geoefende driloefeningen niet zo eenvoudig zijn om te zetten in levend taalgebruik Nederlands.
GoldList Method (GLM)
Bedacht door wie en wanneer
De GoldList Method (‘gouden lijst-methode’) is ontwikkeld door polyglot David J. James, alias Viktor Dmitrievitch Huliganov of Uncle Davey.Kenmerken van de GoldList Method (GLM)
Deze GoldList Method is een leermethode om woorden of zinnen (bijvoorbeeld in het Nederlands) op een zodanige wijze te leren dat ze worden opgeslagen in het langetermijngeheugen van de lerende. De methode werkt middels zelfgeschreven woordenlijsten (Nederlands) die herhaald worden na verloop van tijd. De opgeschreven Nederlandse woorden en zinnen worden door de student hardop gelezen. Al deze woorden of zinnen en zinnen uit het hoofd te leren, is niet de bedoeling, maar door blootstelling gaat dit vanzelf. Deze woordenlijst wordt steeds bijgewerkt; Nederlandse woorden die zijn aangeleerd, verdwijnen van de lijst, Nederlandse woorden die nog problemen opleveren, blijven op de lijst staan.Populariteit
Aanhangers van de GoldList-methode claimen dat deze woorden of zinnen in het Nederlands spontaan opgeslagen worden in het langetermijngeheugen, iets dat door veel geheugenwetenschappers bestreden wordt. In het algemeen wordt kennis onthouden als deze relevant en betekenisvol is voor de lerende. Deze methode kan dus alleen werken voor Nederlandse woorden die betekenisvol en relevant zijn voor de student.Voor- en nadelen van de GoldList Method
Bij lerenden die het fijn vinden om bijvoorbeeld Post-its® als geheugensteun te gebruiken, kan deze methode goed functioneren. Doordat het fysieke deel van het geheugen door het schrijven aangesproken wordt en meewerkt, functioneert het met de hand schrijven effectiever dan typen of, behoorlijk zinloos: een foto maken. Een minpunt van deze leermethode is het ontbreken van context. Taal is veel meer dan alleen een serie losse woorden of zinnen. Deze GoldList-methode is bovendien bijzonder tijdrovend omdat steeds met de hand geschreven lijsten moeten worden aangemaakt.De Natural Method
Bedacht door wie en wanneer
De Natural Method, ook wel de Natural Approach (de ‘natuurlijke aanpak’) genoemd, is door Tracy D. Terrell en Stephen Krashen in 1983 ontwikkeld.Kenmerken van de Natural Method
De Natural Method is gericht op een natuurlijke manier van taalverwerving (van bijvoorbeeld Nederlands). De methode probeert het Nederlands te leren op de manier waarop mensen als kind hun moedertaal leerden. De taalregels van het Nederlands leert de student ook onbewust op deze wijze. Alleen het Nederlands met de nodige visuele hulpmiddelen wordt hiervoor gebruikt. Het streven is een stressvrije leeromgeving voor de studenten. Een grote hoeveelheid begrijpelijke input wordt blootgesteld aan de lerenden. De taalproductie Nederlands mag spontaan ontstaan en wordt niet geforceerd. De nadruk ligt op communicatie en minder op het corrigeren van vormfouten en expliciete Nederlands grammatica.De leermethode werkt het meest effectief als de lerenden in het Nederlands worden ondergedompeld. Om ervoor te zorgen dat de lerende plezier heeft van de ervaringen, moeten de leeractiviteiten die in het Nederlands worden aangeboden, stimulerend zijn.
De Natural Method leermethode heeft veel overeenkomsten met de Directe Methode. De leermethoden gaan beide uit van het idee van natuurlijke taalverwerving; het onderscheid tussen de beide methoden is dat bij de Directe Methode meer nadruk wordt gelegd op de praktijk en bij de Natural Method meer op de blootstelling aan taalinput en het verminderen van spreekangst.
Populariteit
Het feit dat onderdompeling zeer effectief is, is vaak bewezen. De natuurlijke aanpak is een populaire wijze van lesgeven bij taaltrainers Nederlands, omdat de methode betrekkelijk eenvoudig te begrijpen is voor lerenden. Maar er is ook kritiek op de natuurlijke aanpak. De methode richt zich voornamelijk op het impliciet aanleren van de grammatica van het Nederlands. De lerenden zouden weliswaar leren om te communiceren, maar blijven hangen in een wat gebrekkige, versimpelde versie van het Nederlands door ontoereikende kennis van de grammatica.Voor- en nadelen van de Natural Method
Om op een natuurlijke manier een taal te leren, wordt als prettig ervaren. Studenten wordt de mogelijkheid geboden voor het opbouwen van een persoonlijke band met het Nederlands. Omdat de studenten niet ‘uit het hoofd hoeven te leren’, beklijft het geleerde Nederlands langer.Het nadeel kan zijn dat het langer duurt voor er resultaat geboekt wordt, omdat er bijna geen druk ligt op de taalproductie. De methode bereidt lerenden eveneens niet per se voor op een bepaald Nederlands examen.
Structurele Aanpak
Bedacht door wie en wanneer
De Structural Approach (afgekort SA) oftewel de ‘Structurele Aanpak’ is door Charles Carpenter Fries en Robert Lado in de jaren 50 ontwikkeld.Kenmerken van de Structurele Aanpak (SA)
De Structurele Aanpak is een methode van taalverwerving met als doel lerenden vertrouwd te maken met de fonologische en grammaticale structuren van de doeltaal (bijvoorbeeld het Nederlands). De beheersing van deze structuren levert volgens de Structurele Aanpak meer op dan het verwerven van woordenschat van het Nederlands. Bij de Structural Approach gaat het om het kunnen herkennen en toepassen van vaste samenstellingen van Nederlandse woorden en woordgroepen in de juiste woordvolgorde. Deze vaste combinaties van woorden worden aan de lerende aangedragen in reële situaties met behulp van visualisaties, gezichtsuitdrukkingen, dramatiseringen en handelingen. Bij de methode worden de structuren die het vaakst in het Nederlands gebruikt worden, eerst geleerd. De mondelinge vaardigheden Nederlands (luisteren en spreken) worden hier in de eerste instantie bij gebruikt; lezen en schrijven volgen hieruit. Bij het aanleren en verbeteren van de productieve vaardigheden Nederlands (spreken en schrijven), krijgt grammatica een grote plek. Andere benamingen voor de Structurele Aanpak zijn de Structural-Situational Approach (structurele-situationele benadering) en de Structural-Oral-Situational Approach (structurele-mondeling-situationele benadering).Populariteit
De Structurele Aanpak werd in de jaren vóór 1970 op grote schaal gebruikt om in Engelssprekende landen, voormalige Britse koloniën alsook in Maleisië Engelse les te geven.Voor- en nadelen van de Structurele Aanpak
De sterke kant van de Structurele Aanpak is dat de lerenden het Nederlands op een nauwkeurige manier kunnen leren. De studenten krijgen inzicht in de grammatica van het Nederlands en ze leren eveneens in welke situaties bepaalde Nederlandse woorden of woordcombinaties wel of niet passend zijn voor die situaties. De methode van de Structurele Aanpak gebruikt de taal van alle dag. Nadelen heeft de methode van de Structural Approach ook. De werkwijze is behoorlijk tijdrovend en zorgt niet direct voor een succeservaring. De eigen input van de studenten is behoorlijk beperkt; het is weinig creatief.Communicatief taalonderwijs (Engels: Communicative Language Teaching; CLT)
Bedacht door wie en wanneer
Communicatief taalonderwijs (In het Engels: Communicative Language Teaching; CLT), of ook wel ‘De Communicatieve benadering’ (In het Engels: Communicative Approach; CA) genoemd, is in de jaren 60 van de vorige eeuw ontstaan onder invloed van de ideeën van Noam Chomsky, die de nadruk legde op competenties bij het leren van een vreemde taal. Amerikaans taalkundige Dell Hymes was de grondlegger in 1966 van het concept communicatieve vaardigheden.Kenmerken van Communicatief taalonderwijs (CLT)
Communicatief talenonderwijs gaat uit van de gedachte dat interactie de uiteindelijke doelstelling is bij het leren van een vreemde taal (zoals Nederlands).De studenten leren met gebruik van CLT-technieken het Nederlands in de praktijk te brengen door de interactie onderling en de taaldocent Nederlands. Teksten, geschreven in het Nederlands of ander materiaal uit de werkomgeving of het dagelijks leven worden gebruikt. Het Nederlands wordt zowel tijdens en ook buiten de les gebruikt.
Studenten praten over persoonlijke gebeurtenissen met medestudenten en taaldocenten Nederlands dragen onderwerpen aan buiten het domein van de traditionele grammatica, om de taalvaardigheid Nederlands in allerlei soorten situaties uit de praktijk te oefenen. Nederlandse grammatica leren studenten inductief, dit houdt in aan de hand van de praktijk, waaruit de regel volgt.
Bij het communicatief taalonderwijs zijn docenten Nederlands echt trainers, die studenten leren in het Nederlands te communiceren.
Populariteit
In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw werd het communicatief taalonderwijs erg populair, gedeeltelijk doordat de traditionele taalonderwijsmethodes niet zo succesvol bleken. Door de verdere eenwording van Europa kwam meer behoefte om een taal te leren op een wijze die direct kon worden toegepast.Voor- en nadelen van Communicatief taalonderwijs
De CLT (communicatief taalonderwijs) kent veel goede aspecten. Lerenden ‘kunnen’ al snel ‘iets’ in het Nederlands; de methode is studentgericht en functioneel. Omdat authentiek materiaal te gebruiken, leren studenten de Nederlandse woorden die zij moeten weten. CLT is efficiënt. Voor de lerende werkt het stimulerend doordat hij of zij gauw succes ervaart. Foutjes mogen worden gemaakt; de vaardigheden van de lerende wordt al doende geleerd en daarna geperfectioneerd. Een keerzijde van deze communicatieve benadering is dat er veel minder aandacht wordt geschonken voor grammatica, woordenschat die niet direct toepasbaar is en de uitspraak. Het plannen en voorbereiden vraagt veel tijd van de docent en van de student vereist het een actieve deelname. Voor een aantal lerenden kan deze manier van een taal leren afwijkend of lastig zijn, afhankelijk van de achtergrond. De methode CLT draait om het trainen van vaardigheden; hierbij gaat het vooral om de functie en niet zo zeer om de vorm en de methode biedt geen echt samenhangend geheel.Grammatica-/vertaalmethode (GVM) (Engels: Grammar-Translation Method; GTM)
Bedacht door wie en wanneer
Het taalonderwijs was in de 18de en de 19de eeuw vooral gefocust op praktisch taalgebruik. Er word geleerd om gebruiksklare zinnetjes, dialogen, idiomatische uitdrukkingen, woordenlijsten enzovoort na te spreken, uit het hoofd te leren en vervolgens op te zeggen. Een Duitse docent Frans en Italiaans en eveneens schrijver van leerboeken; Johann Valentin Meidinger, deed dit op een andere manier. Meidinger ontwikkelde een methode waarbij de grammatica centraal stond omstreeks het jaar 1783. Meidinger wordt beschouwd als grondlegger van de grammatica-vertaalmethode (Engels: Grammar-Translation Method; GTM).Kenmerken van de Grammatica-/vertaalmethode (GVM)
Deze methode was gestoeld op het onderwijs in het Latijn, wat de taal van de religie, wetenschap en cultuur was. Het onderwijs in het Latijn was vanzelfsprekend op geschreven teksten van de klassieke schrijvers gericht en geheel op het vertalen en de grammatica (van bijvoorbeeld Nederlands) gericht. Deze aanpak werd destijds gezien als degelijk en wetenschappelijk. De Grammatica-/vertaalmethode gaat van de analyse van taalvormen en taalstructuren (van bijvoorbeeld Nederlands) uit waarbij lerenden inzicht ontwikkelen. Bij deze methode zijn de lees- en schrijfvaardigheid Nederlands dus belangrijk. Literatuur, vertalen en uit het hoofd leren van woordenlijsten in het Nederlands hebben de nadruk. De taaldocent draagt kennis Nederlands over, de student memoriseert.Populariteit
Al vanaf halverwege de negentiende eeuw was ook tegengeluid te horen. Desondanks is tot vrij recent de grammatica-/vertaalmethode van grote invloed geweest op het talenonderwijs.Voor- en nadelen van de Grammatica-/vertaalmethode
De methode biedt een aardige mentale training aan personen voor wie het een uitdaging is om dingen uit het hoofd te leren. Ook biedt deze methode inzicht in de structuur van het Nederlands, omdat de nadruk op de grammatica gelegd wordt.Er zijn echter meer nadelen dan voordelen. Het belangrijkste nadeel is dat de spreek- en luistervaardigheid Nederlands bij de methode ver achterblijft, waardoor de taal zelfs na jaren studie zelden mondeling toegepast kan worden. De methode staat ver af van het dagelijks gebruik van het Nederlands, ook in de context die wordt aangeboden, omdat het meestal gaat om literair taalgebruik. De methode biedt geen mogelijkheid tot differentiatie of tot een eigen creatief proces voor de lerenden voor het werken in een groep. De student is slechts toehoorder en uitvoerder.
Onderdompeling (Engels: immersion)
Bedacht door wie en wanneer
Onderdompeling (In het Engels: language immersion of alleen immersion) wordt sinds de jaren 70 over de hele wereld toegepast, hoofdzakelijk op de middelbare school waarbij een vak (bijvoorbeeld het vak wiskunde) wordt gegeven in een vreemde taal. In Nederland is ‘onderdompeling’ bekend als de leermethode die bij onze collega’s van Taleninstituut Regina Coeli, ‘de nonnen van Vught’ toegepast wordt. De methode is daar in 1963 ontstaan met Franse nonnen die Franse les gaven aan welgestelde dames uit Vught.Kenmerken van onderdompeling
Onderdompeling zorgt ervoor dat degene die de taal (zoals het Nederlands) leert, vanaf het begin door de nieuwe taal wordt omgeven. Alle instructies worden in de doeltaal (Nederlands) gegeven; in het begin langzaam en met veel herhaling en later op een meer natuurlijke wijze. De studenten worden ook vanaf het begin uitgedaagd om in het Nederlands te spreken. Er wordt gewerkt met rollenspellen en simulaties. Op scholen die met onderdompeling werken, wordt de omgeving veelal ingericht in de stijl van het land van de Nederlandse taal om een situatie te creëren alsof de studenten in Nederland zijn. De studenten oefenen één-op-één of in kleine groepjes met Nederlands spreken. Een andere manier om een taal te leren door middel van onderdompeling, is daadwerkelijk naar Nederland reizen en daar in een gastgezin verblijven.Populariteit
Onderdompeling wordt beschouwd als een heel goede leermethode voor vreemde talen. Hoofdzakelijk de mondelinge taalbeheersing Nederlands kan op deze wijze uitstekend worden aangeleerd.Voor- en nadelen van onderdompeling
Het grote voordeel is dat deze methode snel resultaat laat zien, omdat de leermethode zo intensief is. Omdat de lerende wordt erdoor omgeven, is de leermethode een kwestie van ‘sink or swim’; hij of zij moet wel in het Nederlands gaan communiceren. In principe is de student 24 uur per dag Nederlands aan het leren. De sociale interactie wordt versterkt door het samen oefenen in groepsverband. Dit wordt door de studenten als motiverend ervaren.Dat de bereikte resultaten niet altijd wordt vastgehouden, is een nadeel van de leermethode. Als iemand in een vrij korte tijd Nederlands leert, door in Nederland te zijn of door in een kunstmatig gecreëerde omgeving te zijn ondergedompeld, maar daarna weer tot de orde van de dag overgaat, is de kans groot dat het nieuw geleerde snel weer wegzakt. Dat een dergelijke taaltraining Nederlands nogal intensief is, kan een ander minpunt zijn. Niet alle studenten hebben de conditie om deze wijze van leren vol te houden.
Suggestopedie (Suggestopedia)
Bedacht door wie en wanneer
Suggestopedia is een methode om taal te leren die uit de jaren 70 van de vorige eeuw stamt. Suggestopedia (Nederlands: Suggestopedie) is door de Bulgaarse wetenschapper en psychotherapeut Georgi Lozanov ontwikkeld.Kenmerken van Suggestopedie
Zoals de naam al doet vermoeden, is De methode van Suggestopedia op het principe van de suggestie gebaseerd. Lozanov was van mening dat positieve suggestie een voorwaarde is om (vreemde talen; bijvoorbeeld Nederlands) te kunnen leren. Een ontspannen sfeer en wederzijds vertrouwen tussen de student en de taaldocent (Nederlands) zijn daarvoor essentieel. De voorwaarde hiervoor is dat lerenden zich veilig en ontspannen voelen. Om dit te bereiken, was een leslokaal met een rijopstelling uit den boze. In de lessen zaten lerenden in comfortabele stoelen die in een halve cirkel waren geplaatst en in de klas was altijd achtergrondmuziek. De methode zoals Lozanov voorstond, bestond uit het voorlezen van verschillende teksten, op de achtergrond werd klassieke muziek gespeeld of waren natuurgeluiden te horen. Er waren woordenlijsten bij de teksten en opmerkingen over de grammatica van de te leren taal (het Nederlands). Er werd met gebaren en veel expressie in stem voorgelezen. Lerenden werden op deze manier verleid om te luisteren en ze konden de (Nederlandse) woorden die nieuw waren, gemakkelijk begrijpen en opnemen. Voor de cultuur en kennis over het land van de doeltaal (Nederland) was veel aandacht tijdens de lessen. In de klas werden rollenspellen gespeeld en ook (Nederlandse) streekgerechten werden in de les gemaakt en geproefd.Populariteit
De leermethode Suggestopedia was omstreden en is niet heel bekend meer. Sommige elementen worden nog steeds toegepast, bijvoorbeeld het gebruikmaken van stemexpressie en gebaren bij het lezen van teksten in de vreemde taal.Voor- en nadelen van Suggestopedie
De methode van Suggestopedia zorgt voor een ontspannen en veilige sfeer, waardoor de studenten minder last zullen hebben van faalangst of frustratie. Deze gemoedelijke sfeer kan voor immigranten aan een positieve associatie met het nieuwe thuisland bijdragen. Vaak werkt muziek motiverend en draagt muziek bij aan betere leerprestaties. Dat de student gestimuleerd wordt om zich in te leven in de situaties en actief mee te doen, wat voor een aantal mensen een nieuwe ervaring is, is een ander voordeel van de methode. Tegelijk is dit voor sommigen een nadeel, omdat niet iedere student hiertoe in staat is. Daarnaast kan muziek bij sommige studenten eerder afleiden en zelfs verstorend zijn in plaats van stimulerend of ontspannend. Dat de relatie trainer-student niet echt gelijkwaardig is, is een andere zwakke kant; alle input komt van de kant van de Nederlandse trainer waarbij de student steeds de ontvangende partij is.Community Language Learning (CLL)
Bedacht door wie en wanneer
De Amerikaanse priester en psycholoog Charles Curran ontwikkelde Community Language Learning, ook wel Counseling Language Learning of CLL geheten in 1976.Kenmerken van Community Language Learning (CLL)
Community Language Learning (CLL) is een methode om een taal te verwerven waarbij studenten samenwerken om te bepalen welke aspecten van de taal zij willen leren. De CLL methode is op de counseling-benadering gebaseerd waarbij de taaldocent als counselor fungeert die de zinnen van de lerenden omschrijft. De lerenden beginnen een gesprek. Zijn de studenten de taal (Nederlands) nog niet voldoende machtig, dan spreken de studenten in hun moedertaal. De docent (Nederlands) vertaalt en legt uit. Hierna herhalen de studenten de uitingen van de docent zo goed mogelijk. Deze gesprekken in het Nederlands worden opgenomen om nadien opnieuw te kunnen beluisteren.De methode stimuleert gemeenschapsgevoel in de leergroep en ziet de wisselwerking tussen de lerenden als middel om het Nederlands te leren. Het zijn de studenten zelf die de lesstof bepalen middels betekenisvolle gesprekken. Er is geen leerboek Nederlands dat gevolgd wordt.
Populariteit
Het succes van de methode is in hoge mate afhankelijk van de expertise van de trainer-counselor. De taaldocent dient naast sociaal-cultureel kundig ook taalkundig onderlegd te zijn. De trainer dient zowel het Nederlands als de moedertaal van de lerenden zeer goed te beheersen om in staat te zijn om de taaluitingen van de lerenden te vertalen. CLL kan prima werken wanneer deze op de juiste wijze wordt gebruikt. Voor grote groepen is Community Language Learning niet geschikt.Voor- en nadelen van Community Language Learning
De methode biedt studenten veel autonomie. Het analyseren van de eigen gesprekken vinden veel studenten zinvol. De groep wordt vaak heel hecht, niet alleen tijdens de les Nederlands, maar ook daarbuiten. Met Community Language Learning worden studenten zich veel meer bewust van hun groepsgenoten, hun sterke en zwakke punten en leren om als team samen te werken. Studenten leren vaak veel van het bespreken van hun foutjes en het evalueren van de les Nederlands. Deze correcties blijven vaak in het geheugen gegrift en worden deel van het actieve vocabulaire van de studenten.Dat de docent niet sturend is, terwijl een aantal lerenden wel sturing nodig heeft, kan een nadeel zijn. Er wordt geen gebruikgemaakt van een lesboek en er worden ook geen toetsen Nederlands afgenomen. Hierdoor is het succes moeilijk te meten. Sommige lerenden worden geremd in hun Nederlands spreken wanneer zij worden opgenomen.
Lexicografische benadering (Engels: Dynamic Lexicographic Approach; DLA)
Bedacht door wie en wanneer
De Lexicografische benadering (Engels: Lexical Approach; LA) is een methode om een vreemde taal te leren die door Michael Lewis in het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw is ontwikkeld.Kenmerken van de Lexicografische benadering (DLA)
Deze lexicografische benadering gaat uit van de visie dat een belangrijk gedeelte van het leren van een taal (zoals het Nederlands) bestaat uit het begrijpen en produceren van zogenaamde ‘lexicale eenheden’. Dit zijn brokjes taal die bestaan uit (Nederlandse) woorden, woordcombinaties alsook uitdrukkingen. De lerenden verwerven al doende inzicht in patronen van het Nederlands (grammatica) en betekenisvolle groepen met woorden. Ze leren hoe het Nederlands ‘in het echt’ wordt gebruikt. Woordenschat Nederlands krijgt in deze benadering meer nadruk dan Nederlandse grammatica. De instructies zijn gericht op situaties en Nederlandse uitdrukkingen die regelmatig voorkomen in dialogen. Er is aandacht voor interactie maar eveneens voor exposure; voor de receptieve vaardigheden van de student (luisteren/begrijpen, lezen/begrijpen). Er is veel ruimte voor studenten om de Nederlandse taal zelf te ontdekken.De rol van de trainer Nederlands is voor genoeg input te zorgen en het faciliteren van het leerproces van de lerenden.
Populariteit
In de afgelopen dertig jaar zijn door de invloed van de ideeën over taal van (onder andere) Michael Lewis lesboeken duidelijk veranderd. Veel meer aandacht wordt aan woordenschat van de te leren taal geschonken die in zogenaamde chunks aangeboden wordt, in betekenisvolle brokjes. De drastische verandering in de manier waarop een vreemde taal wordt onderwezen, waar Michael Lewis streefde, is er echter niet van gekomen.Voor- en nadelen van de Lexicografische benadering
Door het werken met ‘chunks’ (brokjes taal); met ‘echte’ taal, leren de studenten op een natuurlijke manier het Nederlands te gebruiken. Op deze manier ontstaat souplesse in het taalgebruik Nederlands.Het minpunt is dat de werkelijkheid altijd weer afwijkt van de geleerde taalsituaties. Met het zelf leren herkennen van de patronen van het Nederlands hebben sommige lerenden moeite en zij hebben meer aan een trainer Nederlands die hen de weg wijst, dan aan een docent taal-facilitator.
Series Method
Bedacht door wie en wanneer
De Series method, ook wel ‘seriemethode van taalverwerving’ (Frans: La Méthode naturelle) genoemd, is ontwikkeld door de Fransman François Gouin in het jaar 1880.Kenmerken van de Series Method
Een serie van verbonden zinnen die eenvoudig te begrijpen zijn en weinig kennis van de grammatica van de doeltaal vereisen, is het uitgangspunt van de seriemethode (The Series Method of language acquisition) van François Gouin. De studenten leren zinnen op basis van een actie, bijvoorbeeld het huis verlaten in de volgorde waarin deze zou worden uitgevoerd. Deze series of reeksen behandelden onderwerpen als mens in de samenleving, wetenschap en beroep, leven in de natuur, ontwikkeld vanuit het onderscheid tussen objectieve, subjectieve en figuurlijke taal. In de François Gouin-serie wordt geen moedertaal gebruikt. De lerenden gaan vanzelf snel in de te leren taal (bijvoorbeeld het Nederlands) denken omdat een soort eentalige methode is, die niet van ‘vertalen’ en ‘uitleggen’ uitgaat maar van ‘demonstreren’ en ‘handelen’.Populariteit
Gouin’s principes over het leren van een vreemde taal waren erg vooruitstrevend. Ondanks dat het een ongewone aanpak was, was de seriemethode van Gouin toch enige tijd succesvol. De methode werd echter overschaduwd door Berlitz’ Directe Methode.Voor- en nadelen van de Series Method
De Series method van Gouin ontwikkelt sterk de mondelinge vaardigheden Nederlands van de studenten en de leermethode zorgt voor een sfeer die harmonieus, natuurlijk en gelijkwaardig is.Gouin’s methode biedt een levendige manier van lesgeven. Dit soort onderwijs Nederlands wekt het enthousiasme op bij de studenten door gebruik te maken van visuele leermiddelen, zoals afbeeldingen, grafieken, etcetera. Leren wordt tastbaar; dit was iets geheel nieuws. De leermethode maakt studenten Nederlands nieuwsgierig, wat helpt om het leergeheugen te ontwikkelen, prestatiedruk te verlagen en het zelfvertrouwen te verhogen. De communicatieve vaardigheid Nederlands van de student wordt sterk gestimuleerd.
De leermethode heeft echter als nadeel dat taal die iets subjectiever of abstracter wordt, moeilijk in één concrete ervaring te vangen is met beweging en expressie. De bewerkelijkheid voor de taaldocent, die tenslotte een scala aan series voor moet bereiden, is een ander nadeel. Ten derde is de Gouin-seriemethode vooral gericht op mondelinge taalgebruik, terwijl het onderwijssysteem nog vaak draait om examens die de lees- en schrijfvaardigheid toetsen.
Task-Based Language Teaching (TBLT)
Bedacht door wie en wanneer
Task-Based Language Teaching; TBLT (Taakgericht taalonderwijs) is in de jaren tachtig van de vorige eeuw ontwikkeld. De grondleggers van deze methode waren de Indiase taalkundige professor N.S. Prabhu, de Amerikaanse hoogleraar Teresa P. Pica en de Britse hoogleraren Michael H. Long en Graham V. Crookes.Kenmerken van de Task-Based Language Teaching (TBLT)
Het taakgericht taalonderwijs past binnen een Communicatieve Benadering/het Communicatief Taalonderwijs. De gedachte achter deze methode is dat het verwerven van de te leren taal (zoals het Nederlands) geen doel op zich is, maar een methode om bepaalde taken uit te kunnen voeren. De studenten krijgen verschillende motiverende taken aangeboden. Hiervoor is taalkennis (Nederlands) nodig. Voor het goed uitvoeren van deze taken, dienen zij over regels van het Nederlands en woordenschat te beschikken. De taken zijn zaken uit het dagelijks leven, bijvoorbeeld het schrijven van een e-mail, bellen met de klantenservice, boodschappen doen, iets te drinken bestellen of de krant lezen. De opdracht wordt in drie fasen opgesplitst: vóór, tijdens en na de taak, waarbij de student zich eerst voorbereidt op de taak, vervolgens de taak uitvoert en tot slot op de taak terugblikt. De studenten dienen samen te werken om de opdrachten uit te kunnen voeren. De opdrachten dienen iets boven het niveau van de studenten Nederlands te liggen om leereffect te hebben.Populariteit
Het taakgericht onderwijs is vanaf het begin van de jaren 90 erg populair geworden, zeker in het taalonderwijs. De methode lijkt de meest praktisch bruikbare vorm te zijn om de taalvaardigheden van studenten (met name studenten in een achterstandspositie) in het lager en secundair onderwijs te verbeteren.Voor- en nadelen van Task-Based Language Teaching
Taakgericht taalonderwijs (Nederlands) heeft duidelijke voordelen. Het taakgericht taalonderwijs is een activerende werkvorm, waarbij de lerenden worden uitgedaagd om hun taalvaardigheden (Nederlands) te gebruiken. Zolang de taak goed aansluit bij de lerende, is de leermethode een op de persoon gerichte, relevante en efficiënte aanpak. De studenten komen op een natuurlijke, alledaagse wijze in contact met het Nederlands en leren zo authentieke Nederlandse woorden, woordcombinaties en uitdrukkingen in de vreemde taal. Bovendien leren studenten om samen te werken. Lerenden ervaren taakgericht onderwijs als prettig en motiverend.Dat de communicatie het belangrijkst is en niet de correcte vorm van het Nederlands, waardoor de studenten die niet zeer precies leren, kan als nadeel genoemd worden.
De Dogme benadering (Engels: Dogme Language Teaching; Dogme ELT)
Bedacht door wie en wanneer
Scott Thornbury; een Nieuw-Zeelandse linguïst en docententrainer op het gebied van taalonderwijs Engels bedacht Dogme Language Teaching/Dogme ELT (ook wel de ‘Dogmabenadering’ genoemd) in 2000.Kenmerken van de Dogme benadering (ELT)
‘Dogme 95’; de beweging van een groep filmmakers uit Denemarken onder wie de filmregisseur Lars von Trier uit het jaar 1995 was de inspiratie voor Dogme Language Teaching (DLT). De deelnemers confirmeren zich bij het maken van films aan tien strenge regels (dogma’s). Deze dogma’s vormen samen ‘de eed van zuiverheid’ (Deens: kyskhedsløfter; Engels: Vows of Chastity). Bij het Dogme-taalonderwijs is iets soortgelijks aan de hand. De aanhangers van deze methode streven naar een vorm van communicatief taalonderwijs die niet door enig voorgedrukt materiaal is belast. Het oogmerk van de Dogme-methode is het starten van echte inhoudelijke conversaties over praktische onderwerpen. Bij deze methode gaat het om communicatie als drijvende kracht van het leren. Daarom is deze leermethode een communicatieve aanpak van het onderwijs, die taalonderwijs biedt zonder het gebruik van leerboeken of ander lesmateriaal en zich in plaats daarvan op de communicatie tussen de lerende en de trainer richt. Het Dogme-taalonderwijs heeft tien dogma’s (uitgangspunten), net zoals de Dogme-beweging van de filmmakers.Populariteit
Ondanks dat er niet veel onderzoek naar het succes van Dogme is geweest, gaat Scott Thornbury ervan uit dat de parallellen met taakgericht leren van een taal (zoals Nederlands) erop wijzen dat Dogme waarschijnlijk voor vergelijkbare resultaten zorgt.Voor- en nadelen van de Dogme benadering
Dat er zo goed als geen voorbereiding nodig is, is een pluspunt voor de taaldocent Nederlands. Het kan erg motiverend werken dat de studenten de verantwoording dragen voor het eigen leerproces. Op deze manier zijn de taallessen Nederlands nooit voorspelbaar; dat zorgt voor spontane communicatie en verveling krijgt geen kans. Vrijwel alles kan worden besproken in een les volgens de Dogme-methode. Dit zorgt ervoor dat de studenten betrokken en alert blijven.Daartegenover staat dat lerenden zich wat minder op hun gemak kunnen voelen als ze zo weinig door de trainer begeleid worden. Voor dit type taalonderwijs zijn ook niet alle trainers Nederlands in voldoende mate flexibel. Dat studenten zich vaak op een specifiek examen Nederlands dienen voor te bereiden en het niet zeker is dat de hiervoor benodigde stof tijdens de les wordt behandeld, kan een ander minpunt van de methode zijn.
Growing Participator Approach (GPA)
Bedacht door wie en wanneer
The Growing Participator Approach (GPA) is in het jaar 2007 ontwikkeld door Language consultants Greg en Angela Thomson.Kenmerken van de Growing Participator Approach (GPA)
De GPA-benadering geldt als een alternatieve visie op het verwerven van een nieuwe taal (zoals het Nederlands). De primaire aanname van de methode is dat taal en cultuur niet los van elkaar kunnen worden gezien. Het gaat bij GPA om veel meer dan alleen het leren van het Nederlands; het doel is uitgroeien tot een volwaardige deelnemer aan het leven in de gastcultuur (van Nederland). Daarom gebruikt GPA de benamingen ‘groeiende deelnemers’ in plaats van ‘taallerenden’ en ‘verzorger’ in plaats van ‘docenten’. De Growing Participator Approach (GPA) vertoont gelijkenissen met, en is deels gebaseerd op, de Natural Approach (natuurlijke aanpak) van Stephen Krashen en Tracy Terrell.De methode bestaat uit zes fasen van activiteiten. De activiteiten worden uitgevoerd door de lerende met een verzorger uit Nederland. Begrip gaat boven productie. De Nederlandse woordenschat alsook de cultuur krijgen de nadruk. Fase 1 is de zogenaamde hier-en-nu-fase. Deze neemt ongeveer 100 uur in beslag. In fase 1 focussen de ‘groeiende deelnemers’ zich op het luisteren en het non-verbale feedback geven.
Fase 2 is de verhaalopbouwfase. Deze neemt ongeveer 150 uur in beslag en nu beginnen de deelnemers ook Nederlands te produceren. In fase 3 van de leermethode ligt de nadruk op ‘gedeelde verhalen’. Dit zijn verhalen die over dagelijkse gebeurtenissen gaan, verhalen die tussen culturen gedeeld worden en verhalen die over gedeelde ervaringen gaan. Fase 4 is de fase van het zogenaamde ‘diepe delen’. De deelnemers en de verzorgers beginnen nu diepere gesprekken te voeren over het leven in de Nederlandse cultuur. In fase 5 van de leermethode beginnen de deelnemers zich op het taalgebruik van moedertaalsprekers Nederlands te richten door middel van nieuws, televisie, films en literatuur. Het Nederlands dat voor het werk van de deelnemers nodig is, wordt ook geleerd. Fase 6 van de methode is de zogenaamde ‘zelfvoorzienende groeifase’. Deze fase heeft geen eindpunt. Hierbij gaat het om groei buiten de formele taalsessies Nederlands om.
Populariteit
Er is nog vrij weinig bekend over het succes omdat de leermethode van Thomson nog vrij nieuw is. Deelnemers zijn vrij enthousiast over de methode.Voor- en nadelen van de Growing Participator Approach
Met de GPA-benadering wordt een goede doorkijk op het proces van de taalverwerving Nederlands geboden. De zes fasen bieden een duidelijk tijdspad alsook haalbare doelen. Er wordt door de lerende niet alleen kennis van de Nederlandse taal verworven, maar eveneens van de omgeving en de lerenden verwerven daarnaast een nieuw sociaal netwerk.Het feit dat voor iedere deelnemer of minimaal iedere groepje deelnemers een ‘verzorger’ gezocht moet worden die bereid is om behoorlijk veel tijd te investeren, is een minpunt van deze methode.
Shadowing Technique
Bedacht door wie en wanneer
De Shadowing technique, ook wel simpelweg Shadowing (‘schaduwen’) genoemd, is bedacht in de vroege jaren 2000 door de Amerikaanse taalkundige en polyglot Prof. Alexander Argüelles. Kenmerken van de Shadowing Technique
De techniek van Shadowing is een methode die taallerenden zelfstandig kunnen toepassen om de intonatie (Nederlands) en uitspraak te verbeteren en vloeiendheid in het spreken te verwerven. Het werkt een eigenlijk eenvoudige methode: lerenden luisteren naar een audio-opname, bij voorkeur een dialoog en herhalen wat zij horen. Bij de methode is het niet van belang om de Nederlandse tekst te begrijpen; het gaat in de eerste plaats om de klanken van de te leren taal. Het luisteren en herhalen oefent men net zo veel totdat het soepel gaat en de student simultaan Nederlands kan spreken met de audio-opname. Na enige tijd zullen de lerenden een transcript gebruiken om te kunnen lezen (en begrijpen) wat zij gezegd hebben. Zolang de boeken dialogen bevatten of delen met samenhangende tekst, zijn diverse lesboeken voor deze techniek geschikt. Het niveau van de Nederlandse audio-opname dient idealiter iets boven het niveau van de studenten te liggen. De ideale lengte is ongeveer één pagina, zonder kunstmatige pauzes en op een natuurlijke snelheid. Doordat lichamelijke beweging de opname van de te leren taal (het Nederlands) in het zenuwstelsel versterkt, doet Argüelles de aanbeveling lerenden om tijdens het spreken te gaan lopen, het liefst in de buitenlucht, en niet te gaan zitten. Dat de studenten minder snel worden afgeleid als zij bewegen, zodat het werken aan het Nederlands veel effectiever gaat, is een andere grond.De shadowing-techniek heeft veel gemeen met de audiolinguale methode uit de vorige eeuw, maar het onderscheid is dat bij de audiolinguale methode grammaticale drills werden toegepast in plaats van dialogen of samenhangende tekst. Ook het simultaan spreken is verschillend aan Shadowing.
Populariteit
In de afgelopen jaren is veel onderzoek gedaan naar Shadowing waarin is aangetoond dat de techniek naast de uitspraak ook de luistervaardigheid aanzienlijk verbetert. Maar eveneens het algemene begrip van het Nederlands wordt vergroot. Voor- en nadelen van de Shadowing Technique
Het praktische voordeel van Shadowing dat het kan worden gebruikt in een groep studenten, waarbij alle deelnemers actief leren. Het rendement is hoog.Het nadeel van de Shadowing-techniek is dat de lerende het soms een beetje saai kan kunnen vinden om dezelfde Nederlandse tekst te blijven herhalen. De keuze van de teksten is dus van groot belang.
Total Physical Response (TPR®)
Bedacht door wie en wanneer
De Amerikaanse psycholoog James J. Asher ontwikkelde in de jaren zestig van de vorige eeuw de taalverwervingsmethode Total Physical Response, ook wel TPR® genoemd.Kenmerken van Total Physical Response (TPR®)
TPR® is een methode om talen (bijvoorbeeld Nederlands) te leren die op het principe gebaseerd is dat mensen leren door middel van handelingen en beweging. Men leert door te doen, en wel op de manier zoals een kind zijn moedertaal leert. Ouders geven hun jonge kinderen voortdurend opdrachten en belonen hen als ze deze opdrachten uitvoeren (“kijk naar mama”, “goed zo”). “Pak de lepel”, “Mooi!”, “Trek je schoentjes maar aan”, enz.). In de eerste instantie is het de bedoeling dat de kinderen begrijpen wat de ouders zeggen, de kinderen gaan in een later stadium verbaal reageren. De luistervaardigheden Nederlands zijn dus de basis, de spreekvaardigheden komen pas daarna.TPR® past deze principes van de moedertaalverwerving bij het leren van het Nederlands versneld toe. De taaldocent geeft opdrachten op een vriendelijke en begrijpelijke wijze, zoals: “pak het boek” en doet de opdrachten zelf voor; de student doet na. In het begin wordt nog niet van de studenten verwacht dat ze Nederlands praten; de studenten geven de taken in een later stadium. Bekende opdrachten worden uitgebreid of deels veranderd.
TPR® appelleert aan de beide hersenhelften door het combineren van beweging en spraak. Op deze manier kost het minder moeite om dingen te leren en het geleerde Nederlands beklijft ook beter.
Populariteit
TPR® wordt met name binnen het NT2-onderwijs toegepast (Nederlands als tweede taal), zeker bij beginnende studenten en ook wel bij Engels op de basisschool. Maar ook middelbare scholieren of volwassenen werken met veel plezier met de methode van Total Physical Response en behalen hiermee goede resultaten.Voor- en nadelen van Total Physical Response
TPR® heeft veel voordelen. Doordat studenten veel begrijpelijke input in ‘chunks’ krijgen aangeboden (woorden die bij elkaar horen), krijgen zij snel begrip van de nieuwe taal. De leermethode zorgt voor een snelle succeservaring. Dit bevordert het plezier in het leren van het Nederlands. Het zorgt een stressvrij leerproces. TPR® is in principe geschikt voor elke doelgroep, ongeacht welke leeftijd of achtergrond en deze methodiek kan ook in wat grotere klassen worden toegepast. Het Nederlands wordt direct in het langetermijngeheugen opgeslagen.Het minpunt van TPR® is dat niet elke taaluiting in TPR®-opdrachten is uit te drukken. Hierdoor werkt de methodiek tot op een zeker niveau en is een andere methodiek nodig als aanvulling. De leermethode is ook niet erg creatief. Studenten leren niet om hun meningen, gevoelens en ideeën in het Nederlands uit te drukken.
De Directe Methode (Engels: Direct Method; DM)
Bedacht door wie en wanneer
De Directe Methode, ook wel ‘de natuurlijke benadering’ genoemd, is eind jaren tachtig van de negentiende eeuw bedacht door de Duits-Amerikaanse linguïst Maximilian Delphinius Berlitz (geboren als David Berlizheimer). De methode is als reactie op de dominante grammatica-vertaalmethode ontwikkeld.Kenmerken van de Directe Methode (DM)
Er sprake van een Reformbeweging rond het jaar 1900 met nieuwe ideeën over leren dat inductief en zelfontdekkend moest zijn. Die Reformbeweging betrof overigens niet alleen het leren van een taal, maar ook voeding, kleding, naturisme en natuurgeneeskunde. Rond 1900 streefde men, net zoals in de jaren zestig van de vorige eeuw, naar meer natuurlijke leefwijzen en bevrijding van het keurslijf. Er ontstond in het taalonderwijs veel aandacht voor de gesproken, ‘levende’ taal, waarbij grammatica meer inductief werd aangeboden, met voorbeeldzinnen. De taalregels moesten door de lerenden hieruit afgeleid worden. Veel mondelinge oefeningen en met meer aandacht kwamen er voor de uitspraak van de taal (zoals het Nederlands). Het werd aangemoedigd de lerenden veel in het Nederlands te laten praten. Het was ook nieuw dat de taallessen in het Nederlands gegeven werden. Tijdens de lessen werd nadrukkelijk niet vertaald. De (Nederlandse) woordenschat werd aangeleerd aan de hand van plaatjes en voorbeelden. De studenten boden abstracte vocabulaire aan voor het associëren van ideeën.Populariteit
De vernieuwingsgolf van begin twintigste eeuw ebde weg, deels onder invloeden van de crises en oorlogen, om in de jaren 60 weer een andere vorm te krijgen.Taleninstituten als Interlingua en Berlitz werken nog altijd met (een moderne vorm van) de Directe Methode.
Voor- en nadelen van de Directe Methode
Het grote voordeel van de Directe Methode is dat deze methode een vrij natuurlijke manier is om Nederlands te leren. Bij de Directe Methode wordt veel aandacht besteed aan luisteren en spreken. Hierdoor krijgen de lerenden zelfvertrouwen en vloeiendheid in het Nederlands. Minpunten heeft deze Direct Methode echter ook. Voor de schrijfvaardigheid (Nederlands) is bij deze methode zeer weinig aandacht en voor lezen in de doeltaal ook minder. Voor de meer gevorderde lerende Nederlands, heeft deze leermethode te weinig uitdagingen te bieden. Voor de langzaam lerende studenten is de Directe Methode eveneens niet heel bruikbaar, omdat de methode van een actieve inzet door de student uitgaat.De Manesca-methode (Engels: Manesca Method)
Bedacht door wie en wanneer
Jean Manesca publiceerde in 1835 An Oral System of Teaching Living Languages Illustrated by a Practical Course of Lessons in the French through the Medium of the English (“Een mondelinge methode voor het onderwijzen van levende talen, aan de hand van een praktische cursus Frans door middel van het Engels”). In januari 2015 ging An oral system of teaching living languages in herdruk.Kenmerken van de Manesca-methode
Manesca gaat van hetzelfde principe uit als waar de Natural Approach (‘natuurlijke aanpak’) voor staat: de beste manier om vreemde talen te leren, is die kinderen hun moedertaal leren. Een taal (zoals Nederlands) leren dient veilig en gemakkelijk te zijn. Manesca wil om die reden niet werken met abstracte regels of woordenlijstjes met Nederlandse woorden die uit het hoofd geleerd moeten worden.De Manesca-methode staat bekend als de vroegst bekende, volledige taalcursus. De leermethode is gebaseerd op het werken met een groep studenten en een taaltrainer Nederlands, die één Nederlands nieuw woord tegelijk introduceert. Bij elk woord hoort een specifieke beweging. Het Nederlandse woord en de beweging worden daarna door de lerenden één voor één herhaald. De herhaling helpt de lerenden de Nederlandse woorden te onthouden, zonder dat uit het hoofd geleerd hoeft te worden. Stap voor stap worden de woorden zinnen en vervolgens variaties op deze Nederlandse zinnen. Nederlandse spelling wordt aangeboden in een later stadium met leesteksten.
De methode van Jean Manesca is al enkele jaren later overgenomen en aangepast door grammaticaschrijver en taaldocent Heinrich Gottfried Ollendorff en wordt ook wel de Ollendorff-methode genoemd.
Populariteit
Jean Manesca overleed twee jaar na de publicatie van zijn methode. Het werk van Jean Manesca is door anderen opgepakt en aangepast, onder wie Ollendorff. Veel van zijn ideeën zijn nog actueel en worden nog altijd in het moderne vreemdetalenonderwijs gebruikt.Voor- en nadelen van de Manesca-methode
Het pluspunt van de Manesca of Ollendorff-leermethode is de combinatie van spreken en bewegen, waardoor het fysieke geheugen wordt aangesproken en de geleerde stof gemakkelijker en langduriger kan worden onthouden. Wat daar ook aan bijdraagt, is het veelvuldige herhalen. Dat het wat saai kan zijn om steeds dezelfde Nederlandse woorden en zinnetjes te blijven herhalen, kan door lerenden als een keerzijde worden gezien.Silent Way
Bedacht door wie en wanneer
The Silent way (‘de stille manier’) is ontwikkeld in het jaar 1963 door de Egyptenaar Caleb Gattegno.Kenmerken van de Silent Way
The Silent Way is een manier om een vreemde taal (bijvoorbeeld Nederlands) te leren die gebruikmaakt van stilte als instructiemiddel. De autonomie van de lerenden en hun actieve deelname is het uitgangspunt van de methode van Gattegno.De taaltrainers Nederlands gebruiken een combinatie van stilte en gebaren om de aandacht van de lerende te trekken, reacties los te krijgen en hem of haar aan te moedigen om foutjes te corrigeren. De methode besteed veel tijd aan de uitspraak (Nederlands).
Caleb Gattegno, die van oorsprong wiskundige was, vond het essentieel om taalles te geven op een manier die efficiënt voor de energievoorraad van de studenten was. Caleb Gattegno ontdekte dat het in verhouding weinig energie kost om een auditief of visueel beeld te onthouden, veel minder energie dan als mensen proberen iets uit het hoofd te leren. Het betoog van hem was dat taaltrainers niet zozeer dienen te streven naar het overbrengen van kennis, maar bewustzijn dienen aan te spreken, omdat alleen het bewustzijn het mogelijk maakt om iets te kunnen leren.
The Silent Way gebruikt onder andere blokken met verschillende kleuren (zogenaamde cuisenaire-staven), die kunnen worden gebruikt voor verschillende dingen. De ‘de stille manier’ maakt eveneens gebruik van Words in Colour. Words in Colour is een kleurenkaart voor geluiden waarin elke kleur een specifieke klank van het Nederlands vertegenwoordigt, gekleurde woordgrafieken voor het werken aan zinnen en gekleurde grafieken die worden gebruikt voor het leren van de spelling.
Populariteit
Vooral bij het leren van de uitspraak zijn Gattegno’s ideeën wel van betekenis geweest, alhoewel de Stille Methode in de oorspronkelijke vorm niet veel wordt gebruikt.Voor- en nadelen van de Silent Way
De sterke kant van de methodiek van Gattegno is dat zijn benadering voor de lerende niet-bedreigend is, die per slot van rekening wordt beschouwd als autonoom. De trainer Nederlands is in feite aan de lerende dienstbaar, niet andersom. De leermethodiek van The Silent Way stimuleert het leren van het Nederlands op een natuurlijke manier. Door taallerenden uit te dagen nieuwe dingen te ontdekken, wordt het geleerde meestal goed verwerkt en onthouden. De lerende ‘mag’ foutjes maken. Dit draagt bij aan het leerproces.Dat sommige lerenden intensievere begeleiding nodig hebben dan de leermethode voorstaat, kan een minpunt van de leermethode zijn. Een student zou gefrustreerd kunnen raken door het gebrek aan inbreng van de taaltrainer Nederlands. Met kleuren en grafieken werken, heeft als keerzijde dat de nieuwheid er vrij snel af is, waardoor het effect van de leermethode verdwijnt.
TPR Storytelling
Bedacht door wie en wanneer
TPR Storytelling of ‘TPRS’ houdt in Teaching Proficiency through Reading and Storytelling. De TPRS-methode is door Blaine Ray ontwikkeld in 1990, een Amerikaanse docent Spaans, en is afgeleid van de TPR-methode (Total Physical Response).Kenmerken van TPR Storytelling
TPRS is een taalverwervingsmethode die gebruikmaakt van verhalen om een vreemde taal (bijvoorbeeld Nederlands) te leren. Het uitgangspunt van TPRS is natuurlijke taalverwerving: de nieuwe taal leren zoals een kind zijn of haar moedertaal leert. De lerenden worden blootgesteld aan een grote hoeveelheid begrijpelijke input om dit te bereiken. Door de taaldocent Nederlands wordt een verhaal verteld waarin nieuw te leren Nederlandse woorden diverse keren voorkomen. De verhalen zijn interessant of humoristisch en nooit te lang. De lerenden ontspannen zich doordat de verhalen relatief eenvoudig te begrijpen zijn. Op deze manier worden Nederlandse woorden en structuren ongemerkt opgeslagen in het langetermijngeheugen van de student. De trainer wijst de lerende op grammaticale verschijnselen van het Nederlands, zonder dat studenten regels uit hun hoofd leren.De lerenden zullen na enige tijd ‘automatisch’ Nederlands beginnen te spreken en de Nederlandse grammaticale structuren gaan imiteren. Dit is een natuurlijk proces. Een alternatief is om samen met een groep van lerenden een verhaal op te bouwen. Hierbij schrijft de trainer Nederlands eerst nieuwe woorden en structuren op het schoolbord, met de Nederlandse vertalingen erbij en daarna samen met de lerenden hiervan een verhaal te maken. Tot slot wordt het verhaal door de lerenden naverteld. Een belangrijk deel van TPR Storytelling is lezen in het Nederlands, omdat dit voor input zorgt. In een later stadium volgt schrijven in het Nederlands.
Populariteit
Er zijn veel onderzoeken gedaan die uitwijzen dat TPR Storytelling een geslaagde manier is om een taal te verwerven. Er zijn wel randvoorwaarden: de docent moet goed getraind zijn en de setting moet geschikt zijn.Voor- en nadelen van TPR Storytelling
TPRS is een laagdrempelige manier om Nederlands te leren en het geleerde wordt grondig verworven. TPRS spreekt ook de creatieve intelligentie aan; TPRS is een vorm van breinvriendelijk leren. Het is prettig voor studenten en het is relatief gemakkelijk om de aandacht erbij te houden. Zelf verhalen verzinnen, werkt zeer motiverend voor de lerenden.Een nadeel is dat TPRS veel voorbereiding van de taaltrainer vraagt.





