OFFERTE AANVRAGEN
Offerte aanvragen

Taleninstituut Capelle aan den IJssel

Het beste taleninstituut in Arnhem

Wij kunnen snel schakelen -
binnen een week beginnen is mogelijk

Start nog vandaag met uw reis naar taalbeheersing

Taalcursussen op locatie

Wij geven taalcursussen 1-op-1 en in groepen in heel Nederland.

Meer informatie

Taalcursussen
online

Wij geven online en blended taaltrainingen via elk platform

Meer informatie

Maatwerk mogelijkheden

Offerte aanvragen of overleggen over de mogelijkheden?

Meer informatie
ONZE CERTIFICERINGEN EN KEURMERKEN

Daarom Dagnall!

Wij leveren een actieve bijdrage aan een wereld waarin we elkaar beter begrijpen.

Taalkennis verbindt u met de wereld en zijn een communicatiebasis die deuren voor u opent – vooral in de professionele wereld. Organisaties die in de taalkennis en taalopleiding van hun medewerkers investeren, hebben daarom een duidelijk voordeel en een voorsprong. Dagnall Taleninstituut biedt u precies wat u zoekt: effectieve taaltrainingen op het hoogste niveau voor professionals en leidinggevenden in en in de buurt van Arnhem. Taaltraining op maat, omdat uw bedrijf of organisatie welbespraakte werknemers verdient.

Wij zijn supertevreden en konden al binnen 1 week starten!

Naam Achternaam | Bedrijf

WIJ ZIJN NIET ZOMAAR EEN TALENINSTITUUT

Al meer dan 40 jaar verzorgen wij kwalitatieve taalcursussen, vertaal- en tolkdiensten

Al meer dan 40 jaar de expert

Lorem ipsum dolor sit consectetur adipiscing elitsro eiusmod tempor incididunt ut.

In bezit van diverse certificeringen

Lorem ipsum dolor sit consectetur adipiscing elitsro eiusmod tempor incididunt ut.

Maatwerk altijd mogelijk

Lorem ipsum dolor sit consectetur adipiscing elitsro eiusmod tempor incididunt ut.

Ervaren taalprofessionals op verschillende vakgebieden

Lorem ipsum dolor sit consectetur adipiscing elitsro eiusmod tempor incididunt ut.

TEVREDEN OPDRACHTGEVERS

Start vandaag nog met uw reis naar taalbeheersing

Taaltrainingen in Capelle aan den IJssel van topniveau

Taalkennis verbindt u met de wereld en is een communicatiebasis die deuren voor u opent - vooral in de professionele wereld. Organisaties en bedrijven die investeren in de taalopleiding van hun werknemers, hebben daarom een duidelijk voordeel en een voorsprong.
Dagnall Taleninstituut is een een taalaanbieder die u als scholingszoeker precies dat levert: Effectieve taaltrainingen op het hoogste niveau voor medewerkers, professionals en leidinggevenden in, en in de buurt van Capelle aan den IJssel.
Taaltraining op maat, omdat uw bedrijf of organisatie welbespraakte werknemers verdient.

Vakgebieden

Zakelijk, technisch of medisch - Dagnall spreekt elke bedrijfstaal.
Verschillende bedrijfstakken spreken een eigen taalgebruik en hanteren eigen terminologie. Geef uw medewerkers een zelfverzekerde uitstraling en een duidelijk concurrentievoordeel, door branchespecifieke taalkennis op het hoogste niveau.
Dagnall Talen biedt opleidingzoekers taaltrainingen in Capelle aan den IJssel in een brede waaier van gespecialiseerde vakgebieden.
Screenshot navigatiesysteem met tekst Taleninstituut Capelle aan den IJssel aangegeven - in kleur op transparante achtergrond - 600 * 337 pixels

Goed op weg met Dagnall Talen

of bij u op locatie

De organisatie van uw taaltrainingen in goede handen

Werkgerelateerd & doelgericht

Wij bieden onze taalcursussen op maat in Capelle aan den IJssel aan als individuele (1-op-1) les, als groepscursus met collega’s, als (intensieve) workshop en als langdurige, regelmatige training - met face-to-face-les alsook online cursus. Iedereen kan bij Dagnall Talen vreemde talen leren op de manier die het meest geschikt is voor hem of haar. Naast de klassieke taalcursussen zijn organisaties met name in werkgerelateerde cursussen geïnteresseerd zoals Zakelijk Engels en/of Duits en/of Technisch Engels en/of Duits. De taaltrainingen worden op de individuele behoeften van de scholingszoekers afgestemd. Dagnall Talen is een taalaanbieder die door middel van gecertificeerde taaldocenten met uitstekende recensies en beoordelingen de mogelijkheid biedt om in Capelle aan den IJssel onbegrensd talen te leren. Met Dagnall Talen behaalt u doelgericht en snel het door u beoogde resultaat.

Filosofie van Dagnall Taleninstituut

Het is onze filosofie om talen te leren zonder schroom alsook met gemak en plezier. Wij gaan daarom tot het uiterste om te zorgen dat u de taal van uw keuze zonder remmingen en moeiteloos leert.
Een vreemde taal leren moet leuk zijn en daarom werkt Dagnall Taleninstituut met methodes die het leren voor de cursist prettiger en gemakkelijker maken.

Door deze methodes wekken we uw nieuwsgierigheid op en ondersteunen we uw bereidheid om te leren. We brengen de cursist in grote stappen naar het beoogde taalniveau met 15 minuten dagelijks oefenen.
Dagnall Taleninstituut is de ideale partner voor iedereen die een taal wil leren in Capelle aan den IJssel.
Betaalbare topkwaliteit sinds 1982

Daarom Dagnall!

Toptrainers
Maatwerk
Door heel Nederland
ISO 9001:2015 certificering
NRTO-keurmerk
Btw vrijgesteld
taaltrainingen - vertalingen - tolken - teksten
taalcursussen

Plan van aanpak Dagnall Taleninstituut

Dagnall Taleninstituut stelt de leerdoelen en wensen vast in overleg met u als opdrachtgever. U meldt de cursist(en) aan met hun contactgegevens. Wij verzorgen een intake op locatie of, indien dit uw voorkeur heeft, telefonisch of online. Nadat het intakegesprek heeft plaatsgevonden, waarin op basis van het Europees Referentiekader (ERK) het huidige en gewenste niveau bepaald wordt, ontvangt u een cursusvoorstel op maat met de offerte.
Na akkoord van de offerte stemmen wij de planning op uw agenda en situatie af.
Na enkele lessen evalueert de taaldocent de inhoud en de voortgang van de cursus. Indien nodig, kunnen de doelstellingen worden bijgesteld.
Na de laatste les ontvangt u een eindrapportage met een beschrijving van de door de cursisten behaalde resultaten. De deelnemers ontvangen tevens een certificaat van het instituut.
[ Lees meer ]
Intake
Planning
Cursus
Certificaat

Betaalbaar taleninstituut in Capelle aan den IJssel sinds 1982

Ons taleninstituut verzorgt sinds 1982 maatwerk taaltraining voor het bedrijfsleven, (semi)overheid en andere non-profitorganisaties in Capelle aan den IJssel en omgeving. Alle kundige trainers zijn specialisten op gebied van taal en hebben veel trainingen voor bedrijven en (overheids)organisaties in Zuid-Holland verzorgd.
Door de functiegerichte en werkplekgerichte aanpak, bieden wij u betaalbare en effectieve taalcursussen in Capelle aan den IJssel. Maximaal rendement door maatwerk; daar staat Dagnall Taleninstituut voor!
Betaalbaar maatwerk bij Dagnall Taleninstituut in Capelle aan den IJssel

Taal op de werkvloer

Cursus Taal op de Werkvloer: draagvlak nodig! Taalcursussen toegespitst op het vergroten van de taalvaardigheid op de werkvloer zijn bij veel ondernemingen intussen een begrip.
Medewerkers zonder of met weinig beheersing van het Nederlands of een andere voertaal ervaren een belemmering in hun werkomgeving en willen beter en/of sneller kunnen communiceren.
De werkinstructies op de werkplek willen zij goed kunnen begrijpen en hier mee om kunnen gaan. Deze medewerkers willen bij voorkeur zelfverzekerder hun werk kunnen uitvoeren en natuurlijk graag hun ambities op het werkterrein realiseren. Hiervoor is een investering in werknemers en in de (innovatieve) ontwikkeling van de organisatie nodig.
[ Lees meer ]

Vele wegen naar een betere talenkennis in Capelle aan den IJssel

Behoeftes en leermethode

Een goede taaltraining is niet alleen aangepast aan de behoefte van de klant, cursist, organisatie of werkgever, zoals een betere spreek- of schrijfvaardigheid.
Een goede taaltraining is ook afgestemd op de beste, lees meest geschikte, leermethode voor de individuele cursist.
Een taaltraining (bij een taleninstituut in Capelle aan den IJssel) die het beste bij de taalleerder past.

Hoe behaalt Dagnall een hoog rendement?

De vakkundige taaltrainers van ons taleninstituut zijn zeer bedreven in het zo plezierig en zo snel mogelijk aanleren van kennis en vaardigheden om deze direct in realistische praktijksituaties te kunnen inzetten. Dat werkt erg prettig en het zorgt ervoor dat cursisten veel waar voor hun geld krijgen.
Het inmiddels alom bekende hoge rendement van Dagnall Talen realiseren wij door een mix van deze beproefde leermethode met de focus op de cursist(en) en een onderzoek of de cursist(en) visueel, auditief of kinesthetisch is/zijn ingesteld. Bij Dagnall Taleninstituut kunt u voor cursussen terecht die gebaseerd zijn op maatwerktrainingen.
Ons taleninstituut biedt groepscursussen van 3 tot 10 cursisten, duocursussen (2 cursisten), individuele cursussen, onlinecursussen, het online leerplatform voor blended learning alsook een de Dagnall App met woordenlijsten en specifiek jargon van het bedrijf of de organisatie of het bedrijf.
De taaltrainers van ons instituut geven les met veel eigen lesmateriaal dat zij in de loop der jaren hebben verzameld en gecreëerd en de taaltrainers spelen voortdurend in op actuele ontwikkelingen en thema’s.

Een prettige manier van leren

Een bijkomend voordeel is dat dit weloverwogen maatwerk als een bijzonder fijne methode wordt ervaren door zowel onze cursisten alsook de taaldocenten van Dagnall in Capelle aan den IJssel. Deze, door de jaren heen steeds verder verfijnde en ontwikkelde werkmethode is het bijzonder gewaardeerde handelsmerk geworden van Dagnall Taleninstituut.De cursussen zijn dus niet alleen werkgericht en/of functiegericht, maar zeer zeker ook afgestemd op de leermethode die het beste bij de cursist zelf past.
Overlappende groene cirkel met klok en kalender en donkerblauwe cirkel met icoon lesgeven op transparante achtergrond - 600 * 337 pixels
Computerscherm met vier taalvaardigheden luisteren, lezen, schrijven en spreken - in kleur op transparante achtergrond - 600 * 496 pixels
Een taal effectief leren in Capelle aan den IJssel bij Taleninstituut Dagnall

Individuele cursussen en groepscursussen

Individuele cursussen & groepscursussen

Ons taleninstituut biedt cursussen op maat voor individuen en groepen, waarbij u als opleidingszoeker de gehele organisatie met een gerust hart aan ons kunt overlaten.
Dagnall taleninstituut biedt deze individuele cursussen en groepscursussen voor zowel beginners, als voor halfgevorderden en gevorderden.
Voor de individuele-, duocursussen en

groepscursussen maakt Dagnall Taleninstituut gebruik van gevarieerde en moderne onderwijsmethodieken om doelgericht te trainen en leersucces te borgen. Vanzelfsprekend kunnen onze individuele-, duo- en groepscursussen zowel op locatie als op één van onze trainingslocaties in of bij Capelle aan den IJssel worden gegeven.
Maatwerk individuele en groepscursussen in Capelle aan den IJssel

Maatwerkcursussen

Dagnall taleninstituut biedt individuele cursussen voor bedrijven, (semi-)overheidsinstellingen en particulieren in Capelle aan den IJssel en omgeving.
Een individuele cursus wordt ook wel één-op-één-cursus of privéles genoemd.
De individuele taalcursussen van Dagnall Taleninstituut zijn al vele jaren bekend voor het maatwerk, de persoonlijke aandacht en het hoogste rendement.
De individuele cursussen van taleninstituut Dagnall zijn maatwerkcursussen en worden specifiek samengesteld voor, en afgestemd op, de branche, het taalniveau, de leerstijl en de praktijksituatie.
De cursussen worden opgesteld om de persoonlijke of bedrijfsdoelstellingen te kunnen behalen.

Ons taleninstituut biedt groepscursussen van 3 tot 10 personen, maar ook duocursussen (met 2 deelnemers) aan het bedrijfsleven, (semi-)overheidsinstellingen en particulieren.
De leergroepen houden we zo klein mogelijk de deelnemers maximaal te ondersteunen en om de leereffectiviteit te verhogen.
De groepscursussen van Dagnall Taleninstituut zijn ook maatwerkcursussen en worden afgestemd op, en speciaal samengesteld voor, het taalniveau, de leerstijl, de branche alsook de praktijksituatie alsook de trainingen worden opgesteld om de doelstellingen te behalen.

Pluspunten individuele cursus

Het hoge rendement is het belangrijkste voordeel van individuele taalcursussen doordat in korte tijd veel informatie opgenomen wordt.
Doordat de taalcursus intensief is, wordt meer vooruitgang geboekt en wordt het leertraject zo kort mogelijk gehouden.
Flexibiliteit is nog een belangrijk pluspunt van een individuele cursus. De inhoud kan optimaal aangepast aan het niveau, de doelstellingen en de eventuele aandachtsgebieden van de cursist en de cursus kan beter worden afgestemd op de leerstijl van de cursist.
Doordat eventuele begripsproblemen individueel behandeld kunnen worden, is de leervordering optimaal.
Een individuele is ook cursus ideaal af te stemmen op de planning en de agenda van de cursist waardoor het leerschema en het tijdmanagement optimaal zijn.

Pluspunten groepscursus

Met name de interactie met de andere cursisten is het belangrijkste voordeel van groepscursussen; het actieve gebruik van de doeltaal in de groep, bijvoorbeeld door middel van rollenspellen en discussies.
Een ander belangrijk voordeel is de zogenaamde groepsdynamiek; van de fouten van anderen kunnen leren en met elkaar in de doeltaal communiceren. De afwisseling die zo wordt geboden, kunnen lerenden fijner vinden.
Daarnaast zijn groepscursussen efficiënt doordat meerdere medewerkers tegelijk getraind worden en de groep op bijna hetzelfde kennisniveau komt.
Ook zijn groepscursussen wat minder intensief (wat minder zwaar) voor de lerenden dan individuele taalcursussen.

Minpunten individuele cursus

Discussies en rollenspellen kunnen bij een individuele taalcursus alleen worden gevoerd en gedaan met de trainer.
Omdat er geen interactie is met andere deelnemers, kan de geleerde kennis niet in een groep geoefend worden.
Doordat groepsdynamiek ontbreekt, is het eveneens niet mogelijk om te leren van elkaars fouten.
De intensievere leerbenadering van een individuele taalcursus is voor de cursist ook behoorlijk intensief (zwaarder).

Minpunten groepscursus

In groepscursussen wordt minder aandacht aan het individu gegeven en kunnen de cursisten iets sneller zijn afgeleid. Het rendement ligt daardoor wat lager. Dit kan gedeeltelijk ondervangen worden door de groep wat kleiner te houden (minigroep).
Groepscursussen kunnen eveneens minder goed op individuele leerstijlen van cursisten worden afgestemd.
Een bijkomstig minpunt van een groepscursus is dat de planning minder goed op de agenda van de individuele cursist afgestemd kan worden.

Pluspunten

Individuele cursus in één oogopslag

  hoogste rendement & flexibiliteit, kortste traject   afgestemd op individuele leerstijl   inhoud perfect afgestemd op individuele behoefte   afgestemd op niveau & aandachtsgebieden cursist   afgestemd op agenda cursist

Minpunten

Individuele cursus in één oogopslag

  geen interactie met andere cursisten   vrij intensief voor de cursist   geen groepsdynamiek

Pluspunten

Groepscursus in één oogopslag

  interactie met andere cursisten   groepsdynamiek wordt als prettiger ervaren   groep komt op hetzelfde kennisniveau   efficiënt meerdere medewerkers tegelijk trainen   minder intensief dan individuele cursus

Minpunten

Groepscursus in één oogopslag

  iets minder aandacht voor individuele cursist   minder afgestemd op individuele leerstijlen   minder afgestemd op agenda cursisten
Ontdek onze mogelijkheden voor taalcursussen

Verschillende soorten cursussen voor elk niveau

Dagnall Taleninstituut geeft cursussen voor zowel beginners, halfgevorderden als gevorderden.
Niet iedereen heeft de mogelijkheid om een talencentrum te bezoeken. Daarom verzorgt Dagnall Talen de taalcursussen eveneens online en incompany. Bij Taleninstituut Dagnall kunt u bijvoorbeeld kiezen voor een intensieve of semi-intensieve cursus, een
spoedcursus of een opfriscursus of een cursus zakelijk Nederlands, Engels, Frans, Duits, Italiaans en Spaans of een cursus spreekvaardigheid of telefoontraining. Een combinatie van deze trainingen is uiteraard ook mogelijk.
Dagnall Taleninstituut staat voor (betaalbaar) maatwerk!
Woordenwolk in veer logo Dagnall Talen met toepasselijke sleutelwoorden voor Dagnall Talencursussen - in donkerblauw, groen en grijs op transparante achtergrond - 600 * 600 pixels
Stukje hout boven Dagnall potlood met geslepen punt en gum met gedrukt Dagnall Talen logo - in kleur op transparante achtergrond - 600 * 600 pixels

Kennen en kunnen

Bij taalvaardigheid wordt onderscheid gemaakt tussen zowel kennen (onderscheiden, herkennen) als kunnen (in staat zijn toe te passen). Door het accent te verleggen op kunnen, kunnen deelnemers aan het einde van de taaltraining in Capelle aan den IJssel de opgedane kennis sneller functioneel toepassen.
Al gauw kunt u communiceren in de nieuwe taal. Wat een verrijking! Dagnall brengt taalkennis tot leven!

Algemene leermethodes

Audio-Lingual Method (ALM) (Army Method/New Key)

Bedacht door wie en wanneer

De audiolinguale methode was reeds in de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw in Amerika en Engeland ontwikkeld, onder meer door de Amerikaanse taalkundige Leonard Bloomfield. Doordat de Tweede Wereldoorlog uitbrak, werd het noodzakelijk om de (Amerikaanse) soldaten de elementaire verbale communicatieve vaardigheden te leren. Hierdoor werd deze audiolinguale methode soms de ‘legermethode’ genoemd.

Kenmerken van de Audio-Lingual Method (ALM)

De audiolinguale methode kun je beschouwen als een reactie op de grammatica-vertaalmethode. Nieuw was dat de taalles geheel plaatsvond in de doeltaal. De belangrijkste vaardigheden zijn spreken en luisteren en de grammaticale structuren worden door middel van mondelinge structuuroefeningen geleerd. Het doel is zonder fouten leren spreken en verstaan; dit begint bij iemand leren naspreken. Herhaling is het middel hiervoor; drills worden gebruikt om zinnen en structuren goed te leren beheersen, zodat reacties spontaan en als het ware automatisch worden. De taaldocent kan zo bijvoorbeeld een zin tien maal herhalen en vervolgens een nieuw woord toevoegen. Bij de audiolinguale methode wordt vaak in de zogenaamde talenpractica gewerkt, waarbij studenten met een koptelefoon naar zinnen luisteren en deze nazeggen. Geschreven taal wordt pas aangeboden wanneer de mondelinge taal al vertrouwd is. Er worden wel afbeeldingen gebruikt voor het introduceren van nieuwe woorden.

Populariteit

In ons land werd de methode pas geïntroduceerd rond het jaar 1970 bij het ingaan van de Mammoetwet. Er kwamen al snel bezwaren tegen de inhoudsloze driloefeningen. Het kwam wel eens voor dat de techniek haperde. Hierdoor raakten de talenpractica vrij gauw in onbruik. In plaats van de talenpractica werden de voor mondeling gebruik bedoelde structuuroefeningen schriftelijk gemaakt. Leerboekenschrijvers wonnen weer aan populariteit en boden weer expliciete grammaticaregels aan. Toch liet de audiolinguale methode wel sporen na. Het was nu breed geaccepteerd dat het bij het leren van een taal niet om het memoriseren van de regels van de grammatica gaat, maar om de toepassing ervan. Luistervaardigheid, die vóór 1970 voor het merendeel van docenten niet bestond, was ontdekt.

Voor- en nadelen van de Audio-Lingual Method

De audiolinguale methode is effectief voor beginnende studenten. De juiste uitspraak wordt vanaf het begin aangeleerd. Deze audiolinguale methode is docentgestuurd en en biedt daardoor een efficiënte en snelle overdracht van kennis. De methode kan ook worden toegepast bij grotere groepen.
Deze docentgestuurde kant heeft tegelijkertijd een keerzijde; er wordt geen eigen inbreng van de studenten verwacht, waardoor het gevaar dreigt van enige passiviteit en onvoldoende motivatie en betrokkenheid. Een ander bezwaar van de audiolinguale methode is dat de geoefende driloefeningen niet zo eenvoudig zijn om te zetten in levend taalgebruik.

GoldList Method (GLM)

Bedacht door wie en wanneer

De GoldList Method (‘gouden lijst-methode’) is door polyglot David J. James, alias Viktor Dmitrievitch Huliganov of Uncle Davey ontwikkeld.

Kenmerken van de GoldList Method (GLM)

Deze GoldList Method is een leermethode om woorden of zinnen in een vreemde taal te leren op een zodanige manier dat ze plaatsnemen in het langetermijngeheugen van de lerende. De methode werkt middels zelfgeschreven woordenlijsten die worden herhaald na verloop van tijd. Deze zinnen of woorden van de woordenlijst worden hardop gelezen door de lerende. Het is niet het idee om deze woorden en/of zinnen en zinnen uit het hoofd te leren, maar door de blootstelling gebeurt dit automatisch. Deze woordenlijst wordt steeds bijgewerkt; woorden die geleerd zijn, gaan van de woordenlijst af, woorden die nog problemen opleveren, blijven op de lijst op de woordenlijst staan.

Populariteit

Aanhangers van de GoldList-methode claimen dat deze woorden op de woordenlijst of zinnen spontaan in het langetermijngeheugen van de studenten terechtkomen, iets dat door veel geheugenwetenschappers wordt bestreden. (Taal)kennis in het algemeen wordt onthouden wanneer deze kennis relevant en van betekenis is voor de lerende. De GoldList-methode kan goed functioneren voor woorden die relevant en betekenisvol zijn voor de student.

Voor- en nadelen van de GoldList Method

Voor lerenden die bij bijvoorbeeld Post-its® baat hebben als geheugensteuntje kan deze GoldList Method functioneren. Met de hand schrijven werkt effectiever dan typen of, zelfs behoorlijk zinloos: een foto maken, omdat het fysieke gedeelte van het geheugen door het schrijven aangesproken wordt en meewerkt. Het gebrek aan context is een minpunt. Talen bestaan uit veel meer dan een serie losse woorden en/of zinnen. De GoldList-methode is bovendien bijzonder tijdrovend omdat er steeds handgeschreven lijsten moeten worden gemaakt.

De Natural Method

Bedacht door wie en wanneer

De Natural Method, ook de Natural Approach (de ‘natuurlijke aanpak’) genoemd, is door de Amerikanen Tracy Terrell en Stephen D. Krashen ontwikkeld in 1983.

Kenmerken van de Natural Method

De Natural Method richt zich op een natuurlijke wijze van het verwerven van de taal. Op de wijze waarop iemand als kind zijn of haar moedertaal leerde spreken, probeert de methode de vreemde taal aan te leren. Op deze wijze leert men onbewust eveneens de taalregels van de te leren taal. Alleen de doeltaal met een aantal visuele hulpmiddelen wordt hiervoor gebruikt. Een stressvrije leeromgeving is het streven van de methode. Een grote hoeveelheid begrijpelijke input wordt aan de lerenden blootgesteld. De taalproductie mag spontaan ontstaan en wordt niet geforceerd. De methode legt de nadruk op communicatie en niet zo zeer op expliciete grammatica en het corrigeren van vormfouten.
Als de student in de te leren taal wordt ondergedompeld, is de methode het meest effectief. De leeractiviteiten in de vreemde taal dienen stimulerend te zijn zodat de studenten van de ervaring kunnen genieten.
De Natural Method leermethode heeft veel overeenkomsten met de Directe Methode. De methoden gaan beide uit van het idee van natuurlijke taalverwerving; het verschil tussen deze twee leermethoden is dat de Directe Methode meer de focus op de praktijk legt en de Natural Method meer op de blootstelling aan taalinput en het verminderen van spreekangst.

Populariteit

Het is vaak bewezen dat onderdompeling een heel effectieve leermethode is. Doordat de methode vrij eenvoudig te begrijpen is, is de natuurlijke aanpak een populaire manier van lesgeven onder taaldocenten. Kritiek kent de natuurlijke aanpak ook. De nadruk wordt voornamelijk op het impliciet aanleren van de grammatica van de vreemde taal gelegd. De studenten zouden weliswaar leren in de vreemde taal te communiceren, maar blijven hangen in een wat gebrekkige, versimpelde versie van de taal door ontoereikende kennis van de grammatica.

Voor- en nadelen van de Natural Method

Om op een natuurlijke manier een vreemde taal te leren, wordt prettig gevonden. De studenten wordt de kans geboden een persoonlijke band met de buitenlandse taal te creëren. Doordat de studenten niet ‘uit het hoofd hoeven te leren’, beklijft de geleerde stof langer.
Een minpunt kan zijn dat het wat langer duurt voor er resultaat geboekt wordt, omdat er vrijwel geen druk ligt op de taalproductie. Ook bereidt de methode lerenden niet per se voor op een bepaald examen.

Structurele Aanpak

Bedacht door wie en wanneer

De Structural Approach (afgekort SA) oftewel de ‘Structurele Aanpak’ is door Charles Carpenter Fries en Robert Lado ontwikkeld in de jaren 50.

Kenmerken van de Structurele Aanpak (SA)

De Structurele Aanpak is een methode om vreemde talen te leren met als doel de student met de fonologische en grammaticale structuren van de taal vertrouwd te maken. Volgens de Structurele Aanpak levert de beheersing van deze structuren meer op dan de verwerving van woordenschat. Het gaat om het herkennen en kunnen toepassen van vaste samenstellingen van woorden en woordgroepen in de correcte woordvolgorde. De vaste combinaties van woorden worden in betekenisvolle situaties door middel van dramatisering, visualisatie, handelingen en gezichtsuitdrukking aan de student gepresenteerd. De structuren die in de praktijk het meest in de doeltaal worden gebruikt, worden eerst aan de taallerende geleerd. De mondelinge vaardigheden (luisteren en spreken) worden hier in eerste instantie bij gebruikt; lezen en schrijven volgen hieruit. Bij het aanleren en verbeteren van de productieve vaardigheden (spreken en schrijven), krijgt grammatica een belangrijke plaats. De Structurele Aanpak wordt ook wel Structural-Situational Approach (structurele-situationele benadering) en de Structural-Oral-Situational Approach (structurele-mondeling-situationele benadering) genoemd.

Populariteit

In de jaren vóór 1970 werd de Structurele Aanpak gebruikt op grote schaal om Engels te leren in Engelssprekende landen, de voormalige Britse koloniën alsook in Maleisië.

Voor- en nadelen van de Structurele Aanpak

De sterke kant van een structurele aanpak is dat studenten de nieuwe taal op een nauwkeurige manier leren. De lerende krijgt inzicht in de grammatica en leert in welke situatie woorden of combinaties van woorden wel of niet passend zijn voor de situatie. De methode gebruikt alledaagse taal. Aan de methode van de Structurele Aanpak kleven ook nadelen. Deze manier van werken is behoorlijk tijdrovend en biedt niet onmiddellijk een succeservaring. De inbreng van de studenten zelf is beperkt; het is weinig creatief.

Communicatief taalonderwijs (Engels: Communicative Language Teaching; CLT)

Bedacht door wie en wanneer

Communicatief taalonderwijs (In het Engels: Communicative Language Teaching, afkorting: CLT), of ook wel ‘De Communicatieve benadering’ (In het Engels: Communicative Approach, afkorting: CA) genoemd, is in de jaren 60 van de vorige eeuw ontstaan onder invloed van de ideeën van Noam Chomsky, die de nadruk op competenties bij het leren van vreemde talen legde. De taalkundige Dell Hymes was in het jaar 1966 de grondlegger van het concept van communicatieve vaardigheden.

Kenmerken van Communicatief taalonderwijs (CLT)

Het communicatief talenonderwijs gaat uit van de gedachte dat interactie het uiteindelijke streven is wanneer men vreemde talen leert.
De met leren middels CLT-technieken de doeltaal in praktijk te brengen door de interactie met de docent en onderling. Er wordt gebruikgemaakt van authentieke teksten, geschreven in de vreemde taal of ander materiaal uit het dagelijks leven of de werkomgeving. Zowel tijdens als buiten de les wordt de doeltaal gebruikt.
Studenten praten over persoonlijke gebeurtenissen met medestudenten en taaldocenten dragen onderwerpen aan die buiten het domein van de traditionele grammatica liggen, om de taalvaardigheid in alle soorten situaties uit de praktijk te oefenen. Grammatica leren studenten inductief, dit houdt in aan de hand van de praktijk, waaruit de regel volgt.
Bij het communicatief taalonderwijs is de taaldocent echt een trainer, die de student helpt in de doeltaal te communiceren.

Populariteit

In de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw werd communicatief taalonderwijs heel populair, mede doordat de traditionele taalonderwijsmethodes geen groot succes waren gebleken. In het verenigde Europa ontstond meer behoefte om talen te leren op een wijze die direct kon worden toegepast.

Voor- en nadelen van Communicatief taalonderwijs

Het communicatief taalonderwijs (CLT) kent veel pluspunten. Lerenden ‘kunnen’ al snel ‘iets’ in de doeltaal; de methode is functioneel en studentgericht. Omdat authentieke materialen worden gebruikt, leren studenten de woorden die voor hen nodig zijn. CLT is efficiënt. Voor de lerenden is deze methode stimulerend, omdat zij snel succes ervaren. Foutjes maken mag; al doende wordt de taalvaardigheid geleerd en daarna geperfectioneerd. Een nadeel van deze communicatieve benadering is dat er veel minder aandacht wordt besteed voor grammatica, woordenschat die niet meteen toepasbaar is en uitspraak. De voorbereiding en de planning vraagt veel tijd van de taaldocent en van de lerenden vereist het een actieve deelname. Deze manier van een vreemde taal leren, is voor een aantal lerenden lastig of afwijkend, afhankelijk wat voor achtergrond zij hebben. De methode CLT traint vaardigheden; hierbij gaat het om de functie en minder om de vorm en de methode biedt als zodanig geen samenhangend geheel.

Grammatica-/vertaalmethode (GVM) (Engels: Grammar-Translation Method; GTM)

Bedacht door wie en wanneer

Het taalonderwijs was in de 18de en de 19de eeuw vooral op praktisch taalgebruik gericht. Er word geleerd om gebruiksklare zinnen, dialogen, idiomatische uitdrukkingen, lijsten met woorden enzovoort na te spreken, uit het hoofd te leren en vervolgens op te zeggen. Een Duitse docent Frans en Italiaans; Johann Valentin Meidinger, deed dit op een andere manier. Rond 1783 ontwikkelde hij een leermethode waarbij de grammatica van de taal centraal stond. Meidinger wordt beschouwd als grondlegger van de grammatica-vertaalmethode (In het Engels: Grammar-Translation Method, afgekort GTM).

Kenmerken van de Grammatica-/vertaalmethode (GVM)

Deze methode was op het onderwijs in het Latijn gestoeld, wat de taal van de religie, wetenschap en cultuur was. Onderwijs in Latijn was vanzelfsprekend op geschreven teksten van klassieke schrijvers gericht en was geheel op het vertalen en de grammatica gericht. Dat werd als een wetenschappelijke en degelijke aanpak beschouwd. De Grammatica-vertaalmethode gaat van de analyse uit van de taalstructuren en de taalvormen waarbij de student zelf inzicht ontwikkelt. Bij de Grammatica-vertaalmethode zijn de lees- en schrijfvaardigheid dus belangrijk. De nadruk ligt op literatuur, vertalen en uit het hoofd leren van woordenlijsten in de vreemde taal. De taaltrainer draagt de kennis over, de student memoriseert.

Populariteit

Tegengeluiden waren reeds al vanaf halverwege de negentiende eeuw ook te horen. Desondanks heeft de grammatica-/vertaalmethode tot recente datum een grote invloed op het taalonderwijs gehad.

Voor- en nadelen van de Grammatica-/vertaalmethode

De methode biedt een aardige mentale training voor diegenen voor wie het een uitdaging is om dingen uit het hoofd te leren. Ook biedt de methode inzicht in de structuur, door de nadruk die op de grammatica gelegd wordt.
De keerzijden zijn echter talrijker dan de positieve kanten. De belangrijkste keerzijde is dat de spreek- en luistervaardigheid ver achterblijft, waardoor de vreemde taal zelfs na jaren studie nauwelijks mondeling toegepast kan worden. Omdat het over het algemeen om literair taalgebruik gaat, staat de methode ver af van het dagelijks gebruik van de taal, ook in de context die aangeboden wordt. Bij het leren in groepsverband biedt de methode niet de mogelijkheid tot differentiatie of een eigen creatief proces voor lerenden. De lerenden zijn alleen toehoorders en uitvoerders.

Onderdompeling (Engels: immersion)

Bedacht door wie en wanneer

De leermethode ‘Onderdompeling’ (Engelse naam: language immersion) wordt wereldwijd gebruikt sinds de jaren 70, voornamelijk op middelbare scholen waarbij een schoolvak (zoals wiskunde) in de vreemde taal wordt onderwezen. In Nederland is de methode van ‘onderdompeling’ bekend als de methode die wordt gebruikt bij bijvoorbeeld Taleninstituut Regina Coeli, ook wel ‘de nonnen van Vught’ of liefkozend ‘de nonnetjes (van Vught)’ genoemd. De methode van ‘onderdompeling’ is daar in 1963 ontstaan met Franse nonnen die Franse taalles aan rijke vrouwen uit Vught gaven.

Kenmerken van onderdompeling

Onderdompeling behelst dat degenen die de taal leren, direct vanaf het begin is omgeven door de nieuwe taal. De instructies vinden in de doeltaal plaats; in het begin langzaam en met veel herhaling en later op een meer natuurlijke wijze. De lerenden worden ook uitgedaagd vanaf het begin om in de nieuwe taal te spreken. Bij onderdompeling gebruikgemaakt van rollenspellen en simulaties. De omgeving op onderwijsinstellingen die met onderdompeling werken, wordt vaak ingericht in de stijl van het land van de doeltaal om een situatie te creëren alsof studenten in het land zijn waar de te leren taal wordt gesproken. De lerenden oefenen één-op-één of in kleine groepjes met spreken. Daadwerkelijk naar het land van de te leren taal gaan en daar verblijven in een gastgezin, is een andere manier om onderdompeling te bereiken.

Populariteit

Onderdompeling wordt als een zeer goede methode om vreemde talen te leren gezien. Hoofdzakelijk de mondelinge taalbeheersing kan op deze wijze uitstekend worden aangeleerd.

Voor- en nadelen van onderdompeling

Het belangrijkste voordeel is dat deze methode snel resultaten laat zien, doordat de methode zo intensief is. Het is ‘sink or swim’, de lerenden moeten wel in de vreemde taal gaan communiceren omdat zij erdoor worden omgeven. De studenten zijn feitelijk 24 uur per dag aan het leren. Het samen oefenen in groepen versterkt de sociale interactie. Studenten ervaren dat als motiverend.
Een nadeel is dat de bereikte resultaten niet altijd wordt vastgehouden. Als iemand in een korte tijd een nieuwe taal leert, door in het land waar de doeltaal wordt gesproken, te zijn of door in een kunstmatig gecreëerde omgeving te zijn ondergedompeld, maar vervolgens weer overgaat tot de orde van de dag, is de kans groot dat het nieuw geleerde snel weer wegzakt. Een ander minpunt kan zijn dat een dergelijke taaltraining nogal intensief is. Niet alle studenten hebben de conditie om deze wijze van leren vol te houden.

Suggestopedie (Suggestopedia)

Bedacht door wie en wanneer

Suggestopedia is een (taal)leermethode die is ontwikkeld in de zeventig jaren van de vorige eeuw. Deze methode is ontwikkeld door de Bulgaarse psychotherapeut Georgi Lozanov.

Kenmerken van Suggestopedie

Suggestopedia is gebaseerd op de kracht van de suggestie. Positieve suggestie is volgens Georgi Lozanov een voorwaarde om (een vreemde taal) te kunnen leren. Daarvoor is het van essentiële betekenis dat er tussen de docent en de lerenden een ontspannen sfeer en een wederzijds vertrouwen is. Hiervoor is de voorwaarde dat de lerenden zich ontspannen en veilig voelen. Leslokalen met rijopstellingen waren uit den boze om dit te bereiken. De studenten zaten in comfortabele stoelen tijdens de lessen die in een halve cirkel waren opgesteld en er werd ook altijd muziek in de klas gedraaid. De methodiek die Lozanov voorstond, bestond uit het voorlezen van teksten, terwijl op de achtergrond natuurgeluiden waren te horen of klassieke muziek werd gedraaid. Bij de teksten waren woordenlijsten alsook opmerkingen over de grammatica van de doeltaal. Er werd met veel expressies in stem alsook gebaren voorgelezen. Op deze manier werden studenten uitgenodigd om te luisteren en ze konden de woorden die nieuw voor ze waren, gemakkelijk begrijpen en opnemen. Voor cultuur en kennis over het land van de te leren taal was veel tijd tijdens de lessen. Er werd met rollenspellen gewerkt en er werden bijvoorbeeld streekgerechten bereid en geproefd.

Populariteit

De leermethodiek van Georgi Lozanov was omstreden en de leermethodiek is in de vergetelheid geraakt. Sommige elementen zoals het gebruikmaken van stemexpressies en gebaren bij het lezen van teksten, worden nog steeds gebruikt.

Voor- en nadelen van Suggestopedie

Suggestopedie creëert een ontspannen en veilige sfeer in de les, waardoor de lerende geen last heeft van frustratie of faalangst. Voor nieuwkomers kan deze gemoedelijke sfeer bijdragen aan een positieve associatie met het nieuwe thuisland. Vaak werkt muziek motiverend en draagt muziek bij aan betere leerprestaties. Dat de student wordt gestimuleerd om actief mee te doen en zich in de situatie in te leven, wat voor sommigen een nieuwe ervaring is, is een bijkomend voordeel van de leermethode. Tegelijk vormt dit voor sommigen een nadeel, want niet iedereen is hiertoe in staat. Ook kan muziek bij sommige studenten eerder afleiden en verstorend zijn in plaats van ontspannend of stimulerend. Een ander zwak punt is dat de verhouding taaldocent-lerende niet gelijkwaardig is; alle inbreng komt van de zijde van de taaldocent waarbij de lerende steeds de ontvangende partij is.

Community Language Learning (CLL)

Bedacht door wie en wanneer

De Amerikaanse priester en psycholoog Charles A. Curran ontwikkelde in 1976 Community Language Learning, ook wel Counseling Language Learning geheten.

Kenmerken van Community Language Learning (CLL)

CLL (Community Language Learning) is een methode om een taal te leren waarbij studenten samenwerken om te bepalen welke aspecten van de taal zij willen leren. Deze methode baseert zich op de counseling-benadering waarbij de docent als een counselor optreedt die de zinnen van de lerende parafraseert. De studenten beginnen het gesprek. Zij spreken in de moedertaal als zij de taal nog niet genoeg machtig zijn. De docent vertaalt en legt uit, waarna de studenten de uitspraken van de docent zo nauwkeurig mogelijk herhalen. Deze gesprekken worden opgenomen om opnieuw te beluisteren.
Community Language Learning bevordert het gemeenschapsgevoel in de leergroep en beschouwt de wisselwerking tussen de studenten als middel om de taal te leren. Het zijn de lerenden zelf die het lesmateriaal bepalen middels betekenisvolle gesprekken. Een leerboek wordt niet gevolgd.

Populariteit

Of CLL succesvol is, is in hoge mate afhankelijk van de expertise van de docent-counselor. De taaldocent dient sociaal-cultureel kundig alsook taalkundig onderlegd te zijn. De taaltrainer dient zowel de vreemde taal als de moedertaal van de lerenden uitstekend te beheersen om de taaluitingen van de lerenden te kunnen vertalen. De methode kan goed functioneren wanneer deze op de juiste wijze wordt toegepast. Voor grote klassen is de methode niet geschikt.

Voor- en nadelen van Community Language Learning

Deze methode biedt de lerenden veel autonomie. Veel lerenden vinden het analyseren van de eigen gesprekken zinvol. De leergroep wordt vaak zeer hecht, niet alleen tijdens de lessen, maar eveneens daarbuiten. Met CLL worden lerenden zich zo veel meer bewust van hun groepsgenoten, hun sterke en minder sterke punten en leren als team samen te werken. Studenten leren veel van het bespreken van hun fouten en het evalueren van de taallessen. Vaak blijven deze verbeteringen in het geheugen gegrift en worden zo onderdeel van het actieve vocabulaire van de student.
Het kan een nadeel zijn dat de taal trainer niet sturend is, terwijl een aantal lerenden wel sturing nodig heeft. Er wordt geen leerboek gebruikt en er worden eveneens geen toetsen afgenomen. Het succes van de les is daardoor lastig meetbaar. Sommige lerenden worden belemmerd in hun spreken als zij worden opgenomen.

Lexicografische benadering (Engels: Dynamic Lexicographic Approach; DLA)

Bedacht door wie en wanneer

De Lexicografische benadering (Engelse naam: Lexical Approach; LA) is een methode om talen te leren die door Michael Lewis is ontwikkeld in de jaren 90 van de vorige eeuw.

Kenmerken van de Lexicografische benadering (DLA)

De lexicografische benadering is gebaseerd op het idee dat een belangrijk gedeelte van het leren van een taal bestaat uit het begrijpen en produceren van ‘lexicale eenheden’, brokjes taal die bestaan uit woorden, woordcombinaties en uitdrukkingen. Studenten verwerven al doende inzicht in patronen van de taal (de grammatica) en betekenisvolle groepen met woorden. Zo leren ze de vreemde taal ‘in het echt’ gebruikt wordt. In deze benadering is woordenschat belangrijker dan grammatica. Instructies zijn op situaties en uitdrukkingen gericht die regelmatig in dialoog voorkomen. Voor interactie is aandacht maar eveneens voor i>exposure; voor de receptieve vaardigheden van de student (luisteren/begrijpen, lezen/begrijpen). Er bestaat veel mogelijkheid voor de lerenden om zelf de taal te ontdekken.
De rol van de trainer is voor voldoende inbreng te zorgen en het faciliteren van het leertraject van de lerende.

Populariteit

Door de invloed van de ideeën over taal van (onder andere) Michael Lewis zijn in de afgelopen drie decennia de lesboeken duidelijk anders geworden. Er wordt veel meer aandacht aan woordenschat geschonken die in zogenaamde chunks wordt aangeboden, in betekenisvolle brokjes. Iets waarnaar Lewis streefde; de vergaande verandering in de wijze waarop talen worden onderwezen, heeft echter niet plaatsgevonden.

Voor- en nadelen van de Lexicografische benadering

De studenten leren om op een natuurlijke wijze de taal te gebruiken door het werken met ‘chunks’ (brokjes van de taal); met ‘echte’ taal. Op deze manier ontstaat souplesse in het taalgebruik.
Het minpunt van deze methode van de methode is dat de werkelijkheid altijd weer afwijkt van de geleerde taalsituaties. Een aantal studenten heeft moeite om de patronen van de vreemde taal zelf te leren herkennen en deze studenten hebben meer aan een trainer die hen wegwijs maakt, dan aan een docent-facilitator.

Series Method

Bedacht door wie en wanneer

De Series method, ook wel ‘seriemethode van taalverwerving’ genoemd, is door de Franse leraar François Gouin in het jaar 1880 ontwikkeld.

Kenmerken van de Series Method

De seriemethode (The Series Method of language acquisition) van François Gouin is gebaseerd op een serie van verbonden zinnen die gemakkelijk te begrijpen zijn en weinig kennis van de grammatica van de doeltaal vereisen. De studenten leren zinnetjes op basis van een actie, zoals het verlaten van een huis in de volgorde waarin deze uitgevoerd zou worden. Deze series of reeksen gingen over onderwerpen als de mens in de samenleving, wetenschap en beroep, het leven in de natuur, ontwikkeld vanuit het onderscheid tussen objectief, subjectief en figuurlijk gebruik van de taal. In de François Gouin-serie wordt geen moedertaal gebruikt. Studenten gaan snel in de doeltaal denken omdat een soort eentalige leermethode betreft, die niet uitgaat van ‘vertalen’ en ‘uitleggen’ maar van ‘demonstreren’ en ‘handelen’.

Populariteit

Gouin’s denkwijzen over het leren van een vreemde taal waren bijzonder vooruitstrevend. Ondanks dat de methode een vrij afwijkende aanpak had, was de seriemethode van Gouin enige tijd succesvol. Deze methode van Gouin werd echter door de Directe Methode van Berlitz overschaduwd.

Voor- en nadelen van de Series Method

De Seriemethode van Gouin ontwikkelt de mondelinge vaardigheden sterk en zorgt voor een sfeer die harmonieus, natuurlijk en gelijkwaardig is.
Gouin’s methode biedt levendig taalonderwijs. Doordat de seriemethode gebruikmaakt van visueel leermateriaal, bijvoorbeeld afbeeldingen, grafieken, en dergelijke, wekt dit type onderwijs enthousiasme op van de lerenden. Een nieuwe taal leren wordt tastbaar; dit was iets dat totaal nieuw was. De leermethode maakt lerenden nieuwsgierig, wat goed werkt om het leergeheugen te helpen ontwikkelen, de prestatiedruk te verminderen en het zelfvertrouwen te verbeteren. De methode stimuleert de communicatieve competenties van de studenten sterk.
Het nadeel van de leermethode is dat taal die wat meer abstract of subjectief wordt, moeilijk in één duidelijke ervaring kan worden gevangen met beweging en expressie. Een ander minpunt is de bewerkelijkheid voor de trainer, die tenslotte een scala aan series dient voor te bereiden. Ten derde focust de Gouin-seriemethode vooral op mondelinge taalgebruik, terwijl het onderwijssysteem nog meestal draait om examens voor het toetsen van de lees- en schrijfvaardigheid.

Task-Based Language Teaching (TBLT)

Bedacht door wie en wanneer

Taakgericht taalonderwijs (Engels: Task-Based Language Teaching; TBLT) is ontwikkeld in de jaren 80 van de vorige eeuw. De grondleggers van deze methode waren de Indiase taalkundige professor N.S. Prabhu, de Amerikaanse hoogleraar Teresa P. Pica en de Britse hoogleraren Michael H. Long en Graham V. Crookes.

Kenmerken van de Task-Based Language Teaching (TBLT)

Taakgericht taalonderwijs past binnen een Communicatieve Benadering/het Communicatief Taalonderwijs. De gedachte achter deze methode is dat het verwerven van de taal geen op zichzelf staand doel, maar een middel om bepaalde taken uit te voeren. Lerenden krijgen motiverende taken aangeboden. Hiervoor is kennis van de vreemde taal vereist. Om deze taken goed uit te voeren, is het nodig dat zij over woordenschat en regels van de doeltaal beschikken. De taken zijn alledaagse taken, zoals een boodschappen doen, een e-mail schrijven, bellen met de klantenservice, een drankje bestellen of de krant lezen. De taak wordt in drie verschillende fasen verdeeld: vóór, tijdens en na de taak, waarbij de student zich eerst op de taak voorbereidt, de taak daarna uitvoert en tot slot hierop terugblikt. De lerenden moeten samenwerken om de opdrachten uit te voeren. Om leereffect te hebben, moeten de opdrachten iets boven het niveau van de studenten liggen.

Populariteit

Task-Based Language Teaching is zeer populair geworden vanaf de vroege jaren negentig en zeker in het taalonderwijs. Het lijkt de meest praktisch bruikbare vorm te zijn voor het verhogen van de taalvaardigheden bij de lerenden (met name de lerenden met een achterstand) in het lager en secundair onderwijs.

Voor- en nadelen van Task-Based Language Teaching

Taakgericht taalonderwijs biedt duidelijke voordelen. Het taakgericht taalonderwijs is een activerende werkvorm, waarbij de lerenden worden uitgedaagd om hun vaardigheid te gebruiken. Mits de opdracht goed bij de lerende aansluit, is Task-Based Language Teaching een op de persoon gerichte, efficiënte en relevante aanpak. De student komt op een dagelijkse, natuurlijke manier in aanraking met de doeltaal en leert zo authentieke woorden, woordcombinaties en uitdrukkingen. Daarnaast leren studenten om met elkaar samen te werken. Taakgericht taalonderwijs wordt door de studenten als prettig en motiverend ervaren .
Als minpunt kan gezien worden dat de communicatie voorop staat en niet de correcte vorm, waardoor studenten die niet heel nauwkeurig leren.

De Dogme benadering (Engels: Dogme Language Teaching; Dogme ELT)

Bedacht door wie en wanneer

Scott Thornbury; een Nieuw-Zeelandse docententrainer en linguïst op het gebied van taalonderwijs Engels bedacht in 2000 Dogme Language Teaching/Dogme ELT (ook wel de ‘Dogmabenadering’ genoemd).

Kenmerken van de Dogme benadering (ELT)

‘Dogme 95’; een stroming uit 1995 van een groep van Deense filmmakers waaronder Deense filmregisseur Lars von Trier, was de inspiratie voor Dogme Language Teaching (DLT). De deelnemers houden zich aan 10 strenge regels (dogma’s) bij het filmmaken die samen ‘de eed van zuiverheid’ (Deens: kyskhedsløfter; Engels: Vows of Chastity) behelzen. Het Dogme-taalonderwijs werkt op een vergelijkbare wijze. De aanhangers van de Dogme Language Teaching zoeken naar een vorm van communicatief taalonderwijs die niet door enig voorgedrukt materiaal belast is. Het beginnen van inhoudelijke gesprekken die over praktische onderwerpen gaan, is het oogmerk van de Dogme-methode. Bij deze methode draait het om communicatie als aanjager van een vreemde taal leren. Deze leermethode is daarom een communicatieve aanpak van het onderwijs, die taalonderwijs biedt zonder het gebruik van lesboeken of overig lesmateriaal en zich in plaats daarvan op de communicatie tussen trainer en studenten richt. Het Dogme-taalonderwijs heeft, net zoals de Dogme-beweging in de film, 10 dogma’s (uitgangspunten).

Populariteit

Ondanks dat er weinig onderzoek naar het succes van Dogme is gedaan, stelt Scott Thornbury dat de overeenkomsten met het taakgericht leren van een vreemde taal suggereren dat Dogme waarschijnlijk voor vergelijkbare resultaten zorgt.

Voor- en nadelen van de Dogme benadering

Een positieve bijkomstigheid voor de taaldocent is dat voorbereiding vrijwel niet nodig is. Dat de lerenden verantwoordelijk zijn voor hun eigen leerproces, kan erg motiverend werken. Op deze manier is de les niet voorspelbaar. Het zorgt voor spontane communicatie en voorkomt verveling. Vrijwel elk item kan tijdens Dogme-lessen worden besproken. Dit zorgt ervoor dat studenten betrokken en alert blijven.
Daartegenover staat dat lerenden zich wat minder op hun gemak kunnen voelen als ze zo weinig bij de hand genomen worden door de trainer. Ook zijn niet alle taaldocenten voldoende flexibel voor deze manier van lesgeven. Een ander nadeel kan vormen dat studenten zich vaak op een bepaald examen dienen voor te bereiden, terwijl het niet zeker is dat de hiervoor benodigde lesstof hiervoor aan bod komt tijdens de les.

Growing Participator Approach (GPA)

Bedacht door wie en wanneer

The Growing Participator Approach (GPA) is ontwikkeld in 2007 door Language consultants Angela en Greg Thomson.

Kenmerken van de Growing Participator Approach (GPA)

Deze GPA-methode is een alternatieve visie op het verwerven van een vreemde taal. Dat taal en cultuur onlosmakelijk zijn, is de primaire aanname van de GPA. Bij GPA gaat het om veel meer dan alleen het leren van een taal; het doel om tot een volwaardige deelnemer aan het leven in de gastcultuur uit te groeien. Daarom gebruikt GPA de benaming ‘groeiende deelnemers’ in plaats van ‘taallerenden’ en ‘verzorger’ in plaats van ‘docenten of leraren’. De Growing Participator Approach (GPA) vertoont overeenkomsten met, en is ook deels gebaseerd op, de Natural Approach (natuurlijke aanpak) van Stephen Krashen en Tracy Terrell.
De leermethode bestaat uit zes fasen van activiteiten. Deze activiteiten worden uitgevoerd door de lerende en een verzorger uit de gastcultuur. Begrijpen gaat boven produceren. De woordenschat alsook de cultuur krijgen de nadruk. Fase 1 is de zogenaamde hier-en-nu-fase. Deze neemt ongeveer 100 uur in beslag. De ‘groeiende deelnemer’ richt zich in fase 1 op het luisteren en het non-verbale feedback geven.
Fase 2 van de leermethode is de verhaalopbouwfase. Deze duurt ongeveer 150 uur en de deelnemer begint nu de vreemde taal ook te produceren. In fase 3 ligt de nadruk op ‘gedeelde verhalen’. Dit zijn verhalen over dagelijkse gebeurtenissen, verhalen die tussen culturen gedeeld worden en verhalen over gedeelde ervaringen. Fase 4 is de fase van het ‘diepe delen’. De deelnemer en de verzorger beginnen nu diepere gesprekken te voeren over het leven in de ontvangende cultuur. In fase 5 beginnen de deelnemers zich te richten op het taalgebruik van moedertaalsprekers door middel van films, televisie of nieuws en literatuur. De taal die voor het werk van de deelnemers nodig is, wordt ook geleerd. Fase 6 is de zogenaamde ‘zelfvoorzienende groeifase’. Deze fase heeft geen eindpunt. Het gaat het hierbij om groei naast de formele taalsessies.

Populariteit

Er is nog vrij weinig bekend over het succes omdat de leermethode van Thomson nog vrij nieuw is. Deelnemers zijn vrij enthousiast over de leermethode.

Voor- en nadelen van de Growing Participator Approach

Met GPA wordt een duidelijk inzicht op het proces van taalverwerving geboden. De zes fasen van de leermethode bieden haalbare doelen alsook een duidelijk tijdsschema. Er wordt door de lerende niet alleen kennis van de vreemde taal verworven, maar ook van de omgeving en de lerenden verwerven eveneens een nieuw sociaal netwerk.
Een minpunt van deze leermethode is dat voor iedere deelnemer of iedere kleine groep deelnemers een ‘verzorger’ gezocht moet worden die veel tijd wil investeren.

Shadowing Technique

Bedacht door wie en wanneer

De Shadowing technique of kortweg Shadowing (‘schaduwen’) is bedacht in de vroege jaren 2000 door Alexander Argüelles; een Amerikaanse taalkundige en polyglot.

Kenmerken van de Shadowing Technique

Shadowing is een methode die taallerenden zelfstandig kunnen toepassen om de uitspraak en intonatie te verbeteren en vloeiendheid in het spreken te verwerven. Het is een relatief eenvoudige methode: de student luistert naar een audio-opname, bij voorkeur een dialoog en herhaalt wat hij of zij hoort. Het is niet van belang om de tekst in de doeltaal ook te begrijpen; het gaat in eerste instantie om de klank van de te leren taal. Luisteren en herhalen wordt geoefend tot dit heel gemakkelijk gaat en de lerenden simultaan kunnen spreken met de opname. De student gebruikt na enige tijd een transcript om te kunnen lezen (en te begrijpen) wat hij of zij heeft uitgesproken. Diverse leerboeken zijn geschikt voor deze leermethode, zolang er maar dialogen of stukken samenhangende tekst in staan. De audio-opnames dienen idealiter wat boven het niveau van de lerenden te zijn. De ideale lengte van een audio-opname is ruwweg één pagina, op natuurlijke snelheid en zonder kunstmatige pauzes in te lassen. Alexander Argüelles doet de aanbeveling om te gaan lopen tijdens het spreken, liefst in de buitenlucht, en niet te gaan zitten, omdat fysieke bewegingen de opname versterken van de te leren taal in het zenuwstelsel. Dat de lerenden minder gauw worden afgeleid als zij bewegen, waardoor het leren van de taal aanzienlijk effectiever gaat, is een bijkomende reden.

Shadowing heeft veel overeenkomsten met de audiolinguale methode uit de twintigste eeuw, maar het verschil is dat de audiolinguale methode gebruikmaakte van grammaticale driloefeningen in plaats van dialogen of samenhangende tekst. Bij Shadowing is eveneens het simultaan spreken anders.

Populariteit

De afgelopen jaren is veel onderzoek naar Shadowing gedaan dat aantoont dat de techniek zowel de uitspraak als de luistervaardigheid sterk verbetert. Het algemene begrip van de nieuwe taal wordt eveneens vergroot.

Voor- en nadelen van de Shadowing Technique

Shadowing heeft als praktisch voordeel dat de methodiek in een groep van studenten kan worden toegepast, waarbij alle deelnemers actief leren. De methode heeft een hoog rendement.

De techniek van Shadowing heeft als keerzijde is dat studenten het soms ietwat saai kunnen vinden om dezelfde tekst te blijven herhalen. De teksten kiezen is dus heel belangrijk.

Total Physical Response (TPR®)

Bedacht door wie en wanneer

De Amerikaanse psycholoog James Asher ontwikkelde de taalverwervingsmethode Total Physical Response, ook wel TPR® genoemd, in de jaren 60 van de vorige eeuw.

Kenmerken van Total Physical Response (TPR®)

TPR® is een methode om talen te leren die uitgaat van het principe dat mensen leren door middel van bewegingen en handelingen. Al doende leert men, en wel op de manier zoals kinderen hun moedertaal leren. Ouders geven voortdurend taken aan hun (jonge) kinderen en belonen hen als ze die taken uitvoeren (“kijk naar mama”, “goed zo”). “Pak de lepel”, “Mooi!”, “Trek je schoenen maar aan”, enz.). Het is in de eerste plaats de bedoeling dat het kind begrijpt wat de ouder zegt, in een later stadium gaat het kind verbaal reageren. De luistervaardigheid vormt dus de basis, daarna komt de spreekvaardigheid.
De methode van TPR® past deze principes van de moedertaalverwerving bij het leren van een vreemde taal versneld toe. De docent geeft taken op een vriendelijke en begrijpelijke manier, zoals: “pak het boek” en doet zelf de taken voor; de lerenden doen deze taken na. In het begin wordt nog niet van de studenten verwacht dat ze praten; de studenten geven in een later stadium de opdrachten. Opdrachten die bekend zijn worden uitgebreid of deels aangepast.
TPR® appelleert aan de beide hersenhelften door de combinatie van beweging en spraak. Het kost daardoor minder moeite om iets te leren en de geleerde stof beklijft ook beter.

Populariteit

Voornamelijk wordt TPR® gebruikt binnen het NT2-onderwijs (Nederlands als tweede taal), zeker bij beginners en ook wel bij Engels taalonderwijs op de basisschool. Maar ook middelbare scholieren of volwassenen werken met veel plezier met de methode van Total Physical Response en behalen hierbij goede resultaten.

Voor- en nadelen van Total Physical Response

TPR® heeft veel voordelen. Doordat lerenden veel begrijpelijke input krijgen aangeboden in ‘chunks’ (woorden die bij elkaar horen), krijgen de lerenden snel begrip van de nieuwe taal. De methode zorgt voor vlotte succeservaringen. Dit bevordert het plezier in het leren van de nieuwe taal. Dit zorgt voor stressvrij leren. In principe is TPR® inzetbaar voor alle doelgroepen, ongeacht leeftijd of achtergrond en kan de methodiek eveneens in wat grotere klassen gebruikt worden. De nieuwe taal wordt direct opgeslagen in het langetermijngeheugen.
Het feit dat niet alle taaluitingen in TPR®-taken zijn uit te drukken, is het nadeel van TPR®. Dit is de reden dat de methodiek tot op een bepaald niveau werkt en daarboven een andere methodiek (aanvullend) nodig is. Ook is de leermethode niet erg creatief. De student leert niet zijn of haar gevoelens, ideeën en meningen uit te drukken.

De Directe Methode (Engels: Direct Method; DM)

Bedacht door wie en wanneer

Eind jaren 80 van de negentiende eeuw bedacht de Duits-Amerikaanse linguïst Maximilian Delphinius Berlitz de Directe Methode. Deze methode wordt ook wel ‘de natuurlijke benadering’ genoemd. Deze Directe Methode is ontwikkeld als tegenreactie op de dominante grammatica-vertaalmethode.

Kenmerken van de Directe Methode (DM)

Er was een Reformbeweging rond het jaar 1900 met nieuwe ideeën dat het leren inductief en zelfontdekkend moest zijn. Overigens betrof die Reformbeweging niet alleen het leren van talen, maar eveneens voeding, kleding, natuurgeneeskunde en naturisme. Net als in de jaren zestig van de vorige eeuw, streefde men omstreeks 1900 naar meer natuurlijke manieren van leven en bevrijding van keurslijven. Binnen het taalonderwijs kwam veel aandacht voor de gesproken, ‘levende’ taal, waarbij grammatica vooral inductief werd onderwezen, met behulp van voorbeeldzinnen. Hieruit dienden studenten de taalregels af te leiden. Veel mondelinge oefeningen en met meer aandacht waren er voor de uitspraak van de taal. Het werd aangemoedigd om de studenten veel te laten praten. Nieuw was eveneens dat de taalles in de doeltaal gegeven werd. Tijdens de les werd nadrukkelijk niet vertaald. De woordenschat werd aangeleerd met behulp van plaatjes en voorbeelden. De studenten brachten zelf abstracte vocabulaire aan voor het associëren van ideeën.

Populariteit

Mede door invloeden van de oorlogen en crises ebde deze vernieuwingsgolf van begin twintigste eeuw weg, om in de jaren zestig weer in een andere vorm terug te komen.
Met (een moderne versie van) de Directe Methode wordt nog altijd gewerkt door taleninstituten als Berlitz en Interlingua.

Voor- en nadelen van de Directe Methode

Dat de Directe Methode een vrij natuurlijke manier is om een taal te leren, is het voordeel. Er wordt veel aandacht besteed aan luisteren en spreken. Hierdoor krijgen de lerenden zelfvertrouwen en vloeiendheid in de vreemde taal. Keerzijden heeft deze methode echter ook. Er is bij deze methode veel minder aandacht voor de schrijfvaardigheid en ook minder aandacht voor lezen in de vreemde taal. Voor studenten die verder meer gevorderd zijn, biedt de methode niet genoeg uitdagingen. De Directe Methode is ook niet zeer geschikt voor minder snel lerende studenten, doordat deze leermethode een dynamische inzet vanuit de student verwacht.

De Manesca-methode (Engels: Manesca Method)

Bedacht door wie en wanneer

In 1835 publiceerde Jean Manesca An Oral System of Teaching Living Languages Illustrated by a Practical Course of Lessons in the French through the Medium of the English (“Een mondelinge methode voor het onderwijzen van levende talen, aan de hand van een praktische cursus Frans door middel van het Engels”). In 2015 is An oral system of teaching living languages in herdruk gegaan.

Kenmerken van de Manesca-methode

Manesca is gebaseerd op hetzelfde principe als de Natural Approach (‘natuurlijke aanpak’): de beste manier om een taal te leren, is die waarop een kind de moedertaal leert. Een vreemde taal leren moet veilig en gemakkelijk zijn. Om die reden wil Manesca niet met abstracte lijstjes en regels met woorden werken die uit het hoofd geleerd moeten worden.
De Manesca-methode staat bekend als de oudste, bekende, volledige taalcursus. De Manesca-methode is gebaseerd op het werken met een groep lerenden en een trainer, die één nieuw woord tegelijk introduceert. Bij elk woord hoort een bepaalde beweging. De studenten herhalen daarna afzonderlijk het woord en deze beweging. Door de herhaling onthouden de lerenden deze woorden, zonder dat uit het hoofd leren nodig is. Stap voor stap vormen deze woorden zinnen en weer variaties op de zinnen. Spelling wordt in een later stadium met leesteksten aangeboden.
De methode van Jean Manesca is reeds enkele jaren later door grammaticaschrijver en taaldocent Heinrich Gottfried Ollendorff overgenomen en aangepast en wordt ook wel de Ollendorff-methode genoemd.

Populariteit

Jean Manesca overleed twee jaar na de publicatie van zijn methode. Het werk van Jean Manesca is door anderen opgepakt en aangepast, onder wie Ollendorff. Veel van zijn ideeën zijn nog actueel en worden nog altijd in het moderne vreemdetalenonderwijs gebruikt.

Voor- en nadelen van de Manesca-methode

Het pluspunt van de Manesca of Ollendorff-leermethode geldt als de combinatie van spreken en bewegen, waardoor het fysieke geheugen meewerkt en het geleerde gemakkelijker en langer door de lerenden wordt onthouden. Het veelvuldige herhalen draagt daar ook aan bij. Dat het wat saai wordt om dezelfde woordjes en zinnen steeds te herhalen, kan als een minpunt worden gezien.

Silent Way

Bedacht door wie en wanneer

The Silent way (‘de stille manier’) is ontwikkeld in 1963 door de Egyptenaar Caleb Gattegno.

Kenmerken van de Silent Way

The Silent Way is een manier om een taal te leren die stilte gebruikt als instructiemiddel. De autonomie van de lerenden en hun actieve deelname is het uitgangspunt van de methode van Gattegno.
De taaltrainers gebruiken een combinatie van gebaren en stilte om de aandacht van de lerende te trekken, reacties uit te lokken en hem of haar aan te moedigen om foutjes te corrigeren. Er wordt veel tijd aan de uitspraak van de taal besteed.
Gattegno, die wiskundige was, vond het van belang om les te geven op een wijze die efficiënt was voor de energievoorraad van de studenten. Caleb Gattegno had ontdekt dat het relatief weinig energie kost om een auditief of visueel beeld te onthouden, veel minder energie dan wanneer lerenden proberen iets uit het hoofd te leren. Caleb Gattegno betoogde dat de trainers niet naar kennisoverdracht an sich zouden moeten streven, maar bewustzijn aan dienen te boren, omdat alleen het bewustzijn het mogelijk maakt om iets te leren.
Gekleurde blokjes (zogenaamde cuisenaire-staven) die kunnen worden gebruikt voor allerlei verschillende dingen, zijn één van de hulpmiddelen waar The Silent Way gebruik van maakt. De ‘de stille manier’ maakt eveneens gebruik van Words in Colour; een kleurenkaart voor geluiden waarin elke kleur een specifieke klank van de vreemde taal vertegenwoordigt, gekleurde woordgrafieken om aan zinnen te werken en gekleurde grafieken die worden gebruikt om spelling te leren.

Populariteit

Caleb Gattegno’s ideeën zijn van belang geweest, met name bij het aanleren van de uitspraak, hoewel de Stille Manier in zijn originele vorm niet veel wordt gebruikt.

Voor- en nadelen van de Silent Way

Dat zijn methodiek voor de student niet-bedreigend is, die per slot van rekening als autonoom wordt gezien, is de sterke kant van de benadering van Gattegno. De taaltrainer is in principe dienstbaar aan de lerende en niet omgekeerd. De leermethodiek van The Silent Way stimuleert het leren van een taal op een natuurlijke wijze. Door taallerenden een uitdaging te geven om nieuwe dingen te ontdekken, wordt het geleerde vaak goed verwerkt en onthouden. Foutjes maken mag, wat helpt bij het leerproces.
Dat sommige lerenden intensievere begeleiding nodig hebben dan de leermethode voorstaat, kan een minpunt zijn. Een student zou gefrustreerd kunnen raken door het gebrek aan inbreng van de trainer. De beperking van het werken met kleuren en grafieken is dat de nieuwheid er vrij gauw af is, waardoor het effect van de leermethode verdwijnt.

TPR Storytelling

Bedacht door wie en wanneer

TPR Storytelling of ‘TPRS’ houdt in Teaching Proficiency through Reading and Storytelling. Deze methode is ontwikkeld door Blaine Ray in 1990, van oorsprong een Amerikaanse docent Spaans, en is afgeleid van de TPR-methode (Total Physical Response).

Kenmerken van TPR Storytelling

De TPRS-methode is een talenverwervingsmethode die verhalen gebruikt om talen te leren. Het uitgangspunt is een natuurlijke methode van taalverwerving: de nieuwe taal leren zoals kinderen de moedertaal leren. De student wordt blootgesteld aan een grote hoeveelheid begrijpelijke input om dit te bereiken. Door de docent wordt een verhaal verteld waarin nieuw te leren woorden diverse keren voorkomen. De verhalen zijn niet te lang en interessant of humoristisch. De verhalen zijn vrij eenvoudig te begrijpen, hierdoor ontspannen de studenten zich. Zo worden woorden en structuren vrijwel ongemerkt opgeslagen in het langetermijngeheugen van de lerenden. De taaldocent wijst de student op grammaticale fenomenen van de doeltaal, zonder dat studenten regels uit het hoofd hoeven te leren.
Na enige tijd zullen de lerenden ‘vanzelf’ beginnen te spreken en de grammaticale structuren van de nieuwe taal nadoen. Dit is een natuurlijk proces. Samen met een groepje van lerenden een verhaal opbouwen, is een variant. Bij deze methode schrijft de docent eerst nieuwe woorden en structuren op het schoolbord, met de vertaling erbij, om vervolgens hiervan een verhaal te maken samen met de lerenden. Tot slot wordt het verhaal door de lerenden naverteld. Een belangrijk onderdeel van TPR Storytelling is lezen, omdat dit voor inbreng zorgt. Schrijven volgt daarna.

Populariteit

Er is veel onderzoeken gedaan dat uitwijst dat TPRS een succesvolle manier is om een vreemde taal te leren. Randvoorwaarden zijn er wel: de taaldocent dient ervoor getraind te zijn en de setting dient geschikt te zijn.

Voor- en nadelen van TPR Storytelling

TPRS is een laagdrempelige wijze van taalverwerving en de taalkennis wordt goed onthouden. TPRS spreekt ook de creatieve intelligentie aan; TPR Storytelling is een breinvriendelijke leermethode. Het is plezierig voor de student en het is niet moeilijk om bij te les te blijven. Voor studenten werkt de methode zeer motiverend om zelf verhalen te maken.
Een nadeel is dat TPR Storytelling veel voorbereiding van de taaldocent vraagt.

Commerciële methodes voor zelfstudie

De Rosetta Stone methode

Bedacht door wie en wanneer

De Rosetta Stone-leermethode is naar de Steen van Rosetta vernoemd, een steen die werd ontdekt in Egypte met tweetalige teksten, waarmee de hiërogliefen konden worden ontcijferd. Het is eveneens de naam van het softwarebedrijf dat de taalcursussen aanbiedt. De eerste versie van Rosetta Stone is in het jaar 1996 uitgebracht.

Kenmerken van de Rosetta Stone methode

De Rosetta Stone cursus is een manier om met behulp van een computer vreemde talen te leren. Deze taalcursussen worden aangeboden in ruim dertig verschillende talen en ze kunnen ook vanuit elk van deze talen worden gevolgd.
De Rosetta Stone-methode is een communicatieve leermethode, die de manier nabootst waarop een kind zijn of haar moedertaal leert. Dat wil zeggen ‘leren door middel van onderdompeling’, door veel te luisteren en na te zeggen. Het programma gebruikt hier stemmen van native speakers (moedertaalsprekers) en foto’s voor voor het overbrengen van de betekenis van nieuwe woorden. Er wordt gebruikgemaakt van een spraakherkenningsprogramma. Dit programma registreert de uitspraak en maakt hier een schematische weergave van. Dit maakt het mogelijk voor de lerende om de uitspraak met die van een native speaker (moedertaalspreker) te vergelijken. Door de voorbeeldstem wat langzamer te laten praten en vervolgens veel na te spreken, kan uitspraakverbetering behaald worden.
Voor de schrijfvaardigheid van de lerende zijn er dictee-oefeningen. De software van de methode controleert de grammatica en de spelling en geeft eventuele taalfouten aan met de mogelijkheid om de taalfouten van de student te verbeteren.
Het programma omvat eveneens leesteksten. De teksten gaan over dagelijkse onderwerpen, activiteiten en ideeën.

Populariteit

Wereldwijd wordt de methode van Rosetta Stone veel ingezet en niet door de minsten. Onder meer het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse zaken en de NASA maken er gebruik van. De methode van Rosetta Stone wordt in Nederland door enkele ministeries en diverse hogescholen en universiteiten en eveneens door een aantal internationale organisaties ingezet.

Voor- en nadelen van de Rosetta Stone methode

De Rosetta Stone-methode is erg eenvoudig in het gebruik en de methode kan door de studenten gebruikt worden op elk moment. De student bepaalt zelf welke onderdelen van de leermethode meer of wellicht minder aandacht kunnen gebruiken. Veel lerenden vinden het plezierig om de methodiek te gebruiken. Bij een gebrek aan trainers kan de methode voor scholen een oplossing zijn. Een nadeel kan zijn dat er geen taaldocent beschikbaar is die lerenden kan motiveren of iets extra’s kan bieden.

De Pimsleur methode

Bedacht door wie en wanneer

De taalcursussen van Pimsleur zijn ontwikkeld door Dr. Paul M. Pimsleur; een Amerikaans taalkundige. Zijn eerste taalcursus was een cursus Grieks, die Paul Pimsleur in 1963 introduceerde.

Kenmerken van de Pimsleur methode

De methode van Pimsleur is een Amerikaans computerprogramma om nieuwe talen te leren.
Een cursus van Pimsleur bestaat uit zinnetjes/dialoog in de doeltaal die door studenten worden nagesproken en herhaald. Deze zinnetjes zijn door moedertaalsprekers ingesproken. De cursussen zijn gebaseerd op herhaling, anticipatie, woordenschat en weer herhaling. De lessen bieden een audio-opname van 30 minuten die nieuwe woordenschat en structuur bevat. De methode van Pimsleur legt de grammaticale structuur van de doeltaal niet apart uit maar biedt deze aan door middel van uitbreiding van, en variaties op, de zinnetjes.
Pimsleur deed onderzoeken naar het optimale interval waarmee kennis van het kortetermijngeheugen naar het langetermijngeheugen overgaat. Dit (gemiddelde) interval is in de cursussen van Pimsleur geïntegreerd.

Populariteit

Onder andere Amerikanen volgen de taalcursussen van Pimsleur en de ervaringen met de methode lopen uiteen. De gebruikers zijn in het algemeen tevreden over de aangeleerde uitspraak van de vreemde taal.

Voor- en nadelen van de Pimsleur methode

Omdat de insprekers allemaal native speakers (moedertaalsprekers) zijn en op een natuurlijke wijze op een normaal tempo praten, werkt de methode van Pimsleur erg goed om de uitspraak te verbeteren.
Dat er niets uitgelegd wordt, is het minpunt van de methode van Pimsleur. De student leert geen bouwstenen van de doeltaal om zelf een zin te maken, maar moet het met duizenden voorbeeldzinnetjes doen die worden ingeprent.

De Michel Thomas methode

Bedacht door wie en wanneer

De Michel-Thomas-methode is, niet geheel verrassend, bedacht door Michel Thomas (Poolse naam: Moniek Kroskof); een in Polen geboren genaturaliseerde Amerikaan. Hij ontwikkelde zijn methode kort na de Tweede Wereldoorlog in zijn eigen taleninstituut in Beverly Hills in Los Angeles, die beroemdheden als Barbra Streisand, Diana Ross, Mel Gibson, Emma Thompson, Bob Dylan en Pierce Brosnan tot de klantenkring kan rekenen.

Kenmerken van de Micheal Thomas methode

Het uitgangspunt van Michel Thomas was dat iemand alleen kan leren leren als hij of zij vrij is van stress. Hij begon met de studenten duidelijk te maken dat ze zich geen zorgen hoefden te maken dat ze iets zouden vergeten.
De taalcursussen zijn audiolessen, ingesproken door twee stemacteurs; een mannelijke en een vrouwelijke. De setting is een virtueel klaslokaal, waarin de student zich voorstelt als de derde student. Deze student luistert mee met de lessen van de acteurs. Wanneer de stemacteurs een vraag wordt gesteld, is het idee dat de gebruikers op de pauzeknop drukken en deze vraag eerst zelf beantwoorden. Er zijn geen huiswerkopdrachten, geen uit-het-hoofd-leren. Bij de methode worden de lessen opgebouwd in kleine delen en stof die nieuw is, wordt afgewisseld met stof die al bekend is. Bij de Michel Thomas-methode is de uitleg steeds in de Engelse taal. Er wordt bijvoorbeeld op verbanden gewezen tussen het Engels en de doeltaal, als die verbanden er zijn. De methode geeft ook grammaticale uitleg. Bij de methode van Michel-Thomas wordt makkelijke stof eerst aangeleerd, moeilijkere stof wordt pas aangeboden nadat door de student is begrepen en geleerd. Behalve woorden en zinnetjes worden eveneens bouwstenen aangeleerd. Hiermee kunnen de studenten zelf zinnetjes bouwen. De methodiek maakt ook gebruik van flashcards zodat gebruikers zelf hun woordenschat kunnen toetsen alsook online oefeningen kunnen maken om hun eigen vooruitgang te meten.

Populariteit

Veel lerenden ze zijn tevreden over de uitleg van de structuur van de vreemde taal en vinden de methode van Michel Thomas plezierig werken. Mensen die al wat verder zijn met de taal, ervaren de cursussen soms als wat minder zinvol.

Voor- en nadelen van de Micheal Thomas methode

De taalcursussen zijn erg toegankelijk en trainen de luistervaardigheid en de uitspraak op een efficiënte manier. Dat deze taalcursussen niet in schrijfvaardigheid voorzien, is een keerzijde. Een daadwerkelijke interactie is er ook niet, omdat het een audiocursus betreft.

De Assimil methode

Bedacht door wie en wanneer

Assimil is een Frans bedrijf, opgericht door Alphonse Chérel in het jaar 1929. Het bedrijf maakt cursussen voor vreemde talen en publiceert deze en het begon met het eerste boek Anglais sans Peine.

Kenmerken van de Assimil methode

‘Assimileren’ betekent letterlijk ‘mengen met, opgaan in de groep’. Dit was wel een hooggegrepen streven is voor taalcursussen. De Assimil-taalcursussen zijn zelfstudielessen die bestaan uit een lesboek, audio-CD’s en een USB-stick. Idealiter besteden de gebruikers ruwweg twintig minuten per dag aan de cursus.
De lessen van Assimil bestaan uit dialogen die worden beluisterd, nagesproken en gelezen. De vertaling wordt ernaast weergegeven, samen met de grammaticale toelichting. Om de uitspraak van de vreemde taal te oefenen, maakt de Assimil-methode gebruik van zinnetjes die door native (moedertaal) speakers zijn ingesproken en die de cursist daarna herhaalt. De opbouw van de les is van receptief naar productief: tijdens de eerste les wordt nog geen taalproductie van de cursist verwacht; dit komt pas na ongeveer vijftig lessen.

Populariteit

De Assimil-cursussen zijn gewaardeerd. De taalcursussen zijn niet zo duur en het aanbod aan verschillende talen is groot.

Voor- en nadelen van Assimil

Het voordeel van de Assimil-methode is dat de lerenden in hun eigen tempo kunnen leren op het moment dat dit het beste past. Het nadeel hierbij is, geldt wat voor alle computertaalcursussen, dat de student is overgeleverd aan zichzelf. Er is geen trainer om de lerende te motiveren of te begeleiden.

ALGEMENE LEERMETHODES

Audio-Lingual Method (ALM) (Army Method/New Key)

Bedacht door wie en wanneer

De audiolinguale methode was reeds in de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw in Amerika en Engeland ontwikkeld, onder meer door de Amerikaanse taalkundige Leonard Bloomfield. Doordat de Tweede Wereldoorlog uitbrak, werd het noodzakelijk om de (Amerikaanse) soldaten de elementaire verbale communicatieve vaardigheden te leren. Hierdoor werd deze audiolinguale methode soms de ‘legermethode’ genoemd.

Kenmerken van de Audio-Lingual Method (ALM)

De audiolinguale methode kun je beschouwen als een reactie op de grammatica-vertaalmethode. Nieuw was dat de taalles geheel plaatsvond in de doeltaal. De belangrijkste vaardigheden zijn spreken en luisteren en de grammaticale structuren worden door middel van mondelinge structuuroefeningen geleerd. Het doel is zonder fouten leren spreken en verstaan; dit begint bij iemand leren naspreken. Herhaling is het middel hiervoor; drills worden gebruikt om zinnen en structuren goed te leren beheersen, zodat reacties spontaan en als het ware automatisch worden. De taaldocent kan zo bijvoorbeeld een zin tien maal herhalen en vervolgens een nieuw woord toevoegen. Bij de audiolinguale methode wordt vaak in de zogenaamde talenpractica gewerkt, waarbij studenten met een koptelefoon naar zinnen luisteren en deze nazeggen. Geschreven taal wordt pas aangeboden wanneer de mondelinge taal al vertrouwd is. Er worden wel afbeeldingen gebruikt voor het introduceren van nieuwe woorden.

Populariteit

In ons land werd de methode pas geïntroduceerd rond het jaar 1970 bij het ingaan van de Mammoetwet. Er kwamen al snel bezwaren tegen de inhoudsloze driloefeningen. Het kwam wel eens voor dat de techniek haperde. Hierdoor raakten de talenpractica vrij gauw in onbruik. In plaats van de talenpractica werden de voor mondeling gebruik bedoelde structuuroefeningen schriftelijk gemaakt. Leerboekenschrijvers wonnen weer aan populariteit en boden weer expliciete grammaticaregels aan. Toch liet de audiolinguale methode wel sporen na. Het was nu breed geaccepteerd dat het bij het leren van een taal niet om het memoriseren van de regels van de grammatica gaat, maar om de toepassing ervan. Luistervaardigheid, die vóór 1970 voor het merendeel van docenten niet bestond, was ontdekt.

Voor- en nadelen van de Audio-Lingual Method

De audiolinguale methode is effectief voor beginnende studenten. De juiste uitspraak wordt vanaf het begin aangeleerd. Deze audiolinguale methode is docentgestuurd en en biedt daardoor een efficiënte en snelle overdracht van kennis. De methode kan ook worden toegepast bij grotere groepen.
Deze docentgestuurde kant heeft tegelijkertijd een keerzijde; er wordt geen eigen inbreng van de studenten verwacht, waardoor het gevaar dreigt van enige passiviteit en onvoldoende motivatie en betrokkenheid. Een ander bezwaar van de audiolinguale methode is dat de geoefende driloefeningen niet zo eenvoudig zijn om te zetten in levend taalgebruik.

GoldList Method (GLM)

Bedacht door wie en wanneer

De GoldList Method (‘gouden lijst-methode’) is door polyglot David J. James, alias Viktor Dmitrievitch Huliganov of Uncle Davey ontwikkeld.

Kenmerken van de GoldList Method (GLM)

Deze GoldList Method is een leermethode om woorden of zinnen in een vreemde taal te leren op een zodanige manier dat ze plaatsnemen in het langetermijngeheugen van de lerende. De methode werkt middels zelfgeschreven woordenlijsten die worden herhaald na verloop van tijd. Deze zinnen of woorden van de woordenlijst worden hardop gelezen door de lerende. Het is niet het idee om deze woorden en/of zinnen en zinnen uit het hoofd te leren, maar door de blootstelling gebeurt dit automatisch. Deze woordenlijst wordt steeds bijgewerkt; woorden die geleerd zijn, gaan van de woordenlijst af, woorden die nog problemen opleveren, blijven op de lijst op de woordenlijst staan.

Populariteit

Aanhangers van de GoldList-methode claimen dat deze woorden op de woordenlijst of zinnen spontaan in het langetermijngeheugen van de studenten terechtkomen, iets dat door veel geheugenwetenschappers wordt bestreden. (Taal)kennis in het algemeen wordt onthouden wanneer deze kennis relevant en van betekenis is voor de lerende. De GoldList-methode kan goed functioneren voor woorden die relevant en betekenisvol zijn voor de student.

Voor- en nadelen van de GoldList Method

Voor lerenden die bij bijvoorbeeld Post-its® baat hebben als geheugensteuntje kan deze GoldList Method functioneren. Met de hand schrijven werkt effectiever dan typen of, zelfs behoorlijk zinloos: een foto maken, omdat het fysieke gedeelte van het geheugen door het schrijven aangesproken wordt en meewerkt. Het gebrek aan context is een minpunt. Talen bestaan uit veel meer dan een serie losse woorden en/of zinnen. De GoldList-methode is bovendien bijzonder tijdrovend omdat er steeds handgeschreven lijsten moeten worden gemaakt.

De Natural Method

Bedacht door wie en wanneer

De Natural Method, ook de Natural Approach (de ‘natuurlijke aanpak’) genoemd, is door de Amerikanen Tracy Terrell en Stephen D. Krashen ontwikkeld in 1983.

Kenmerken van de Natural Method

De Natural Method richt zich op een natuurlijke wijze van het verwerven van de taal. Op de wijze waarop iemand als kind zijn of haar moedertaal leerde spreken, probeert de methode de vreemde taal aan te leren. Op deze wijze leert men onbewust eveneens de taalregels van de te leren taal. Alleen de doeltaal met een aantal visuele hulpmiddelen wordt hiervoor gebruikt. Een stressvrije leeromgeving is het streven van de methode. Een grote hoeveelheid begrijpelijke input wordt aan de lerenden blootgesteld. De taalproductie mag spontaan ontstaan en wordt niet geforceerd. De methode legt de nadruk op communicatie en niet zo zeer op expliciete grammatica en het corrigeren van vormfouten.
Als de student in de te leren taal wordt ondergedompeld, is de methode het meest effectief. De leeractiviteiten in de vreemde taal dienen stimulerend te zijn zodat de studenten van de ervaring kunnen genieten.
De Natural Method leermethode heeft veel overeenkomsten met de Directe Methode. De methoden gaan beide uit van het idee van natuurlijke taalverwerving; het verschil tussen deze twee leermethoden is dat de Directe Methode meer de focus op de praktijk legt en de Natural Method meer op de blootstelling aan taalinput en het verminderen van spreekangst.

Populariteit

Het is vaak bewezen dat onderdompeling een heel effectieve leermethode is. Doordat de methode vrij eenvoudig te begrijpen is, is de natuurlijke aanpak een populaire manier van lesgeven onder taaldocenten. Kritiek kent de natuurlijke aanpak ook. De nadruk wordt voornamelijk op het impliciet aanleren van de grammatica van de vreemde taal gelegd. De studenten zouden weliswaar leren in de vreemde taal te communiceren, maar blijven hangen in een wat gebrekkige, versimpelde versie van de taal door ontoereikende kennis van de grammatica.

Voor- en nadelen van de Natural Method

Om op een natuurlijke manier een vreemde taal te leren, wordt prettig gevonden. De studenten wordt de kans geboden een persoonlijke band met de buitenlandse taal te creëren. Doordat de studenten niet ‘uit het hoofd hoeven te leren’, beklijft de geleerde stof langer.
Een minpunt kan zijn dat het wat langer duurt voor er resultaat geboekt wordt, omdat er vrijwel geen druk ligt op de taalproductie. Ook bereidt de methode lerenden niet per se voor op een bepaald examen.

Structurele Aanpak

Bedacht door wie en wanneer

De Structural Approach (afgekort SA) oftewel de ‘Structurele Aanpak’ is door Charles Carpenter Fries en Robert Lado ontwikkeld in de jaren 50.

Kenmerken van de Structurele Aanpak (SA)

De Structurele Aanpak is een methode om vreemde talen te leren met als doel de student met de fonologische en grammaticale structuren van de taal vertrouwd te maken. Volgens de Structurele Aanpak levert de beheersing van deze structuren meer op dan de verwerving van woordenschat. Het gaat om het herkennen en kunnen toepassen van vaste samenstellingen van woorden en woordgroepen in de correcte woordvolgorde. De vaste combinaties van woorden worden in betekenisvolle situaties door middel van dramatisering, visualisatie, handelingen en gezichtsuitdrukking aan de student gepresenteerd. De structuren die in de praktijk het meest in de doeltaal worden gebruikt, worden eerst aan de taallerende geleerd. De mondelinge vaardigheden (luisteren en spreken) worden hier in eerste instantie bij gebruikt; lezen en schrijven volgen hieruit. Bij het aanleren en verbeteren van de productieve vaardigheden (spreken en schrijven), krijgt grammatica een belangrijke plaats. De Structurele Aanpak wordt ook wel Structural-Situational Approach (structurele-situationele benadering) en de Structural-Oral-Situational Approach (structurele-mondeling-situationele benadering) genoemd.

Populariteit

In de jaren vóór 1970 werd de Structurele Aanpak gebruikt op grote schaal om Engels te leren in Engelssprekende landen, de voormalige Britse koloniën alsook in Maleisië.

Voor- en nadelen van de Structurele Aanpak

De sterke kant van een structurele aanpak is dat studenten de nieuwe taal op een nauwkeurige manier leren. De lerende krijgt inzicht in de grammatica en leert in welke situatie woorden of combinaties van woorden wel of niet passend zijn voor de situatie. De methode gebruikt alledaagse taal. Aan de methode van de Structurele Aanpak kleven ook nadelen. Deze manier van werken is behoorlijk tijdrovend en biedt niet onmiddellijk een succeservaring. De inbreng van de studenten zelf is beperkt; het is weinig creatief.

Communicatief taalonderwijs (Engels: Communicative Language Teaching; CLT)

Bedacht door wie en wanneer

Communicatief taalonderwijs (In het Engels: Communicative Language Teaching, afkorting: CLT), of ook wel ‘De Communicatieve benadering’ (In het Engels: Communicative Approach, afkorting: CA) genoemd, is in de jaren 60 van de vorige eeuw ontstaan onder invloed van de ideeën van Noam Chomsky, die de nadruk op competenties bij het leren van vreemde talen legde. De taalkundige Dell Hymes was in het jaar 1966 de grondlegger van het concept van communicatieve vaardigheden.

Kenmerken van Communicatief taalonderwijs (CLT)

Het communicatief talenonderwijs gaat uit van de gedachte dat interactie het uiteindelijke streven is wanneer men vreemde talen leert.
De met leren middels CLT-technieken de doeltaal in praktijk te brengen door de interactie met de docent en onderling. Er wordt gebruikgemaakt van authentieke teksten, geschreven in de vreemde taal of ander materiaal uit het dagelijks leven of de werkomgeving. Zowel tijdens als buiten de les wordt de doeltaal gebruikt.
Studenten praten over persoonlijke gebeurtenissen met medestudenten en taaldocenten dragen onderwerpen aan die buiten het domein van de traditionele grammatica liggen, om de taalvaardigheid in alle soorten situaties uit de praktijk te oefenen. Grammatica leren studenten inductief, dit houdt in aan de hand van de praktijk, waaruit de regel volgt.
Bij het communicatief taalonderwijs is de taaldocent echt een trainer, die de student helpt in de doeltaal te communiceren.

Populariteit

In de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw werd communicatief taalonderwijs heel populair, mede doordat de traditionele taalonderwijsmethodes geen groot succes waren gebleken. In het verenigde Europa ontstond meer behoefte om talen te leren op een wijze die direct kon worden toegepast.

Voor- en nadelen van Communicatief taalonderwijs

Het communicatief taalonderwijs (CLT) kent veel pluspunten. Lerenden ‘kunnen’ al snel ‘iets’ in de doeltaal; de methode is functioneel en studentgericht. Omdat authentieke materialen worden gebruikt, leren studenten de woorden die voor hen nodig zijn. CLT is efficiënt. Voor de lerenden is deze methode stimulerend, omdat zij snel succes ervaren. Foutjes maken mag; al doende wordt de taalvaardigheid geleerd en daarna geperfectioneerd. Een nadeel van deze communicatieve benadering is dat er veel minder aandacht wordt besteed voor grammatica, woordenschat die niet meteen toepasbaar is en uitspraak. De voorbereiding en de planning vraagt veel tijd van de taaldocent en van de lerenden vereist het een actieve deelname. Deze manier van een vreemde taal leren, is voor een aantal lerenden lastig of afwijkend, afhankelijk wat voor achtergrond zij hebben. De methode CLT traint vaardigheden; hierbij gaat het om de functie en minder om de vorm en de methode biedt als zodanig geen samenhangend geheel.

Grammatica-/vertaalmethode (GVM) (Engels: Grammar-Translation Method; GTM)

Bedacht door wie en wanneer

Het taalonderwijs was in de 18de en de 19de eeuw vooral op praktisch taalgebruik gericht. Er word geleerd om gebruiksklare zinnen, dialogen, idiomatische uitdrukkingen, lijsten met woorden enzovoort na te spreken, uit het hoofd te leren en vervolgens op te zeggen. Een Duitse docent Frans en Italiaans; Johann Valentin Meidinger, deed dit op een andere manier. Rond 1783 ontwikkelde hij een leermethode waarbij de grammatica van de taal centraal stond. Meidinger wordt beschouwd als grondlegger van de grammatica-vertaalmethode (In het Engels: Grammar-Translation Method, afgekort GTM).

Kenmerken van de Grammatica-/vertaalmethode (GVM)

Deze methode was op het onderwijs in het Latijn gestoeld, wat de taal van de religie, wetenschap en cultuur was. Onderwijs in Latijn was vanzelfsprekend op geschreven teksten van klassieke schrijvers gericht en was geheel op het vertalen en de grammatica gericht. Dat werd als een wetenschappelijke en degelijke aanpak beschouwd. De Grammatica-vertaalmethode gaat van de analyse uit van de taalstructuren en de taalvormen waarbij de student zelf inzicht ontwikkelt. Bij de Grammatica-vertaalmethode zijn de lees- en schrijfvaardigheid dus belangrijk. De nadruk ligt op literatuur, vertalen en uit het hoofd leren van woordenlijsten in de vreemde taal. De taaltrainer draagt de kennis over, de student memoriseert.

Populariteit

Tegengeluiden waren reeds al vanaf halverwege de negentiende eeuw ook te horen. Desondanks heeft de grammatica-/vertaalmethode tot recente datum een grote invloed op het taalonderwijs gehad.

Voor- en nadelen van de Grammatica-/vertaalmethode

De methode biedt een aardige mentale training voor diegenen voor wie het een uitdaging is om dingen uit het hoofd te leren. Ook biedt de methode inzicht in de structuur, door de nadruk die op de grammatica gelegd wordt.
De keerzijden zijn echter talrijker dan de positieve kanten. De belangrijkste keerzijde is dat de spreek- en luistervaardigheid ver achterblijft, waardoor de vreemde taal zelfs na jaren studie nauwelijks mondeling toegepast kan worden. Omdat het over het algemeen om literair taalgebruik gaat, staat de methode ver af van het dagelijks gebruik van de taal, ook in de context die aangeboden wordt. Bij het leren in groepsverband biedt de methode niet de mogelijkheid tot differentiatie of een eigen creatief proces voor lerenden. De lerenden zijn alleen toehoorders en uitvoerders.

Onderdompeling (Engels: immersion)

Bedacht door wie en wanneer

De leermethode ‘Onderdompeling’ (Engelse naam: language immersion) wordt wereldwijd gebruikt sinds de jaren 70, voornamelijk op middelbare scholen waarbij een schoolvak (zoals wiskunde) in de vreemde taal wordt onderwezen. In Nederland is de methode van ‘onderdompeling’ bekend als de methode die wordt gebruikt bij bijvoorbeeld Taleninstituut Regina Coeli, ook wel ‘de nonnen van Vught’ of liefkozend ‘de nonnetjes (van Vught)’ genoemd. De methode van ‘onderdompeling’ is daar in 1963 ontstaan met Franse nonnen die Franse taalles aan rijke vrouwen uit Vught gaven.

Kenmerken van onderdompeling

Onderdompeling behelst dat degenen die de taal leren, direct vanaf het begin is omgeven door de nieuwe taal. De instructies vinden in de doeltaal plaats; in het begin langzaam en met veel herhaling en later op een meer natuurlijke wijze. De lerenden worden ook uitgedaagd vanaf het begin om in de nieuwe taal te spreken. Bij onderdompeling gebruikgemaakt van rollenspellen en simulaties. De omgeving op onderwijsinstellingen die met onderdompeling werken, wordt vaak ingericht in de stijl van het land van de doeltaal om een situatie te creëren alsof studenten in het land zijn waar de te leren taal wordt gesproken. De lerenden oefenen één-op-één of in kleine groepjes met spreken. Daadwerkelijk naar het land van de te leren taal gaan en daar verblijven in een gastgezin, is een andere manier om onderdompeling te bereiken.

Populariteit

Onderdompeling wordt als een zeer goede methode om vreemde talen te leren gezien. Hoofdzakelijk de mondelinge taalbeheersing kan op deze wijze uitstekend worden aangeleerd.

Voor- en nadelen van onderdompeling

Het belangrijkste voordeel is dat deze methode snel resultaten laat zien, doordat de methode zo intensief is. Het is ‘sink or swim’, de lerenden moeten wel in de vreemde taal gaan communiceren omdat zij erdoor worden omgeven. De studenten zijn feitelijk 24 uur per dag aan het leren. Het samen oefenen in groepen versterkt de sociale interactie. Studenten ervaren dat als motiverend.
Een nadeel is dat de bereikte resultaten niet altijd wordt vastgehouden. Als iemand in een korte tijd een nieuwe taal leert, door in het land waar de doeltaal wordt gesproken, te zijn of door in een kunstmatig gecreëerde omgeving te zijn ondergedompeld, maar vervolgens weer overgaat tot de orde van de dag, is de kans groot dat het nieuw geleerde snel weer wegzakt. Een ander minpunt kan zijn dat een dergelijke taaltraining nogal intensief is. Niet alle studenten hebben de conditie om deze wijze van leren vol te houden.

Suggestopedie (Suggestopedia)

Bedacht door wie en wanneer

Suggestopedia is een (taal)leermethode die is ontwikkeld in de zeventig jaren van de vorige eeuw. Deze methode is ontwikkeld door de Bulgaarse psychotherapeut Georgi Lozanov.

Kenmerken van Suggestopedie

Suggestopedia is gebaseerd op de kracht van de suggestie. Positieve suggestie is volgens Georgi Lozanov een voorwaarde om (een vreemde taal) te kunnen leren. Daarvoor is het van essentiële betekenis dat er tussen de docent en de lerenden een ontspannen sfeer en een wederzijds vertrouwen is. Hiervoor is de voorwaarde dat de lerenden zich ontspannen en veilig voelen. Leslokalen met rijopstellingen waren uit den boze om dit te bereiken. De studenten zaten in comfortabele stoelen tijdens de lessen die in een halve cirkel waren opgesteld en er werd ook altijd muziek in de klas gedraaid. De methodiek die Lozanov voorstond, bestond uit het voorlezen van teksten, terwijl op de achtergrond natuurgeluiden waren te horen of klassieke muziek werd gedraaid. Bij de teksten waren woordenlijsten alsook opmerkingen over de grammatica van de doeltaal. Er werd met veel expressies in stem alsook gebaren voorgelezen. Op deze manier werden studenten uitgenodigd om te luisteren en ze konden de woorden die nieuw voor ze waren, gemakkelijk begrijpen en opnemen. Voor cultuur en kennis over het land van de te leren taal was veel tijd tijdens de lessen. Er werd met rollenspellen gewerkt en er werden bijvoorbeeld streekgerechten bereid en geproefd.

Populariteit

De leermethodiek van Georgi Lozanov was omstreden en de leermethodiek is in de vergetelheid geraakt. Sommige elementen zoals het gebruikmaken van stemexpressies en gebaren bij het lezen van teksten, worden nog steeds gebruikt.

Voor- en nadelen van Suggestopedie

Suggestopedie creëert een ontspannen en veilige sfeer in de les, waardoor de lerende geen last heeft van frustratie of faalangst. Voor nieuwkomers kan deze gemoedelijke sfeer bijdragen aan een positieve associatie met het nieuwe thuisland. Vaak werkt muziek motiverend en draagt muziek bij aan betere leerprestaties. Dat de student wordt gestimuleerd om actief mee te doen en zich in de situatie in te leven, wat voor sommigen een nieuwe ervaring is, is een bijkomend voordeel van de leermethode. Tegelijk vormt dit voor sommigen een nadeel, want niet iedereen is hiertoe in staat. Ook kan muziek bij sommige studenten eerder afleiden en verstorend zijn in plaats van ontspannend of stimulerend. Een ander zwak punt is dat de verhouding taaldocent-lerende niet gelijkwaardig is; alle inbreng komt van de zijde van de taaldocent waarbij de lerende steeds de ontvangende partij is.

Community Language Learning (CLL)

Bedacht door wie en wanneer

De Amerikaanse priester en psycholoog Charles A. Curran ontwikkelde in 1976 Community Language Learning, ook wel Counseling Language Learning geheten.

Kenmerken van Community Language Learning (CLL)

CLL (Community Language Learning) is een methode om een taal te leren waarbij studenten samenwerken om te bepalen welke aspecten van de taal zij willen leren. Deze methode baseert zich op de counseling-benadering waarbij de docent als een counselor optreedt die de zinnen van de lerende parafraseert. De studenten beginnen het gesprek. Zij spreken in de moedertaal als zij de taal nog niet genoeg machtig zijn. De docent vertaalt en legt uit, waarna de studenten de uitspraken van de docent zo nauwkeurig mogelijk herhalen. Deze gesprekken worden opgenomen om opnieuw te beluisteren.
Community Language Learning bevordert het gemeenschapsgevoel in de leergroep en beschouwt de wisselwerking tussen de studenten als middel om de taal te leren. Het zijn de lerenden zelf die het lesmateriaal bepalen middels betekenisvolle gesprekken. Een leerboek wordt niet gevolgd.

Populariteit

Of CLL succesvol is, is in hoge mate afhankelijk van de expertise van de docent-counselor. De taaldocent dient sociaal-cultureel kundig alsook taalkundig onderlegd te zijn. De taaltrainer dient zowel de vreemde taal als de moedertaal van de lerenden uitstekend te beheersen om de taaluitingen van de lerenden te kunnen vertalen. De methode kan goed functioneren wanneer deze op de juiste wijze wordt toegepast. Voor grote klassen is de methode niet geschikt.

Voor- en nadelen van Community Language Learning

Deze methode biedt de lerenden veel autonomie. Veel lerenden vinden het analyseren van de eigen gesprekken zinvol. De leergroep wordt vaak zeer hecht, niet alleen tijdens de lessen, maar eveneens daarbuiten. Met CLL worden lerenden zich zo veel meer bewust van hun groepsgenoten, hun sterke en minder sterke punten en leren als team samen te werken. Studenten leren veel van het bespreken van hun fouten en het evalueren van de taallessen. Vaak blijven deze verbeteringen in het geheugen gegrift en worden zo onderdeel van het actieve vocabulaire van de student.
Het kan een nadeel zijn dat de taal trainer niet sturend is, terwijl een aantal lerenden wel sturing nodig heeft. Er wordt geen leerboek gebruikt en er worden eveneens geen toetsen afgenomen. Het succes van de les is daardoor lastig meetbaar. Sommige lerenden worden belemmerd in hun spreken als zij worden opgenomen.

Lexicografische benadering (Engels: Dynamic Lexicographic Approach; DLA)

Bedacht door wie en wanneer

De Lexicografische benadering (Engelse naam: Lexical Approach; LA) is een methode om talen te leren die door Michael Lewis is ontwikkeld in de jaren 90 van de vorige eeuw.

Kenmerken van de Lexicografische benadering (DLA)

De lexicografische benadering is gebaseerd op het idee dat een belangrijk gedeelte van het leren van een taal bestaat uit het begrijpen en produceren van ‘lexicale eenheden’, brokjes taal die bestaan uit woorden, woordcombinaties en uitdrukkingen. Studenten verwerven al doende inzicht in patronen van de taal (de grammatica) en betekenisvolle groepen met woorden. Zo leren ze de vreemde taal ‘in het echt’ gebruikt wordt. In deze benadering is woordenschat belangrijker dan grammatica. Instructies zijn op situaties en uitdrukkingen gericht die regelmatig in dialoog voorkomen. Voor interactie is aandacht maar eveneens voor i>exposure; voor de receptieve vaardigheden van de student (luisteren/begrijpen, lezen/begrijpen). Er bestaat veel mogelijkheid voor de lerenden om zelf de taal te ontdekken.
De rol van de trainer is voor voldoende inbreng te zorgen en het faciliteren van het leertraject van de lerende.

Populariteit

Door de invloed van de ideeën over taal van (onder andere) Michael Lewis zijn in de afgelopen drie decennia de lesboeken duidelijk anders geworden. Er wordt veel meer aandacht aan woordenschat geschonken die in zogenaamde chunks wordt aangeboden, in betekenisvolle brokjes. Iets waarnaar Lewis streefde; de vergaande verandering in de wijze waarop talen worden onderwezen, heeft echter niet plaatsgevonden.

Voor- en nadelen van de Lexicografische benadering

De studenten leren om op een natuurlijke wijze de taal te gebruiken door het werken met ‘chunks’ (brokjes van de taal); met ‘echte’ taal. Op deze manier ontstaat souplesse in het taalgebruik.
Het minpunt van deze methode van de methode is dat de werkelijkheid altijd weer afwijkt van de geleerde taalsituaties. Een aantal studenten heeft moeite om de patronen van de vreemde taal zelf te leren herkennen en deze studenten hebben meer aan een trainer die hen wegwijs maakt, dan aan een docent-facilitator.

Series Method

Bedacht door wie en wanneer

De Series method, ook wel ‘seriemethode van taalverwerving’ genoemd, is door de Franse leraar François Gouin in het jaar 1880 ontwikkeld.

Kenmerken van de Series Method

De seriemethode (The Series Method of language acquisition) van François Gouin is gebaseerd op een serie van verbonden zinnen die gemakkelijk te begrijpen zijn en weinig kennis van de grammatica van de doeltaal vereisen. De studenten leren zinnetjes op basis van een actie, zoals het verlaten van een huis in de volgorde waarin deze uitgevoerd zou worden. Deze series of reeksen gingen over onderwerpen als de mens in de samenleving, wetenschap en beroep, het leven in de natuur, ontwikkeld vanuit het onderscheid tussen objectief, subjectief en figuurlijk gebruik van de taal. In de François Gouin-serie wordt geen moedertaal gebruikt. Studenten gaan snel in de doeltaal denken omdat een soort eentalige leermethode betreft, die niet uitgaat van ‘vertalen’ en ‘uitleggen’ maar van ‘demonstreren’ en ‘handelen’.

Populariteit

Gouin’s denkwijzen over het leren van een vreemde taal waren bijzonder vooruitstrevend. Ondanks dat de methode een vrij afwijkende aanpak had, was de seriemethode van Gouin enige tijd succesvol. Deze methode van Gouin werd echter door de Directe Methode van Berlitz overschaduwd.

Voor- en nadelen van de Series Method

De Seriemethode van Gouin ontwikkelt de mondelinge vaardigheden sterk en zorgt voor een sfeer die harmonieus, natuurlijk en gelijkwaardig is.
Gouin’s methode biedt levendig taalonderwijs. Doordat de seriemethode gebruikmaakt van visueel leermateriaal, bijvoorbeeld afbeeldingen, grafieken, en dergelijke, wekt dit type onderwijs enthousiasme op van de lerenden. Een nieuwe taal leren wordt tastbaar; dit was iets dat totaal nieuw was. De leermethode maakt lerenden nieuwsgierig, wat goed werkt om het leergeheugen te helpen ontwikkelen, de prestatiedruk te verminderen en het zelfvertrouwen te verbeteren. De methode stimuleert de communicatieve competenties van de studenten sterk.
Het nadeel van de leermethode is dat taal die wat meer abstract of subjectief wordt, moeilijk in één duidelijke ervaring kan worden gevangen met beweging en expressie. Een ander minpunt is de bewerkelijkheid voor de trainer, die tenslotte een scala aan series dient voor te bereiden. Ten derde focust de Gouin-seriemethode vooral op mondelinge taalgebruik, terwijl het onderwijssysteem nog meestal draait om examens voor het toetsen van de lees- en schrijfvaardigheid.

Task-Based Language Teaching (TBLT)

Bedacht door wie en wanneer

Taakgericht taalonderwijs (Engels: Task-Based Language Teaching; TBLT) is ontwikkeld in de jaren 80 van de vorige eeuw. De grondleggers van deze methode waren de Indiase taalkundige professor N.S. Prabhu, de Amerikaanse hoogleraar Teresa P. Pica en de Britse hoogleraren Michael H. Long en Graham V. Crookes.

Kenmerken van de Task-Based Language Teaching (TBLT)

Taakgericht taalonderwijs past binnen een Communicatieve Benadering/het Communicatief Taalonderwijs. De gedachte achter deze methode is dat het verwerven van de taal geen op zichzelf staand doel, maar een middel om bepaalde taken uit te voeren. Lerenden krijgen motiverende taken aangeboden. Hiervoor is kennis van de vreemde taal vereist. Om deze taken goed uit te voeren, is het nodig dat zij over woordenschat en regels van de doeltaal beschikken. De taken zijn alledaagse taken, zoals een boodschappen doen, een e-mail schrijven, bellen met de klantenservice, een drankje bestellen of de krant lezen. De taak wordt in drie verschillende fasen verdeeld: vóór, tijdens en na de taak, waarbij de student zich eerst op de taak voorbereidt, de taak daarna uitvoert en tot slot hierop terugblikt. De lerenden moeten samenwerken om de opdrachten uit te voeren. Om leereffect te hebben, moeten de opdrachten iets boven het niveau van de studenten liggen.

Populariteit

Task-Based Language Teaching is zeer populair geworden vanaf de vroege jaren negentig en zeker in het taalonderwijs. Het lijkt de meest praktisch bruikbare vorm te zijn voor het verhogen van de taalvaardigheden bij de lerenden (met name de lerenden met een achterstand) in het lager en secundair onderwijs.

Voor- en nadelen van Task-Based Language Teaching

Taakgericht taalonderwijs biedt duidelijke voordelen. Het taakgericht taalonderwijs is een activerende werkvorm, waarbij de lerenden worden uitgedaagd om hun vaardigheid te gebruiken. Mits de opdracht goed bij de lerende aansluit, is Task-Based Language Teaching een op de persoon gerichte, efficiënte en relevante aanpak. De student komt op een dagelijkse, natuurlijke manier in aanraking met de doeltaal en leert zo authentieke woorden, woordcombinaties en uitdrukkingen. Daarnaast leren studenten om met elkaar samen te werken. Taakgericht taalonderwijs wordt door de studenten als prettig en motiverend ervaren .
Als minpunt kan gezien worden dat de communicatie voorop staat en niet de correcte vorm, waardoor studenten die niet heel nauwkeurig leren.

De Dogme benadering (Engels: Dogme Language Teaching; Dogme ELT)

Bedacht door wie en wanneer

Scott Thornbury; een Nieuw-Zeelandse docententrainer en linguïst op het gebied van taalonderwijs Engels bedacht in 2000 Dogme Language Teaching/Dogme ELT (ook wel de ‘Dogmabenadering’ genoemd).

Kenmerken van de Dogme benadering (ELT)

‘Dogme 95’; een stroming uit 1995 van een groep van Deense filmmakers waaronder Deense filmregisseur Lars von Trier, was de inspiratie voor Dogme Language Teaching (DLT). De deelnemers houden zich aan 10 strenge regels (dogma’s) bij het filmmaken die samen ‘de eed van zuiverheid’ (Deens: kyskhedsløfter; Engels: Vows of Chastity) behelzen. Het Dogme-taalonderwijs werkt op een vergelijkbare wijze. De aanhangers van de Dogme Language Teaching zoeken naar een vorm van communicatief taalonderwijs die niet door enig voorgedrukt materiaal belast is. Het beginnen van inhoudelijke gesprekken die over praktische onderwerpen gaan, is het oogmerk van de Dogme-methode. Bij deze methode draait het om communicatie als aanjager van een vreemde taal leren. Deze leermethode is daarom een communicatieve aanpak van het onderwijs, die taalonderwijs biedt zonder het gebruik van lesboeken of overig lesmateriaal en zich in plaats daarvan op de communicatie tussen trainer en studenten richt. Het Dogme-taalonderwijs heeft, net zoals de Dogme-beweging in de film, 10 dogma’s (uitgangspunten).

Populariteit

Ondanks dat er weinig onderzoek naar het succes van Dogme is gedaan, stelt Scott Thornbury dat de overeenkomsten met het taakgericht leren van een vreemde taal suggereren dat Dogme waarschijnlijk voor vergelijkbare resultaten zorgt.

Voor- en nadelen van de Dogme benadering

Een positieve bijkomstigheid voor de taaldocent is dat voorbereiding vrijwel niet nodig is. Dat de lerenden verantwoordelijk zijn voor hun eigen leerproces, kan erg motiverend werken. Op deze manier is de les niet voorspelbaar. Het zorgt voor spontane communicatie en voorkomt verveling. Vrijwel elk item kan tijdens Dogme-lessen worden besproken. Dit zorgt ervoor dat studenten betrokken en alert blijven.
Daartegenover staat dat lerenden zich wat minder op hun gemak kunnen voelen als ze zo weinig bij de hand genomen worden door de trainer. Ook zijn niet alle taaldocenten voldoende flexibel voor deze manier van lesgeven. Een ander nadeel kan vormen dat studenten zich vaak op een bepaald examen dienen voor te bereiden, terwijl het niet zeker is dat de hiervoor benodigde lesstof hiervoor aan bod komt tijdens de les.

Growing Participator Approach (GPA)

Bedacht door wie en wanneer

The Growing Participator Approach (GPA) is ontwikkeld in 2007 door Language consultants Angela en Greg Thomson.

Kenmerken van de Growing Participator Approach (GPA)

Deze GPA-methode is een alternatieve visie op het verwerven van een vreemde taal. Dat taal en cultuur onlosmakelijk zijn, is de primaire aanname van de GPA. Bij GPA gaat het om veel meer dan alleen het leren van een taal; het doel om tot een volwaardige deelnemer aan het leven in de gastcultuur uit te groeien. Daarom gebruikt GPA de benaming ‘groeiende deelnemers’ in plaats van ‘taallerenden’ en ‘verzorger’ in plaats van ‘docenten of leraren’. De Growing Participator Approach (GPA) vertoont overeenkomsten met, en is ook deels gebaseerd op, de Natural Approach (natuurlijke aanpak) van Stephen Krashen en Tracy Terrell.
De leermethode bestaat uit zes fasen van activiteiten. Deze activiteiten worden uitgevoerd door de lerende en een verzorger uit de gastcultuur. Begrijpen gaat boven produceren. De woordenschat alsook de cultuur krijgen de nadruk. Fase 1 is de zogenaamde hier-en-nu-fase. Deze neemt ongeveer 100 uur in beslag. De ‘groeiende deelnemer’ richt zich in fase 1 op het luisteren en het non-verbale feedback geven.
Fase 2 van de leermethode is de verhaalopbouwfase. Deze duurt ongeveer 150 uur en de deelnemer begint nu de vreemde taal ook te produceren. In fase 3 ligt de nadruk op ‘gedeelde verhalen’. Dit zijn verhalen over dagelijkse gebeurtenissen, verhalen die tussen culturen gedeeld worden en verhalen over gedeelde ervaringen. Fase 4 is de fase van het ‘diepe delen’. De deelnemer en de verzorger beginnen nu diepere gesprekken te voeren over het leven in de ontvangende cultuur. In fase 5 beginnen de deelnemers zich te richten op het taalgebruik van moedertaalsprekers door middel van films, televisie of nieuws en literatuur. De taal die voor het werk van de deelnemers nodig is, wordt ook geleerd. Fase 6 is de zogenaamde ‘zelfvoorzienende groeifase’. Deze fase heeft geen eindpunt. Het gaat het hierbij om groei naast de formele taalsessies.

Populariteit

Er is nog vrij weinig bekend over het succes omdat de leermethode van Thomson nog vrij nieuw is. Deelnemers zijn vrij enthousiast over de leermethode.

Voor- en nadelen van de Growing Participator Approach

Met GPA wordt een duidelijk inzicht op het proces van taalverwerving geboden. De zes fasen van de leermethode bieden haalbare doelen alsook een duidelijk tijdsschema. Er wordt door de lerende niet alleen kennis van de vreemde taal verworven, maar ook van de omgeving en de lerenden verwerven eveneens een nieuw sociaal netwerk.
Een minpunt van deze leermethode is dat voor iedere deelnemer of iedere kleine groep deelnemers een ‘verzorger’ gezocht moet worden die veel tijd wil investeren.

Shadowing Technique

Bedacht door wie en wanneer

De Shadowing technique of kortweg Shadowing (‘schaduwen’) is bedacht in de vroege jaren 2000 door Alexander Argüelles; een Amerikaanse taalkundige en polyglot.

Kenmerken van de Shadowing Technique

Shadowing is een methode die taallerenden zelfstandig kunnen toepassen om de uitspraak en intonatie te verbeteren en vloeiendheid in het spreken te verwerven. Het is een relatief eenvoudige methode: de student luistert naar een audio-opname, bij voorkeur een dialoog en herhaalt wat hij of zij hoort. Het is niet van belang om de tekst in de doeltaal ook te begrijpen; het gaat in eerste instantie om de klank van de te leren taal. Luisteren en herhalen wordt geoefend tot dit heel gemakkelijk gaat en de lerenden simultaan kunnen spreken met de opname. De student gebruikt na enige tijd een transcript om te kunnen lezen (en te begrijpen) wat hij of zij heeft uitgesproken. Diverse leerboeken zijn geschikt voor deze leermethode, zolang er maar dialogen of stukken samenhangende tekst in staan. De audio-opnames dienen idealiter wat boven het niveau van de lerenden te zijn. De ideale lengte van een audio-opname is ruwweg één pagina, op natuurlijke snelheid en zonder kunstmatige pauzes in te lassen. Alexander Argüelles doet de aanbeveling om te gaan lopen tijdens het spreken, liefst in de buitenlucht, en niet te gaan zitten, omdat fysieke bewegingen de opname versterken van de te leren taal in het zenuwstelsel. Dat de lerenden minder gauw worden afgeleid als zij bewegen, waardoor het leren van de taal aanzienlijk effectiever gaat, is een bijkomende reden.

Shadowing heeft veel overeenkomsten met de audiolinguale methode uit de twintigste eeuw, maar het verschil is dat de audiolinguale methode gebruikmaakte van grammaticale driloefeningen in plaats van dialogen of samenhangende tekst. Bij Shadowing is eveneens het simultaan spreken anders.

Populariteit

De afgelopen jaren is veel onderzoek naar Shadowing gedaan dat aantoont dat de techniek zowel de uitspraak als de luistervaardigheid sterk verbetert. Het algemene begrip van de nieuwe taal wordt eveneens vergroot.

Voor- en nadelen van de Shadowing Technique

Shadowing heeft als praktisch voordeel dat de methodiek in een groep van studenten kan worden toegepast, waarbij alle deelnemers actief leren. De methode heeft een hoog rendement.

De techniek van Shadowing heeft als keerzijde is dat studenten het soms ietwat saai kunnen vinden om dezelfde tekst te blijven herhalen. De teksten kiezen is dus heel belangrijk.

Total Physical Response (TPR®)

Bedacht door wie en wanneer

De Amerikaanse psycholoog James Asher ontwikkelde de taalverwervingsmethode Total Physical Response, ook wel TPR® genoemd, in de jaren 60 van de vorige eeuw.

Kenmerken van Total Physical Response (TPR®)

TPR® is een methode om talen te leren die uitgaat van het principe dat mensen leren door middel van bewegingen en handelingen. Al doende leert men, en wel op de manier zoals kinderen hun moedertaal leren. Ouders geven voortdurend taken aan hun (jonge) kinderen en belonen hen als ze die taken uitvoeren (“kijk naar mama”, “goed zo”). “Pak de lepel”, “Mooi!”, “Trek je schoenen maar aan”, enz.). Het is in de eerste plaats de bedoeling dat het kind begrijpt wat de ouder zegt, in een later stadium gaat het kind verbaal reageren. De luistervaardigheid vormt dus de basis, daarna komt de spreekvaardigheid.
De methode van TPR® past deze principes van de moedertaalverwerving bij het leren van een vreemde taal versneld toe. De docent geeft taken op een vriendelijke en begrijpelijke manier, zoals: “pak het boek” en doet zelf de taken voor; de lerenden doen deze taken na. In het begin wordt nog niet van de studenten verwacht dat ze praten; de studenten geven in een later stadium de opdrachten. Opdrachten die bekend zijn worden uitgebreid of deels aangepast.
TPR® appelleert aan de beide hersenhelften door de combinatie van beweging en spraak. Het kost daardoor minder moeite om iets te leren en de geleerde stof beklijft ook beter.

Populariteit

Voornamelijk wordt TPR® gebruikt binnen het NT2-onderwijs (Nederlands als tweede taal), zeker bij beginners en ook wel bij Engels taalonderwijs op de basisschool. Maar ook middelbare scholieren of volwassenen werken met veel plezier met de methode van Total Physical Response en behalen hierbij goede resultaten.

Voor- en nadelen van Total Physical Response

TPR® heeft veel voordelen. Doordat lerenden veel begrijpelijke input krijgen aangeboden in ‘chunks’ (woorden die bij elkaar horen), krijgen de lerenden snel begrip van de nieuwe taal. De methode zorgt voor vlotte succeservaringen. Dit bevordert het plezier in het leren van de nieuwe taal. Dit zorgt voor stressvrij leren. In principe is TPR® inzetbaar voor alle doelgroepen, ongeacht leeftijd of achtergrond en kan de methodiek eveneens in wat grotere klassen gebruikt worden. De nieuwe taal wordt direct opgeslagen in het langetermijngeheugen.
Het feit dat niet alle taaluitingen in TPR®-taken zijn uit te drukken, is het nadeel van TPR®. Dit is de reden dat de methodiek tot op een bepaald niveau werkt en daarboven een andere methodiek (aanvullend) nodig is. Ook is de leermethode niet erg creatief. De student leert niet zijn of haar gevoelens, ideeën en meningen uit te drukken.

De Directe Methode (Engels: Direct Method; DM)

Bedacht door wie en wanneer

Eind jaren 80 van de negentiende eeuw bedacht de Duits-Amerikaanse linguïst Maximilian Delphinius Berlitz de Directe Methode. Deze methode wordt ook wel ‘de natuurlijke benadering’ genoemd. Deze Directe Methode is ontwikkeld als tegenreactie op de dominante grammatica-vertaalmethode.

Kenmerken van de Directe Methode (DM)

Er was een Reformbeweging rond het jaar 1900 met nieuwe ideeën dat het leren inductief en zelfontdekkend moest zijn. Overigens betrof die Reformbeweging niet alleen het leren van talen, maar eveneens voeding, kleding, natuurgeneeskunde en naturisme. Net als in de jaren zestig van de vorige eeuw, streefde men omstreeks 1900 naar meer natuurlijke manieren van leven en bevrijding van keurslijven. Binnen het taalonderwijs kwam veel aandacht voor de gesproken, ‘levende’ taal, waarbij grammatica vooral inductief werd onderwezen, met behulp van voorbeeldzinnen. Hieruit dienden studenten de taalregels af te leiden. Veel mondelinge oefeningen en met meer aandacht waren er voor de uitspraak van de taal. Het werd aangemoedigd om de studenten veel te laten praten. Nieuw was eveneens dat de taalles in de doeltaal gegeven werd. Tijdens de les werd nadrukkelijk niet vertaald. De woordenschat werd aangeleerd met behulp van plaatjes en voorbeelden. De studenten brachten zelf abstracte vocabulaire aan voor het associëren van ideeën.

Populariteit

Mede door invloeden van de oorlogen en crises ebde deze vernieuwingsgolf van begin twintigste eeuw weg, om in de jaren zestig weer in een andere vorm terug te komen.
Met (een moderne versie van) de Directe Methode wordt nog altijd gewerkt door taleninstituten als Berlitz en Interlingua.

Voor- en nadelen van de Directe Methode

Dat de Directe Methode een vrij natuurlijke manier is om een taal te leren, is het voordeel. Er wordt veel aandacht besteed aan luisteren en spreken. Hierdoor krijgen de lerenden zelfvertrouwen en vloeiendheid in de vreemde taal. Keerzijden heeft deze methode echter ook. Er is bij deze methode veel minder aandacht voor de schrijfvaardigheid en ook minder aandacht voor lezen in de vreemde taal. Voor studenten die verder meer gevorderd zijn, biedt de methode niet genoeg uitdagingen. De Directe Methode is ook niet zeer geschikt voor minder snel lerende studenten, doordat deze leermethode een dynamische inzet vanuit de student verwacht.

De Manesca-methode (Engels: Manesca Method)

Bedacht door wie en wanneer

In 1835 publiceerde Jean Manesca An Oral System of Teaching Living Languages Illustrated by a Practical Course of Lessons in the French through the Medium of the English (“Een mondelinge methode voor het onderwijzen van levende talen, aan de hand van een praktische cursus Frans door middel van het Engels”). In 2015 is An oral system of teaching living languages in herdruk gegaan.

Kenmerken van de Manesca-methode

Manesca is gebaseerd op hetzelfde principe als de Natural Approach (‘natuurlijke aanpak’): de beste manier om een taal te leren, is die waarop een kind de moedertaal leert. Een vreemde taal leren moet veilig en gemakkelijk zijn. Om die reden wil Manesca niet met abstracte lijstjes en regels met woorden werken die uit het hoofd geleerd moeten worden.
De Manesca-methode staat bekend als de oudste, bekende, volledige taalcursus. De Manesca-methode is gebaseerd op het werken met een groep lerenden en een trainer, die één nieuw woord tegelijk introduceert. Bij elk woord hoort een bepaalde beweging. De studenten herhalen daarna afzonderlijk het woord en deze beweging. Door de herhaling onthouden de lerenden deze woorden, zonder dat uit het hoofd leren nodig is. Stap voor stap vormen deze woorden zinnen en weer variaties op de zinnen. Spelling wordt in een later stadium met leesteksten aangeboden.
De methode van Jean Manesca is reeds enkele jaren later door grammaticaschrijver en taaldocent Heinrich Gottfried Ollendorff overgenomen en aangepast en wordt ook wel de Ollendorff-methode genoemd.

Populariteit

Jean Manesca overleed twee jaar na de publicatie van zijn methode. Het werk van Jean Manesca is door anderen opgepakt en aangepast, onder wie Ollendorff. Veel van zijn ideeën zijn nog actueel en worden nog altijd in het moderne vreemdetalenonderwijs gebruikt.

Voor- en nadelen van de Manesca-methode

Het pluspunt van de Manesca of Ollendorff-leermethode geldt als de combinatie van spreken en bewegen, waardoor het fysieke geheugen meewerkt en het geleerde gemakkelijker en langer door de lerenden wordt onthouden. Het veelvuldige herhalen draagt daar ook aan bij. Dat het wat saai wordt om dezelfde woordjes en zinnen steeds te herhalen, kan als een minpunt worden gezien.

Silent Way

Bedacht door wie en wanneer

The Silent way (‘de stille manier’) is ontwikkeld in 1963 door de Egyptenaar Caleb Gattegno.

Kenmerken van de Silent Way

The Silent Way is een manier om een taal te leren die stilte gebruikt als instructiemiddel. De autonomie van de lerenden en hun actieve deelname is het uitgangspunt van de methode van Gattegno.
De taaltrainers gebruiken een combinatie van gebaren en stilte om de aandacht van de lerende te trekken, reacties uit te lokken en hem of haar aan te moedigen om foutjes te corrigeren. Er wordt veel tijd aan de uitspraak van de taal besteed.
Gattegno, die wiskundige was, vond het van belang om les te geven op een wijze die efficiënt was voor de energievoorraad van de studenten. Caleb Gattegno had ontdekt dat het relatief weinig energie kost om een auditief of visueel beeld te onthouden, veel minder energie dan wanneer lerenden proberen iets uit het hoofd te leren. Caleb Gattegno betoogde dat de trainers niet naar kennisoverdracht an sich zouden moeten streven, maar bewustzijn aan dienen te boren, omdat alleen het bewustzijn het mogelijk maakt om iets te leren.
Gekleurde blokjes (zogenaamde cuisenaire-staven) die kunnen worden gebruikt voor allerlei verschillende dingen, zijn één van de hulpmiddelen waar The Silent Way gebruik van maakt. De ‘de stille manier’ maakt eveneens gebruik van Words in Colour; een kleurenkaart voor geluiden waarin elke kleur een specifieke klank van de vreemde taal vertegenwoordigt, gekleurde woordgrafieken om aan zinnen te werken en gekleurde grafieken die worden gebruikt om spelling te leren.

Populariteit

Caleb Gattegno’s ideeën zijn van belang geweest, met name bij het aanleren van de uitspraak, hoewel de Stille Manier in zijn originele vorm niet veel wordt gebruikt.

Voor- en nadelen van de Silent Way

Dat zijn methodiek voor de student niet-bedreigend is, die per slot van rekening als autonoom wordt gezien, is de sterke kant van de benadering van Gattegno. De taaltrainer is in principe dienstbaar aan de lerende en niet omgekeerd. De leermethodiek van The Silent Way stimuleert het leren van een taal op een natuurlijke wijze. Door taallerenden een uitdaging te geven om nieuwe dingen te ontdekken, wordt het geleerde vaak goed verwerkt en onthouden. Foutjes maken mag, wat helpt bij het leerproces.
Dat sommige lerenden intensievere begeleiding nodig hebben dan de leermethode voorstaat, kan een minpunt zijn. Een student zou gefrustreerd kunnen raken door het gebrek aan inbreng van de trainer. De beperking van het werken met kleuren en grafieken is dat de nieuwheid er vrij gauw af is, waardoor het effect van de leermethode verdwijnt.

TPR Storytelling

Bedacht door wie en wanneer

TPR Storytelling of ‘TPRS’ houdt in Teaching Proficiency through Reading and Storytelling. Deze methode is ontwikkeld door Blaine Ray in 1990, van oorsprong een Amerikaanse docent Spaans, en is afgeleid van de TPR-methode (Total Physical Response).

Kenmerken van TPR Storytelling

De TPRS-methode is een talenverwervingsmethode die verhalen gebruikt om talen te leren. Het uitgangspunt is een natuurlijke methode van taalverwerving: de nieuwe taal leren zoals kinderen de moedertaal leren. De student wordt blootgesteld aan een grote hoeveelheid begrijpelijke input om dit te bereiken. Door de docent wordt een verhaal verteld waarin nieuw te leren woorden diverse keren voorkomen. De verhalen zijn niet te lang en interessant of humoristisch. De verhalen zijn vrij eenvoudig te begrijpen, hierdoor ontspannen de studenten zich. Zo worden woorden en structuren vrijwel ongemerkt opgeslagen in het langetermijngeheugen van de lerenden. De taaldocent wijst de student op grammaticale fenomenen van de doeltaal, zonder dat studenten regels uit het hoofd hoeven te leren.
Na enige tijd zullen de lerenden ‘vanzelf’ beginnen te spreken en de grammaticale structuren van de nieuwe taal nadoen. Dit is een natuurlijk proces. Samen met een groepje van lerenden een verhaal opbouwen, is een variant. Bij deze methode schrijft de docent eerst nieuwe woorden en structuren op het schoolbord, met de vertaling erbij, om vervolgens hiervan een verhaal te maken samen met de lerenden. Tot slot wordt het verhaal door de lerenden naverteld. Een belangrijk onderdeel van TPR Storytelling is lezen, omdat dit voor inbreng zorgt. Schrijven volgt daarna.

Populariteit

Er is veel onderzoeken gedaan dat uitwijst dat TPRS een succesvolle manier is om een vreemde taal te leren. Randvoorwaarden zijn er wel: de taaldocent dient ervoor getraind te zijn en de setting dient geschikt te zijn.

Voor- en nadelen van TPR Storytelling

TPRS is een laagdrempelige wijze van taalverwerving en de taalkennis wordt goed onthouden. TPRS spreekt ook de creatieve intelligentie aan; TPR Storytelling is een breinvriendelijke leermethode. Het is plezierig voor de student en het is niet moeilijk om bij te les te blijven. Voor studenten werkt de methode zeer motiverend om zelf verhalen te maken.
Een nadeel is dat TPR Storytelling veel voorbereiding van de taaldocent vraagt.

COMMERCIËLE METHODES VOOR ZELFSTUDIE

De Rosetta Stone methode

Bedacht door wie en wanneer

De Rosetta Stone-leermethode is naar de Steen van Rosetta vernoemd, een steen die werd ontdekt in Egypte met tweetalige teksten, waarmee de hiërogliefen konden worden ontcijferd. Het is eveneens de naam van het softwarebedrijf dat de taalcursussen aanbiedt. De eerste versie van Rosetta Stone is in het jaar 1996 uitgebracht.

Kenmerken van de Rosetta Stone methode

De Rosetta Stone cursus is een manier om met behulp van een computer vreemde talen te leren. Deze taalcursussen worden aangeboden in ruim dertig verschillende talen en ze kunnen ook vanuit elk van deze talen worden gevolgd.
De Rosetta Stone-methode is een communicatieve leermethode, die de manier nabootst waarop een kind zijn of haar moedertaal leert. Dat wil zeggen ‘leren door middel van onderdompeling’, door veel te luisteren en na te zeggen. Het programma gebruikt hier stemmen van native speakers (moedertaalsprekers) en foto’s voor voor het overbrengen van de betekenis van nieuwe woorden. Er wordt gebruikgemaakt van een spraakherkenningsprogramma. Dit programma registreert de uitspraak en maakt hier een schematische weergave van. Dit maakt het mogelijk voor de lerende om de uitspraak met die van een native speaker (moedertaalspreker) te vergelijken. Door de voorbeeldstem wat langzamer te laten praten en vervolgens veel na te spreken, kan uitspraakverbetering behaald worden.
Voor de schrijfvaardigheid van de lerende zijn er dictee-oefeningen. De software van de methode controleert de grammatica en de spelling en geeft eventuele taalfouten aan met de mogelijkheid om de taalfouten van de student te verbeteren.
Het programma omvat eveneens leesteksten. De teksten gaan over dagelijkse onderwerpen, activiteiten en ideeën.

Populariteit

Wereldwijd wordt de methode van Rosetta Stone veel ingezet en niet door de minsten. Onder meer het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse zaken en de NASA maken er gebruik van. De methode van Rosetta Stone wordt in Nederland door enkele ministeries en diverse hogescholen en universiteiten en eveneens door een aantal internationale organisaties ingezet.

Voor- en nadelen van de Rosetta Stone methode

De Rosetta Stone-methode is erg eenvoudig in het gebruik en de methode kan door de studenten gebruikt worden op elk moment. De student bepaalt zelf welke onderdelen van de leermethode meer of wellicht minder aandacht kunnen gebruiken. Veel lerenden vinden het plezierig om de methodiek te gebruiken. Bij een gebrek aan trainers kan de methode voor scholen een oplossing zijn. Een nadeel kan zijn dat er geen taaldocent beschikbaar is die lerenden kan motiveren of iets extra’s kan bieden.

De Pimsleur methode

Bedacht door wie en wanneer

De taalcursussen van Pimsleur zijn ontwikkeld door Dr. Paul M. Pimsleur; een Amerikaans taalkundige. Zijn eerste taalcursus was een cursus Grieks, die Paul Pimsleur in 1963 introduceerde.

Kenmerken van de Pimsleur methode

De methode van Pimsleur is een Amerikaans computerprogramma om nieuwe talen te leren.
Een cursus van Pimsleur bestaat uit zinnetjes/dialoog in de doeltaal die door studenten worden nagesproken en herhaald. Deze zinnetjes zijn door moedertaalsprekers ingesproken. De cursussen zijn gebaseerd op herhaling, anticipatie, woordenschat en weer herhaling. De lessen bieden een audio-opname van 30 minuten die nieuwe woordenschat en structuur bevat. De methode van Pimsleur legt de grammaticale structuur van de doeltaal niet apart uit maar biedt deze aan door middel van uitbreiding van, en variaties op, de zinnetjes.
Pimsleur deed onderzoeken naar het optimale interval waarmee kennis van het kortetermijngeheugen naar het langetermijngeheugen overgaat. Dit (gemiddelde) interval is in de cursussen van Pimsleur geïntegreerd.

Populariteit

Onder andere Amerikanen volgen de taalcursussen van Pimsleur en de ervaringen met de methode lopen uiteen. De gebruikers zijn in het algemeen tevreden over de aangeleerde uitspraak van de vreemde taal.

Voor- en nadelen van de Pimsleur methode

Omdat de insprekers allemaal native speakers (moedertaalsprekers) zijn en op een natuurlijke wijze op een normaal tempo praten, werkt de methode van Pimsleur erg goed om de uitspraak te verbeteren.
Dat er niets uitgelegd wordt, is het minpunt van de methode van Pimsleur. De student leert geen bouwstenen van de doeltaal om zelf een zin te maken, maar moet het met duizenden voorbeeldzinnetjes doen die worden ingeprent.

De Michel Thomas methode

Bedacht door wie en wanneer

De Michel-Thomas-methode is, niet geheel verrassend, bedacht door Michel Thomas (Poolse naam: Moniek Kroskof); een in Polen geboren genaturaliseerde Amerikaan. Hij ontwikkelde zijn methode kort na de Tweede Wereldoorlog in zijn eigen taleninstituut in Beverly Hills in Los Angeles, die beroemdheden als Barbra Streisand, Diana Ross, Mel Gibson, Emma Thompson, Bob Dylan en Pierce Brosnan tot de klantenkring kan rekenen.

Kenmerken van de Micheal Thomas methode

Het uitgangspunt van Michel Thomas was dat iemand alleen kan leren leren als hij of zij vrij is van stress. Hij begon met de studenten duidelijk te maken dat ze zich geen zorgen hoefden te maken dat ze iets zouden vergeten.
De taalcursussen zijn audiolessen, ingesproken door twee stemacteurs; een mannelijke en een vrouwelijke. De setting is een virtueel klaslokaal, waarin de student zich voorstelt als de derde student. Deze student luistert mee met de lessen van de acteurs. Wanneer de stemacteurs een vraag wordt gesteld, is het idee dat de gebruikers op de pauzeknop drukken en deze vraag eerst zelf beantwoorden. Er zijn geen huiswerkopdrachten, geen uit-het-hoofd-leren. Bij de methode worden de lessen opgebouwd in kleine delen en stof die nieuw is, wordt afgewisseld met stof die al bekend is. Bij de Michel Thomas-methode is de uitleg steeds in de Engelse taal. Er wordt bijvoorbeeld op verbanden gewezen tussen het Engels en de doeltaal, als die verbanden er zijn. De methode geeft ook grammaticale uitleg. Bij de methode van Michel-Thomas wordt makkelijke stof eerst aangeleerd, moeilijkere stof wordt pas aangeboden nadat door de student is begrepen en geleerd. Behalve woorden en zinnetjes worden eveneens bouwstenen aangeleerd. Hiermee kunnen de studenten zelf zinnetjes bouwen. De methodiek maakt ook gebruik van flashcards zodat gebruikers zelf hun woordenschat kunnen toetsen alsook online oefeningen kunnen maken om hun eigen vooruitgang te meten.

Populariteit

Veel lerenden ze zijn tevreden over de uitleg van de structuur van de vreemde taal en vinden de methode van Michel Thomas plezierig werken. Mensen die al wat verder zijn met de taal, ervaren de cursussen soms als wat minder zinvol.

Voor- en nadelen van de Micheal Thomas methode

De taalcursussen zijn erg toegankelijk en trainen de luistervaardigheid en de uitspraak op een efficiënte manier. Dat deze taalcursussen niet in schrijfvaardigheid voorzien, is een keerzijde. Een daadwerkelijke interactie is er ook niet, omdat het een audiocursus betreft.

De Assimil methode

Bedacht door wie en wanneer

Assimil is een Frans bedrijf, opgericht door Alphonse Chérel in het jaar 1929. Het bedrijf maakt cursussen voor vreemde talen en publiceert deze en het begon met het eerste boek Anglais sans Peine.

Kenmerken van de Assimil methode

‘Assimileren’ betekent letterlijk ‘mengen met, opgaan in de groep’. Dit was wel een hooggegrepen streven is voor taalcursussen. De Assimil-taalcursussen zijn zelfstudielessen die bestaan uit een lesboek, audio-CD’s en een USB-stick. Idealiter besteden de gebruikers ruwweg twintig minuten per dag aan de cursus.
De lessen van Assimil bestaan uit dialogen die worden beluisterd, nagesproken en gelezen. De vertaling wordt ernaast weergegeven, samen met de grammaticale toelichting. Om de uitspraak van de vreemde taal te oefenen, maakt de Assimil-methode gebruik van zinnetjes die door native (moedertaal) speakers zijn ingesproken en die de cursist daarna herhaalt. De opbouw van de les is van receptief naar productief: tijdens de eerste les wordt nog geen taalproductie van de cursist verwacht; dit komt pas na ongeveer vijftig lessen.

Populariteit

De Assimil-cursussen zijn gewaardeerd. De taalcursussen zijn niet zo duur en het aanbod aan verschillende talen is groot.

Voor- en nadelen van Assimil

Het voordeel van de Assimil-methode is dat de lerenden in hun eigen tempo kunnen leren op het moment dat dit het beste past. Het nadeel hierbij is, geldt wat voor alle computertaalcursussen, dat de student is overgeleverd aan zichzelf. Er is geen trainer om de lerende te motiveren of te begeleiden.
[wbcr_php_snippet]: PHP snippets error (not passed the snippet ID)