OFFERTE AANVRAGEN
Offerte aanvragen

Taalcursus Amsterdam

Het beste taleninstituut in Arnhem

Wij kunnen snel schakelen -
binnen een week beginnen is mogelijk

Start nog vandaag met uw reis naar taalbeheersing

Taalcursussen op locatie

Wij geven taalcursussen 1-op-1 en in groepen in heel Nederland.

Meer informatie

Taalcursussen
online

Wij geven online en blended taaltrainingen via elk platform

Meer informatie

Maatwerk mogelijkheden

Offerte aanvragen of overleggen over de mogelijkheden?

Meer informatie
ONZE CERTIFICERINGEN EN KEURMERKEN

Daarom Dagnall!

Wij leveren een actieve bijdrage aan een wereld waarin we elkaar beter begrijpen.

Taalkennis verbindt u met de wereld en zijn een communicatiebasis die deuren voor u opent – vooral in de professionele wereld. Organisaties die in de taalkennis en taalopleiding van hun medewerkers investeren, hebben daarom een duidelijk voordeel en een voorsprong. Dagnall Taleninstituut biedt u precies wat u zoekt: effectieve taaltrainingen op het hoogste niveau voor professionals en leidinggevenden in en in de buurt van Arnhem. Taaltraining op maat, omdat uw bedrijf of organisatie welbespraakte werknemers verdient.

Wij zijn supertevreden en konden al binnen 1 week starten!

Naam Achternaam | Bedrijf

WIJ ZIJN NIET ZOMAAR EEN TALENINSTITUUT

Al meer dan 40 jaar verzorgen wij kwalitatieve taalcursussen, vertaal- en tolkdiensten

Al meer dan 40 jaar de expert

Lorem ipsum dolor sit consectetur adipiscing elitsro eiusmod tempor incididunt ut.

In bezit van diverse certificeringen

Lorem ipsum dolor sit consectetur adipiscing elitsro eiusmod tempor incididunt ut.

Maatwerk altijd mogelijk

Lorem ipsum dolor sit consectetur adipiscing elitsro eiusmod tempor incididunt ut.

Ervaren taalprofessionals op verschillende vakgebieden

Lorem ipsum dolor sit consectetur adipiscing elitsro eiusmod tempor incididunt ut.

TEVREDEN OPDRACHTGEVERS

Start nog vandaag met uw reis naar taalbeheersing

Taaltrainingen in Amsterdam van topniveau

Talen verbinden u met de wereld en zijn een communicatiebasis die deuren voor u opent - met name op het professionele vlak. Zo krijgen organisaties die in de taalopleiding van hun werknemers investeren, ook een duidelijk voordeel alsook een voorsprong.
Dagnall Taleninstituut is een taalaanbieder die u als scholingszoeker precies dat aanbiedt: Effectieve taaltrainingen op het hoogste niveau voor medewerkers en leidinggevenden in, en in de buurt van Amsterdam.
(Betaalbare) taaltraining op maat, omdat uw bedrijf of organisatie welbespraakte medewerkers verdient.

Vakgebieden

Zakelijk, medisch of technisch - Dagnall is thuis in elke bedrijfstaal.
Verschillende bedrijfstakken hebben hun eigen taal en gebruiken hun eigen terminologie. Geef uw medewerkers duidelijke concurrentievoordelen en een zelfverzekerde uitstraling, door middel van branchespecifieke taalkennis op het hoogste niveau.
Dagnall Talen biedt opleidingzoekers taaltrainingen in Amsterdam in een grote verscheidenheid aan gespecialiseerde vakgebieden.
Screenshot navigatiesysteem met tekst Taalcursus Amsterdam aangegeven - in kleur op transparante achtergrond - 600 * 337 pixels

Goed op weg met Dagnall Talen

De organisatie van uw taaltrainingen in goede handen

Werkgerelateerd & doelgericht

Wij bieden taalcursussen op maat in Amsterdam aan als individuele lessen, als groepscursussen met collega’s, als intensieve workshops en ook als langdurige, regelmatige trainingen - met face-to-face-lessen alsook online cursussen. Iedereen kan bij Taleninstituut Dagnall vreemde talen leren op precies een manier die het beste bij hem of haar past. Organisaties zijn naast de algemene taaltrainingen met name geïnteresseerd in werkgerelateerde trainingen zoals Zakelijk Engels of Duits of Technisch Engels of Duits. Onze taaltrainingen worden afgestemd op de individuele behoeften van scholingszoekers. Taleninstituut Dagnall is een taalaanbieder die door middel van gecertificeerde taaltrainers met uitstekende beoordelingen en recensies de mogelijkheid biedt om in Amsterdam talen te leren. Dagnall Talen leidt u vlot en doelgericht naar het door u beoogde resultaat.

Filosofie Dagnall Talen

Het is onze filosofie om een vreemde taal te leren zonder schroom en met gemak en plezier. Daarom gaat Dagnall Talen tot het uiterste om te zorgen dat u de taal van uw keuze moeiteloos en zonder remmingen kunt kunnen leren.
Een vreemde taal leren moet leuk zijn en daarom werken wij met methodes die het leren voor de cursisten prettiger en gemakkelijker maken.

Met deze methodes wordt nieuwsgierigheid opgewekt en de bereidheid om te leren, ondersteund. Met dagelijks vijftien minuten oefenen, brengen we cursisten in grote stappen naar het beoogde niveau.
Dagnall Talen is een partner voor iedereen die een taal wil leren in Amsterdam.
Betaalbare topkwaliteit sinds 1982

Daarom Dagnall!

Toptrainers
Maatwerk
Door heel Nederland
ISO 9001:2015 certificering
NRTO-keurmerk
Btw vrijgesteld
taaltrainingen - vertalingen - tolken - teksten
taalcursussen

Plan van aanpak Dagnall Taleninstituut

Dagnall Talen stelt de leerdoelen en wensen vast in overleg met u als opdrachtgever. U meldt de deelnemer(s) aan met hun contactgegevens. Wij verzorgen een intake op locatie of, indien u dit wenst, telefonisch of online. Na het intakegesprek, waarin op basis van het Europees Referentiekader (ERK) het huidige en gewenste niveau van de cursisten wordt vastgesteld, sturen wij u een op maat gemaakt cursusvoorstel met een offerte.
Na akkoord van de offerte stemmen wij de planning van de cursus af op uw situatie en agenda.
Na enkele lessen evalueert de trainer de voortgang en de inhoud van de taalcursus. Indien nodig, kan de doelstelling worden bijgesteld.
Na de laatste les ontvangt u een eindrapport met een beschrijving van de door de cursisten behaalde resultaten. De deelnemers ontvangen eveneens een certificaat van ons instituut.
[ Lees meer ]
Intake
Planning
Cursus
Certificaat

Betaalbaar maatwerk in taalcursussen sinds 1982

Ons bedrijf geeft sinds 1982 maatwerk taaltraining aan bedrijven en (overheids)instellingen in Amsterdam en omringende gemeenten. Wij maken gebruik van ervaren en kundige docenten die experts zijn op taalgebied en een aanmerkelijk aantal trainingen voor diverse bedrijven en (overheids)organisaties in Groot-Amsterdam hebben verzorgd.
Door de functiegerichte en werkplekgerichte methode van werken, leveren wij u effectieve en betaalbare taalcursussen in Amsterdam. Maximaal rendement door maatwerk; daar staat Dagnall voor!
Betaalbare taalcursussen op maat in Amsterdam

Taal op de werkvloer

Taal op de Werkvloer: draagvlak noodzakelijk! Taalcursussen die gericht zijn op het vergroten van de taalbeheersing op de werkvloer zijn intussen bij veel bedrijven een begrip.
Medewerkers met beperkte of zonder kennis van de Nederlandse taal of een andere voertaal ervaren een beperking op het werk en zij willen beter en/of sneller kunnen communiceren op de werkvloer.
Zij willen in staat zijn om de aanwijzingen op het werk goed te kunnen begrijpen en opvolgen. Deze medewerkers willen bij voorkeur met meer zelfvertrouwen het werk kunnen uitvoeren en uiteraard hun ambities op het werkgebied waarmaken. Hiervoor is een investering in mensen en in de (innovatieve) ontwikkeling van het bedrijf noodzakelijk.
[ Lees meer ]

Vele wegen naar een betere talenkennis in Amsterdam

Behoeftes en leermethode

Een goede taalcursus spits zich niet alleen toe op de vraag van de klant, cursist, werkgever of organisatie, zoals het verbeteren van spreek- of schrijfvaardigheid.
Een goede taalcursus is ook afgestemd op de meest geschikte, lees beste leermethode voor de individuele cursist.
Een taalcursus in Amsterdam die het beste bij de taalleerder past.

Hoe behaalt Dagnall een hoog rendement?

Onze vakkundige taaltrainers zijn zeer bedreven in het zo plezierig en zo vlug mogelijk aanleren van kennis en vaardigheden om deze direct in realistische praktijksituaties te kunnen toepassen. Dat werkt wel zo prettig en het zorgt ervoor dat cursisten veel waar voor hun geld krijgen.
Het ondertussen bekende hoge rendement bereikt Dagnall Taleninstituut door een blend van deze beproefde leermethode in combinatie met aandacht voor de cursist(en) en een onderzoek of de cursist(en) visueel, auditief of kinesthetisch is/zijn ingesteld. U kunt bij Dagnall terecht voor cursussen die zijn gebaseerd op maatwerktrainingen.
Wij bieden groepscursussen van 3 tot 10 personen, duocursussen (met 2 personen), individuele taalcursussen, onlinecursussen, het online leerplatform voor (Dagnall.online) blended learning alsook een de Dagnall App met jargon en woordenlijsten van de specifieke organisatie.
Onze taaldocenten maken veel gebruik van eigen lesmateriaal dat zij hebben gecreëerd en verzameld door de jaren heen en spelen continue op actuele ontwikkelingen en thema’s in.

Een prettige manier van leren

Een bijkomend voordeel is dat dit weloverwogen maatwerk als een zeer fijne methode wordt ervaren door zowel onze cursisten alsook de trainers van Dagnall Talen in Amsterdam. Onze, door de jaren heen steeds verder verfijnde en ontwikkelde werkwijze is het zeer gewaardeerde handelsmerk van Dagnall geworden.De cursus is dus niet alleen functiegericht en/of werkgericht, maar zeer zeker ook aangepast aan de manier van leren die zeer geschikt is voor de cursisten.
Overlappende groene cirkel met klok en kalender en donkerblauwe cirkel met icoon lesgeven op transparante achtergrond - 600 * 337 pixels
Computerscherm met vier taalvaardigheden luisteren, lezen, schrijven en spreken - in kleur op transparante achtergrond - 600 * 496 pixels
Effectief een vreemde taal leren in Amsterdam bij Dagnall Talen

Individuele cursussen en groepscursussen

Individuele cursussen & groepscursussen

Wij verzorgen cursussen op maat voor individuen en groepen, waarbij u als opleidingszoeker de gehele organisatie met een gerust hart kunt overlaten aan ons.
Dagnall verzorgt deze individuele taalcursussen en groepstaalcursussen voor zowel beginners, als voor halfgevorderden en gevorderden.
Voor de individuele-, duocursussen en

groepscursussen maken we gebruik van moderne en gevarieerde leermethoden om doelgericht te trainen en het leersucces te verzekeren. Onze individuele-, duo- en groepscursussen kunnen vanzelfsprekend zowel op locatie als op één van onze trainingslocaties in of bij Amsterdam worden gegeven.
Maatwerk individuele en groepscursussen in Amsterdam

Maatwerkcursussen

Dagnall biedt individuele taalcursussen voor bedrijven, (semi-)overheidsorganisaties alsook particulieren in Amsterdam en omgeving.
Een individuele taalcursus noemt men ook wel een één-op- één-taalcursus of privéles.
De individuele t@@lcursussen van Dagnall Talen staan al tientallen jaren bekend voor persoonlijke aandacht, maatwerk en een zeer hoog rendement.
Alle individuele taalcursussen van Dagnall Talen zijn maatwerkcursussen alsook de cursussen worden specifiek samengesteld voor, en afgestemd op, de branche, het taalniveau, de leerstijl alsook de praktijksituatie.
De trainingen worden opgesteld om de persoonlijke of bedrijfsdoelstellingen te kunnen behalen.

Dagnall Talen biedt groepscursussen van 3 tot 10 personen, alsook duocursussen (met 2 cursisten) aan bedrijven, (semi-)overheidsorganisaties en particulieren.
De groep wordt bij voorkeur zo klein mogelijk gehouden om de leereffectiviteit te maximaliseren en de deelnemers maximale ondersteuning te bieden.
Ook de groepscursussen van Dagnall zijn maatwerk taalcursussen en worden samengesteld voor, en specifiek afgestemd op, de branche, het taalniveau, de leerstijl alsook de praktijksituatie alsook de trainingen worden opgesteld om de (bedrijfs)doelstellingen te behalen.

Pluspunten individuele cursus

Het belangrijkste voordeel van individuele taalcursussen is het hoge rendement omdat in korte tijd veel kennis geleerd wordt.
Doordat de taalcursus vrij intensief is, wordt meer vooruitgang gemaakt en is het leertraject zo kort mogelijk.
Een ander groot pluspunt van een individuele taalcursus is flexibiliteit. De taalcursus kan beter worden afgestemd op de leerstijl van de deelnemer en de leerstof kan optimaal aangepast aan de doelstellingen, het niveau en de eventuele aandachtsgebieden van de deelnemer.
De leervordering is optimaal doordat eventuele begripsproblemen individueel kunnen worden behandeld.
Daarnaast zijn individuele taalcursussen goed op de agenda van de cursist af te stemmen zodat het leerschema en het tijdmanagement optimaal zijn.

Pluspunten groepscursus

Vooral de interactie met de andere cursisten is het grootste voordeel van groepscursussen; het actieve gebruik van de doeltaal door middel van bijvoorbeeld discussies en rollenspellen in de groep.
Een ander groot voordeel is de zogenaamde groepsdynamiek; van de fouten van anderen kunnen leren en met elkaar in de doeltaal communiceren. De hierdoor geboden afwisseling kunnen lerenden leuker vinden.
Omdat tegelijk meerdere medewerkers worden getraind en de groep bijna hetzelfde kennisniveau bereikt, zijn groepscursussen daarnaast ook efficiënt .
Ook is een groepscursus wat minder intensief (wat minder zwaar) voor de deelnemer dan een individuele taalcursus.

Minpunten individuele cursus

Bij individuele taalcursussen kunnen discussies en rollenspellen alleen met de taaldocent worden gevoerd en gedaan.
Doordat er geen interactie is met andere lerenden, kan de geleerde taalkennis niet geoefend worden in de groep.
Omdat groepsdynamiek ontbreekt, is het eveneens niet mogelijk om van de fouten van anderen te leren.
De intensievere leerbenadering van een individuele taalcursus is ook behoorlijk intensief (zwaarder) voor de cursist.

Minpunten groepscursus

In een groepscursus wordt minder aandacht aan het individu gegeven en kunnen de cursisten wat sneller zijn afgeleid. Het rendement ligt hierdoor wat lager. Door de groepen wat kleiner te maken (minigroepen), kan dit deels ondervangen worden.
Groepscursussen kunnen eveneens minder goed op individuele leerstijlen van cursisten worden afgestemd.
Een bijkomstig minpunt van groepscursussen is dat de planning minder goed op de agenda van de individuele cursisten afgestemd kan worden.

Pluspunten

Individuele cursus in één oogopslag

  hoogste rendement & flexibiliteit, kortste traject   afgestemd op individuele leerstijl   inhoud perfect afgestemd op individuele behoefte   afgestemd op niveau & aandachtsgebieden cursist   afgestemd op agenda cursist

Minpunten

Individuele cursus in één oogopslag

  geen interactie met andere cursisten   vrij intensief voor de cursist   geen groepsdynamiek

Pluspunten

Groepscursus in één oogopslag

  interactie met andere cursisten   groepsdynamiek wordt als prettiger ervaren   groep komt op hetzelfde kennisniveau   efficiënt meerdere medewerkers tegelijk trainen   minder intensief dan individuele cursus

Minpunten

Groepscursus in één oogopslag

  iets minder aandacht voor individuele cursist   minder afgestemd op individuele leerstijlen   minder afgestemd op agenda cursisten
Ontdek onze mogelijkheden voor taalcursussen

Verschillende soorten cursussen voor elk niveau

Dagnall Taleninstituut geeft taalcursussen voor zowel beginnende, halfgevorderde als gevorderde cursisten.
Niet iedereen heeft de mogelijkheid om naar een talencentrum te gaan. Daarom verzorgt Dagnall Talen de taalcursussen eveneens online en incompany. Bij Dagnall kunt u bijvoorbeeld een intensieve of
semi-intensieve cursus, een spoedcursus of een opfriscursus of een cursus zakelijk Nederlands, Engels, Frans, Duits, Italiaans en Spaans of een cursus spreekvaardigheid of telefoontraining volgen. Een combinatie van deze verschillende trainingen is mogelijk. Veel taalleerders kiezen hiervoor.
Dagnall Talen staat voor (betaalbaar) maatwerk!
Woordenwolk in veer logo Dagnall Talen met toepasselijke sleutelwoorden voor Dagnall Talencursussen - in donkerblauw, groen en grijs op transparante achtergrond - 600 * 600 pixels
Stukje hout boven Dagnall potlood met geslepen punt en gum met gedrukt Dagnall Talen logo - in kleur op transparante achtergrond - 600 * 600 pixels

Kennen en kunnen

Taalvaardigheid staat voor kennen maar daarnaast ook kunnen (het toepassen van de opgedane kennis). Omdat kunnen minstens zo belangrijk is als kennen, verlegt Dagnall Talen het accent van kennis naar functionele toepassing.
U kunt zo al snel uzelf verrassen met deze boeiende taal de andere taal. Dagnall brengt taalkennis tot leven!

Algemene leermethodes

Audio-Lingual Method (ALM) (Army Method/New Key)

Bedacht door wie en wanneer

De audiolinguale methode was reeds in de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw ontwikkeld in Amerika en Engeland, onder meer door de Amerikaanse taalkundige Leonard Bloomfield. Doordat de Tweede Wereldoorlog uitbrak, moesten de (Amerikaanse) soldaten de elementaire verbale communicatieve vaardigheden leren. Hierdoor werd deze audiolinguale methode soms de ‘legermethode’ genoemd.

Kenmerken van de Audio-Lingual Method (ALM)

De audiolinguale methode kun je beschouwen als een reactie op de grammatica-vertaalmethode. Een nieuw verschijnsel was dat de les geheel plaatsvond in de doeltaal. De belangrijkste vaardigheden zijn kunnen spreken en luisteren en grammaticale structuren worden middels mondelinge structuuroefeningen geleerd. Het doel is zonder fouten kunnen spreken en verstaan, wat begint met leren naspreken. Herhaling is het middel hiervoor; er wordt gewerkt met drills om zinnen en structuren goed te leren beheersen, om te zorgen dat reacties spontaan en automatisch gaan worden. De trainer kan zo bijvoorbeeld een zin tien keer herhalen en dan een nieuw woord hieraan toevoegen. Er wordt veel in de zogenaamde talenpractica gewerkt, waarbij studenten een hoofdtelefoon dragen en zinnen beluisteren en deze zinnen naspreken. De geschreven taal wordt pas aangeboden wanneer de mondelinge taal inmiddels vertrouwd is geworden. Er wordt wel met afbeeldingen gewerkt om nieuwe woorden te introduceren.

Populariteit

In ons land werd de audiolinguale methode pas geïntroduceerd omstreeks het jaar 1970 toen de Mammoetwet van kracht werd. Al gauw waren er grote bezwaren tegen deze betekenisloze driloefeningen. Het kwam wel eens voor dat de techniek haperde. Daardoor raakten de talenpractica al snel in onbruik. In plaats daarvan werden de mondelinge structuuroefeningen schriftelijk gemaakt. Schrijvers van leerboeken namen de markt weer over en boden weer expliciete grammaticaregels aan. Toch liet de audiolinguale methode wel sporen na. Het was nu breed geaccepteerd dat het bij het leren van de taal niet gaat om het memoriseren van de regels van de grammatica, maar om de toepassing ervan. De luistervaardigheid, die vóór 1970 voor veel taaldocenten niet bestond, was ontdekt.

Voor- en nadelen van de Audio-Lingual Method

De audiolinguale methode is voor studenten die beginnen effectief. Een correcte uitspraak wordt van het begin af aangeleerd. Deze methode is een docentgestuurde methode en kan daardoor voor een snelle en efficiënte overdracht van kennis zorgen. Deze audiolinguale methode kan ook bij grote(re) groepen toegepast worden.
Dit docentgestuurde aspect heeft tevens een keerzijde; er wordt geen eigen input van de lerenden verlangd, waardoor het risico dreigt van enige passiviteit en onvoldoende betrokkenheid en motivatie. Een ander bezwaar van de methode is dat de geoefende drills niet zo eenvoudig in levend taalgebruik om te zetten zijn.

GoldList Method (GLM)

Bedacht door wie en wanneer

De GoldList Method (‘gouden lijst-methode’) is door David J. James, alias Viktor Dmitrievitch Huliganov of Uncle Davey ontwikkeld.

Kenmerken van de GoldList Method (GLM)

De GoldList Method is een methode om woorden of zinnen op een zodanige wijze te leren dat ze plaatsnemen in het langetermijngeheugen van de lerende. De methode werkt middels zelfgeschreven woordenlijsten die later herhaald worden. De zinnen of woorden op de woordenlijst worden door de lerenden hardop gelezen. Het idee is niet om de woorden of zinnen en zinnen uit het hoofd te leren, maar dit gaat vanzelf door de blootstelling. Deze woordenlijst wordt steeds bijgewerkt; woorden die aangeleerd zijn, gaan van de lijst af. Die woorden die nog steeds problemen opleveren, blijven staan.

Populariteit

Aanhangers van de GoldList Method claimen dat deze woorden op de woordenlijst of zinnen in de vreemde taal spontaan in het langetermijngeheugen van de student worden opgeslagen, iets dat door geheugenwetenschappers betwijfeld wordt. (Taal)kennis in het algemeen wordt opgeslagen als deze kennis van betekenis en relevant is voor de student. Deze methode kan goed werken voor woorden die van betekenis en relevant zijn voor de lerende.

Voor- en nadelen van de GoldList Method

Voor lerenden die bij bijvoorbeeld Post-its® baat hebben als geheugensteuntje zou deze GoldList Method goed kunnen werken. Met de hand schrijven functioneert effectiever dan typen of, behoorlijk zinloos: een foto maken, omdat het fysieke deel van het geheugen door het schrijven aangesproken wordt en meewerkt. Een minpunt is het gebrek aan context. Talen bestaan uiteraard uit veel meer dan een verzameling losse woorden en/of zinnen. Daarnaast is de GoldList-methode nogal tijdrovend; er moeten steeds handgeschreven lijsten worden aangelegd.

De Natural Method

Bedacht door wie en wanneer

De Natural Method, ook de Natural Approach (de ‘natuurlijke aanpak’) genaamd, is door de Amerikanen Tracy Terrell en Stephen D. Krashen ontwikkeld in 1983.

Kenmerken van de Natural Method

De Natural Method is gericht op een natuurlijke manier van het verwerven van een vreemde taal. Op de wijze waarop iemand als kind zijn of haar moedertaal leerde spreken, probeert de leermethode de taal aan te leren. Op die wijze leert de student onbewust eveneens de taalregels van de vreemde taal. Alleen de doeltaal met een aantal visuele hulpmiddelen wordt hiervoor gebruikt. Een leeromgeving zonder stress is het streven van de methode. Een grote hoeveelheid begrijpelijke input wordt aan de studenten blootgesteld. De taalproductie mag spontaan ontstaan en wordt niet geforceerd. De methode legt de nadruk op communicatie en minder op expliciete grammatica en de correctie van vormfouten.
De methode werkt het meest effectief als de studenten worden ondergedompeld in de te leren taal. De activiteiten in de vreemde taal dienen stimulerend te zijn zodat de lerenden van de ervaring kunnen genieten.
De Natural Method leermethode lijkt veel op de Directe Methode. De leermethoden gaan beide uit van het idee van natuurlijke taalverwerving; het onderscheid is dat de Directe Methode meer de focus legt op de praktijk en de Natural Method meer op blootstelling aan taalinput en het verminderen van spreekangst.

Populariteit

Dat onderdompeling heel effectief is, is al vaak bewezen. Doordat de methode betrekkelijk eenvoudig is om te begrijpen, is de natuurlijke aanpak een populaire manier van lesgeven onder taaltrainers. Maar er is ook kritiek op de natuurlijke aanpak. De nadruk wordt vooral op het impliciet aanleren van de grammatica gelegd. Studenten zouden inderdaad leren om te communiceren, maar in een wat gebrekkige, versimpelde versie van de taal blijven hangen door onvoldoende kennis van de grammatica.

Voor- en nadelen van de Natural Method

Om op een natuurlijke manier een taal aan te leren, wordt als prettig ervaren. Lerenden wordt de kans geboden een persoonlijke band met de buitenlandse taal te krijgen. Doordat er niet ‘uit het hoofd geleerd hoeft te worden’, beklijft het geleerde voor een langere tijd.
Omdat er bijna geen druk ligt op de taalproductie, kan het nadeel zijn dat het langer duurt voor er resultaten te merken zijn. De methode bereidt lerenden eveneens niet per se voor op een bepaald examen.

Structurele Aanpak

Bedacht door wie en wanneer

De Structural Approach (afgekort SA) ofwel ‘Structurele Aanpak’ is in de jaren 50 door Charles Fries, oprichter en directeur van de English Language Institute aan de Universiteit van Michigan en één van zijn studenten Robert Lado ontwikkeld.

Kenmerken van de Structurele Aanpak (SA)

Deze Structurele Aanpak is een taalverwervingsmethode die als doel heeft om lerenden vertrouwd te maken met de fonologische en grammaticale structuren van de doeltaal. Volgens de Structurele Aanpak levert de beheersing van deze structuren meer op dan de verwerving van woordenschat. Bij de leermethode gaat het om het herkennen en kunnen toepassen van vaste samenstellingen van woorden en woordgroepen in de juiste woordvolgorde. Deze combinaties van woorden worden aan de student aangedragen in herkenbare situaties door middel van visualisatie, gezichtsuitdrukking, dramatisering en handelingen. De taalstructuren die het vaakst worden gebruikt, worden als eerste aangeboden aan de taallerende. Mondelinge vaardigheden (luisteren en spreken) worden hier in eerste instantie bij gebruikt; lezen en schrijven volgen daaruit. Bij het aanleren en verbeteren van de productieve vaardigheid (spreekvaardigheden en schrijfvaardigheden), krijgt de grammatica een grote plek. De Structurele Aanpak wordt ook wel Structural-Situational Approach (structurele-situationele benadering) en de Structural-Oral-Situational Approach (structurele-mondeling-situationele benadering) genoemd.

Populariteit

In de jaren vóór 1970 werd de Structurele Aanpak op vrij grote schaal toegepast om Engels te leren in Engelssprekende landen, voormalige Britse koloniën en in Maleisië.

Voor- en nadelen van de Structurele Aanpak

Dat de lerenden de taal op een nauwkeurige manier leren, is de sterke kant van de Structurele Aanpak. De student krijgt inzicht in de grammatica en leert in welke situatie woorden en combinaties van woorden wel of niet geschikt zijn. De methode gebruikt alledaagse taal. De methode van de Structurele Aanpak heeft ook nadelen. De methodiek is tamelijk tijdrovend en biedt niet onmiddellijk ervaringen van succes. De eigen input van de lerende is gelimiteerd; het is weinig creatief.

Communicatief taalonderwijs (Engels: Communicative Language Teaching; CLT)

Bedacht door wie en wanneer

Communicatief taalonderwijs (Engelse benaming: Communicative Language Teaching, afgekort: CLT), of ook wel ‘De Communicatieve benadering’ (Engelse benaming: Communicative Approach, afgekort: CA) genoemd, is in de jaren 60 van de vorige eeuw ontstaan onder invloed van de ideeën van taalkundige Noam Chomsky, die de nadruk legde op competenties bij het leren van een taal. De Amerikaanse taalkundige Dell Hymes was in 1966 de grondlegger van het concept van communicatieve vaardigheden.

Kenmerken van Communicatief taalonderwijs (CLT)

Communicatief talenonderwijs is gestoeld op de opvatting dat interactie het uiteindelijke streven is van het leren van een vreemde taal.
De studenten leren middels CLT-technieken de te leren taal in praktijk te brengen door de interactie met de taaldocent en met elkaar. Er wordt gebruikgemaakt van authentieke teksten in de doeltaal of ander materiaal uit het dagelijks leven of de werkomgeving. De doeltaal wordt zowel tijdens als buiten de les om gebruikt.
Studenten praten met medestudenten over persoonlijke gebeurtenissen en docenten dragen onderwerpen aan die buiten het domein van de traditionele grammatica liggen, om de taalvaardigheid in alle soorten realistische situaties te oefenen. De grammatica leren studenten inductief, dat wil zeggen aan de hand van de praktijk, waaruit de regel volgt.
Bij CLT is de taaldocent echt een trainer, die de student leert om in de vreemde taal te communiceren.

Populariteit

Het communicatief taalonderwijs werd erg populair in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, deels doordat de traditionele taalonderwijsmethodes geen groot succes waren gebleken. Binnen een verenigd Europa kwam een grotere behoefte om talen te leren op een meteen toepasbare manier.

Voor- en nadelen van Communicatief taalonderwijs

Communicatief taalonderwijs (CLT) kent veel pluspunten. Lerenden ‘kunnen’ al snel ‘iets’ in de doeltaal; de methode is functioneel en studentgericht. Doordat authentiek materiaal wordt gebruikt, leren studenten de woorden die voor hen nodig zijn. De methode is efficiënt. Deze methode is voor de lerende stimulerend doordat hij of zij gauw succes ervaart. Fouten mogen worden gemaakt; de vaardigheid van de lerende wordt al doende geleerd en verder verbeterd. Een nadeel van de communicatieve benadering is dat er niet zo veel aandacht wordt besteed voor grammatica, woordenschat die niet meteen toepasbaar is en uitspraak. Het plannen en voorbereiden vraagt veel meer tijd van de trainer en van de lerende vereist het een actieve deelname. Deze manier van leren is voor een aantal studenten moeilijk of afwijkend, afhankelijk van de achtergrond. CLT draait om het trainen van vaardigheden; het gaat daarbij om de functie en minder om de vorm en CLT biedt geen samenhangend geheel.

Grammatica-/vertaalmethode (GVM) (Engels: Grammar-Translation Method; GTM)

Bedacht door wie en wanneer

Het taalonderwijs was in de 18de en de 19de eeuw vooral gericht op praktisch taalgebruik. Er word geleerd om gebruiksklare zinnetjes, idiomatische uitdrukkingen, dialogen, lijsten met woorden enzovoort na te spreken, uit het hoofd te leren en op te zeggen. Een Duitse docent Frans en Italiaans en eveneens schrijver van leerboeken; Johann Valentin Meidinger, deed dit op een andere manier. Omstreeks het jaar 1783 ontwikkelde hij een methode waarin de grammatica van de taal centraal stond. Meidinger wordt als de grondlegger beschouwd van de grammatica-vertaalmethode (Grammar-Translation Method; GTM).

Kenmerken van de Grammatica-/vertaalmethode (GVM)

Deze methode was gestoeld op het onderwijs in het Latijn; de taal van wetenschap, cultuur en religie. Het onderwijs in het Latijn was natuurlijk op geschreven teksten van klassieke schrijvers gericht en was volledig op vertalen en grammatica gericht. Deze aanpak werd destijds gezien als degelijk en wetenschappelijk. De Grammatica-vertaalmethode gaat van de analyse van taalvormen en taalstructuren uit waarbij de studenten zelf inzicht ontwikkelen. Bij de Grammatica-vertaalmethode zijn de lees- en schrijfvaardigheid dus belangrijk. De nadruk ligt op literatuur, vertalen en uit het hoofd leren van woordenlijsten in de vreemde taal. De taaltrainer draagt kennis over, de student memoriseert.

Populariteit

Al vanaf halverwege de negentiende eeuw was er ook tegengeluid te horen. Desondanks heeft tot recente datum de grammatica-/vertaalmethode een grote invloed op het talenonderwijs gehad.

Voor- en nadelen van de Grammatica-/vertaalmethode

De methode biedt een aardige mentale training voor diegenen voor wie het een uitdaging is om dingen uit het hoofd te leren. Ook biedt de methode inzichten in de structuur, omdat de nadruk op de grammatica gelegd wordt.
De methode heeft echter meer keerzijden dan positieve kanten. De belangrijkste keerzijde is dat de spreek- en luistervaardigheid ver achterblijft, waardoor de taal zelfs na jaren studie weinig mondeling kan worden toegepast. Deze methode staat ver van het dagelijks gebruik van de taal af, ook in de context die aangeboden wordt, omdat het meestal gaat om literair taalgebruik. Bij het werken in groepen geeft deze methode geen mogelijkheid tot differentiatie of een eigen creatief proces bij de studenten. De student fungeert alleen als toehoorder en uitvoerder.

Onderdompeling (Engels: immersion)

Bedacht door wie en wanneer

De leermethode ‘Onderdompeling’ (In het Engels: language immersion) wordt wereldwijd gebruikt sinds de jaren 70, voornamelijk op middelbare scholen waarbij een schoolvak (zoals het vak wiskunde) in de vreemde taal wordt onderwezen. Binnen Nederland is de methode van ‘onderdompeling’ bekend als de methode die wordt gebruikt bij bijvoorbeeld onze bekende collega’s van Taleninstituut Regina Coeli, ‘de nonnen van Vught’. De methode van ‘onderdompeling’ is daar in 1963 ontstaan met Franse nonnen die Franse taalles aan welgestelde dames uit Vught gaven.

Kenmerken van onderdompeling

De methode van onderdompeling houdt in dat degene die de taal leert, direct vanaf het eerste moment is omgeven door de te leren taal. De instructies vinden in de doeltaal plaats; eerst langzaam en met veel herhaling, later op een meer natuurlijke wijze. Vanaf het begin wordt de student ook uitgedaagd om in de nieuwe taal te spreken. De methode maakt gebruik van simulaties en rollenspellen. Op scholen die met onderdompeling werken, wordt veelal de leeromgeving in de stijl van de doeltaal ingericht om een situatie te creëren alsof de studenten in het land zijn waar die taal wordt gesproken. Lerenden oefenen de spreekvaardigheid één-op-één of in kleine groepjes. Daadwerkelijk naar het land van de vreemde taal gaan en daar verblijven in een gastgezin, is een andere manier om onderdompeling te bereiken.

Populariteit

Onderdompeling wordt als een uitstekende leermethode voor vreemde talen gezien. Met name de mondelinge taalvaardigheid kan op deze wijze zeer goed worden ontwikkeld.

Voor- en nadelen van onderdompeling

Omdat de leermethode behoorlijk intensief is, is het belangrijkste voordeel dat deze methode snel resultaten laat zien. Het is een kwestie van ‘sink or swim’, de studenten moeten wel in de te leren taal gaan communiceren omdat zij erdoor worden omgeven. De studenten zijn feitelijk 24 uur per dag aan het leren. Het samen oefenen in groepsverband versterkt de sociale interactie. Dit wordt door studenten als motiverend ervaren.
Een minpunt is dat de bereikte resultaten niet altijd wordt vastgehouden. Als iemand in een korte tijd een nieuwe taal leert, door in het land waar de doeltaal wordt gesproken, te zijn of door te zijn ondergedompeld in een kunstmatig gecreëerde omgeving, maar vervolgens weer tot de orde van de dag overgaat, is de kans groot dat het nieuw geleerde snel wegzakt. Een bijkomend minpunt van de methode kan zijn dat een dergelijke training erg intensief is. Niet alle lerenden hebben de conditie om deze wijze van leren vol te houden.

Suggestopedie (Suggestopedia)

Bedacht door wie en wanneer

Suggestopedia is een methode om taal te leren uit de jaren 70 van de vorige eeuw. Deze methode is door de Bulgaarse psychotherapeut Georgi Lozanov ontwikkeld.

Kenmerken van Suggestopedie

Suggestopedia is op de kracht van de suggestie gebaseerd. Positieve suggestie is volgens Lozanov een voorwaarde om te kunnen leren. Daarvoor is het van essentiële betekenis belang dat er tussen de trainer en de studenten een ontspannen sfeer en een wederzijds vertrouwen is. Hiervoor is de voorwaarde dat studenten zich ontspannen en veilig voelen. Een leslokaal met een rijopstelling was ongeschikt om dit te kunnen bereiken. In de les zaten studenten in comfortabele stoelen die in een halve cirkel gezet waren en in de les werd ook altijd muziek gespeeld. De methode zoals Lozanov die beoogde, bestond uit het voorlezen van verschillende teksten, terwijl op de achtergrond natuurgeluiden waren te horen of klassieke muziek werd gespeeld. Er bestonden opmerkingen met betrekking tot de grammatica en woordenlijsten bij deze teksten. Dit voorlezen gebeurde met veel expressies in stem alsook gebaren. Zo werden studenten overgehaald om te luisteren en de nieuwe woorden konden gemakkelijk worden begrepen en opgenomen. Er was veel tijd tijdens de lessen voor cultuur en kennis over het land van de doeltaal. In de les werden rollenspellen gespeeld en er werden bijvoorbeeld ook streekgerechten gemaakt en geproefd.

Populariteit

De leerleermethode Suggestopedie was omstreden en de leerleermethode is in de vergetelheid geraakt. Een aantal elementen van de methodiek wordt nog steeds gebruikt, bijvoorbeeld het gebruikmaken van stemexpressie en gebaren bij het lezen van teksten in de doeltaal.

Voor- en nadelen van Suggestopedie

De methode van Suggestopedia zorgt voor een ontspannen en veilige sfeer, waardoor de student minder hinder heeft van frustratie of faalangst. Voor een immigrant kan deze gemoedelijke sfeer aan een positieve associatie met het nieuwe thuisland bijdragen. Vaak werkt muziek motiverend en draagt aan betere leerprestaties bij. Dat de lerenden worden gestimuleerd om actief mee te doen en zich in de situatie in te leven, wat voor sommige mensen een nieuwe ervaring is, is een bijkomend voordeel van de methodiek. Voor sommigen is dit tegelijk een nadeel, want niet iedereen is hiertoe in staat. Muziek kan bij sommige mensen ook eerder afleiden en verstorend werken in plaats van ontspannend of stimulerend. Een ander zwak punt is dat de relatie taaldocent-lerende niet gelijkwaardig is; alle inbreng komt van de zijde van de taaldocent en de lerende is altijd de ontvangende partij.

Community Language Learning (CLL)

Bedacht door wie en wanneer

De Amerikaanse priester en psycholoog Charles Curran en professor Paul La Forge ontwikkelde Community Language Learning, ook wel Counseling Language Learning (CLL) genoemd in het jaar 1976.

Kenmerken van Community Language Learning (CLL)

Community Language Learning (CLL) is een methode om een taal te verwerven waarbij de studenten samenwerken om te bepalen welke aspecten van de vreemde taal zij willen leren. Deze methode is gebaseerd op de counseling-benadering waarbij de taaldocent fungeert als counselor die de zinnen van de lerenden parafraseert. De lerenden beginnen het gesprek. Zij spreken in hun moedertaal als de studenten de doeltaal nog niet genoeg machtig zijn. De trainer vertaalt en geeft uitleg, waarna de studenten de uitingen van de trainer zo goed mogelijk herhalen. Dit gesprek wordt opgenomen om te kunnen herbeluisteren.
De CLL bevordert het gemeenschapsgevoel in de leergroep en beschouwt de wisselwerking tussen de studenten onderling als middel om te leren. Het zijn de lerenden zelf die de inhoud van de les bepalen met behulp van betekenisvolle gesprekken. Een lesboek wordt niet gebruikt.

Populariteit

Het slagen van CLL is sterk afhankelijk van de kunde van de docent-counselor. De taaldocent dient naast sociaal-cultureel kundig eveneens taalkundig te zijn. De docent dient zowel de vreemde taal als de moedertaal van de lerenden zeer goed te beheersen om de taaluitingen van de lerenden te kunnen vertalen. Community Language Learning kan goed functioneren indien deze correct wordt gebruikt. Voor grote klassen is deze methode niet geschikt.

Voor- en nadelen van Community Language Learning

Deze methode biedt voor lerenden veel autonomie. Het analyseren van hun eigen gesprekken vinden lerenden vaak nuttig. De groep wordt vaak heel hecht, niet alleen tijdens de les, maar eveneens buiten de les. Door deze methode worden lerenden zich zo veel meer bewust van anderen in hun groep, hun sterke en zwakke punten en leren om te werken als team. Het bespreken door de fouten en het evalueren van de les is heel leerzaam voor de studenten. Deze verbeteringen blijven vaak in het geheugen gegrift en worden deel van de actieve woordenschat van de lerende.
Dat de trainer niet sturend is, ondanks dat een aantal lerenden wel sturing nodig heeft, kan een nadeel vormen. Bij CLL wordt geen gebruikgemaakt van een lesboek en ook geen toetsen gehouden. Het succes van de taallessen is hierdoor moeilijk te meten. Sommige lerenden worden in hun spreken geremd als zij opgenomen worden.

Lexicografische benadering (Engels: Dynamic Lexicographic Approach; DLA)

Bedacht door wie en wanneer

De Lexicografische benadering (Engelse naam: Lexical Approach; LA) is een methode om talen te leren die door Michael Lewis is ontwikkeld in de jaren 90 van de vorige eeuw.

Kenmerken van de Lexicografische benadering (DLA)

Deze benadering gaat uit van het idee dat een belangrijk gedeelte van het leren van een taal bestaat uit het begrijpen en produceren van zogenaamde ‘lexicale eenheden’, brokjes taal die bestaan uit woorden, woordcombinaties alsook uitdrukkingen. Studenten verwerven al doende inzicht in de patronen van de taal (grammatica) en betekenisvolle groepen woorden. Zo wordt geleerd de taal ‘in het echt’ gebruikt wordt. In deze benadering is de woordenschat belangrijker dan de grammatica. Instructies zijn op situaties en uitdrukkingen die regelmatig voorkomen in dialogen gericht. Aan interactie wordt aandacht besteed maar ook aan exposure; aan de zogenaamde receptieve vaardigheden van de student (luisteren/begrijpen, lezen/begrijpen). Er bestaat veel ruimte voor de student om zelfstandig de taal te ontdekken.
Het is de rol van de docent om voor genoeg input te zorgen en het faciliteren van het leertraject van de student.

Populariteit

Door de invloed van de ideeën over taal van (onder meer) Michael Lewis zijn in de afgelopen dertig jaar leerboeken aanmerkelijk anders geworden. Er wordt veel meer aandacht aan woordenschat van de te leren taal besteed die wordt aangeboden in chunks, in betekenisvolle brokjes. De ingrijpende verandering in de wijze waarop talen worden onderwezen, waar Lewis streefde, is er echter niet van gekomen.

Voor- en nadelen van de Lexicografische benadering

Studenten leren op een natuurlijke wijze de taal te gebruiken door het werken met ‘chunks’ (brokjes taal); met ‘echte’ taal. Op deze manier ontstaat souplesse in het het gebruik van de taal.
Dat de werkelijkheid altijd weer anders is dan de geleerde taalsituaties, is de keerzijde van de leermethode. Met het zelf leren herkennen van de patronen van de taal heeft een aantal studenten moeite en deze studenten hebben meer aan een taaldocent die hen wegwijs maakt, dan aan een docent-facilitator.

Series Method

Bedacht door wie en wanneer

De Series method, ofwel ‘seriemethode van taalverwerving’ is ontwikkeld door de Franse leraar François Gouin in het jaar 1880.

Kenmerken van de Series Method

De seriemethode (Engelse naam: The Series Method of language acquisition) van François Gouin gaat uit van een serie van verbonden zinnen die eenvoudig te begrijpen zijn en niet veel kennis vereisen van grammatica. Op basis van een actie, bijvoorbeeld het huis verlaten in de volgorde waarin deze zou worden uitgevoerd, leren studenten zinnetjes. Deze reeksen of series gingen over onderwerpen als de mens in de samenleving, het leven in de natuur, wetenschap en beroep, vanuit het onderscheid tussen objectief, subjectief en figuurlijk gebruik van de taal ontwikkeld. In de François Gouin-serie wordt geen moedertaal gebruikt. Het betreft een soort eentalige manier van taalverwerving, die niet van ‘vertalen’ en ‘uitleggen’ uitgaat maar uitgaat van ‘demonstreren’ en ‘handelen’, waardoor studenten al gauw in de doeltaal leren denken.

Populariteit

De seriemethode van Gouin was zijn tijd ver vooruit. François Gouin’s leermethodiek was toch enige tijd succesvol, ondanks de afwijkende aanpak. Deze methode werd echter door Maximilian Berlitz’ Directe Methode overschaduwd.

Voor- en nadelen van de Series Method

Gouin’s Series method ontwikkelt sterk de mondelinge vaardigheden en de leermethode zorgt voor het creëren van een natuurlijke, harmonieuze en gelijkwaardige sfeer in de lessen.
Gouin’s methode garandeert een levendige manier van lesgeven. Dit type taalonderwijs wekt de leermethode enthousiasme op bij de studenten doordat de leermethode gebruikmaakt van visuele leermiddelen, bijvoorbeeld afbeeldingen, grafieken, enzovoort. Leren wordt tastbaar; dit was iets dat volledig nieuw was. Lerenden worden nieuwsgierig, wat goed werkt om het leergeheugen te ontwikkelen, de druk om te presteren te verminderen alsook het zelfvertrouwen te verhogen. De methode stimuleert de communicatieve vaardigheden van de lerenden sterk.
De keerzijde van de seriemethode van Gouin is dat taal die wat meer subjectief of abstract wordt, lastig in één concrete ervaring kan worden gevangen met bewegingen en expressies. De bewerkelijkheid voor de taaldocent, die een scala aan reeksen voor moet bereiden, is een ander nadeel van de leermethodiek. Ten derde is de Gouin-seriemethode vooral gericht op het mondelinge taalgebruik, terwijl het reguliere onderwijssysteem nog vaak draait om examens die de lees- en schrijfvaardigheden toetsen.

Task-Based Language Teaching (TBLT)

Bedacht door wie en wanneer

Taakgericht taalonderwijs (Engelse naam: Task-Based Language Teaching) is in de jaren tachtig van de vorige eeuw ontwikkeld. De grondleggers van deze leermethode waren de Indiase taalkundige professor N.S. Prabhu, de Amerikaanse hoogleraar Teresa P. Pica en de Britse hoogleraren Graham Crookes en Michael Hugh Long.

Kenmerken van de Task-Based Language Teaching (TBLT)

Taakgericht taalonderwijs past binnen het Communicatief Taalonderwijs/een Communicatieve Benadering. Het principe erachter is dat het verwerven van de te leren taal geen doel op zich is, maar een hulpmiddel om specifieke taken uit te voeren. De studenten krijgen verschillende motiverende taken voorgeschoteld. Hiervoor is taalkennis vereist. Voor het goed uitvoeren van deze taken, is het nodig dat ze over woordenschat en regels van de taal van de doeltaal beschikken. De taken zijn alledaagse taken, zoals een e-mail schrijven, bellen met de klantenservice, een boodschap doen, iets te drinken bestellen of de krant lezen. De taak wordt in drie verschillende fasen opgedeeld: vóór, tijdens en na de taak, waarbij de student zich eerst op de taak voorbereidt, de taak daarna uitvoert en tot slot erop terugblikt. De studenten dienen samen te werken om de opdrachten uit te kunnen voeren. De opdrachten dienen net boven het niveau van de student te liggen om leereffect te hebben.

Populariteit

Vanaf de vroege jaren negentig is taakgericht onderwijs zeer populair geworden, zeker in het taalonderwijs. De methode lijkt de meest praktisch bruikbare vorm te zijn voor het verbeteren van de taalvaardigheden bij studenten (met name studenten in een achterstandspositie) in het lager en secundair onderwijs.

Voor- en nadelen van Task-Based Language Teaching

Taakgericht taalonderwijs heeft duidelijke voordelen. Het taakgericht taalonderwijs is een activerende werkvorm, waarbij de lerenden worden uitgedaagd om hun taalvaardigheden te gebruiken. Zolang de taak goed aansluit bij de lerende, is het een op de persoon gerichte, relevante en efficiënte aanpak. De student komt op een natuurlijke, dagelijkse manier in aanraking met de doeltaal en leert zo authentieke woorden, woordcombinaties en uitdrukkingen. Daarnaast leren studenten om met elkaar samen te werken. Taakgericht taalonderwijs wordt door de studenten als prettig en motiverend ervaren .
Dat de communicatie centraal staat en niet zozeer de correcte vorm, waardoor de lerenden die niet zozeer precies leren, kan als nadeel van de methode genoemd worden.

De Dogme benadering (Engels: Dogme Language Teaching; Dogme ELT)

Bedacht door wie en wanneer

Scott Thornbury; een Nieuw-Zeelandse taalkundige en docententrainer op het gebied van Engels taalonderwijs ontwikkelde in het jaar 2000 Dogme Language Teaching/Dogme ELT (ook wel de ‘Dogmabenadering’ genoemd).

Kenmerken van de Dogme benadering (ELT)

‘Dogme 95’; de beweging uit het jaar 1995 van een aantal filmmakers uit Denemarken onder wie filmregisseur Lars von Trier, was de inspiratie voor Dogme Language Teaching (DLT). De deelnemers confirmeren zich aan 10 strenge regels (10 dogma’s) bij het maken van films die samen ‘de eed van zuiverheid’ behelzen. Het Dogme-taalonderwijs werkt op een vergelijkbare manier. De aanhangers van de Dogme benadering zoeken naar een methode van communicatief taalonderwijs die onbelast is door voorgedrukt materiaal. Het oogmerk van Dogme-taalonderwijs is het starten van echte inhoudelijke conversaties over praktische zaken. Bij deze methode gaat het om communicatie als de drijvende kracht van het leren. De Dogme-benadering is daarom een communicatieve aanpak voor taalonderwijs. Deze methode wil onderwijs bieden zonder het gebruik van leerboeken of andere lesmaterialen en zich in plaats daarvan richt op de communicatie tussen de trainer en de studenten. Het Dogme-taalonderwijs kent, net zoals de Dogme-beweging in de film, tien uitgangspunten (dogma’s).

Populariteit

Ondanks dat onderzoek naar het succes van Dogme beperkt is, gaat Scott Thornbury ervan uit dat de overeenkomsten met taakgericht leren van een vreemde taal suggereren dat Dogme waarschijnlijk voor vergelijkbare resultaten zorgt.

Voor- en nadelen van de Dogme benadering

Een voordeel voor de docent is dat voorbereiding vrijwel niet nodig is. Het kan heel motiverend werken dat de studenten verantwoordelijk zijn voor zijn of haar eigen leerproces. Voorspelbaar is de taalles zo niet; dat zorgt ervoor dat de communicatie spontaan is en voorkomt verveling. In een taalles volgens de Dogme-benadering is bijna elk item bespreekbaar. Dit zorgt dat studenten alert en betrokken blijven.
Als ze zo weinig bij de hand worden genomen door de taaldocent, kunnen lerenden zich echter wel iets ongemakkelijk voelen. Voor deze manier van lesgeven zijn ook niet alle trainers voldoende flexibel. Dat de studenten zich vaak dienen voor te bereiden op een bepaald examen, terwijl het niet zeker is dat de daarvoor benodigde stof aan bod komt in de lessen, kan een bijkomend minpunt van de methode vormen.

Growing Participator Approach (GPA)

Bedacht door wie en wanneer

The Growing Participator Approach (GPA) is in 2007 door Language consultants Greg en Angela Thomson ontwikkeld.

Kenmerken van de Growing Participator Approach (GPA)

De GPA-benadering is een alternatieve kijk op het leren van een nieuwe taal. De primaire aanname van de GPA is dat taal en cultuur niet los van elkaar kunnen worden gezien. Het gaat bij GPA om veel meer dan alleen het verwerven van de taal; het doel om tot een volwaardige deelnemer aan het leven in de gastcultuur uit te groeien. GPA hanteert daarom de benamingen ‘groeiende deelnemer’ in plaats van ‘taallerende’ en ‘verzorger’ in plaats van ‘docent’. De Growing Participator Approach vertoont gelijkenissen met, en is ook gedeeltelijk gebaseerd op, de Natural Approach (natuurlijke aanpak) van Stephen Krashen en Tracy Terrell.
De methode kent zes fasen van activiteiten. De lerende met een verzorger uit de gastcultuur voeren de activiteiten uit. Begrijpen is belangrijker dan produceren. De nadruk ligt op woordenschat en cultuur. Fase 1 van de leermethode is de hier-en-nu-fase. Deze neemt ongeveer 100 uur in beslag. De ‘groeiende deelnemer’ richt zich in fase 1 op het luisteren en het non-verbale feedback geven.
Fase 2 is de zogenaamde verhaalopbouwfase. Deze fase duurt ruwweg 150 uur en de deelnemer begint nu ook taal te produceren. In fase 3 van de leermethode van de methode ligt de nadruk op zogenaamde ‘gedeelde verhalen’. ‘Gedeelde verhalen’ zijn verhalen over dagelijkse gebeurtenissen, verhalen die tussen culturen worden gedeeld alsook verhalen over gedeelde ervaringen. Fase 4 van de leermethode is de fase van het ‘diepe delen’. Tijdens deze fase beginnen de deelnemers en de verzorgers diepere gesprekken te voeren over het leven in de ontvangende cultuur. In fase 5 van de leermethode beginnen deelnemers zich op taalgebruik van moedertaalsprekers te richten aan de hand van films, televisie of nieuws en literatuur. Ook de taal die is vereist voor het werk wordt geleerd. Fase 6 is de ‘zelfvoorzienende groeifase’. Deze fase heeft geen eindpunt. Het gaat het hierbij om groei buiten de formele taalsessies.

Populariteit

De methode van Greg en Angela Thomson is nog redelijk nieuw en er is nog niet veel bekend over het succes van de methode. Deelnemers zijn enthousiast over deze methode.

Voor- en nadelen van de Growing Participator Approach

Met de GPA-methode wordt een goede doorkijk geboden op het proces van de taalverwerving. De zes afzonderlijke fasen van GPA bieden een duidelijk tijdsschema alsook haalbare doelen. Er wordt door de lerende niet alleen kennis van de vreemde taal verworven, maar ook van de omgeving en de lerende verwerft eveneens een nieuw sociaal netwerk.
Een nadeel van deze methode is dat voor elke deelnemer of elke kleine groep deelnemers een ‘verzorger’ gezocht moet worden die veel tijd wil investeren.

Shadowing Technique

Bedacht door wie en wanneer

De Shadowing technique of Shadowing (‘schaduwen’) is bedacht door de Amerikaanse taalkundige en polyglot Prof. Alexander Argüelles in de vroege jaren 2000.

Kenmerken van de Shadowing Technique

De techniek van Shadowing is een methode die taallerenden zelfstandig kunnen toepassen om de intonatie en uitspraak te verbeteren en vloeiendheid in het spreken te verwerven. Het is een relatief eenvoudige methode: de lerende luistert naar een audio-opname, bij voorkeur een dialoog en herhaalt vervolgens wat hij of zij hoort. Het is niet belangrijk om de tekst in de doeltaal ook te begrijpen; het gaat in eerste instantie om de klank. Luisteren en herhalen wordt geoefend tot het heel soepel gaat en de student simultaan met de opname kan spreken. Na enige tijd zal de student een transcript gebruiken om te kunnen lezen (en begrijpen) wat hij of zij heeft uitgesproken. Diverse leerboeken zijn geschikt voor deze techniek, zolang er maar dialogen in staan of delen met samenhangende teksten. De audio-opname dient ideaal bezien wat boven het niveau van de lerenden te zijn. De ideale lengte van een audio-opname is ruwweg één pagina, op natuurlijke snelheid en zonder kunstmatige pauzes in te lassen. Argüelles raadt aan om te gaan lopen tijdens het spreken, liefst buiten, en niet te gaan zitten, omdat fysieke bewegingen de opname versterken van de te leren taal in het zenuwstelsel. Dat de studenten minder snel afgeleid worden als zij bewegen, is een bijkomende reden zodat het leren van de doeltaal veel effectiever gaat.

Shadowing heeft veel gemeen met de audiolinguale methode uit de vorige eeuw, maar bij de audiolinguale methode werden grammaticale drills toegepast in plaats van dialoog of samenhangende tekst. Ook simultaan spreken is verschillend aan Shadowing.

Populariteit

In de afgelopen jaren is veel onderzoek gedaan naar Shadowing waaruit blijkt dat de techniek zowel de uitspraak als de luistervaardigheid sterk verbetert. Maar eveneens het algemene begrip van de te leren taal wordt vergroot.

Voor- en nadelen van de Shadowing Technique

Het praktische pluspunt van Shadowing dat de methodiek in een groep studenten kan worden gebruikt, waarbij alle deelnemers actief aan de methodiek leren zijn. Het rendement van de methode is hoog.

Het nadeel van de Shadowing-methode is dat de studenten het soms ietwat saai kunnen vinden om dezelfde tekst te blijven herhalen. De teksten kiezen is dus heel belangrijk.

Total Physical Response (TPR®)

Bedacht door wie en wanneer

De Amerikaanse psycholoog James Asher ontwikkelde de taalverwervingsmethode Total Physical Response, ook wel TPR® genoemd, in de jaren 60 van de vorige eeuw.

Kenmerken van Total Physical Response (TPR®)

TPR® is een methode om talen te leren die uitgaat van het idee dat mensen leren met behulp van beweging en handelingen. Al doende leert men, en wel op de manier zoals een kind de moedertaal leert. Ouders geven hun jonge kinderen continu opdrachten en belonen hen als ze die uitvoeren (“kijk naar mama”, “goed zo”). “Pak de lepel”, “Mooi!”, “Trek je schoentjes maar aan”, enz.). In de eerste plaats is het de bedoeling dat de kinderen begrijpen wat de ouders zeggen, de kinderen gaan in een later stadium verbaal reageren. De luistervaardigheden zijn dus de basis, de spreekvaardigheden komen later.
De methode van TPR® past deze principes van de moedertaalverwerving bij het leren van een vreemde taal versneld toe. De trainer geeft op een vriendelijke en begrijpelijke manier opdrachten, zoals: “pak het boek” en doet de opdrachten zelf voor; de student doet deze opdrachten na. Aanvankelijk wordt nog niet verwacht van de lerenden dat ze spreken; de lerenden geven in een later stadium de opdrachten. Taken die bekend zijn worden uitgebreid of gedeeltelijk veranderd.
TPR® appelleert aan de beide hersenhelften door de combinatie van beweging en spraak. Het kost hierdoor minder moeite om iets te leren en de geleerde stof beklijft ook beter.

Populariteit

TPR® wordt met name binnen het NT2-onderwijs gebruikt (Nederlands als tweede taal), zeker bij beginnende lerenden en ook wel op de basisschool bij Engelse les. Maar eveneens middelbare scholieren of volwassenen werken met veel plezier met Total Physical Response en behalen hierbij goede resultaten.

Voor- en nadelen van Total Physical Response

TPR® heeft veel voordelen. Doordat lerenden veel begrijpelijke input krijgen aangeboden in ‘chunks’ (woorden die bij elkaar horen), krijgen zij snel begrip van de nieuwe taal. De leermethodiek van Total Physical Response levert vlotte succeservaringen op, wat het plezier in leren bevordert. Dit zorgt voor stressvrij leren. In principe is TPR® voor alle doelgroepen bruikbaar, ongeacht welke leeftijd en achtergrond en kan de methode eveneens in grotere klassen worden toegepast. De geleerde taal wordt direct opgeslagen in het langetermijngeheugen.
Het feit dat niet alle taaluitingen in TPR®-opdrachten kunnen worden uitgedrukt, is de keerzijde van TPR®. Dit is de reden dat de methodiek tot op een zeker niveau werkt en daarbij een andere methodiek nodig is. De methode is ook niet echt creatief. De studenten leren niet om hun ideeën, meningen en gevoelens uit te drukken.

De Directe Methode (Engels: Direct Method; DM)

Bedacht door wie en wanneer

De Duits-Amerikaanse linguïst Maximilian Delphinius Berlitz (geboren als David Berlizheimer) bedacht eind jaren tachtig van de negentiende eeuw de Directe Methode, ook wel ‘de natuurlijke benadering’ genoemd. De methode is als reactie op de dominante grammatica-vertaalmethode ontwikkeld.

Kenmerken van de Directe Methode (DM)

Er sprake van een Reformbeweging rond 1900 met nieuwe visies over talen leren dat inductief en zelfontdekkend diende te zijn. Overigens betrof deze Reformbeweging niet alleen leren, maar eveneens voeding, kleding, natuurgeneeskunde en naturisme. Men streefde, net zoals in de jaren 60 van de vorige eeuw, rond het jaar 1900 naar meer natuurlijke leefwijzen en een bevrijding van keurslijven. Binnen het taalonderwijs werd nu veel aandacht besteed aan de gesproken, ‘levende’ taal, waarbij grammatica meer inductief werd aangeboden, met behulp van voorbeeldzinnen. Hieruit moesten de lerenden de taalregels afleiden. Er waren veel mondelinge oefeningen met veel aandacht voor de uitspraak van de taal. Studenten werden gestimuleerd veel te praten. Nieuw was ook dat de taallessen in de doeltaal gegeven werden. Tijdens de taalles werd nadrukkelijk niet vertaald. De woordenschat van de vreemde taal werd aangeleerd aan de hand van voorbeelden en afbeeldingen. Abstracte vocabulaire werd aangebracht door de lerenden om ideeën te laten associëren.

Populariteit

Deze golf van vernieuwing van begin twintigste eeuw ebde weg, mede onder invloeden van de crises en oorlogen, om weer in een andere vorm terug te komen in de jaren zestig.
Taleninstituten als Interlingua en Berlitz werken nog steeds met (een moderne vorm van) de Directe Methode.

Voor- en nadelen van de Directe Methode

Dat het een vrij natuurlijke manier is om een vreemde taal te leren, is het belangrijkste grote pluspunt van de Directe Methode. Bij de methode wordt veel aandacht besteed aan luisteren en spreken, waardoor de lerenden zelfvertrouwen en vloeiendheid kunnen krijgen. Minpunten heeft deze Direct Methode echter ook. Voor schrijfvaardigheid is bij deze methode vrijwel geen aandacht en voor lezen in de vreemde taal relatief ook veel minder. Voor studenten die al wat meer meer gevorderd zijn, biedt deze leermethode onvoldoende uitdaging. De Directe Methode is eveneens niet heel geschikt voor de langzaam lerende studenten, doordat de leermethode is gestoeld op een daadkrachtige inzet vanuit de student.

De Manesca-methode (Engels: Manesca Method)

Bedacht door wie en wanneer

Jean Manesca publiceerde An Oral System of Teaching Living Languages Illustrated by a Practical Course of Lessons in the French through the Medium of the English (“Een mondelinge methode voor het onderwijzen van levende talen, aan de hand van een praktische cursus Frans door middel van het Engels”) in 1835. In 2015 ging An oral system of teaching living languages in herdruk.

Kenmerken van de Manesca-methode

De Manesca-methode is gebaseerd op hetzelfde principe als de ‘natuurlijke aanpak’ (Natural Approach): de beste manier om een taal te leren, is de manier waarop een kind zijn moedertaal leert. Het leren van een taal moet gemakkelijk en veilig zijn. Manesca wil om die reden niet met abstracte lijstjes of regels met woorden werken die uit het hoofd geleerd moeten worden.
De Manesca-methode is de oudste, bekende, volledige taalcursus. De leermethode is op het werken met een groep studenten en een docent gebaseerd, die steeds één woord tegelijk introduceert. Er hoort een bepaalde beweging bij dit woord. De studenten herhalen daarna afzonderlijk het woord en deze beweging. Door deze herhaling onthouden de studenten deze woorden, zonder dat uit het hoofd geleerd hoeft te worden. De woorden worden stap voor stap zinnen en vervolgens variaties op de zinnen. Spelling wordt aangeboden in een later stadium met leesteksten.
De Manesca-methode is reeds enkele jaren later door grammaticaschrijver en taaldocent Heinrich Gottfried Ollendorff overgenomen en aangepast en staat dan ook wel bekend als de Ollendorff-methode.

Populariteit

Jean Manesca overleed twee jaar na publicatie van zijn leermethode. Het werk van Manesca is overgenomen en aangepast door anderen, onder wie Ollendorff. Een groot deel van zijn ideeën zijn nog actueel en worden nog altijd toegepast in het vreemdetalenonderwijs van vandaag.

Voor- en nadelen van de Manesca-methode

De combinatie van spreken en bewegingen maken, waardoor het fysieke geheugen meewerkt en het geleerde gemakkelijker en langer kan worden onthouden, is de sterke kant van de Manesca- of Ollendorff-methode. Veelvuldig herhalen draagt daar ook aan bij. Het feit dat dit wat saai kan worden om dezelfde woordjes en zinnen te blijven herhalen, kan een keerzijde zijn.

Silent Way

Bedacht door wie en wanneer

The Silent way (‘de stille manier’) is ontwikkeld in 1963 door de Egyptenaar Caleb Gattegno.

Kenmerken van de Silent Way

De stille manier is een manier om een taal te leren die stilte gebruikt als instructiemiddel. De autonomie van de lerenden en hun actieve deelname is het uitgangspunt van Caleb Gattegno’s methode.
Een combinatie van gebaren en stilte wordt gebruikt door de taaldocent om de aandacht te trekken van de studenten, reacties te krijgen en hen aan te moedigen om fouten te verbeteren. Aan de uitspraak wordt veel tijd besteed.
Gattegno, die wiskundige was, hechtte er veel waarde aan om taalonderwijs te geven door middel van een methode die efficiënt was voor de energievoorraad van de lerenden. Gattegno ontdekte dat het relatief weinig energie kost om een auditief of visueel beeld te onthouden, veel minder energie dan wanneer we proberen iets uit het hoofd te leren. Caleb Gattegno verklaarde dat trainers niet zozeer dienen te streven naar kennisoverdracht, maar bewustzijn aan dienen te spreken, want alleen bewustzijn maakt het mogelijk om iets te leren.
Gekleurde blokjes (zogenaamde cuisenaire-staven) die kunnen worden gebruikt voor allerlei verschillende dingen, zijn één van de hulpmiddelen waar The Silent Way gebruik van maakt. De ‘de stille manier’ gebruikt ook Words in Colour; een kleurenkaart voor klanken waarin elke kleur een specifieke klank van de taal vertegenwoordigt, gekleurde woordgrafieken voor het werken aan zinnen en gekleurde grafieken die worden gebruikt voor het leren van de spelling.

Populariteit

Hoewel The Silent Way in de originele vorm niet veel wordt gebruikt, zijn de ideeën van Gattegno voornamelijk bij het aanleren van de uitspraak wel van belang geweest.

Voor- en nadelen van de Silent Way

Dat zijn aanpak voor de student niet-bedreigend is, die tenslotte als autonoom beschouwd wordt, is de sterke kant van de methode van Caleb Gattegno. De docent is in principe aan de lerende dienstbaar en niet andersom. Met The Silent Way wordt het leren van een vreemde taal op een natuurlijke manier gestimuleerd. De geleerde taalkennis wordt vaak goed verwerkt en onthouden door taallerenden uit te dagen nieuwe dingen te ontdekken. De student ‘mogen’ foutjes maken. Dit draagt bij aan het leerproces.
Het feit dat sommige lerenden meer begeleiding nodig hebben dan de leermethode voorstaat, kan een nadeel zijn. Studenten kunnen gefrustreerd raken door de afwezigheid van input van de docent. Met kleuren en grafieken werken, heeft als beperking dat de nieuwheid er vrij snel af is, waardoor het effect van de methode verdwijnt.

TPR Storytelling

Bedacht door wie en wanneer

TPR Storytelling of ‘TPRS’ houdt in Teaching Proficiency through Reading and Storytelling. Deze methode is door Blaine Ray ontwikkeld in 1990, een Amerikaanse docent Spaans, en komt voort uit de TPR-techniek (Total Physical Response).

Kenmerken van TPR Storytelling

TPR Storytelling is een taalverwervingsmethode die gebruikmaakt van verhalen om een taal te leren. Het uitgangspunt van TPRS is natuurlijke taalverwerving: een nieuwe taal leren zoals een kind zijn of haar moedertaal leert. Om dit te kunnen bereiken, worden lerenden blootgesteld aan veel begrijpelijke input. Door de taaldocent wordt een verhaal verteld waarin nieuw te leren woorden meerdere keren voorkomen. De verhalen zijn interessant of humoristisch en nooit te lang. De lerenden ontspannen zich omdat deze verhalen vrij gemakkelijk te begrijpen zijn. Op deze manier worden woorden en structuren van de nieuwe taal vanzelf in het langetermijngeheugen van de student opgeslagen. De taaldocent wijst de lerende op grammaticale verschijnselen, zonder dat studenten regels van de nieuwe taal uit hun hoofd leren.
De lerenden zullen na enige tijd ‘automatisch’ gaan spreken en de grammaticale structuren van de nieuwe taal nadoen. Dit is een natuurlijk proces. Samen met een groepje van studenten een verhaal maken, is een variant. De taaldocent schrijft hierbij eerst nieuwe woorden en structuren op het schoolbord, met hun vertaling en daarna hier een verhaal van te maken samen met de studenten. Tot slot wordt het verhaal door de studenten naverteld. Lezen is een belangrijk deel van TPR Storytelling, doordat dit voor input zorgt. In een latere fase volgt schrijven.

Populariteit

Er is veel onderzoeken gedaan dat uitwijst dat TPR Storytelling een geslaagde manier is om een taal te leren. Er zijn wel randvoorwaarden: de trainer moet ervoor getraind zijn en de setting moet geschikt zijn.

Voor- en nadelen van TPR Storytelling

Het is een laagdrempelige manier van taalverwerving en de geleerde stof wordt goed onthouden. Doordat TPRS ook de creatieve intelligentie aanboort, is TPRS een breinvriendelijke leermethode. Het is plezierig voor studenten en het is relatief gemakkelijk om de focus te behouden. Zelf een verhaal verzinnen, werkt heel motiverend voor de lerenden.
Een nadeel is dat TPR Storytelling veel voorbereiding van taaldocenten vraagt.

Commerciële methodes voor zelfstudie

De Rosetta Stone methode

Bedacht door wie en wanneer

De Rosetta Stone-methodiek is naar de zogenaamde de Steen van Rosetta vernoemd, een steen die in Egypte is gevonden met een tweetalige tekst, door middel waarvan uiteindelijk de hiërogliefen konden worden ontcijferd. Rosetta Stone is ook de naam van het softwarebedrijf dat deze taalcursussen op de markt brengt. De eerste versie van Rosetta Stone is uitgebracht in het jaar 1996.

Kenmerken van de Rosetta Stone methode

De Rosetta Stone methode is een wijze om een vreemde taal te leren achter een computer. De taalcursussen van Rosetta Stone worden aangeboden in meer dan dertig verschillende talen en ze zijn te volgen vanuit elk van deze talen.
De Rosetta Stone-methode is een zogenaamde communicatieve methode, die de manier imiteert waarop een kind de moedertaal leert. Dat houdt in ‘leren door onderdompeling’, door veel te luisteren en na te spreken. Het programma gebruikt hiervoor foto’s alsook stemmen van moedertaalsprekers om de betekenis over te brengen van nieuwe woorden. Er is een programma om spraak te herkennen dat de uitspraak registreert en een schematische weergave daarvan maakt. De student kan zo zijn of haar uitspraak met de uitspraak van native speakers (moedertaalsprekers) vergelijken. Verbetering van de uitspraak kan worden behaald door de voorbeeldstem langzamer te laten praten en de studenten vervolgens veel na te laten zeggen.
Voor de schrijfvaardigheid van de lerende biedt de methode dictee-oefeningen. De software controleert de grammatica en spelling en geeft fouten aan met de mogelijkheid om deze fouten van de studenten te verbeteren.
Het programma omvat eveneens leesteksten. De teksten gaan over dagelijkse onderwerpen, activiteiten en ideeën.

Populariteit

Wereldwijd wordt de methode van Rosetta Stone veel ingezet en niet door de minsten. Onder meer het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse zaken en de NASA maken er gebruik van. De Rosetta Stone-methode wordt in Nederland door een aantal ministeries en verschillende hogescholen en universiteiten toegepast, alsook door sommige internationale organisaties.

Voor- en nadelen van de Rosetta Stone methode

De Rosetta Stone-methode is zeer eenvoudig in het gebruik en kan door de student gebruikt worden op ieder moment. De studenten bepalen zelf welke onderdelen meer of minder aandacht nodig hebben. Veel mensen vinden het prettig om de leermethode te gebruiken. Bij een gebrek aan docenten kan Rosetta Stone een oplossing zijn voor onderwijsinstellingen. Het feit dat er geen trainer is die studenten motiveert of iets extra’s kan bieden, is een minpunt van de methode van Rosetta Stone.

De Pimsleur methode

Bedacht door wie en wanneer

De Pimsleur taalcursussen zijn ontwikkeld door Amerikaans taalkundige Dr. Paul M. Pimsleur. Zijn eerste taalcursus was een cursus Grieks, die Pimsleur op de markt bracht in 1963.

Kenmerken van de Pimsleur methode

De methode van Pimsleur is een computerprogramma om vreemde talen te leren.
De taalcursussen bestaan uit zinnen/dialogen die door de studenten worden nagesproken en herhaald. De voorbeeldzinnen van de cursus zijn door moedertaalsprekers (native speakers) ingesproken. De cursussen zijn op herhaling, anticipatie, woordenschat en weer herhaling gebaseerd. Elke les biedt een halfuur audio-opname met nieuwe woordenschat en taalstructuur. De grammaticale structuur wordt niet apart uitgelegd maar aangeboden via uitbreiding van, en variaties op, de zinnetjes.
Dr. Pimsleur heeft het meest optimale interval onderzocht waarin geleerde informatie van het kortetermijngeheugen overgaat naar het langetermijngeheugen. Dit (gemiddelde) interval is verwerkt in de Pimsleur taalcursussen.

Populariteit

Onder andere in de Verenigde Staten worden de taalcursussen van Pimsleur gebruikt en de ervaringen met Pimsleur variëren. De studenten zijn over het algemeen tevreden over de aangeleerde uitspraak.

Voor- en nadelen van de Pimsleur methode

De methode van Pimsleur werkt heel goed om de uitspraak te verbeteren, omdat de insprekers van de zinnen allemaal moedertaalsprekers (native speakers) zijn en op een natuurlijke manier spreken op een normaal tempo.
Het nadeel van de leermethode van Pimsleur is dat er niets wordt uitgelegd. De studenten leren geen bouwstenen van de taal om zelf een zin te maken, maar moeten het met duizenden voorbeeldzinnen doen die worden ingeprent.

De Michel Thomas methode

Bedacht door wie en wanneer

De Michel-Thomas-methode is, niet geheel verrassend, bedacht door Michel Thomas (Poolse naam: Moniek Kroskof); een in Polen geboren genaturaliseerde Amerikaan. Michel Thomas ontwikkelde zijn methode kort na de Tweede Wereldoorlog in zijn eigen taleninstituut in Beverly Hills in Los Angeles, met beroemdheden als Barbra Streisand, Emma Thompson, Diana Ross, Bob Dylan, Mel Gibson en Pierce Brosnan in zijn klantenkring.

Kenmerken van de Micheal Thomas methode

Het uitgangspunt van Michel Thomas was dat iemand alleen kan leren leren als hij of zij vrij is van stress. Hij begon met de lerenden duidelijk te maken dat ze zich geen zorgen hoefden te maken dat ze iets zouden vergeten.
De cursussen zijn audiolessen, ingesproken door twee stemacteurs; een mannelijke stemacteur en een vrouwelijke stemacteur. De setting is een virtueel klaslokaal, waarin de student zich voorstelt als de derde student. Deze student luistert mee met de lessen van de acteurs. Wanneer de acteurs een vraag wordt gesteld, is het idee dat de gebruiker op pauze klikt en deze vraag eerst zelf beantwoordt. Er wordt geen huiswerk gegeven en er hoeft niet uit-het-hoofd te worden geleerd. De lessen worden opgebouwd in kleine delen en lesstof die nieuw is, wordt afgewisseld met lesstof die al bekend is. De uitleg wordt steeds in het Engels gegeven. Er wordt op eventuele verbanden tussen de talen gewezen. Grammaticale uitleg wordt ook gegeven. Makkelijke lesstof wordt eerst aangeleerd, moeilijkere lesstof volgt pas nadat de makkelijke stof door de student begrepen en verworven is. Behalve woorden en zinnen in de doeltaal worden ook bouwstenen geleerd waarmee de lerende zelf zinnen kan construeren. Ook maakt de leermethode gebruik van flashcards om zelf de vocabulaire te toetsen en online oefeningen om de eigen vooruitgang te kunnen meten.

Populariteit

Veel lerenden ze zijn over het algemeen tevreden over de uitleg van de structuren van de vreemde taal en vinden de methode van Michel Thomas fijn om mee te werken. De mensen die wat verder zijn met de taal, ervaren de cursussen soms als wat minder leerzaam.

Voor- en nadelen van de Micheal Thomas methode

De methode van Michel Thomas traint de uitspraak en de luistervaardigheid op een efficiënte wijze en is zeer toegankelijk. Een keerzijde van de methode is dat de cursussen geen schrijfvaardigheid bieden. Een daadwerkelijke interactie is er ook niet doordat het een audiocursus is.

De Assimil methode

Bedacht door wie en wanneer

Assimil is een Frans bedrijf, opgericht door Alphonse Chérel in het jaar 1929. Dit bedrijf maakt taalcursussen en publiceert deze. Het eerste boek van Assimil was Anglais sans Peine.

Kenmerken van de Assimil methode

‘Assimileren’ betekent letterlijk ‘mengen met, opgaan in de groep’. Dit was vrij hoog gegrepen voor een taalcursus. De cursussen van Assimil zijn zelfstudielessen die bestaan uit een lesboek, audio-CD’s en een USB-stick. De cursisten werken idealiter ongeveer twintig minuten per dag.
De lessen bestaan uit verschillende dialogen die worden beluisterd, nagesproken en gelezen. De vertaling staat ernaast, met toelichting van de grammatica. Voor het trainen van de uitspraak, maakt de Assimil-methode gebruik van zinnen die door native (moedertaal) speakers zijn ingesproken en die de cursisten daarna dienen te herhalen. De opbouw gaat van receptief naar productief: in de eerste lessen wordt nog geen taalproductie van de gebruikers verwacht; dit komt pas na ruwweg vijftig taallessen.

Populariteit

De cursussen van Assimil zijn populair. De taalcursussen zijn relatief voordelig en er is een ruim aanbod aan verschillende talen.

Voor- en nadelen van Assimil

Het voordeel van de Assimil-methode is dat de lerende op zijn of haar eigen snelheid kan leren op het moment dat dit het beste past. Het nadeel hierbij is, wat voor alle taalcursussen met een computer geldt, dat de studenten aan zichzelf zijn overgeleverd. Er is geen taaldocent beschikbaar om de cursist te motiveren of te begeleiden.

ALGEMENE LEERMETHODES

Audio-Lingual Method (ALM) (Army Method/New Key)

Bedacht door wie en wanneer

De audiolinguale methode was reeds in de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw ontwikkeld in Amerika en Engeland, onder meer door de Amerikaanse taalkundige Leonard Bloomfield. Doordat de Tweede Wereldoorlog uitbrak, moesten de (Amerikaanse) soldaten de elementaire verbale communicatieve vaardigheden leren. Hierdoor werd deze audiolinguale methode soms de ‘legermethode’ genoemd.

Kenmerken van de Audio-Lingual Method (ALM)

De audiolinguale methode kun je beschouwen als een reactie op de grammatica-vertaalmethode. Een nieuw verschijnsel was dat de les geheel plaatsvond in de doeltaal. De belangrijkste vaardigheden zijn kunnen spreken en luisteren en grammaticale structuren worden middels mondelinge structuuroefeningen geleerd. Het doel is zonder fouten kunnen spreken en verstaan, wat begint met leren naspreken. Herhaling is het middel hiervoor; er wordt gewerkt met drills om zinnen en structuren goed te leren beheersen, om te zorgen dat reacties spontaan en automatisch gaan worden. De trainer kan zo bijvoorbeeld een zin tien keer herhalen en dan een nieuw woord hieraan toevoegen. Er wordt veel in de zogenaamde talenpractica gewerkt, waarbij studenten een hoofdtelefoon dragen en zinnen beluisteren en deze zinnen naspreken. De geschreven taal wordt pas aangeboden wanneer de mondelinge taal inmiddels vertrouwd is geworden. Er wordt wel met afbeeldingen gewerkt om nieuwe woorden te introduceren.

Populariteit

In ons land werd de audiolinguale methode pas geïntroduceerd omstreeks het jaar 1970 toen de Mammoetwet van kracht werd. Al gauw waren er grote bezwaren tegen deze betekenisloze driloefeningen. Het kwam wel eens voor dat de techniek haperde. Daardoor raakten de talenpractica al snel in onbruik. In plaats daarvan werden de mondelinge structuuroefeningen schriftelijk gemaakt. Schrijvers van leerboeken namen de markt weer over en boden weer expliciete grammaticaregels aan. Toch liet de audiolinguale methode wel sporen na. Het was nu breed geaccepteerd dat het bij het leren van de taal niet gaat om het memoriseren van de regels van de grammatica, maar om de toepassing ervan. De luistervaardigheid, die vóór 1970 voor veel taaldocenten niet bestond, was ontdekt.

Voor- en nadelen van de Audio-Lingual Method

De audiolinguale methode is voor studenten die beginnen effectief. Een correcte uitspraak wordt van het begin af aangeleerd. Deze methode is een docentgestuurde methode en kan daardoor voor een snelle en efficiënte overdracht van kennis zorgen. Deze audiolinguale methode kan ook bij grote(re) groepen toegepast worden.
Dit docentgestuurde aspect heeft tevens een keerzijde; er wordt geen eigen input van de lerenden verlangd, waardoor het risico dreigt van enige passiviteit en onvoldoende betrokkenheid en motivatie. Een ander bezwaar van de methode is dat de geoefende drills niet zo eenvoudig in levend taalgebruik om te zetten zijn.

GoldList Method (GLM)

Bedacht door wie en wanneer

De GoldList Method (‘gouden lijst-methode’) is door David J. James, alias Viktor Dmitrievitch Huliganov of Uncle Davey ontwikkeld.

Kenmerken van de GoldList Method (GLM)

De GoldList Method is een methode om woorden of zinnen op een zodanige wijze te leren dat ze plaatsnemen in het langetermijngeheugen van de lerende. De methode werkt middels zelfgeschreven woordenlijsten die later herhaald worden. De zinnen of woorden op de woordenlijst worden door de lerenden hardop gelezen. Het idee is niet om de woorden of zinnen en zinnen uit het hoofd te leren, maar dit gaat vanzelf door de blootstelling. Deze woordenlijst wordt steeds bijgewerkt; woorden die aangeleerd zijn, gaan van de lijst af. Die woorden die nog steeds problemen opleveren, blijven staan.

Populariteit

Aanhangers van de GoldList Method claimen dat deze woorden op de woordenlijst of zinnen in de vreemde taal spontaan in het langetermijngeheugen van de student worden opgeslagen, iets dat door geheugenwetenschappers betwijfeld wordt. (Taal)kennis in het algemeen wordt opgeslagen als deze kennis van betekenis en relevant is voor de student. Deze methode kan goed werken voor woorden die van betekenis en relevant zijn voor de lerende.

Voor- en nadelen van de GoldList Method

Voor lerenden die bij bijvoorbeeld Post-its® baat hebben als geheugensteuntje zou deze GoldList Method goed kunnen werken. Met de hand schrijven functioneert effectiever dan typen of, behoorlijk zinloos: een foto maken, omdat het fysieke deel van het geheugen door het schrijven aangesproken wordt en meewerkt. Een minpunt is het gebrek aan context. Talen bestaan uiteraard uit veel meer dan een verzameling losse woorden en/of zinnen. Daarnaast is de GoldList-methode nogal tijdrovend; er moeten steeds handgeschreven lijsten worden aangelegd.

De Natural Method

Bedacht door wie en wanneer

De Natural Method, ook de Natural Approach (de ‘natuurlijke aanpak’) genaamd, is door de Amerikanen Tracy Terrell en Stephen D. Krashen ontwikkeld in 1983.

Kenmerken van de Natural Method

De Natural Method is gericht op een natuurlijke manier van het verwerven van een vreemde taal. Op de wijze waarop iemand als kind zijn of haar moedertaal leerde spreken, probeert de leermethode de taal aan te leren. Op die wijze leert de student onbewust eveneens de taalregels van de vreemde taal. Alleen de doeltaal met een aantal visuele hulpmiddelen wordt hiervoor gebruikt. Een leeromgeving zonder stress is het streven van de methode. Een grote hoeveelheid begrijpelijke input wordt aan de studenten blootgesteld. De taalproductie mag spontaan ontstaan en wordt niet geforceerd. De methode legt de nadruk op communicatie en minder op expliciete grammatica en de correctie van vormfouten.
De methode werkt het meest effectief als de studenten worden ondergedompeld in de te leren taal. De activiteiten in de vreemde taal dienen stimulerend te zijn zodat de lerenden van de ervaring kunnen genieten.
De Natural Method leermethode lijkt veel op de Directe Methode. De leermethoden gaan beide uit van het idee van natuurlijke taalverwerving; het onderscheid is dat de Directe Methode meer de focus legt op de praktijk en de Natural Method meer op blootstelling aan taalinput en het verminderen van spreekangst.

Populariteit

Dat onderdompeling heel effectief is, is al vaak bewezen. Doordat de methode betrekkelijk eenvoudig is om te begrijpen, is de natuurlijke aanpak een populaire manier van lesgeven onder taaltrainers. Maar er is ook kritiek op de natuurlijke aanpak. De nadruk wordt vooral op het impliciet aanleren van de grammatica gelegd. Studenten zouden inderdaad leren om te communiceren, maar in een wat gebrekkige, versimpelde versie van de taal blijven hangen door onvoldoende kennis van de grammatica.

Voor- en nadelen van de Natural Method

Om op een natuurlijke manier een taal aan te leren, wordt als prettig ervaren. Lerenden wordt de kans geboden een persoonlijke band met de buitenlandse taal te krijgen. Doordat er niet ‘uit het hoofd geleerd hoeft te worden’, beklijft het geleerde voor een langere tijd.
Omdat er bijna geen druk ligt op de taalproductie, kan het nadeel zijn dat het langer duurt voor er resultaten te merken zijn. De methode bereidt lerenden eveneens niet per se voor op een bepaald examen.

Structurele Aanpak

Bedacht door wie en wanneer

De Structural Approach (afgekort SA) ofwel ‘Structurele Aanpak’ is in de jaren 50 door Charles Fries, oprichter en directeur van de English Language Institute aan de Universiteit van Michigan en één van zijn studenten Robert Lado ontwikkeld.

Kenmerken van de Structurele Aanpak (SA)

Deze Structurele Aanpak is een taalverwervingsmethode die als doel heeft om lerenden vertrouwd te maken met de fonologische en grammaticale structuren van de doeltaal. Volgens de Structurele Aanpak levert de beheersing van deze structuren meer op dan de verwerving van woordenschat. Bij de leermethode gaat het om het herkennen en kunnen toepassen van vaste samenstellingen van woorden en woordgroepen in de juiste woordvolgorde. Deze combinaties van woorden worden aan de student aangedragen in herkenbare situaties door middel van visualisatie, gezichtsuitdrukking, dramatisering en handelingen. De taalstructuren die het vaakst worden gebruikt, worden als eerste aangeboden aan de taallerende. Mondelinge vaardigheden (luisteren en spreken) worden hier in eerste instantie bij gebruikt; lezen en schrijven volgen daaruit. Bij het aanleren en verbeteren van de productieve vaardigheid (spreekvaardigheden en schrijfvaardigheden), krijgt de grammatica een grote plek. De Structurele Aanpak wordt ook wel Structural-Situational Approach (structurele-situationele benadering) en de Structural-Oral-Situational Approach (structurele-mondeling-situationele benadering) genoemd.

Populariteit

In de jaren vóór 1970 werd de Structurele Aanpak op vrij grote schaal toegepast om Engels te leren in Engelssprekende landen, voormalige Britse koloniën en in Maleisië.

Voor- en nadelen van de Structurele Aanpak

Dat de lerenden de taal op een nauwkeurige manier leren, is de sterke kant van de Structurele Aanpak. De student krijgt inzicht in de grammatica en leert in welke situatie woorden en combinaties van woorden wel of niet geschikt zijn. De methode gebruikt alledaagse taal. De methode van de Structurele Aanpak heeft ook nadelen. De methodiek is tamelijk tijdrovend en biedt niet onmiddellijk ervaringen van succes. De eigen input van de lerende is gelimiteerd; het is weinig creatief.

Communicatief taalonderwijs (Engels: Communicative Language Teaching; CLT)

Bedacht door wie en wanneer

Communicatief taalonderwijs (Engelse benaming: Communicative Language Teaching, afgekort: CLT), of ook wel ‘De Communicatieve benadering’ (Engelse benaming: Communicative Approach, afgekort: CA) genoemd, is in de jaren 60 van de vorige eeuw ontstaan onder invloed van de ideeën van taalkundige Noam Chomsky, die de nadruk legde op competenties bij het leren van een taal. De Amerikaanse taalkundige Dell Hymes was in 1966 de grondlegger van het concept van communicatieve vaardigheden.

Kenmerken van Communicatief taalonderwijs (CLT)

Communicatief talenonderwijs is gestoeld op de opvatting dat interactie het uiteindelijke streven is van het leren van een vreemde taal.
De studenten leren middels CLT-technieken de te leren taal in praktijk te brengen door de interactie met de taaldocent en met elkaar. Er wordt gebruikgemaakt van authentieke teksten in de doeltaal of ander materiaal uit het dagelijks leven of de werkomgeving. De doeltaal wordt zowel tijdens als buiten de les om gebruikt.
Studenten praten met medestudenten over persoonlijke gebeurtenissen en docenten dragen onderwerpen aan die buiten het domein van de traditionele grammatica liggen, om de taalvaardigheid in alle soorten realistische situaties te oefenen. De grammatica leren studenten inductief, dat wil zeggen aan de hand van de praktijk, waaruit de regel volgt.
Bij CLT is de taaldocent echt een trainer, die de student leert om in de vreemde taal te communiceren.

Populariteit

Het communicatief taalonderwijs werd erg populair in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, deels doordat de traditionele taalonderwijsmethodes geen groot succes waren gebleken. Binnen een verenigd Europa kwam een grotere behoefte om talen te leren op een meteen toepasbare manier.

Voor- en nadelen van Communicatief taalonderwijs

Communicatief taalonderwijs (CLT) kent veel pluspunten. Lerenden ‘kunnen’ al snel ‘iets’ in de doeltaal; de methode is functioneel en studentgericht. Doordat authentiek materiaal wordt gebruikt, leren studenten de woorden die voor hen nodig zijn. De methode is efficiënt. Deze methode is voor de lerende stimulerend doordat hij of zij gauw succes ervaart. Fouten mogen worden gemaakt; de vaardigheid van de lerende wordt al doende geleerd en verder verbeterd. Een nadeel van de communicatieve benadering is dat er niet zo veel aandacht wordt besteed voor grammatica, woordenschat die niet meteen toepasbaar is en uitspraak. Het plannen en voorbereiden vraagt veel meer tijd van de trainer en van de lerende vereist het een actieve deelname. Deze manier van leren is voor een aantal studenten moeilijk of afwijkend, afhankelijk van de achtergrond. CLT draait om het trainen van vaardigheden; het gaat daarbij om de functie en minder om de vorm en CLT biedt geen samenhangend geheel.

Grammatica-/vertaalmethode (GVM) (Engels: Grammar-Translation Method; GTM)

Bedacht door wie en wanneer

Het taalonderwijs was in de 18de en de 19de eeuw vooral gericht op praktisch taalgebruik. Er word geleerd om gebruiksklare zinnetjes, idiomatische uitdrukkingen, dialogen, lijsten met woorden enzovoort na te spreken, uit het hoofd te leren en op te zeggen. Een Duitse docent Frans en Italiaans en eveneens schrijver van leerboeken; Johann Valentin Meidinger, deed dit op een andere manier. Omstreeks het jaar 1783 ontwikkelde hij een methode waarin de grammatica van de taal centraal stond. Meidinger wordt als de grondlegger beschouwd van de grammatica-vertaalmethode (Grammar-Translation Method; GTM).

Kenmerken van de Grammatica-/vertaalmethode (GVM)

Deze methode was gestoeld op het onderwijs in het Latijn; de taal van wetenschap, cultuur en religie. Het onderwijs in het Latijn was natuurlijk op geschreven teksten van klassieke schrijvers gericht en was volledig op vertalen en grammatica gericht. Deze aanpak werd destijds gezien als degelijk en wetenschappelijk. De Grammatica-vertaalmethode gaat van de analyse van taalvormen en taalstructuren uit waarbij de studenten zelf inzicht ontwikkelen. Bij de Grammatica-vertaalmethode zijn de lees- en schrijfvaardigheid dus belangrijk. De nadruk ligt op literatuur, vertalen en uit het hoofd leren van woordenlijsten in de vreemde taal. De taaltrainer draagt kennis over, de student memoriseert.

Populariteit

Al vanaf halverwege de negentiende eeuw was er ook tegengeluid te horen. Desondanks heeft tot recente datum de grammatica-/vertaalmethode een grote invloed op het talenonderwijs gehad.

Voor- en nadelen van de Grammatica-/vertaalmethode

De methode biedt een aardige mentale training voor diegenen voor wie het een uitdaging is om dingen uit het hoofd te leren. Ook biedt de methode inzichten in de structuur, omdat de nadruk op de grammatica gelegd wordt.
De methode heeft echter meer keerzijden dan positieve kanten. De belangrijkste keerzijde is dat de spreek- en luistervaardigheid ver achterblijft, waardoor de taal zelfs na jaren studie weinig mondeling kan worden toegepast. Deze methode staat ver van het dagelijks gebruik van de taal af, ook in de context die aangeboden wordt, omdat het meestal gaat om literair taalgebruik. Bij het werken in groepen geeft deze methode geen mogelijkheid tot differentiatie of een eigen creatief proces bij de studenten. De student fungeert alleen als toehoorder en uitvoerder.

Onderdompeling (Engels: immersion)

Bedacht door wie en wanneer

De leermethode ‘Onderdompeling’ (In het Engels: language immersion) wordt wereldwijd gebruikt sinds de jaren 70, voornamelijk op middelbare scholen waarbij een schoolvak (zoals het vak wiskunde) in de vreemde taal wordt onderwezen. Binnen Nederland is de methode van ‘onderdompeling’ bekend als de methode die wordt gebruikt bij bijvoorbeeld onze bekende collega’s van Taleninstituut Regina Coeli, ‘de nonnen van Vught’. De methode van ‘onderdompeling’ is daar in 1963 ontstaan met Franse nonnen die Franse taalles aan welgestelde dames uit Vught gaven.

Kenmerken van onderdompeling

De methode van onderdompeling houdt in dat degene die de taal leert, direct vanaf het eerste moment is omgeven door de te leren taal. De instructies vinden in de doeltaal plaats; eerst langzaam en met veel herhaling, later op een meer natuurlijke wijze. Vanaf het begin wordt de student ook uitgedaagd om in de nieuwe taal te spreken. De methode maakt gebruik van simulaties en rollenspellen. Op scholen die met onderdompeling werken, wordt veelal de leeromgeving in de stijl van de doeltaal ingericht om een situatie te creëren alsof de studenten in het land zijn waar die taal wordt gesproken. Lerenden oefenen de spreekvaardigheid één-op-één of in kleine groepjes. Daadwerkelijk naar het land van de vreemde taal gaan en daar verblijven in een gastgezin, is een andere manier om onderdompeling te bereiken.

Populariteit

Onderdompeling wordt als een uitstekende leermethode voor vreemde talen gezien. Met name de mondelinge taalvaardigheid kan op deze wijze zeer goed worden ontwikkeld.

Voor- en nadelen van onderdompeling

Omdat de leermethode behoorlijk intensief is, is het belangrijkste voordeel dat deze methode snel resultaten laat zien. Het is een kwestie van ‘sink or swim’, de studenten moeten wel in de te leren taal gaan communiceren omdat zij erdoor worden omgeven. De studenten zijn feitelijk 24 uur per dag aan het leren. Het samen oefenen in groepsverband versterkt de sociale interactie. Dit wordt door studenten als motiverend ervaren.
Een minpunt is dat de bereikte resultaten niet altijd wordt vastgehouden. Als iemand in een korte tijd een nieuwe taal leert, door in het land waar de doeltaal wordt gesproken, te zijn of door te zijn ondergedompeld in een kunstmatig gecreëerde omgeving, maar vervolgens weer tot de orde van de dag overgaat, is de kans groot dat het nieuw geleerde snel wegzakt. Een bijkomend minpunt van de methode kan zijn dat een dergelijke training erg intensief is. Niet alle lerenden hebben de conditie om deze wijze van leren vol te houden.

Suggestopedie (Suggestopedia)

Bedacht door wie en wanneer

Suggestopedia is een methode om taal te leren uit de jaren 70 van de vorige eeuw. Deze methode is door de Bulgaarse psychotherapeut Georgi Lozanov ontwikkeld.

Kenmerken van Suggestopedie

Suggestopedia is op de kracht van de suggestie gebaseerd. Positieve suggestie is volgens Lozanov een voorwaarde om te kunnen leren. Daarvoor is het van essentiële betekenis belang dat er tussen de trainer en de studenten een ontspannen sfeer en een wederzijds vertrouwen is. Hiervoor is de voorwaarde dat studenten zich ontspannen en veilig voelen. Een leslokaal met een rijopstelling was ongeschikt om dit te kunnen bereiken. In de les zaten studenten in comfortabele stoelen die in een halve cirkel gezet waren en in de les werd ook altijd muziek gespeeld. De methode zoals Lozanov die beoogde, bestond uit het voorlezen van verschillende teksten, terwijl op de achtergrond natuurgeluiden waren te horen of klassieke muziek werd gespeeld. Er bestonden opmerkingen met betrekking tot de grammatica en woordenlijsten bij deze teksten. Dit voorlezen gebeurde met veel expressies in stem alsook gebaren. Zo werden studenten overgehaald om te luisteren en de nieuwe woorden konden gemakkelijk worden begrepen en opgenomen. Er was veel tijd tijdens de lessen voor cultuur en kennis over het land van de doeltaal. In de les werden rollenspellen gespeeld en er werden bijvoorbeeld ook streekgerechten gemaakt en geproefd.

Populariteit

De leerleermethode Suggestopedie was omstreden en de leerleermethode is in de vergetelheid geraakt. Een aantal elementen van de methodiek wordt nog steeds gebruikt, bijvoorbeeld het gebruikmaken van stemexpressie en gebaren bij het lezen van teksten in de doeltaal.

Voor- en nadelen van Suggestopedie

De methode van Suggestopedia zorgt voor een ontspannen en veilige sfeer, waardoor de student minder hinder heeft van frustratie of faalangst. Voor een immigrant kan deze gemoedelijke sfeer aan een positieve associatie met het nieuwe thuisland bijdragen. Vaak werkt muziek motiverend en draagt aan betere leerprestaties bij. Dat de lerenden worden gestimuleerd om actief mee te doen en zich in de situatie in te leven, wat voor sommige mensen een nieuwe ervaring is, is een bijkomend voordeel van de methodiek. Voor sommigen is dit tegelijk een nadeel, want niet iedereen is hiertoe in staat. Muziek kan bij sommige mensen ook eerder afleiden en verstorend werken in plaats van ontspannend of stimulerend. Een ander zwak punt is dat de relatie taaldocent-lerende niet gelijkwaardig is; alle inbreng komt van de zijde van de taaldocent en de lerende is altijd de ontvangende partij.

Community Language Learning (CLL)

Bedacht door wie en wanneer

De Amerikaanse priester en psycholoog Charles Curran en professor Paul La Forge ontwikkelde Community Language Learning, ook wel Counseling Language Learning (CLL) genoemd in het jaar 1976.

Kenmerken van Community Language Learning (CLL)

Community Language Learning (CLL) is een methode om een taal te verwerven waarbij de studenten samenwerken om te bepalen welke aspecten van de vreemde taal zij willen leren. Deze methode is gebaseerd op de counseling-benadering waarbij de taaldocent fungeert als counselor die de zinnen van de lerenden parafraseert. De lerenden beginnen het gesprek. Zij spreken in hun moedertaal als de studenten de doeltaal nog niet genoeg machtig zijn. De trainer vertaalt en geeft uitleg, waarna de studenten de uitingen van de trainer zo goed mogelijk herhalen. Dit gesprek wordt opgenomen om te kunnen herbeluisteren.
De CLL bevordert het gemeenschapsgevoel in de leergroep en beschouwt de wisselwerking tussen de studenten onderling als middel om te leren. Het zijn de lerenden zelf die de inhoud van de les bepalen met behulp van betekenisvolle gesprekken. Een lesboek wordt niet gebruikt.

Populariteit

Het slagen van CLL is sterk afhankelijk van de kunde van de docent-counselor. De taaldocent dient naast sociaal-cultureel kundig eveneens taalkundig te zijn. De docent dient zowel de vreemde taal als de moedertaal van de lerenden zeer goed te beheersen om de taaluitingen van de lerenden te kunnen vertalen. Community Language Learning kan goed functioneren indien deze correct wordt gebruikt. Voor grote klassen is deze methode niet geschikt.

Voor- en nadelen van Community Language Learning

Deze methode biedt voor lerenden veel autonomie. Het analyseren van hun eigen gesprekken vinden lerenden vaak nuttig. De groep wordt vaak heel hecht, niet alleen tijdens de les, maar eveneens buiten de les. Door deze methode worden lerenden zich zo veel meer bewust van anderen in hun groep, hun sterke en zwakke punten en leren om te werken als team. Het bespreken door de fouten en het evalueren van de les is heel leerzaam voor de studenten. Deze verbeteringen blijven vaak in het geheugen gegrift en worden deel van de actieve woordenschat van de lerende.
Dat de trainer niet sturend is, ondanks dat een aantal lerenden wel sturing nodig heeft, kan een nadeel vormen. Bij CLL wordt geen gebruikgemaakt van een lesboek en ook geen toetsen gehouden. Het succes van de taallessen is hierdoor moeilijk te meten. Sommige lerenden worden in hun spreken geremd als zij opgenomen worden.

Lexicografische benadering (Engels: Dynamic Lexicographic Approach; DLA)

Bedacht door wie en wanneer

De Lexicografische benadering (Engelse naam: Lexical Approach; LA) is een methode om talen te leren die door Michael Lewis is ontwikkeld in de jaren 90 van de vorige eeuw.

Kenmerken van de Lexicografische benadering (DLA)

Deze benadering gaat uit van het idee dat een belangrijk gedeelte van het leren van een taal bestaat uit het begrijpen en produceren van zogenaamde ‘lexicale eenheden’, brokjes taal die bestaan uit woorden, woordcombinaties alsook uitdrukkingen. Studenten verwerven al doende inzicht in de patronen van de taal (grammatica) en betekenisvolle groepen woorden. Zo wordt geleerd de taal ‘in het echt’ gebruikt wordt. In deze benadering is de woordenschat belangrijker dan de grammatica. Instructies zijn op situaties en uitdrukkingen die regelmatig voorkomen in dialogen gericht. Aan interactie wordt aandacht besteed maar ook aan exposure; aan de zogenaamde receptieve vaardigheden van de student (luisteren/begrijpen, lezen/begrijpen). Er bestaat veel ruimte voor de student om zelfstandig de taal te ontdekken.
Het is de rol van de docent om voor genoeg input te zorgen en het faciliteren van het leertraject van de student.

Populariteit

Door de invloed van de ideeën over taal van (onder meer) Michael Lewis zijn in de afgelopen dertig jaar leerboeken aanmerkelijk anders geworden. Er wordt veel meer aandacht aan woordenschat van de te leren taal besteed die wordt aangeboden in chunks, in betekenisvolle brokjes. De ingrijpende verandering in de wijze waarop talen worden onderwezen, waar Lewis streefde, is er echter niet van gekomen.

Voor- en nadelen van de Lexicografische benadering

Studenten leren op een natuurlijke wijze de taal te gebruiken door het werken met ‘chunks’ (brokjes taal); met ‘echte’ taal. Op deze manier ontstaat souplesse in het het gebruik van de taal.
Dat de werkelijkheid altijd weer anders is dan de geleerde taalsituaties, is de keerzijde van de leermethode. Met het zelf leren herkennen van de patronen van de taal heeft een aantal studenten moeite en deze studenten hebben meer aan een taaldocent die hen wegwijs maakt, dan aan een docent-facilitator.

Series Method

Bedacht door wie en wanneer

De Series method, ofwel ‘seriemethode van taalverwerving’ is ontwikkeld door de Franse leraar François Gouin in het jaar 1880.

Kenmerken van de Series Method

De seriemethode (Engelse naam: The Series Method of language acquisition) van François Gouin gaat uit van een serie van verbonden zinnen die eenvoudig te begrijpen zijn en niet veel kennis vereisen van grammatica. Op basis van een actie, bijvoorbeeld het huis verlaten in de volgorde waarin deze zou worden uitgevoerd, leren studenten zinnetjes. Deze reeksen of series gingen over onderwerpen als de mens in de samenleving, het leven in de natuur, wetenschap en beroep, vanuit het onderscheid tussen objectief, subjectief en figuurlijk gebruik van de taal ontwikkeld. In de François Gouin-serie wordt geen moedertaal gebruikt. Het betreft een soort eentalige manier van taalverwerving, die niet van ‘vertalen’ en ‘uitleggen’ uitgaat maar uitgaat van ‘demonstreren’ en ‘handelen’, waardoor studenten al gauw in de doeltaal leren denken.

Populariteit

De seriemethode van Gouin was zijn tijd ver vooruit. François Gouin’s leermethodiek was toch enige tijd succesvol, ondanks de afwijkende aanpak. Deze methode werd echter door Maximilian Berlitz’ Directe Methode overschaduwd.

Voor- en nadelen van de Series Method

Gouin’s Series method ontwikkelt sterk de mondelinge vaardigheden en de leermethode zorgt voor het creëren van een natuurlijke, harmonieuze en gelijkwaardige sfeer in de lessen.
Gouin’s methode garandeert een levendige manier van lesgeven. Dit type taalonderwijs wekt de leermethode enthousiasme op bij de studenten doordat de leermethode gebruikmaakt van visuele leermiddelen, bijvoorbeeld afbeeldingen, grafieken, enzovoort. Leren wordt tastbaar; dit was iets dat volledig nieuw was. Lerenden worden nieuwsgierig, wat goed werkt om het leergeheugen te ontwikkelen, de druk om te presteren te verminderen alsook het zelfvertrouwen te verhogen. De methode stimuleert de communicatieve vaardigheden van de lerenden sterk.
De keerzijde van de seriemethode van Gouin is dat taal die wat meer subjectief of abstract wordt, lastig in één concrete ervaring kan worden gevangen met bewegingen en expressies. De bewerkelijkheid voor de taaldocent, die een scala aan reeksen voor moet bereiden, is een ander nadeel van de leermethodiek. Ten derde is de Gouin-seriemethode vooral gericht op het mondelinge taalgebruik, terwijl het reguliere onderwijssysteem nog vaak draait om examens die de lees- en schrijfvaardigheden toetsen.

Task-Based Language Teaching (TBLT)

Bedacht door wie en wanneer

Taakgericht taalonderwijs (Engelse naam: Task-Based Language Teaching) is in de jaren tachtig van de vorige eeuw ontwikkeld. De grondleggers van deze leermethode waren de Indiase taalkundige professor N.S. Prabhu, de Amerikaanse hoogleraar Teresa P. Pica en de Britse hoogleraren Graham Crookes en Michael Hugh Long.

Kenmerken van de Task-Based Language Teaching (TBLT)

Taakgericht taalonderwijs past binnen het Communicatief Taalonderwijs/een Communicatieve Benadering. Het principe erachter is dat het verwerven van de te leren taal geen doel op zich is, maar een hulpmiddel om specifieke taken uit te voeren. De studenten krijgen verschillende motiverende taken voorgeschoteld. Hiervoor is taalkennis vereist. Voor het goed uitvoeren van deze taken, is het nodig dat ze over woordenschat en regels van de taal van de doeltaal beschikken. De taken zijn alledaagse taken, zoals een e-mail schrijven, bellen met de klantenservice, een boodschap doen, iets te drinken bestellen of de krant lezen. De taak wordt in drie verschillende fasen opgedeeld: vóór, tijdens en na de taak, waarbij de student zich eerst op de taak voorbereidt, de taak daarna uitvoert en tot slot erop terugblikt. De studenten dienen samen te werken om de opdrachten uit te kunnen voeren. De opdrachten dienen net boven het niveau van de student te liggen om leereffect te hebben.

Populariteit

Vanaf de vroege jaren negentig is taakgericht onderwijs zeer populair geworden, zeker in het taalonderwijs. De methode lijkt de meest praktisch bruikbare vorm te zijn voor het verbeteren van de taalvaardigheden bij studenten (met name studenten in een achterstandspositie) in het lager en secundair onderwijs.

Voor- en nadelen van Task-Based Language Teaching

Taakgericht taalonderwijs heeft duidelijke voordelen. Het taakgericht taalonderwijs is een activerende werkvorm, waarbij de lerenden worden uitgedaagd om hun taalvaardigheden te gebruiken. Zolang de taak goed aansluit bij de lerende, is het een op de persoon gerichte, relevante en efficiënte aanpak. De student komt op een natuurlijke, dagelijkse manier in aanraking met de doeltaal en leert zo authentieke woorden, woordcombinaties en uitdrukkingen. Daarnaast leren studenten om met elkaar samen te werken. Taakgericht taalonderwijs wordt door de studenten als prettig en motiverend ervaren .
Dat de communicatie centraal staat en niet zozeer de correcte vorm, waardoor de lerenden die niet zozeer precies leren, kan als nadeel van de methode genoemd worden.

De Dogme benadering (Engels: Dogme Language Teaching; Dogme ELT)

Bedacht door wie en wanneer

Scott Thornbury; een Nieuw-Zeelandse taalkundige en docententrainer op het gebied van Engels taalonderwijs ontwikkelde in het jaar 2000 Dogme Language Teaching/Dogme ELT (ook wel de ‘Dogmabenadering’ genoemd).

Kenmerken van de Dogme benadering (ELT)

‘Dogme 95’; de beweging uit het jaar 1995 van een aantal filmmakers uit Denemarken onder wie filmregisseur Lars von Trier, was de inspiratie voor Dogme Language Teaching (DLT). De deelnemers confirmeren zich aan 10 strenge regels (10 dogma’s) bij het maken van films die samen ‘de eed van zuiverheid’ behelzen. Het Dogme-taalonderwijs werkt op een vergelijkbare manier. De aanhangers van de Dogme benadering zoeken naar een methode van communicatief taalonderwijs die onbelast is door voorgedrukt materiaal. Het oogmerk van Dogme-taalonderwijs is het starten van echte inhoudelijke conversaties over praktische zaken. Bij deze methode gaat het om communicatie als de drijvende kracht van het leren. De Dogme-benadering is daarom een communicatieve aanpak voor taalonderwijs. Deze methode wil onderwijs bieden zonder het gebruik van leerboeken of andere lesmaterialen en zich in plaats daarvan richt op de communicatie tussen de trainer en de studenten. Het Dogme-taalonderwijs kent, net zoals de Dogme-beweging in de film, tien uitgangspunten (dogma’s).

Populariteit

Ondanks dat onderzoek naar het succes van Dogme beperkt is, gaat Scott Thornbury ervan uit dat de overeenkomsten met taakgericht leren van een vreemde taal suggereren dat Dogme waarschijnlijk voor vergelijkbare resultaten zorgt.

Voor- en nadelen van de Dogme benadering

Een voordeel voor de docent is dat voorbereiding vrijwel niet nodig is. Het kan heel motiverend werken dat de studenten verantwoordelijk zijn voor zijn of haar eigen leerproces. Voorspelbaar is de taalles zo niet; dat zorgt ervoor dat de communicatie spontaan is en voorkomt verveling. In een taalles volgens de Dogme-benadering is bijna elk item bespreekbaar. Dit zorgt dat studenten alert en betrokken blijven.
Als ze zo weinig bij de hand worden genomen door de taaldocent, kunnen lerenden zich echter wel iets ongemakkelijk voelen. Voor deze manier van lesgeven zijn ook niet alle trainers voldoende flexibel. Dat de studenten zich vaak dienen voor te bereiden op een bepaald examen, terwijl het niet zeker is dat de daarvoor benodigde stof aan bod komt in de lessen, kan een bijkomend minpunt van de methode vormen.

Growing Participator Approach (GPA)

Bedacht door wie en wanneer

The Growing Participator Approach (GPA) is in 2007 door Language consultants Greg en Angela Thomson ontwikkeld.

Kenmerken van de Growing Participator Approach (GPA)

De GPA-benadering is een alternatieve kijk op het leren van een nieuwe taal. De primaire aanname van de GPA is dat taal en cultuur niet los van elkaar kunnen worden gezien. Het gaat bij GPA om veel meer dan alleen het verwerven van de taal; het doel om tot een volwaardige deelnemer aan het leven in de gastcultuur uit te groeien. GPA hanteert daarom de benamingen ‘groeiende deelnemer’ in plaats van ‘taallerende’ en ‘verzorger’ in plaats van ‘docent’. De Growing Participator Approach vertoont gelijkenissen met, en is ook gedeeltelijk gebaseerd op, de Natural Approach (natuurlijke aanpak) van Stephen Krashen en Tracy Terrell.
De methode kent zes fasen van activiteiten. De lerende met een verzorger uit de gastcultuur voeren de activiteiten uit. Begrijpen is belangrijker dan produceren. De nadruk ligt op woordenschat en cultuur. Fase 1 van de leermethode is de hier-en-nu-fase. Deze neemt ongeveer 100 uur in beslag. De ‘groeiende deelnemer’ richt zich in fase 1 op het luisteren en het non-verbale feedback geven.
Fase 2 is de zogenaamde verhaalopbouwfase. Deze fase duurt ruwweg 150 uur en de deelnemer begint nu ook taal te produceren. In fase 3 van de leermethode van de methode ligt de nadruk op zogenaamde ‘gedeelde verhalen’. ‘Gedeelde verhalen’ zijn verhalen over dagelijkse gebeurtenissen, verhalen die tussen culturen worden gedeeld alsook verhalen over gedeelde ervaringen. Fase 4 van de leermethode is de fase van het ‘diepe delen’. Tijdens deze fase beginnen de deelnemers en de verzorgers diepere gesprekken te voeren over het leven in de ontvangende cultuur. In fase 5 van de leermethode beginnen deelnemers zich op taalgebruik van moedertaalsprekers te richten aan de hand van films, televisie of nieuws en literatuur. Ook de taal die is vereist voor het werk wordt geleerd. Fase 6 is de ‘zelfvoorzienende groeifase’. Deze fase heeft geen eindpunt. Het gaat het hierbij om groei buiten de formele taalsessies.

Populariteit

De methode van Greg en Angela Thomson is nog redelijk nieuw en er is nog niet veel bekend over het succes van de methode. Deelnemers zijn enthousiast over deze methode.

Voor- en nadelen van de Growing Participator Approach

Met de GPA-methode wordt een goede doorkijk geboden op het proces van de taalverwerving. De zes afzonderlijke fasen van GPA bieden een duidelijk tijdsschema alsook haalbare doelen. Er wordt door de lerende niet alleen kennis van de vreemde taal verworven, maar ook van de omgeving en de lerende verwerft eveneens een nieuw sociaal netwerk.
Een nadeel van deze methode is dat voor elke deelnemer of elke kleine groep deelnemers een ‘verzorger’ gezocht moet worden die veel tijd wil investeren.

Shadowing Technique

Bedacht door wie en wanneer

De Shadowing technique of Shadowing (‘schaduwen’) is bedacht door de Amerikaanse taalkundige en polyglot Prof. Alexander Argüelles in de vroege jaren 2000.

Kenmerken van de Shadowing Technique

De techniek van Shadowing is een methode die taallerenden zelfstandig kunnen toepassen om de intonatie en uitspraak te verbeteren en vloeiendheid in het spreken te verwerven. Het is een relatief eenvoudige methode: de lerende luistert naar een audio-opname, bij voorkeur een dialoog en herhaalt vervolgens wat hij of zij hoort. Het is niet belangrijk om de tekst in de doeltaal ook te begrijpen; het gaat in eerste instantie om de klank. Luisteren en herhalen wordt geoefend tot het heel soepel gaat en de student simultaan met de opname kan spreken. Na enige tijd zal de student een transcript gebruiken om te kunnen lezen (en begrijpen) wat hij of zij heeft uitgesproken. Diverse leerboeken zijn geschikt voor deze techniek, zolang er maar dialogen in staan of delen met samenhangende teksten. De audio-opname dient ideaal bezien wat boven het niveau van de lerenden te zijn. De ideale lengte van een audio-opname is ruwweg één pagina, op natuurlijke snelheid en zonder kunstmatige pauzes in te lassen. Argüelles raadt aan om te gaan lopen tijdens het spreken, liefst buiten, en niet te gaan zitten, omdat fysieke bewegingen de opname versterken van de te leren taal in het zenuwstelsel. Dat de studenten minder snel afgeleid worden als zij bewegen, is een bijkomende reden zodat het leren van de doeltaal veel effectiever gaat.

Shadowing heeft veel gemeen met de audiolinguale methode uit de vorige eeuw, maar bij de audiolinguale methode werden grammaticale drills toegepast in plaats van dialoog of samenhangende tekst. Ook simultaan spreken is verschillend aan Shadowing.

Populariteit

In de afgelopen jaren is veel onderzoek gedaan naar Shadowing waaruit blijkt dat de techniek zowel de uitspraak als de luistervaardigheid sterk verbetert. Maar eveneens het algemene begrip van de te leren taal wordt vergroot.

Voor- en nadelen van de Shadowing Technique

Het praktische pluspunt van Shadowing dat de methodiek in een groep studenten kan worden gebruikt, waarbij alle deelnemers actief aan de methodiek leren zijn. Het rendement van de methode is hoog.

Het nadeel van de Shadowing-methode is dat de studenten het soms ietwat saai kunnen vinden om dezelfde tekst te blijven herhalen. De teksten kiezen is dus heel belangrijk.

Total Physical Response (TPR®)

Bedacht door wie en wanneer

De Amerikaanse psycholoog James Asher ontwikkelde de taalverwervingsmethode Total Physical Response, ook wel TPR® genoemd, in de jaren 60 van de vorige eeuw.

Kenmerken van Total Physical Response (TPR®)

TPR® is een methode om talen te leren die uitgaat van het idee dat mensen leren met behulp van beweging en handelingen. Al doende leert men, en wel op de manier zoals een kind de moedertaal leert. Ouders geven hun jonge kinderen continu opdrachten en belonen hen als ze die uitvoeren (“kijk naar mama”, “goed zo”). “Pak de lepel”, “Mooi!”, “Trek je schoentjes maar aan”, enz.). In de eerste plaats is het de bedoeling dat de kinderen begrijpen wat de ouders zeggen, de kinderen gaan in een later stadium verbaal reageren. De luistervaardigheden zijn dus de basis, de spreekvaardigheden komen later.
De methode van TPR® past deze principes van de moedertaalverwerving bij het leren van een vreemde taal versneld toe. De trainer geeft op een vriendelijke en begrijpelijke manier opdrachten, zoals: “pak het boek” en doet de opdrachten zelf voor; de student doet deze opdrachten na. Aanvankelijk wordt nog niet verwacht van de lerenden dat ze spreken; de lerenden geven in een later stadium de opdrachten. Taken die bekend zijn worden uitgebreid of gedeeltelijk veranderd.
TPR® appelleert aan de beide hersenhelften door de combinatie van beweging en spraak. Het kost hierdoor minder moeite om iets te leren en de geleerde stof beklijft ook beter.

Populariteit

TPR® wordt met name binnen het NT2-onderwijs gebruikt (Nederlands als tweede taal), zeker bij beginnende lerenden en ook wel op de basisschool bij Engelse les. Maar eveneens middelbare scholieren of volwassenen werken met veel plezier met Total Physical Response en behalen hierbij goede resultaten.

Voor- en nadelen van Total Physical Response

TPR® heeft veel voordelen. Doordat lerenden veel begrijpelijke input krijgen aangeboden in ‘chunks’ (woorden die bij elkaar horen), krijgen zij snel begrip van de nieuwe taal. De leermethodiek van Total Physical Response levert vlotte succeservaringen op, wat het plezier in leren bevordert. Dit zorgt voor stressvrij leren. In principe is TPR® voor alle doelgroepen bruikbaar, ongeacht welke leeftijd en achtergrond en kan de methode eveneens in grotere klassen worden toegepast. De geleerde taal wordt direct opgeslagen in het langetermijngeheugen.
Het feit dat niet alle taaluitingen in TPR®-opdrachten kunnen worden uitgedrukt, is de keerzijde van TPR®. Dit is de reden dat de methodiek tot op een zeker niveau werkt en daarbij een andere methodiek nodig is. De methode is ook niet echt creatief. De studenten leren niet om hun ideeën, meningen en gevoelens uit te drukken.

De Directe Methode (Engels: Direct Method; DM)

Bedacht door wie en wanneer

De Duits-Amerikaanse linguïst Maximilian Delphinius Berlitz (geboren als David Berlizheimer) bedacht eind jaren tachtig van de negentiende eeuw de Directe Methode, ook wel ‘de natuurlijke benadering’ genoemd. De methode is als reactie op de dominante grammatica-vertaalmethode ontwikkeld.

Kenmerken van de Directe Methode (DM)

Er sprake van een Reformbeweging rond 1900 met nieuwe visies over talen leren dat inductief en zelfontdekkend diende te zijn. Overigens betrof deze Reformbeweging niet alleen leren, maar eveneens voeding, kleding, natuurgeneeskunde en naturisme. Men streefde, net zoals in de jaren 60 van de vorige eeuw, rond het jaar 1900 naar meer natuurlijke leefwijzen en een bevrijding van keurslijven. Binnen het taalonderwijs werd nu veel aandacht besteed aan de gesproken, ‘levende’ taal, waarbij grammatica meer inductief werd aangeboden, met behulp van voorbeeldzinnen. Hieruit moesten de lerenden de taalregels afleiden. Er waren veel mondelinge oefeningen met veel aandacht voor de uitspraak van de taal. Studenten werden gestimuleerd veel te praten. Nieuw was ook dat de taallessen in de doeltaal gegeven werden. Tijdens de taalles werd nadrukkelijk niet vertaald. De woordenschat van de vreemde taal werd aangeleerd aan de hand van voorbeelden en afbeeldingen. Abstracte vocabulaire werd aangebracht door de lerenden om ideeën te laten associëren.

Populariteit

Deze golf van vernieuwing van begin twintigste eeuw ebde weg, mede onder invloeden van de crises en oorlogen, om weer in een andere vorm terug te komen in de jaren zestig.
Taleninstituten als Interlingua en Berlitz werken nog steeds met (een moderne vorm van) de Directe Methode.

Voor- en nadelen van de Directe Methode

Dat het een vrij natuurlijke manier is om een vreemde taal te leren, is het belangrijkste grote pluspunt van de Directe Methode. Bij de methode wordt veel aandacht besteed aan luisteren en spreken, waardoor de lerenden zelfvertrouwen en vloeiendheid kunnen krijgen. Minpunten heeft deze Direct Methode echter ook. Voor schrijfvaardigheid is bij deze methode vrijwel geen aandacht en voor lezen in de vreemde taal relatief ook veel minder. Voor studenten die al wat meer meer gevorderd zijn, biedt deze leermethode onvoldoende uitdaging. De Directe Methode is eveneens niet heel geschikt voor de langzaam lerende studenten, doordat de leermethode is gestoeld op een daadkrachtige inzet vanuit de student.

De Manesca-methode (Engels: Manesca Method)

Bedacht door wie en wanneer

Jean Manesca publiceerde An Oral System of Teaching Living Languages Illustrated by a Practical Course of Lessons in the French through the Medium of the English (“Een mondelinge methode voor het onderwijzen van levende talen, aan de hand van een praktische cursus Frans door middel van het Engels”) in 1835. In 2015 ging An oral system of teaching living languages in herdruk.

Kenmerken van de Manesca-methode

De Manesca-methode is gebaseerd op hetzelfde principe als de ‘natuurlijke aanpak’ (Natural Approach): de beste manier om een taal te leren, is de manier waarop een kind zijn moedertaal leert. Het leren van een taal moet gemakkelijk en veilig zijn. Manesca wil om die reden niet met abstracte lijstjes of regels met woorden werken die uit het hoofd geleerd moeten worden.
De Manesca-methode is de oudste, bekende, volledige taalcursus. De leermethode is op het werken met een groep studenten en een docent gebaseerd, die steeds één woord tegelijk introduceert. Er hoort een bepaalde beweging bij dit woord. De studenten herhalen daarna afzonderlijk het woord en deze beweging. Door deze herhaling onthouden de studenten deze woorden, zonder dat uit het hoofd geleerd hoeft te worden. De woorden worden stap voor stap zinnen en vervolgens variaties op de zinnen. Spelling wordt aangeboden in een later stadium met leesteksten.
De Manesca-methode is reeds enkele jaren later door grammaticaschrijver en taaldocent Heinrich Gottfried Ollendorff overgenomen en aangepast en staat dan ook wel bekend als de Ollendorff-methode.

Populariteit

Jean Manesca overleed twee jaar na publicatie van zijn leermethode. Het werk van Manesca is overgenomen en aangepast door anderen, onder wie Ollendorff. Een groot deel van zijn ideeën zijn nog actueel en worden nog altijd toegepast in het vreemdetalenonderwijs van vandaag.

Voor- en nadelen van de Manesca-methode

De combinatie van spreken en bewegingen maken, waardoor het fysieke geheugen meewerkt en het geleerde gemakkelijker en langer kan worden onthouden, is de sterke kant van de Manesca- of Ollendorff-methode. Veelvuldig herhalen draagt daar ook aan bij. Het feit dat dit wat saai kan worden om dezelfde woordjes en zinnen te blijven herhalen, kan een keerzijde zijn.

Silent Way

Bedacht door wie en wanneer

The Silent way (‘de stille manier’) is ontwikkeld in 1963 door de Egyptenaar Caleb Gattegno.

Kenmerken van de Silent Way

De stille manier is een manier om een taal te leren die stilte gebruikt als instructiemiddel. De autonomie van de lerenden en hun actieve deelname is het uitgangspunt van Caleb Gattegno’s methode.
Een combinatie van gebaren en stilte wordt gebruikt door de taaldocent om de aandacht te trekken van de studenten, reacties te krijgen en hen aan te moedigen om fouten te verbeteren. Aan de uitspraak wordt veel tijd besteed.
Gattegno, die wiskundige was, hechtte er veel waarde aan om taalonderwijs te geven door middel van een methode die efficiënt was voor de energievoorraad van de lerenden. Gattegno ontdekte dat het relatief weinig energie kost om een auditief of visueel beeld te onthouden, veel minder energie dan wanneer we proberen iets uit het hoofd te leren. Caleb Gattegno verklaarde dat trainers niet zozeer dienen te streven naar kennisoverdracht, maar bewustzijn aan dienen te spreken, want alleen bewustzijn maakt het mogelijk om iets te leren.
Gekleurde blokjes (zogenaamde cuisenaire-staven) die kunnen worden gebruikt voor allerlei verschillende dingen, zijn één van de hulpmiddelen waar The Silent Way gebruik van maakt. De ‘de stille manier’ gebruikt ook Words in Colour; een kleurenkaart voor klanken waarin elke kleur een specifieke klank van de taal vertegenwoordigt, gekleurde woordgrafieken voor het werken aan zinnen en gekleurde grafieken die worden gebruikt voor het leren van de spelling.

Populariteit

Hoewel The Silent Way in de originele vorm niet veel wordt gebruikt, zijn de ideeën van Gattegno voornamelijk bij het aanleren van de uitspraak wel van belang geweest.

Voor- en nadelen van de Silent Way

Dat zijn aanpak voor de student niet-bedreigend is, die tenslotte als autonoom beschouwd wordt, is de sterke kant van de methode van Caleb Gattegno. De docent is in principe aan de lerende dienstbaar en niet andersom. Met The Silent Way wordt het leren van een vreemde taal op een natuurlijke manier gestimuleerd. De geleerde taalkennis wordt vaak goed verwerkt en onthouden door taallerenden uit te dagen nieuwe dingen te ontdekken. De student ‘mogen’ foutjes maken. Dit draagt bij aan het leerproces.
Het feit dat sommige lerenden meer begeleiding nodig hebben dan de leermethode voorstaat, kan een nadeel zijn. Studenten kunnen gefrustreerd raken door de afwezigheid van input van de docent. Met kleuren en grafieken werken, heeft als beperking dat de nieuwheid er vrij snel af is, waardoor het effect van de methode verdwijnt.

TPR Storytelling

Bedacht door wie en wanneer

TPR Storytelling of ‘TPRS’ houdt in Teaching Proficiency through Reading and Storytelling. Deze methode is door Blaine Ray ontwikkeld in 1990, een Amerikaanse docent Spaans, en komt voort uit de TPR-techniek (Total Physical Response).

Kenmerken van TPR Storytelling

TPR Storytelling is een taalverwervingsmethode die gebruikmaakt van verhalen om een taal te leren. Het uitgangspunt van TPRS is natuurlijke taalverwerving: een nieuwe taal leren zoals een kind zijn of haar moedertaal leert. Om dit te kunnen bereiken, worden lerenden blootgesteld aan veel begrijpelijke input. Door de taaldocent wordt een verhaal verteld waarin nieuw te leren woorden meerdere keren voorkomen. De verhalen zijn interessant of humoristisch en nooit te lang. De lerenden ontspannen zich omdat deze verhalen vrij gemakkelijk te begrijpen zijn. Op deze manier worden woorden en structuren van de nieuwe taal vanzelf in het langetermijngeheugen van de student opgeslagen. De taaldocent wijst de lerende op grammaticale verschijnselen, zonder dat studenten regels van de nieuwe taal uit hun hoofd leren.
De lerenden zullen na enige tijd ‘automatisch’ gaan spreken en de grammaticale structuren van de nieuwe taal nadoen. Dit is een natuurlijk proces. Samen met een groepje van studenten een verhaal maken, is een variant. De taaldocent schrijft hierbij eerst nieuwe woorden en structuren op het schoolbord, met hun vertaling en daarna hier een verhaal van te maken samen met de studenten. Tot slot wordt het verhaal door de studenten naverteld. Lezen is een belangrijk deel van TPR Storytelling, doordat dit voor input zorgt. In een latere fase volgt schrijven.

Populariteit

Er is veel onderzoeken gedaan dat uitwijst dat TPR Storytelling een geslaagde manier is om een taal te leren. Er zijn wel randvoorwaarden: de trainer moet ervoor getraind zijn en de setting moet geschikt zijn.

Voor- en nadelen van TPR Storytelling

Het is een laagdrempelige manier van taalverwerving en de geleerde stof wordt goed onthouden. Doordat TPRS ook de creatieve intelligentie aanboort, is TPRS een breinvriendelijke leermethode. Het is plezierig voor studenten en het is relatief gemakkelijk om de focus te behouden. Zelf een verhaal verzinnen, werkt heel motiverend voor de lerenden.
Een nadeel is dat TPR Storytelling veel voorbereiding van taaldocenten vraagt.

COMMERCIËLE METHODES VOOR ZELFSTUDIE

De Rosetta Stone methode

Bedacht door wie en wanneer

De Rosetta Stone-methodiek is naar de zogenaamde de Steen van Rosetta vernoemd, een steen die in Egypte is gevonden met een tweetalige tekst, door middel waarvan uiteindelijk de hiërogliefen konden worden ontcijferd. Rosetta Stone is ook de naam van het softwarebedrijf dat deze taalcursussen op de markt brengt. De eerste versie van Rosetta Stone is uitgebracht in het jaar 1996.

Kenmerken van de Rosetta Stone methode

De Rosetta Stone methode is een wijze om een vreemde taal te leren achter een computer. De taalcursussen van Rosetta Stone worden aangeboden in meer dan dertig verschillende talen en ze zijn te volgen vanuit elk van deze talen.
De Rosetta Stone-methode is een zogenaamde communicatieve methode, die de manier imiteert waarop een kind de moedertaal leert. Dat houdt in ‘leren door onderdompeling’, door veel te luisteren en na te spreken. Het programma gebruikt hiervoor foto’s alsook stemmen van moedertaalsprekers om de betekenis over te brengen van nieuwe woorden. Er is een programma om spraak te herkennen dat de uitspraak registreert en een schematische weergave daarvan maakt. De student kan zo zijn of haar uitspraak met de uitspraak van native speakers (moedertaalsprekers) vergelijken. Verbetering van de uitspraak kan worden behaald door de voorbeeldstem langzamer te laten praten en de studenten vervolgens veel na te laten zeggen.
Voor de schrijfvaardigheid van de lerende biedt de methode dictee-oefeningen. De software controleert de grammatica en spelling en geeft fouten aan met de mogelijkheid om deze fouten van de studenten te verbeteren.
Het programma omvat eveneens leesteksten. De teksten gaan over dagelijkse onderwerpen, activiteiten en ideeën.

Populariteit

Wereldwijd wordt de methode van Rosetta Stone veel ingezet en niet door de minsten. Onder meer het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse zaken en de NASA maken er gebruik van. De Rosetta Stone-methode wordt in Nederland door een aantal ministeries en verschillende hogescholen en universiteiten toegepast, alsook door sommige internationale organisaties.

Voor- en nadelen van de Rosetta Stone methode

De Rosetta Stone-methode is zeer eenvoudig in het gebruik en kan door de student gebruikt worden op ieder moment. De studenten bepalen zelf welke onderdelen meer of minder aandacht nodig hebben. Veel mensen vinden het prettig om de leermethode te gebruiken. Bij een gebrek aan docenten kan Rosetta Stone een oplossing zijn voor onderwijsinstellingen. Het feit dat er geen trainer is die studenten motiveert of iets extra’s kan bieden, is een minpunt van de methode van Rosetta Stone.

De Pimsleur methode

Bedacht door wie en wanneer

De Pimsleur taalcursussen zijn ontwikkeld door Amerikaans taalkundige Dr. Paul M. Pimsleur. Zijn eerste taalcursus was een cursus Grieks, die Pimsleur op de markt bracht in 1963.

Kenmerken van de Pimsleur methode

De methode van Pimsleur is een computerprogramma om vreemde talen te leren.
De taalcursussen bestaan uit zinnen/dialogen die door de studenten worden nagesproken en herhaald. De voorbeeldzinnen van de cursus zijn door moedertaalsprekers (native speakers) ingesproken. De cursussen zijn op herhaling, anticipatie, woordenschat en weer herhaling gebaseerd. Elke les biedt een halfuur audio-opname met nieuwe woordenschat en taalstructuur. De grammaticale structuur wordt niet apart uitgelegd maar aangeboden via uitbreiding van, en variaties op, de zinnetjes.
Dr. Pimsleur heeft het meest optimale interval onderzocht waarin geleerde informatie van het kortetermijngeheugen overgaat naar het langetermijngeheugen. Dit (gemiddelde) interval is verwerkt in de Pimsleur taalcursussen.

Populariteit

Onder andere in de Verenigde Staten worden de taalcursussen van Pimsleur gebruikt en de ervaringen met Pimsleur variëren. De studenten zijn over het algemeen tevreden over de aangeleerde uitspraak.

Voor- en nadelen van de Pimsleur methode

De methode van Pimsleur werkt heel goed om de uitspraak te verbeteren, omdat de insprekers van de zinnen allemaal moedertaalsprekers (native speakers) zijn en op een natuurlijke manier spreken op een normaal tempo.
Het nadeel van de leermethode van Pimsleur is dat er niets wordt uitgelegd. De studenten leren geen bouwstenen van de taal om zelf een zin te maken, maar moeten het met duizenden voorbeeldzinnen doen die worden ingeprent.

De Michel Thomas methode

Bedacht door wie en wanneer

De Michel-Thomas-methode is, niet geheel verrassend, bedacht door Michel Thomas (Poolse naam: Moniek Kroskof); een in Polen geboren genaturaliseerde Amerikaan. Michel Thomas ontwikkelde zijn methode kort na de Tweede Wereldoorlog in zijn eigen taleninstituut in Beverly Hills in Los Angeles, met beroemdheden als Barbra Streisand, Emma Thompson, Diana Ross, Bob Dylan, Mel Gibson en Pierce Brosnan in zijn klantenkring.

Kenmerken van de Micheal Thomas methode

Het uitgangspunt van Michel Thomas was dat iemand alleen kan leren leren als hij of zij vrij is van stress. Hij begon met de lerenden duidelijk te maken dat ze zich geen zorgen hoefden te maken dat ze iets zouden vergeten.
De cursussen zijn audiolessen, ingesproken door twee stemacteurs; een mannelijke stemacteur en een vrouwelijke stemacteur. De setting is een virtueel klaslokaal, waarin de student zich voorstelt als de derde student. Deze student luistert mee met de lessen van de acteurs. Wanneer de acteurs een vraag wordt gesteld, is het idee dat de gebruiker op pauze klikt en deze vraag eerst zelf beantwoordt. Er wordt geen huiswerk gegeven en er hoeft niet uit-het-hoofd te worden geleerd. De lessen worden opgebouwd in kleine delen en lesstof die nieuw is, wordt afgewisseld met lesstof die al bekend is. De uitleg wordt steeds in het Engels gegeven. Er wordt op eventuele verbanden tussen de talen gewezen. Grammaticale uitleg wordt ook gegeven. Makkelijke lesstof wordt eerst aangeleerd, moeilijkere lesstof volgt pas nadat de makkelijke stof door de student begrepen en verworven is. Behalve woorden en zinnen in de doeltaal worden ook bouwstenen geleerd waarmee de lerende zelf zinnen kan construeren. Ook maakt de leermethode gebruik van flashcards om zelf de vocabulaire te toetsen en online oefeningen om de eigen vooruitgang te kunnen meten.

Populariteit

Veel lerenden ze zijn over het algemeen tevreden over de uitleg van de structuren van de vreemde taal en vinden de methode van Michel Thomas fijn om mee te werken. De mensen die wat verder zijn met de taal, ervaren de cursussen soms als wat minder leerzaam.

Voor- en nadelen van de Micheal Thomas methode

De methode van Michel Thomas traint de uitspraak en de luistervaardigheid op een efficiënte wijze en is zeer toegankelijk. Een keerzijde van de methode is dat de cursussen geen schrijfvaardigheid bieden. Een daadwerkelijke interactie is er ook niet doordat het een audiocursus is.

De Assimil methode

Bedacht door wie en wanneer

Assimil is een Frans bedrijf, opgericht door Alphonse Chérel in het jaar 1929. Dit bedrijf maakt taalcursussen en publiceert deze. Het eerste boek van Assimil was Anglais sans Peine.

Kenmerken van de Assimil methode

‘Assimileren’ betekent letterlijk ‘mengen met, opgaan in de groep’. Dit was vrij hoog gegrepen voor een taalcursus. De cursussen van Assimil zijn zelfstudielessen die bestaan uit een lesboek, audio-CD’s en een USB-stick. De cursisten werken idealiter ongeveer twintig minuten per dag.
De lessen bestaan uit verschillende dialogen die worden beluisterd, nagesproken en gelezen. De vertaling staat ernaast, met toelichting van de grammatica. Voor het trainen van de uitspraak, maakt de Assimil-methode gebruik van zinnen die door native (moedertaal) speakers zijn ingesproken en die de cursisten daarna dienen te herhalen. De opbouw gaat van receptief naar productief: in de eerste lessen wordt nog geen taalproductie van de gebruikers verwacht; dit komt pas na ruwweg vijftig taallessen.

Populariteit

De cursussen van Assimil zijn populair. De taalcursussen zijn relatief voordelig en er is een ruim aanbod aan verschillende talen.

Voor- en nadelen van Assimil

Het voordeel van de Assimil-methode is dat de lerende op zijn of haar eigen snelheid kan leren op het moment dat dit het beste past. Het nadeel hierbij is, wat voor alle taalcursussen met een computer geldt, dat de studenten aan zichzelf zijn overgeleverd. Er is geen taaldocent beschikbaar om de cursist te motiveren of te begeleiden.
[wbcr_php_snippet]: PHP snippets error (not passed the snippet ID)